ING profiteert niet automatisch van hogere rente want spaarders bepalen de marge
In het kort
ING noteert op 23 september 2026 rond €31,77 op Euronext Amsterdam. De Amerikaanse en Europese lange rente liepen die dag verder op na sterke economische cijfers. Voor een bank klinkt dat positief, maar hogere rente is alleen gunstig wanneer de opbrengst op leningen en beleggingen sneller stijgt dan de vergoeding op deposito's, hedgekosten en kredietverliezen. ING groeide in het tweede kwartaal sterk, met €1,95 miljard nettowinst en €15,9 miljard extra deposito's. De huidige waardering van ongeveer 1,8 keer de boekwaarde vraagt echter dat de bank de hogere winstgevendheid vasthoudt.
Sinds de vorige behandeling op 22 september heeft ING geen nieuw kwartaalbericht of materiële bedrijfsupdate gepubliceerd. Het actuele nieuws is de rentebeweging. Lange rentes stegen op 23 september door sterker dan verwachte Amerikaanse diensten- en industriegegevens. Voor ING is de Amerikaanse tienjaarsrente niet rechtstreeks de prijs van elke lening, maar het wereldwijde renteklimaat beïnvloedt wel swaprentes, obligaties, hypotheekprijzen en de waardering van banken.
De fout die beleggers vaak maken is eenvoudig: rente omhoog, bankwinst omhoog. In werkelijkheid beheert ING een balans waarin activa en passiva op verschillende momenten opnieuw worden geprijsd. Leningen kunnen jaren vaststaan, deposito's zijn vaak dagelijks opvraagbaar en hedges verschuiven inkomsten tussen perioden. De richting van de rente zegt daarom minder dan de snelheid waarmee klanten, leningen en derivaten reageren.
De depositobèta is de verborgen variabele
Depositobèta is het deel van een marktrentebeweging dat een bank doorgeeft aan spaarders. Wanneer de relevante marktrente 1 procentpunt stijgt en de spaarrente met 0,4 procentpunt meebeweegt, is de bèta 40 procent. Een lage bèta is gunstig voor de rentemarge, maar kan klanten naar geldmarktfondsen, deposito's of concurrenten duwen. Een hoge bèta beschermt de klantrelatie, maar maakt financiering duurder.
ING rapporteerde in het tweede kwartaal €15,9 miljard netto instroom van deposito's. Dat is strategisch waardevol. Een brede depositobasis verlaagt de afhankelijkheid van obligatiefinanciering. Maar groei alleen is niet genoeg: de prijs van die deposito's bepaalt hoeveel voordeel bij de bank blijft. Als €700 miljard aan rentegevoelige financiering gemiddeld 0,25 procentpunt duurder wordt, kost dat op jaarbasis ongeveer €1,75 miljard vóór hedges en volumegroei.
Hetzelfde geldt aan de activakant. Wanneer €600 miljard aan rentegevende activa 0,35 procentpunt meer oplevert, is de bruto-opbrengst ongeveer €2,1 miljard hoger. Na €1,75 miljard extra financieringskosten blijft slechts €350 miljoen over. Een iets hogere depositobèta kan het voordeel dus snel wegnemen.
Groei helpt, maar alleen als de kredietkwaliteit standhoudt
ING boekte in het tweede kwartaal €15,2 miljard netto groei van de kernkredietverlening. Dat ondersteunt toekomstige rente-inkomsten. De totale inkomsten stegen 10 procent en de winst vóór belasting kwam uit op €2,92 miljard, 23 procent meer dan een jaar eerder. De nettowinst bedroeg €1,95 miljard.
Sterke kredietgroei in een laat-cyclische economie verdient wel een tweede blik. Een hogere lange rente kan marges verbeteren, maar maakt herfinanciering voor bedrijven en huishoudens duurder. De eerste fase is hogere rente-inkomsten. De tweede fase kan meer betalingsachterstand of lagere vraag naar leningen zijn. Een bank verdient pas duurzaam meer wanneer de extra marge groter is dan de extra kredietverliezen.
Stel dat de netto rentebaten door herprijzing €1 miljard stijgen. Een toename van voorzieningen met €600 miljoen en €150 miljoen extra operationele kosten laat nog €250 miljoen vóór belasting over. Bij een ongunstiger kredietcyclus kan het hele voordeel verdwijnen. Daarom hoort een renteanalyse altijd samen te gaan met verliespercentages en kapitaalbuffers.
De balans werkt met vertraging
ING dekt renterisico af met derivaten en spreidt herprijzing over jaren. Dat stabiliseert de winst, maar betekent ook dat een rentebeweging vandaag niet volledig in het volgende kwartaal zichtbaar wordt. Een deel van goedkope hedges loopt af en wordt tegen nieuwe tarieven vervangen. Een deel van de hypotheekportefeuille wordt pas bij verhuizing of het einde van de rentevaste periode opnieuw geprijsd.
Voor beleggers zijn drie looptijden relevant. Direct reageren vrij opneembare deposito's en marktfinanciering. Binnen één tot drie jaar reageren aflopende zakelijke leningen, hypotheken en hedges. Op langere termijn verschuift de hele balans. Wie alleen naar de actuele rentecurve kijkt, mist dus het kasstroompad.
