Dit is hoe Michael Burry zich positioneert voor het klappen van de AI bubble
- Kevin S
- 22 minuten geleden
- 9 minuten om te lezen
In het kort:
Michael Burry breidt zijn shortposities tegen AI-aandelen en de halfgeleidersector uit omdat hij vreest dat de huidige AI-boom te sterk wordt gedreven door hoge verwachtingen, investeringen en schulden.
Volgens Burry kunnen snel verouderende hardware, hoge computeprijzen en een financiële cyclus waarin dezelfde AI-dollars meerdere keren door de sector bewegen, de kwetsbaarheid van de sector vergroten.
Tegelijkertijd koopt hij onder meer Mercado Libre en Zoetis, wat erop wijst dat hij vooral inzet op een selectieve herwaardering van AI-gerelateerde aandelen in plaats van op een algemene beursdaling.
Michael Burry is opnieuw duidelijk over zijn visie op de kunstmatige intelligentie sector. De belegger die wereldberoemd werd door zijn succesvolle shortpositie tegen de Amerikaanse huizenmarkt voor de financiële crisis van 2008, zet opnieuw in op een forse daling van aandelen die volgens hem te sterk zijn meegestegen. Burry heeft zijn shortposities in onder meer Nebius, Micron en Oracle verder uitgebreid. Daarnaast heeft hij zijn inzet tegen de halfgeleidersector vergroot via putopties op de iShares Semiconductor ETF. Tegelijkertijd koopt hij juist aandelen van bedrijven die veel minder direct afhankelijk zijn van de huidige AI-hype. Daarmee lijkt Burry zich niet alleen voor te bereiden op een mogelijke daling van individuele AI-aandelen, maar vooral op een scenario waarin de enorme investeringen in AI uiteindelijk tegen de sector gaan werken.
Burry verhoogt zijn inzet tegen AI-aandelen
Uit de meest recente transacties van Burry blijkt dat hij zijn negatieve visie op verschillende delen van de AI-keten verder heeft aangescherpt. Hij heeft zijn shortpositie in Nebius uitgebreid tegen een koers van $247. Ook Micron werd verder geshort rond $924 en Oracle rond $152.
Daarnaast heeft Burry zijn putopties op de iShares Semiconductor ETF uitgebreid. Deze opties lopen af in maart 2027 en hebben uitoefenprijzen in de lage $400. Het opvallende aan deze posities is dat Burry niet alleen inzet tegen bedrijven die rechtstreeks AI-systemen ontwikkelen. Hij richt zich juist ook op de infrastructuur die nodig is om de enorme groei van AI mogelijk te maken.
Dat maakt zijn strategie interessant. Als de AI-sector alleen maar last zou krijgen van tegenvallende resultaten bij een paar softwarebedrijven, zouden de gevolgen voor bedrijven als Micron of halfgeleiderproducenten beperkt kunnen blijven. Burry lijkt echter rekening te houden met een veel groter probleem.
Zijn redenering is dat de huidige AI-boom mogelijk afhankelijk is geworden van steeds grotere investeringen, steeds meer schulden en een financieringsmodel waarin dezelfde dollars meerdere keren door de sector circuleren.
Waarom Nebius volgens Burry een belangrijk waarschuwingssignaal is
Een van Burry's belangrijkste shortposities is Nebius. Het aandeel is dit jaar zeer sterk gestegen, waardoor volgens Burry juist zichtbaar wordt hoe extreem de verwachtingen rond AI zijn geworden.
Hoge waarderingen Nebius:

Hij omschreef Nebius als een voorbeeld van hoe de top van een boom eruitziet. Daarmee bedoelt hij dat de waardering en prijzen van AI-infrastructuur volgens hem niet langer uitsluitend worden bepaald door fundamentele vraag, maar ook door haast en angst om capaciteit mis te lopen.
Een belangrijk onderdeel van zijn kritiek heeft betrekking op de prijzen die Nebius kan vragen voor zijn AI-compute. Het bedrijf gaf tijdens de recente kwartaalpresentatie aan dat het zijn volledige capaciteit voor 2027 zou kunnen verkopen via contracten met een looptijd van één tot drie jaar. Toch kiest Nebius ervoor om een deel van de capaciteit beschikbaar te houden voor klanten die op kortere termijn capaciteit nodig hebben.
