Nieuwe Box-3 aanpassingen: dit moeten beleggers weten
- Kevin S
- 1 uur geleden
- 5 minuten om te lezen
In het kort:
Het kabinet wil vanaf 2028 box 3 hervormen naar een systeem waarbij belasting wordt geheven over het werkelijke rendement, maar de politieke steun hiervoor is nog onzeker.
Staatssecretaris Eelco Eerenberg probeert met een pakket aan aanpassingen voldoende politieke steun te verzamelen. Echter lijken deze aanpassingen onvoldoende.
Vooral kleinere beleggers kunnen door het verdwijnen van het heffingvrije vermogen en de belasting op werkelijke (ook niet-gerealiseerde) rendementen meer belasting gaan betalen.
Via Raisin profiteren spaarders tijdelijk van 2,85% rente per jaar op een vrij opneembare spaarrekening met Europees depositogarantiestelsel.
De hervorming van box 3 blijft één van de meest besproken fiscale dossiers van Nederland. Terwijl het kabinet werkt aan een nieuw systeem dat belasting heft over het werkelijke rendement op vermogen, groeit de weerstand in zowel de Tweede als de Eerste Kamer. Voor particuliere beleggers zorgt dat voor een ingewikkelde situatie. Enerzijds liggen er plannen die de belasting op beleggingen fundamenteel veranderen, anderzijds is het nog maar zeer de vraag of deze plannen uiteindelijk worden ingevoerd. Voor beleggers is het daarom belangrijk om niet alleen te kijken naar de voorgestelde regels, maar ook naar de politieke onzekerheid en de mogelijke alternatieven.
Staatssecretaris Eelco Eerenberg heeft aanpassingen aan de wet voorgesteld, een zogenaamd ‘box 3-keuzemenu’, om de wet er alsnog doorheen te krijgen:

Box 3-hervorming staat onder zware druk
Het kabinet wil vanaf 2028 overstappen naar een systeem waarbij beleggers belasting betalen over hun werkelijke rendement. De Wet Werkelijk Rendement werd eerder al aangenomen door de Tweede Kamer, maar stuit inmiddels op forse kritiek.
Staatssecretaris Eelco Eerenberg probeert met een pakket aan aanpassingen voldoende politieke steun te verzamelen. Zo wordt onder meer voorgesteld om het heffingsvrije resultaat te verhogen van 1.800 euro naar 1.900 euro, het belastingtarief te verlagen van 36 naar 35 procent en verliezen beperkt verrekenbaar te maken met winsten uit eerdere jaren.
Welke aanpassingen worden er bekeken?

Toch lijkt dat voor veel partijen onvoldoende. Rechtse partijen vinden de tegemoetkomingen te beperkt, terwijl linkse partijen juist vrezen dat vermogenden te veel worden ontzien. Daardoor is de kans op een meerderheid in de Eerste Kamer momenteel onzeker. Voor beleggers betekent dit dat de invoering van het nieuwe stelsel nog allesbehalve definitief is.
Wat verandert er precies vanaf 2028?
De grootste verandering zit in de manier waarop rendement wordt belast. Onder het huidige systeem gaat de Belastingdienst uit van een fictief rendement. Voor beleggingen wordt aangenomen dat een bepaald rendement wordt behaald, ongeacht het daadwerkelijke resultaat. Daarnaast geldt een heffingvrij vermogen waardoor veel kleinere beleggers momenteel geen belasting betalen.
In het nieuwe stelsel verdwijnt dat uitgangspunt. Dan wordt gekeken naar het werkelijke rendement dat een belegger behaalt. Daarbij tellen rente, dividend, huurinkomsten én koerswinsten mee.
Nieuwe Box 3 stelsel:

