Miljarden vliegen de lucht in: dit is Europa’s drone-obsessie
- J. van den Poll
- 11 uur geleden
- 6 minuten om te lezen
In het kort:
Oorlogvoering verschuift razendsnel van hardware naar software: drones, autonomie, data en snelle iteratie zijn nu kernonderdelen van Europese defensie en industriebeleid.
Niet alleen defensiereuzen profiteren; juist jonge bedrijven in autonomie, AI en counter-UAS bieden het grootste groeipotentieel.
EU-beleid en financiering versnellen schaal en toepassing, met de sterkste budgetgroei bij drones, autonomie en anti-dronecapaciteit.
Europa is in recordtempo wakker geschud door een simpele realiteit. Oorlogvoering is steeds vaker een softwareprobleem geworden. Drones, autonome sensoren, zwermtechnologie en slimme tegenmaatregelen zijn geen niche meer, maar vormen inmiddels een kernonderdeel van defensieplannen en van de Europese industriepolitiek. Waar vroeger hardware en zware platforms domineerden, ligt de nadruk nu steeds meer op data, software en snelle aanpassing.
De vraag die beleggers en ondernemers zich daardoor stellen is welke bedrijven profiteren van deze omslag. Daarbij gaat het niet alleen om de bekende defensiereuzen, maar juist ook om jonge spelers waar het groeipotentieel het grootst kan zijn.
Levering Militaire drones door de jaren heen.

Waarom drones en autonomie nu de nieuwe munitie zijn
Drones zijn zo dominant geworden omdat zij meerdere structurele problemen tegelijk oplossen. Een van de belangrijkste redenen is kostenasymmetrie. Met een relatief goedkope drone kan een tegenstander een extreem dure verdediging forceren. Europese beleidsmakers benoemen dit expliciet als reden om te investeren in een bredere en betaalbaardere anti-dronecapaciteit.
Daarnaast draait moderne drone-oorlogvoering om schaal. Het gaat steeds minder om één perfect ontworpen platform en steeds meer om aantallen, snelheid en voortdurende iteratie. Hardware verliest snel zijn onderscheidend vermogen en krijgt zijn waarde vooral via software-updates die functionaliteit uitbreiden en aanpassen aan nieuwe dreigingen.
Autonomie vormt hierin de volgende cruciale stap. De overgang van volledig op afstand bestuurde systemen naar drones die deels zelfstandig kunnen navigeren, detecteren en samenwerken maakt inzet mogelijk in omgevingen met zware elektronische verstoring. Juist in situaties met jamming, GPS-problemen en hoge tempo’s wordt autonomie een voorwaarde in plaats van een luxe.
Deze ontwikkeling vertaalt zich direct naar Europese plannen. Initiatieven zoals de zogenoemde drone wall of het European Drone Defence Initiative sturen aan op een netwerk van sensoren, jammers en onderscheppers. Volgens berichtgeving is het doel om eind 2026 een eerste operationele capaciteit te hebben en eind 2027 volledig operationeel te zijn.

EU-geld en beleid als brug naar schaal
Europa probeert deze technologische omslag niet alleen via nationale defensiebudgetten te realiseren. Ook op Europees niveau wordt actief gestuurd met beleid en financiering. Via het European Defence Fund mobiliseerde de Europese Commissie in de 2024-editie 910 miljoen euro voor 62 projecten, met een duidelijke nadruk op drones en drone-defence.
In maart 2024 presenteerde de Commissie daarnaast de eerste Europese defensie-industriestrategie, bekend als EDIS, en stelde zij EDIP voor als uitvoeringsinstrument. De Raad communiceerde later een financieel pakket van 1,5 miljard euro voor de periode 2025 tot en met 2027. Dit geld is bedoeld om de industriële paraatheid te vergroten en gezamenlijke inkoop te stimuleren.
Ook kunstmatige intelligentie speelt hierin een steeds grotere rol. Het Europees Parlement wijst op een groeiend aantal EDF- en PESCO-projecten waarin AI direct wordt geïntegreerd in militaire capaciteiten. De onderliggende doelstelling is duidelijk. Brussel probeert het bekende valley of death-probleem te verkleinen, waarbij innovaties blijven steken tussen demonstratie en daadwerkelijke productie.
Waar zit de groei in de waardeketen
Wanneer autonome defensiesystemen worden ontleed, ontstaat een waardeketen met meerdere lagen waar groei en marges kunnen ontstaan. Aan de basis staan de platforms zelf. Dit zijn onbemande systemen in de lucht, op land, op zee en onder water. Hoewel deze platforms noodzakelijk zijn, verschuift de echte waarde steeds meer naar wat erop en eromheen zit.
De tweede laag bestaat uit autonomie en software, vaak aangeduid als software-defined defence. Hier gaat het om perceptie via computer vision, autonome navigatie, missieplanning en samenwerking tussen meerdere systemen. Deze laag bepaalt hoe snel systemen kunnen worden aangepast en hoe hoog de overstapkosten voor klanten zijn.
Daarboven ligt de command- en communicatielaag, waarin sensoren, drones, radars en effectors met elkaar worden verbonden. In Europese discussies rond toekomstige luchtmachtconcepten verschuift de focus steeds nadrukkelijker richting een cloud-achtige commandostructuur waarin informatie realtime wordt gedeeld.
Een vierde laag bestaat uit sensoren en elektronica. Radars, elektro-optische en infraroodsensoren, RF-detectie, datalinks, edge computing en cybersecurity vormen de technische ruggengraat van autonome systemen.
Tot slot is er de snelgroeiende markt voor counter-UAS. Deze combineert detectie, elektronische verstoring en fysieke onderschepping. De vraag naar dit soort systemen explodeert door incidenten rond kritieke infrastructuur, luchthavens en militaire bases. Juist hier zien veel defensiebudgetten momenteel de sterkste groei.
Defensie-aandelen in Europa en de rol van drones
Binnen grote spelers verschilt de blootstelling aan drones en autonomie aanzienlijk. Op het gebied van counter-UAS en luchtverdediging speelt Rheinmetall een prominente rol met systemen die troepen beschermen tegen drones. Nederland koos bijvoorbeeld voor de Skyranger 30. Hensoldt levert hiervoor onder meer SPEXER-radars die in zulke systemen worden geïntegreerd.
Ook het UAV-ecosysteem ontwikkelt zich snel. Leonardo kondigde een joint venture aan met Baykar voor de productie van drones, wat wordt gezien als een signaal dat Europa sneller capaciteit wil opbouwen. Tegelijkertijd kijken grote spelers naar volgende generatie drones, zoals onbemande wingmen en remote carriers. Airbus toonde een dergelijk concept en Reuters meldde gesprekken tussen Saab en Airbus over samenwerking op dit gebied.
Daarnaast lopen grote Europese droneprogramma’s zoals Eurodrone of MALE RPAS door. Deze projecten hebben een lange looptijd en zijn strategisch van belang voor Europese autonomie, maar bieden beleggers minder directe blootstelling aan snelle groei in autonome technologie.
De EuroDrone een remote piloted aircraft system:

Jonge Europese groeibedrijven en hun hefboom
Het grootste groeipotentieel ligt vaak bij jonge bedrijven die zich volledig richten op autonomie, software en snelle inzetbaarheid. Een van de meest besproken voorbeelden is Helsing uit Duitsland. Dit bedrijf haalde in juni 2025 600 miljoen euro op en werd daarbij gewaardeerd rond 12 miljard dollar. Volgens berichtgeving breidt Helsing zijn AI-software uit van analyse naar directe toepassing op drones, vliegtuigen en onderzeeboten.
Ook Quantum Systems uit Duitsland groeide snel. Het bedrijf haalde eind november 2025 180 miljoen euro op en zag zijn waardering meer dan verdrievoudigen tot boven de 3 miljard euro. De groei wordt nadrukkelijk gekoppeld aan toenemende drone-dreiging en verstoringen rond luchthavens.
Een ander type startup richt zich specifiek op betaalbare drone-interceptors. Nordic Air Defence uit Zweden probeert het probleem van dure verdediging tegen goedkope drones op te lossen. Het bedrijf haalde aanvullende financiering op en positioneert zich met compacte onderscheppers die schaalbaar moeten zijn.
Deze startups zijn interessant omdat zij vaak dual-use technologie ontwikkelen die zowel civiel als militair toepasbaar is. Dat kan helpen bij schaal en cashflow. Ze richten zich op snelle inzet in plaats van langdurige ontwikkeltrajecten en benadrukken hun rol binnen een Europese, soevereine toeleveringsketen. Tegelijkertijd zijn veel van deze bedrijven privé, waardoor beursbeleggers vooral indirecte exposure krijgen via grote defensiebedrijven, via smallcaps of via private markten met hogere drempels en minder liquiditeit.
Smallcaps en pure plays op de beurs
Wie specifiek zoekt naar drones op de Europese beurs komt vaak uit bij kleinere en beweeglijkere bedrijven. Parrot, genoteerd in Parijs, profileert zich als leverancier van professionele micro-UAV’s en mappingoplossingen. In 2025 kwam er nieuws over groei die werd gedreven door militaire en overheidsvraag, onder meer rond ANAFI-systemen.
Parrot beleefde een goed beursjaar en steeg wel 96% in 2025.

Ook Drone Volt, genoteerd op Euronext Growth, presenteert zich als fabrikant van professionele drones. Dit soort bedrijven biedt meer hefboom richting het drone-thema, maar brengt ook grotere risico’s met zich mee. Lagere liquiditeit, mogelijke verwatering en projectmatige omzet maken deze aandelen gevoeliger voor tegenvallers.
Structureel thema met cyclische risico’s
Autonome systemen en drones vormen een structureel thema, gedreven door beleid, budgetten en geopolitieke dreiging. Tegelijkertijd blijft het een sector die gevoelig is voor sentiment en scherpe correcties, vooral bij smallcaps en private waarderingen. Wie zich in dit thema begeeft, moet daarom zowel de lange termijnkansen als de kortetermijnrisico’s onder ogen zien.
Ook voor particuliere beleggers die willen inspelen op dit structurele defensiethema speelt efficiëntie een steeds grotere rol. Juist bij internationale aandelen, smallcaps en thematische posities kunnen kosten op termijn een merkbaar effect hebben op het uiteindelijke rendement.
In dat licht werd MEXEM door Brokerskiezen.nl uitgeroepen tot beste allround broker van 2025. Beleggers handelen er met valutakosten van 0,005%, tegenover circa 0,25% bij DEGIRO en SAXO Bank, een verschil dat bij actief en internationaal beleggen kan oplopen tot honderden of zelfs duizenden euro’s per jaar. Daarmee geldt MEXEM voor veel beleggers als de meest complete keuze voor wie lage kosten en internationale spreiding belangrijk vindt.







































































































































Opmerkingen