Voor die kortere contracten worden volgens het bedrijf prijzen gevraagd van ongeveer $40 miljoen tot $50 miljoen per megawatt. In sommige gevallen ligt de prijs zelfs nog hoger. Voor contracten met een langere looptijd ligt de prijs volgens Nebius rond $20 miljoen tot $25 miljoen per megawatt. Burry vindt dat opvallend. Waarom zou een klant ongeveer twee keer zoveel betalen voor vrijwel dezelfde capaciteit, alleen omdat deze sneller beschikbaar moet zijn? Volgens Burry wijst dit op extreme haast bij klanten.
De vraag achter de AI-boom
Hier komt de kern van Burry's analyse naar voren. Volgens hem is de prijsstructuur van AI-compute eigenlijk omgekeerd aan wat je normaal zou verwachten. Als bedrijven bereid zijn om enorme bedragen te betalen voor capaciteit die op korte termijn beschikbaar is, kan dat betekenen dat ze bang zijn om achter te blijven in de AI-race. Bedrijven willen nu investeren, nu capaciteit vastleggen en nu toegang krijgen tot de nieuwste chips.
Maar dat betekent niet automatisch dat de economische waarde van die capaciteit net zo snel groeit. Burry stelt daarom een belangrijke vraag: waarom wordt AI-infrastructuur op korte termijn zoveel duurder, terwijl de waarde van diezelfde infrastructuur op langere termijn mogelijk juist afneemt?
Zijn antwoord is behoorlijk pessimistisch. Volgens hem daalt de waarde van de GPU's en mogelijk ook de waarde van de klanten die deze capaciteit huren. "Power does not depreciate", stelt Burry. Elektriciteit zelf wordt immers niet ineens minder bruikbaar. Als de waarde van de infrastructuur toch zo snel verandert, moet volgens hem ergens anders de verklaring zitten.
Daarmee komt hij uit bij de hardware en de klanten. GPU's kunnen snel verouderen doordat nieuwe generaties chips veel krachtiger worden. Tegelijkertijd kunnen AI-bedrijven die vandaag enorme hoeveelheden rekenkracht nodig hebben over enkele jaren minder waardevol blijken wanneer hun businessmodellen niet voldoende omzet of winst opleveren.
De levensduur van AI-servers is een belangrijk detail
Burry wijst daarnaast op een boekhoudkundige wijziging bij Nebius. Het bedrijf heeft de afschrijvingstermijn voor servers verlengd van vier naar vijf jaar. Op het eerste gezicht lijkt dat een relatief technisch detail. Voor beleggers kan het echter belangrijk zijn.
Wanneer een bedrijf een investering over een langere periode afschrijft, worden de jaarlijkse afschrijvingskosten lager. Daardoor kan het resultaat op korte termijn gunstiger uitvallen.
Volgens Burry zit daar een risico. Hij stelt dat Nebius tegelijkertijd rekening lijkt te houden met een zeer snelle afname van de economische waarde van zijn deals, terwijl de hardware boekhoudkundig over een langere periode wordt afgeschreven.
Dat roept de vraag op hoe lang de huidige inkomsten uit AI-capaciteit daadwerkelijk houdbaar zijn. Als GPU's snel verouderen en klanten na een paar jaar overstappen op nieuwe technologie, kan de economische levensduur van de infrastructuur veel korter zijn dan de boekhoudkundige levensduur.
Voor beleggers is dat een belangrijk verschil. Een server kan op papier vijf jaar worden afgeschreven, maar dat betekent niet automatisch dat die server vijf jaar lang dezelfde economische waarde behoudt.
Burry ziet een veel groter probleem dan alleen hoge waarderingen
De meest interessante kant van Burry's huidige strategie is dat hij niet alleen zegt dat AI-aandelen te duur zijn. Zijn kritiek gaat veel dieper. Hij wijst namelijk ook op de financieringsstructuur achter de AI-boom. Volgens een door Burry gedeelde analyse van Bloomberg bewegen enorme bedragen heen en weer tussen hyperscalers, AI-bedrijven en chipproducenten.
Daarbij gaat het volgens de aangehaalde cijfers om ongeveer $46 miljard aan directe aandelenbelangen en maar liefst $879 miljard aan meerjarige aankoopverplichtingen.
Bedrijven als Microsoft, Oracle, Amazon, Meta, Nvidia, OpenAI, Anthropic, xAI en CoreWeave zijn op verschillende manieren met elkaar verbonden. Dat hoeft op zichzelf geen probleem te zijn. Grote bedrijven werken nu eenmaal samen en investeren in elkaar. Het risico ontstaat wanneer dezelfde kapitaalstroom meerdere keren wordt gebruikt om groei te financieren.
De circulaire AI-economie:

Wil je slimmer beleggen en direct vooroplopen? Als lid van De Belegger krijg je toegang tot deepdives, aandelentips, trainingen, premium content én live portfolio-inzicht, samen met een actieve community van beleggers.