Het meest controversiële onderdeel is dat ook niet-gerealiseerde koerswinsten worden belast. Een belegger hoeft zijn aandelen dus niet te verkopen om belasting verschuldigd te zijn. Een stijging van de portefeuillewaarde kan al leiden tot een belastingaanslag. Voor veel beleggers voelt dat als belasting betalen over geld dat nog niet daadwerkelijk beschikbaar is.
Wil je slimmer beleggen en direct vooroplopen? Als lid van De Belegger krijg je toegang tot deepdives, aandelentips, trainingen, premium content én live portfolio-inzicht, samen met een actieve community van beleggers.
Pak je kans! klik op de button, start direct en pak tijdelijk 50% korting met de code 'BELEGGER50.
Waarom vooral kleine beleggers geraakt kunnen worden
De hervorming wordt vaak gepresenteerd als een belastingmaatregel voor vermogende Nederlanders. In de praktijk kan het effect echter anders uitpakken. Onder de huidige regels profiteert een grote groep particuliere beleggers van het heffingvrije vermogen. Wie daaronder blijft, betaalt geen box-3-belasting.
Vanaf 2028 verdwijnt dit systeem. In plaats daarvan komt een heffingsvrij resultaat van slechts 1.800 euro per persoon. Dat kan grote gevolgen hebben voor kleinere portefeuilles. Een belegger met 50.000 euro vermogen die in een sterk beursjaar 20 procent rendement behaalt, realiseert een winst van 10.000 euro. Onder de huidige regels blijft die belegger vaak volledig buiten schot. Onder het nieuwe systeem wordt na aftrek van het heffingsvrije resultaat een aanzienlijk deel van die winst belast. Juist beleggers die vermogen proberen op te bouwen voor later kunnen daardoor relatief hard worden geraakt.
Grote vermogens hebben soms meer alternatieven
Een belangrijk discussiepunt is dat veel zeer vermogende Nederlanders hun beleggingen niet in box 3 aanhouden, maar via een besloten vennootschap of holdingstructuur. Daar geldt een ander belastingregime. Binnen een bv worden winsten belast met vennootschapsbelasting. Vervolgens ontstaat pas box-2-heffing wanneer geld naar privé wordt uitgekeerd.
Hoewel de totale belastingdruk in een bv uiteindelijk hoog kan oplopen, biedt deze structuur een belangrijk voordeel: uitstel van belastingheffing. In box 3 wordt jaarlijks afgerekend. In een bv kan belasting vaak jarenlang worden uitgesteld doordat winsten binnen de onderneming blijven zitten. Dat verschil speelt een steeds grotere rol nu het kabinet koerswinsten al tijdens de opbouwfase wil belasten.
Is beleggen via een bv dan aantrekkelijker?
Door de voortdurende discussie over box 3 kijken steeds meer beleggers naar een beleggings-bv. Daarbij moet echter worden opgepast voor te eenvoudige conclusies. Een bv kent niet alleen vennootschapsbelasting, maar ook box-2-heffing wanneer geld uiteindelijk naar privé wordt gehaald. Afhankelijk van het rendement, de beleggingshorizon en toekomstige belastingtarieven kan de totale belastingdruk oplopen tot bijna 49 procent.
Het voordeel van een bv zit daarom vooral in het uitstellen van belasting en niet per se in een lager eindtarief. Bovendien blijven ook de regels voor box 2 voortdurend veranderen. Wat vandaag gunstig lijkt, kan over enkele jaren weer anders uitpakken. Diverse fiscale experts wijzen er daarom op dat een overhaaste overstap naar een bv momenteel vaak niet verstandig is. Vooral omdat de nieuwe box-3-regels nog niet definitief zijn.
Europa kan de discussie verder veranderen
De onzekerheid wordt nog groter door ontwikkelingen in Brussel. De Europese Commissie onderzoekt mogelijkheden om investeringen binnen Europa aantrekkelijker te maken. Daarbij wordt onder meer gekeken naar het verminderen van belasting op dividendstromen tussen bedrijven.
Wanneer dergelijke voorstellen werkelijkheid worden, kan beleggen via een bv fiscaal aantrekkelijker worden dan nu het geval is. Tegelijkertijd is het nog onduidelijk of deze plannen voldoende steun krijgen binnen de Europese Unie en hoe Nederland daarop zou reageren. Ook toekomstige aanpassingen van box 2 zijn zeker niet uitgesloten. Voor beleggers is het daarom verstandig om niet uitsluitend op basis van mogelijke Europese plannen nu al grote fiscale beslissingen te nemen.
Wat kunnen beleggers nu het beste doen?
De belangrijkste conclusie is dat de onzekerheid voorlopig blijft bestaan. De Eerste Kamer moet zich nog uitspreken over de hervorming en verschillende partijen hebben forse bezwaren tegen het huidige voorstel. Tegelijkertijd heeft het kabinet nog aanvullende wijzigingen aangekondigd die waarschijnlijk pas later worden uitgewerkt. Daardoor kan de definitieve besluitvorming opnieuw vertraging oplopen.
Voor particuliere beleggers is het daarom verstandig om de ontwikkelingen nauwgezet te volgen, maar geen overhaaste conclusies te trekken. De aantrekkelijkheid van box 3, een beleggings-bv of andere vermogensstructuren hangt af van veel factoren zoals rendement, beleggingshorizon, toekomstige wetgeving en persoonlijke omstandigheden.
Raisin RenteBoost is een tijdelijke actie gestart waarbij je op een vrij opneembare Duitse spaarrekening de eerste 3 maanden lang een gegarandeerde rente van 2,85% p.j. krijgt, beschermd onder het Europese garantiestelsel. Je spaargeld blijft dagelijks opvraagbaar en je kunt vrij storten en opnemen. Na deze periode kun je via één Raisin-account verder sparen bij meer dan 50 Europese banken, met actuele variabele rentes tot 1,96% p.j., of kiezen voor spaardeposito’s met looptijden van één maand tot tien jaar en rentes tot 3,42% p.j.
Conclusie
De voorgestelde hervorming van box 3 betekent mogelijk de grootste verandering voor particuliere beleggers in jaren. Het nieuwe systeem verschuift de belasting van fictieve rendementen naar daadwerkelijk behaalde opbrengsten, maar belast daarbij ook papieren winsten.
Vooral kleinere beleggers kunnen hierdoor meer belasting gaan betalen dan nu het geval is, terwijl grotere vermogens vaker beschikken over alternatieve structuren zoals een bv.
Tegelijkertijd is de politieke weerstand groot en is nog onzeker of het huidige voorstel de eindstreep haalt. Voor beleggers is daarom niet alleen de inhoud van de nieuwe wet belangrijk, maar vooral ook de vraag of deze uiteindelijk daadwerkelijk wordt ingevoerd. Tot die tijd blijft één ding duidelijk: box 3 blijft voorlopig een dossier dat beleggers scherp in de gaten moeten houden.







































































































