De depositogroei van €15,9 miljard is positief wanneer die middelen tegen aantrekkelijke tarieven kunnen worden uitgezet. Wanneer ING uit concurrentiedruk de vergoeding versneld verhoogt terwijl veel leningen nog vaststaan, kan de marge tijdelijk dalen. De interactieve module laat precies die kloof zien.
Wat de huidige waardering vraagt
ING's boekwaarde per aandeel lag rond €17,57. Bij €31,77 betaalt de markt ongeveer 1,81 keer de boekwaarde. Dat is een stevige waardering voor een Europese bank. De verhouding kan gerechtvaardigd zijn als het rendement op tastbaar eigen vermogen langdurig ruim boven de kapitaalkosten ligt, de kredietverliezen beheersbaar blijven en overtollig kapitaal via dividend of inkoop naar aandeelhouders stroomt.
Een eenvoudige omgekeerde som helpt. Bij een vereiste opbrengst van 10 procent en een structurele groei van de boekwaarde van 3 procent past volgens een Gordon-benadering een koers-boekwaardeverhouding van ongeveer 1,7 wanneer het duurzame rendement op eigen vermogen rond 15 procent ligt. Voor 1,8 keer boekwaarde is bij dezelfde groei en kapitaalkosten ongeveer 15,6 procent duurzaam rendement nodig. Dat is haalbaar in een gunstige rentefase, maar niet vanzelfsprekend door de cyclus heen.
Dividend en aandeleninkoop mogen daarbij niet dubbel worden geteld. Uitkeringen verlagen de boekwaarde maar leveren de aandeelhouder cash. In de koersscenario's modelleren we alleen boekwaardegroei na uitkeringen. Het dividend van ongeveer €1,14 per aandeel staat los van de mogelijke koers en telt alleen mee voor totaalrendement.
Drie scenario's voor 2027, 2028 en 2029
De koersscenario's gebruiken boekwaarde per aandeel maal een koers-boekwaardemultiple. Het startpunt is €17,57. In het zwakke scenario groeit de boekwaarde 1 procent per jaar en betaalt de markt 1,30 keer. Dat geeft mogelijke koersen van ongeveer €23,07 in 2027, €23,30 in 2028 en €23,54 in 2029. In het middenscenario groeit de boekwaarde 4 procent per jaar en is de multiple 1,65. Dan volgen ongeveer €30,15, €31,36 en €32,61. In het gunstige scenario groeit de boekwaarde 7 procent per jaar en blijft de multiple 1,90. Dan komen €35,72, €38,22 en €40,90 in beeld.
Dit zijn scenario's, geen koersdoelen. Peildatum is 23 september 2026 en valuta is euro. Het mogelijke dividend is niet in de koers opgenomen en moet voor totaalrendement afzonderlijk worden toegevoegd. Aandeleninkoop werkt alleen via de boekwaarde per aandeel en wordt niet nog een keer als extra rendement opgeteld.
Wat er mis kan gaan
Het sterkste positieve argument is dat ING een brede, goedkope depositobasis en sterke digitale distributie heeft. In het tweede kwartaal kwamen er 377.000 mobiele primaire klanten bij. Meer primaire relaties geven ruimte voor leningen, betalingen en provisie-inkomsten naast de rentemarge. Wanneer deposito's blijven groeien en de kredietkwaliteit goed blijft, kan de winst hoger blijven dan in het lage-rentetijdperk.
Het sterkste negatieve argument is dat concurrentie om spaargeld met vertraging komt. Banken kunnen eerst profiteren van hogere rente en later alsnog meer moeten doorgeven. Tegelijk kan een hoge lange rente vastgoedwaarderingen, bedrijfsfinanciering en hypotheekvolumes raken. Regelgevers kunnen bovendien hogere kapitaaleisen stellen wanneer risico's oplopen. Een koers van 1,8 keer boekwaarde laat weinig ruimte voor een combinatie van margedruk en hogere voorzieningen.
Mijn oordeel
Hogere rente is voor ING geen gratis winst. De bank profiteert wanneer activa sneller herprijzen dan deposito's, hedges en kredietrisico. De cijfers over het tweede kwartaal zijn sterk, maar bij €31,77 betaalt de belegger al voor een structureel hoog rendement op eigen vermogen. De komende kwartalen zijn daarom de depositobèta, de netto rentebaten en de kosten van kredietrisico belangrijker dan de richting van één staatsrente.
Gebruikte bronnen zijn ING's kwartaalbericht over het tweede kwartaal van 2026 en marktgegevens over de rentebeweging van 23 september. De koers van het gewone aandeel ING Groep, ISIN NL0011821202, is gemeten op Euronext Amsterdam op 23 september 2026 om 17.39 uur: €31,77. Foto: Steven van Rijswijk, officieel ING-persportret.






































































































































Opmerkingen