Pak je kans! klik op de button, start direct en pak tijdelijk 50% korting met de code 'BELEGGER50.
De AI-dollar kan meerdere keren door de keten bewegen
Een eenvoudig voorbeeld maakt duidelijk waar Burry zich zorgen over maakt. Stel dat een groot technologiebedrijf geld beschikbaar stelt aan een AI-bedrijf. Dat AI-bedrijf gebruikt vervolgens een deel van dat geld om rekenkracht te kopen. De leverancier van die rekenkracht gebruikt het geld vervolgens om chips of infrastructuur aan te schaffen. Op verschillende plekken in deze keten kan daardoor omzet ontstaan. Het betekent echter niet automatisch dat er ook nieuwe, onafhankelijke eindvraag is ontstaan.
Dat is precies het onderscheid waar Burry op wijst. Een stijgende omzet is veel minder indrukwekkend wanneer de groei grotendeels wordt gefinancierd door partijen die zelf onderdeel zijn van dezelfde AI-keten.
Nvidia staat daarbij centraal. De chipproducent heeft belangen, klanten en zakelijke relaties met verschillende bedrijven in het netwerk. Dat betekent niet dat Nvidia's omzet fictief is. Het bedrijf verkoopt daadwerkelijk enorme hoeveelheden chips en genereert daadwerkelijk veel cashflow. De belangrijke vraag is echter hoeveel van die vraag uiteindelijk afkomstig is van eindklanten die winstgevende AI-diensten ontwikkelen en hoeveel wordt gedragen door een steeds groter wordende investeringscyclus.
Schulden maken de situatie kwetsbaarder
Een tweede risico is de enorme hoeveelheid schuld die nodig is om de AI-infrastructuur op te bouwen. Volgens cijfers van de Bank for International Settlements dragen de vijf grootste hyperscalers gezamenlijk ongeveer $1,65 biljoen aan schulden via structuren buiten de traditionele balans. Dat bedrag ligt zelfs boven de ongeveer $1,35 biljoen aan schuld die rechtstreeks wordt gerapporteerd.
Dat maakt de situatie ingewikkelder voor beleggers. Wanneer bedrijven grote investeringen doen met hun eigen cashflow, ligt het risico vooral bij het rendement op die investeringen. Wanneer daarentegen steeds meer geleend geld wordt gebruikt, ontstaat ook een financieringsrisico.
De investeringen moeten dan niet alleen economisch succesvol zijn. Ze moeten ook voldoende cashflow opleveren om de financieringslasten te dragen. Als de groei van AI vertraagt terwijl de investeringen doorgaan, kan die verhouding snel veranderen.
De kredietmarkt begint het risico te zien
Een interessant signaal waar Burry op wijst, komt uit de kredietmarkt. De vijfjarige credit default swap, of CDS, van Nvidia is in ongeveer twee maanden tijd verdubbeld.
5yr credit default swap Nvidia:

Een CDS kan worden gezien als een soort verzekering tegen het risico dat een bedrijf zijn verplichtingen niet kan nakomen. Een stijgende CDS-spread betekent daarom doorgaans dat de markt meer risico begint in te prijzen.
Dat betekent niet dat Nvidia op het punt staat om in financiële problemen te komen. Daarvoor is de financiële positie van het bedrijf veel te sterk. Het is wel een signaal dat beleggers het kredietrisico anders kunnen gaan waarderen wanneer de schulden en investeringen rond AI steeds verder oplopen.
Daarmee ontstaat een interessante tegenstelling. De aandelenmarkt kan vooral kijken naar omzetgroei en winst, terwijl de kredietmarkt ondertussen kijkt naar de vraag hoeveel schuld nodig is om die groei mogelijk te maken.
Burry koopt ondertussen ook andere aandelen
Hoewel Burry bekendstaat om zijn negatieve visie op AI, verkoopt hij niet simpelweg alles.
Sterker nog, hij heeft tegelijkertijd zijn posities in Mercado Libre en Zoetis uitgebreid.
Mercado Libre kocht hij rond $1.850 en Zoetis rond $73,60. Dat is belangrijk om te begrijpen.
Burry lijkt niet te zeggen dat aandelen als geheel te duur zijn. Zijn strategie is selectiever.
Hij zoekt bedrijven waar volgens hem de verhouding tussen prijs en onderliggende waarde aantrekkelijker is en vermijdt tegelijkertijd delen van de markt waar de verwachtingen extreem hoog zijn opgelopen.
