Deze drie Vanguard-fondsen koop ik en raak ik twintig jaar niet aan
In het kort:
De S&P 500 staat ongeveer 1% onder zijn recordslot, waardoor nieuw geld beleggen dicht bij een piek ongemakkelijk voelt.
Het voorgestelde Vanguard plan verdeelt $10.000 over drie fondsen met samen ongeveer $3 aan jaarlijkse kosten.
De echte test zit niet in de koopdag, maar in blijven zitten wanneer de volgende bearmarkt de drie fondsen tegelijk raakt.
De S&P 500 staat ongeveer 1% onder zijn recordslot, en juist daarom zijn Vanguard ETF's weer een ongemakkelijk onderwerp. Nieuw geld beleggen voelt zelden prettig wanneer de markt dicht bij een piek staat. Toch draait dit plan niet om het perfecte moment, maar om twintig jaar breed gespreid blijven zitten tegen bijna verwaarloosbare kosten.
Dat is nuchterder dan het klinkt. Wie $10.000 voor twee decennia wil wegzetten, loopt niet alleen het risico te vroeg te beleggen. Er is ook het risico dat geld jarenlang aan de zijlijn blijft staan terwijl de markt verder oploopt.
De kern van de portefeuille is de Vanguard S&P 500 ETF, met $5.000 van de totale $10.000. Het fonds bezat per 31 augustus 505 aandelen en rekent 0,03% kosten. Voor een brede positie in Amerikaanse aandelen is dat ongeveer zo simpel als het wordt.
Het fonds probeert de S&P 500 niet te verslaan. Het volgt de index en laat de kosten zo laag mogelijk blijven. “Its job is to deliver the market's return, whatever that ends up being, and to do it for almost nothing.”
De recente cijfers ogen sterk, misschien zelfs te sterk om achteloos door te trekken. Over het afgelopen decennium kwam het gemiddelde jaarlijkse rendement uit op ongeveer 15%. In het jaar tot en met augustus steeg het fonds ongeveer 20%, terwijl een fondsdeel rond $708 noteerde.
Daar wringt het voor beleggers die nu kijken. Een brede indexpositie voelt veilig door de spreiding, maar de instap vindt plaats na een stevige beursperiode. “No one should bank on that pace continuing for another 20 years.”
Wall Street noteert dicht bij records, maar timing blijft lastig

Bron: Reuters
Buffett kiest voor eenvoud
Warren Buffett heeft vaker dezelfde kant op gewezen. In de instructies voor zijn nalatenschap staat dat 90% van het contante geld dat hij aan zijn vrouw nalaat naar een goedkoop S&P 500 indexfonds moet gaan. Daarbij noemde hij Vanguard.
Dat maakt de Vanguard S&P 500 ETF niet bijzonder spannend. Het fonds biedt blootstelling aan honderden grote Amerikaanse aandelen en laat de belegger grotendeels meebewegen met de markt. Juist die saaiheid is hier het punt.
Voor particuliere beleggers zijn de kosten minder klein dan ze op het eerste gezicht lijken. Een paar tienden procentpunt per jaar kan over twintig jaar merkbaar worden. Bij een fonds met 0,03% kosten blijft vrijwel het hele indexrendement in de portefeuille.
Dividend als tegengewicht voor groei
Naast de brede marktpositie gaat $2.500 naar de Vanguard High Dividend Yield ETF. Dit fonds volgt de FTSE High Dividend Yield Index, met Amerikaanse aandelen die relatief veel dividend uitkeren. Het fonds bezat recent 603 aandelen en rekent 0,04% kosten.
Eind augustus lag het dividendrendement rond 2,2%. Dat is meer dan twee keer het ongeveer 1% rendement van het S&P 500 fonds. Voor wie naar inkomsten uit de portefeuille kijkt, is dat verschil niet cosmetisch.
Dividendfondsen hebben vaak het imago van trage meelopers. Over het afgelopen decennium haalde dit fonds ongeveer 12% per jaar, tegen ongeveer 15% voor het S&P 500 fonds. Maar de volgorde aan de top wisselt vaker dan veel beleggers vooraf denken.
In de 12 maanden tot en met augustus kwam het dividendfonds uit op ongeveer 21%. Daarmee bleef het de S&P 500 ETF nipt voor en deed het beter dan het groeifonds. Dat maakt het fonds vooral relevant als tegengewicht wanneer groeiaandelen tijdelijk minder geliefd zijn.
Toezicht op vermogensbeheerders raakt grote indexfondsen zoals Vanguard

Bron: Reuters
Groei ETF blijft de scherpste hoek
De derde positie is de Vanguard Morningstar Growth ETF, goed voor de resterende $2.500. Het fonds heette tot eind juli Vanguard Growth ETF. De naam veranderde nadat Morningstar CRSP kocht, de indexprovider achter het fonds.
De strategie bleef gelijk. Het fonds bezit 147 grote groeiaandelen en rekent 0,03% kosten. Daarmee is het duidelijk geconcentreerder dan de andere twee Vanguard fondsen in deze mix.
Die concentratie heeft de afgelopen jaren gewerkt. Over het afgelopen decennium lag het gemiddelde jaarlijkse rendement op bijna 18%, het hoogste van de drie fondsen. Groeiaandelen waren in die periode vaak de motor achter de beurs.
De laatste 12 maanden tot en met augustus lieten een minder comfortabele kant zien. Het fonds steeg ongeveer 16%, minder dan de andere twee fondsen. Dat is geen ramp, maar wel een nuttige herinnering dat geconcentreerde groei twee kanten heeft.
Verdeling haalt giswerk uit de mix
De voorgestelde verdeling is overzichtelijk: $5.000 in de Vanguard S&P 500 ETF, $2.500 in de Vanguard High Dividend Yield ETF en $2.500 in de Vanguard Morningstar Growth ETF. De helft volgt de brede markt. De andere helft is verdeeld over dividend en groei.
Die mix voorkomt niet dat de portefeuille daalt. Zij voorkomt vooral dat alles afhangt van één stijl. Groei kan nog lang de leiding houden, maar dividendbetalers kunnen opnieuw beter liggen wanneer de markt minder wil betalen voor groeiverhalen.
De totale kosten blijven het sterkste cijfer in dit plan. Over de volledige positie gaat het om ongeveer $3 per jaar. Dat is precies waarom Vanguard ETF's in lange termijn plannen zo vaak opduiken: niet omdat ze spectaculair zijn, maar omdat ze weinig afromen.
Twintig jaar vraagt bewijs
Zelfs een lager rendement dan in het afgelopen decennium kan over twintig jaar veel doen. Bij 7% per jaar groeit $10.000 uit tot bijna $39.000. Dat cijfer is nuttig, maar alleen als de belegger de moeilijke jaren ook meemaakt zonder tussentijds te verkopen.
Een periode van twintig jaar zal vrijwel zeker bearmarkten bevatten, periodes waarin aandelen fors dalen. In zulke markten zouden alle drie de fondsen waarschijnlijk tegelijk zakken. Spreiding over stijlen is geen garantie tegen verlies op hetzelfde moment.
Daar zit de echte test voor dit Vanguard plan. “The plan doesn't depend on avoiding those stretches, though. It depends on not selling during them.” De S&P 500 kan dicht bij een record blijven, groei kan afkoelen en dividend kan tijdelijk beter liggen; de komende bearmarkt moet laten zien of de lage kosten en brede spreiding genoeg zijn om beleggers bij het plan te houden.







































































































































Opmerkingen