Dit is de nieuwe D66-staatssecretaris van Financiën na pijnlijke exit Van Berkel
- Redactie

- 8 uur geleden
- 4 minuten om te lezen
In het kort:
De nieuwe staatssecretaris van Financiën start direct met het politiek en juridisch gevoelige dossier rond de hervorming van box 3.
Een belasting van 36 procent op werkelijk rendement kan bij 10 procent bruto rendement de weg naar €1.000.000 met circa 20 jaar verlengen.
Naast de vermogensbelasting wachten hem forse uitdagingen rond begrotingsdiscipline, Europese regels en de uitvoeringsproblemen bij de Belastingdienst.
Met de voordracht van Eelco Eerenberg als nieuwe staatssecretaris van Financiën probeert D66 een pijnlijk en kort hoofdstuk snel achter zich te laten. Na het vertrek van de eerdere kandidaat van Berkel vanwege onjuistheden en onvolledigheden op haar cv, kiest de partij nu voor Eelco Eerenberg als vervanger.
Eelco Eerenberg van D66 wordt de nieuwe staatssecretaris van Financiën:

Eerenberg is sinds 2019 wethouder in Utrecht en was eerder verantwoordelijk voor financiën in Enschede. Hij studeerde technische informatica aan de Universiteit van Twente en behaalde een master computer science. Dat geeft hem een analytisch profiel en affiniteit met complexe systemen, maar geen klassieke fiscale opleiding. Juist dat laatste maakt zijn start extra uitdagend.
De vraag die onder beleggers dan ook direct opkomt is logisch: is Eelco Eerenberg de juiste man voor het gevoelige box 3 dossier?
Op het eerste gezicht lijkt zijn cv niet geschreven voor een staatssecretaris die een van de meest complexe fiscale hervormingen van dit moment moet begeleiden. Hij is geen fiscalist, geen oud inspecteur van de Belastingdienst en geen belastingjurist. Zijn portefeuille in Utrecht omvat op dit moment Ruimtelijke Ordening, Onderwijs en Volksgezondheid. Daarnaast is hij verantwoordelijk voor grote gebiedsontwikkelingen zoals Rijnenburg en Groot Merwede, inclusief de Merwedekanaalzone, het Stationsgebied, Westraven en de A12 zone. Ook is hij wijkwethouder voor Leidsche Rijn en lid van de VNG commissie Zorg, Jeugd en Onderwijs.
Het ministerie van Financiën is geen plek voor een lange inwerkperiode. Belastingen, begrotingsbeleid en toezicht op miljardenstromen vragen direct om scherpte. Bovendien staat één dossier nadrukkelijk bovenaan de stapel, de hervorming van box 3, de vermogensbelasting op spaargeld en beleggingen. Dat dossier is juridisch gevoelig, politiek beladen en economisch zeer ingrijpend voor met name de kleine en hardwerkende Nederlanders.
Voor een staatssecretaris zonder fiscale achtergrond betekent dit dat hij sterk zal moeten leunen op ambtelijke expertise en externe deskundigen. Tegelijk wordt van hem verwacht dat hij richting geeft aan een fundamentele herziening van hoe Nederland vermogen belast.
Wat doet de staatssecretaris van Financiën en wat doet de minister?
De staatssecretaris van Financiën, in dit geval Eelco Eerenberg, is verantwoordelijk voor het fiscale domein. Dat betekent dat hij gaat over belastingen, fiscale wetgeving, box 3, de Belastingdienst, toeslagen en de uitvoering van belastingregels. Hij begeleidt belastingplannen door het parlement en is politiek aanspreekbaar op problemen bij de uitvoering.
De minister van Financiën daarentegen bewaakt het totaalplaatje van de overheidsfinanciën. Die gaat over de rijksbegroting, staatsschuld, Europese begrotingsregels en het algemene financiële beleid van het kabinet. Kort gezegd, de staatssecretaris regelt de belastingen, de minister bewaakt de schatkist.
Hervorming box 3 als grootste dossier
De hervorming van box 3 is het directe gevolg van rechterlijke uitspraken over het oude systeem van fictief rendement. Dat systeem ging uit van veronderstelde opbrengsten, ongeacht het werkelijke rendement. De rechter oordeelde dat dit in bepaalde gevallen in strijd was met het eigendomsrecht. Het kabinet moet daarom overstappen naar een heffing op werkelijk rendement.