Zijn portefeuille laat daardoor een duidelijke tweedeling zien. Aan de ene kant zet hij in op bedrijven die volgens hem aantrekkelijker gewaardeerd zijn. Aan de andere kant neemt hij shortposities in bedrijven en sectoren die sterk afhankelijk zijn van de aanhoudende AI-boom.
Dit is waar Burry uiteindelijk op gokt
De belangrijkste vraag is natuurlijk wanneer Burry gelijk krijgt. Een belegger kan namelijk jarenlang gelijk hebben over een overwaardering zonder dat het aandeel daadwerkelijk daalt. Dat geldt zeker voor AI.
Als AI-bedrijven de komende jaren daadwerkelijk enorme economische waarde creëren, kunnen de huidige investeringen uiteindelijk gerechtvaardigd blijken. In dat scenario kunnen hoge waarderingen verder oplopen en kunnen shortposities van Burry juist zeer pijnlijk worden. Daarom is zijn analyse geen zekerheid.
De kern van zijn positie is dat de groei van AI volgens hem te afhankelijk is geworden van een zichzelf versterkende financiële cyclus. Hyperscalers investeren enorme bedragen. AI-bedrijven gebruiken dat geld om capaciteit te kopen. Chipproducenten profiteren daarvan. De stijgende omzet en waarderingen maken vervolgens nieuwe investeringen en financiering mogelijk. Zolang de vraag blijft groeien, kan deze cyclus blijven draaien. Maar wanneer de vraag afzwakt, kan dezelfde cyclus ook de andere kant op werken.
Wat gebeurt er als de AI-boom afkoelt?
Het risico ontstaat wanneer bedrijven ontdekken dat ze te veel AI-capaciteit hebben ingekocht. Op dat moment kunnen klanten minder nieuwe GPU's bestellen. AI-datacenters kunnen met ongebruikte capaciteit blijven zitten. Prijzen voor compute kunnen dalen. Nieuwe investeringen kunnen worden uitgesteld. Daarmee ontstaat druk op de hele keten.
Een lagere vraag naar AI-capaciteit betekent minder omzet voor datacenters. Minder datacenterinvesteringen betekenen minder vraag naar chips. Minder vraag naar chips kan vervolgens de verwachtingen rond chipproducenten onder druk zetten.
Daar komt de schuldenberg nog bovenop. Wanneer bedrijven hun investeringen grotendeels met geleend geld hebben gefinancierd, kunnen lagere inkomsten ervoor zorgen dat de financiële ruimte snel kleiner wordt. Dit is precies het soort situatie waar Burry zich met zijn huidige posities tegen probeert te beschermen.
Burry zet in op de zwakke plek van de AI-boom
Michael Burry probeert dus niet simpelweg te voorspellen dat kunstmatige intelligentie zal mislukken. Zijn strategie is subtieler. Hij lijkt vooral te wedden dat de financiële verwachtingen rond AI te ver vooruit zijn gelopen op de daadwerkelijke economische opbrengsten.
Zijn shortposities in Nebius, Micron, Oracle en de halfgeleidersector zijn daarbij een manier om te profiteren van een mogelijke afkoeling. Zijn beleggingen in Mercado Libre en Zoetis laten tegelijkertijd zien dat hij bereid is om kapitaal te verplaatsen naar bedrijven waar hij een aantrekkelijkere verhouding tussen risico en rendement ziet.
Of Burry opnieuw gelijk krijgt, zal uiteindelijk afhangen van één belangrijke vraag: kan de enorme hoeveelheid geld die momenteel in AI wordt gestopt ook daadwerkelijk voldoende economische waarde creëren?
Zolang dat gebeurt, kan de AI-boom nog veel langer doorgaan dan sceptici verwachten. Maar als de groei van omzet en cashflow achterblijft bij de enorme investeringen, schulden en waarderingen, kan de huidige kracht van de AI-sector juist zijn grootste zwakte worden. Dat is de klap waar Burry zich met zijn huidige portefeuille op lijkt voor te bereiden.
Wil je slimmer beleggen en direct vooroplopen? Als lid van De Belegger krijg je toegang tot deepdives, aandelentips, trainingen, premium content én live portfolio-inzicht, samen met een actieve community van beleggers.
Pak je kans! klik op de button, start direct en pak tijdelijk 50% korting met de code 'BELEGGER50.






































































































