In de nieuwe opzet wordt uitgegaan van 36 procent belasting op het daadwerkelijk behaalde rendement, met een vrijstelling van €1.800. Op papier lijkt belasting op werkelijk rendement eerlijker. Wie meer verdient, betaalt meer. In de praktijk heeft deze systematiek een forse impact op de snelheid waarmee vermogen kan groeien. En juist dat raakt miljoenen huishoudens die sparen of beleggen voor hun pensioen of financiële onafhankelijkheid.
Voor de nieuwe staatssecretaris is dit meer dan een rekensom. Het is een vraagstuk over prikkels, rechtvaardigheid en economische dynamiek. Hoe belast je vermogen zonder de opbouw ervan structureel af te remmen?
Belasting op vermogen en de middenklasse
De discussie over box 3 raakt aan een bredere maatschappelijke ontwikkeling. De AOW leeftijd stijgt, pensioenstelsels veranderen en de woningmarkt blijft krap en duur. Sparen levert door lage rente weinig op, terwijl beleggen risico met zich meebrengt.
Voor veel huishoudens is vermogen in box 3 geen luxe, maar een buffer tegen onzekerheid. Het gaat om spaargeld voor later, beleggingen voor aanvullend pensioen of een financiële reserve voor zelfstandigen. In dat licht wordt een heffing van 36 procent op werkelijk rendement niet alleen gezien als een fiscale maatregel, maar als een ingreep in de mogelijkheid om zelfstandig vermogen op te bouwen.
Critici stellen dat belasting op niet gerealiseerde winsten, bijvoorbeeld koersstijgingen die nog niet zijn verzilverd, kan leiden tot liquiditeitsproblemen. Voorstanders benadrukken dat belasting op werkelijk rendement eerlijker is dan een fictief systeem dat geen onderscheid maakt tussen spaarders en beleggers.
Voor Eerenberg ligt hier een delicate balans. Hij moet een juridisch houdbaar en uitvoerbaar systeem neerzetten dat tegelijkertijd maatschappelijk draagvlak behoudt. Dat vraagt om fiscale kennis, maar ook om inzicht in gedragseconomie en vertrouwen.
Andere uitdagingen voor het ministerie van Financiën
Hoewel box 3 de meeste aandacht trekt, is het slechts één onderdeel van een bredere financiële agenda. De Nederlandse overheidsfinanciën staan onder druk. Uitgaven aan zorg, defensie en klimaatbeleid stijgen structureel. Tegelijk moeten Europese begrotingsregels worden gerespecteerd.
Dat betekent dat keuzes onvermijdelijk zijn. Hogere lasten, lagere uitgaven of structurele hervormingen. Elke optie kent politieke en economische gevolgen. Een staatssecretaris van Financiën moet daarbij niet alleen rekenen, maar ook prioriteren.
Daarnaast blijft de uitvoeringscapaciteit van de Belastingdienst een punt van zorg. Verouderde ICT systemen, personeelstekorten en een erfenis van eerdere affaires maken elke nieuwe hervorming complex. De technische achtergrond van de nieuwe staatssecretaris kan hier een voordeel zijn, zeker als het gaat om digitalisering en systeemmodernisering.
Voor beleggers en ondernemers is voorspelbaarheid cruciaal. Fiscale onzekerheid kan investeringen uitstellen en economische groei afremmen. Stabiliteit in belastingbeleid draagt bij aan vertrouwen, zelfs wanneer tarieven worden aangepast.
De nieuwe staatssecretaris begint zijn ambt in een periode waarin belastinghervorming, begrotingsdiscipline en uitvoeringsproblemen samenkomen. Hoe hij box 3 vormgeeft, zal niet alleen de vermogensgroei van hardwerkende Nederlanders beïnvloeden, maar ook een krachtig signaal afgeven over de richting van het Nederlandse economische beleid in de komende jaren.




































































































































