Pas op met de goedkope iShares Core S&P 500 ETF want 30 keer de winst is geen koopje
In het kort
CSPX is een efficiënte manier om vijfhonderd grote Amerikaanse ondernemingen te bezitten, maar spreiding wist waardering en valutarisico niet uit. De ETF noteert op €733,50, rekent 0,07% per jaar en herbelegt dividend. De onderliggende portefeuille staat op 30,33 keer winst en bestaat voor 38,94% uit technologie. Wie vandaag koopt, rekent dus op winstgroei, een blijvend hoge multiple of hulp van de dollar.
De iShares Core S&P 500 UCITS ETF is groot, goedkoop en operationeel eenvoudig. Juist daarom wordt hij vaak behandeld alsof de aankoopprijs minder belangrijk is. Dat is onjuist. Een ETF haalt het ondernemingsrisico van één aandeel weg, maar niet het waarderingsrisico van de hele markt.
Op 23 september om 15.08 uur CEST noteerde de Amsterdamse lijn CSPX op Euronext op €733,50, tegenover een vorige slotkoers van €731,80. De koers is een momentopname. Het gaat om ISIN IE00B5BMR087, een in Ierland gevestigde fysieke UCITS-ETF met basisvaluta dollar en een accumulerende shareclass. Het is dezelfde economische shareclass die in Londen in dollars als CSPX en op Xetra in euro’s als SXR8 wordt verhandeld. Deze analyse gebruikt expliciet de Amsterdamse eurolijn CSPX, Reuters-code CSP1.AS.
Goedkoop fonds betekent niet goedkope portefeuille
BlackRock rapporteerde per 22 september $156,44 miljard vermogen in deze shareclass, 186,8 miljoen uitstaande participaties en 504 posities. De totale kostenratio is 0,07% per jaar. Dividend wordt niet uitgekeerd maar binnen het fonds herbelegd. Dat voorkomt geen dividendbelasting in de keten en verandert niets aan box 3, maar het houdt de cash automatisch belegd.
Het fonds repliceert fysiek. Het bezit dus de onderliggende aandelen in plaats van het rendement uitsluitend met een swap na te bootsen. Dat beperkt tegenpartijafhankelijkheid, al blijven bewaarrisico en effectenlening bestaan. iShares rapporteerde over het laatste boekjaar gemiddeld 2,59% van het vermogen uitgeleend en 109,49% onderpand tegenover die leningen. De opbrengst daarvan was afgerond 0,00%.
De kosten zijn laag, maar de portefeuille is duur. Op 21 september rapporteerde iShares een koers-winstverhouding van 30,33 en een koers-boekwaarde van 5,71. De winstyield, de omgekeerde koers-winstverhouding, is daarmee ongeveer 3,30%. Dat is geen verwacht jaarrendement: winst kan groeien, multiples kunnen veranderen en een deel van de winst blijft in ondernemingen.
Over lange periodes is 0,07% een klein maar echt verschil. Bij €50.000 en een bruto rendement van 7% scheelt de kostenratio na twintig jaar ongeveer enkele duizenden euro’s tegenover een theoretisch gratis fonds. De grotere onzekerheid blijft echter marktwaardering: één multiplepunt op 30,33 is ongeveer 3,3% van de koers.
De index is breed in namen maar zwaar in technologie
Een fonds met 504 posities lijkt vanzelf evenwichtig. De economische blootstelling is minder gelijk verdeeld. Informatietechnologie woog op 21 september 38,94%, financiële waarden 11,74% en communicatiediensten 10,07%. Gezondheidszorg was 9,14%. Vier sectoren bepaalden dus bijna 70% van het fonds.
Technologie is niet één bedrijf. Chips, software, cloud en hardware hebben verschillende marges en cycli. Toch delen grote posities een gevoeligheid: hoge verwachtingen rond AI-investeringen en toekomstige productiviteit. Wanneer winstgroei tegenvalt, kan dezelfde teleurstelling meerdere indexzwaargewichten tegelijk raken.
Daar staat echte kwaliteit tegenover. De S&P 500 bevat ondernemingen met schaal, wereldwijde omzet en toegang tot goedkoop kapitaal. Verliezers worden uiteindelijk vervangen, winnaars krijgen door hun stijgende marktkapitalisatie vanzelf een groter gewicht. Dat mechanisme is krachtig, maar ook procyclisch: de ETF koopt niet bewust goedkoop; hij geeft het meeste gewicht aan wat al groot is geworden.
De module splitst de portefeuille in technologie en de rest. Een daling van 20% in technologie kost bij onveranderde overige posities ongeveer 7,8% fondswaarde. Dat is spreiding, maar geen immuniteit. Vijfhonderd regels in een holdingsbestand zijn niet hetzelfde als vijfhonderd gelijke risico’s.
De sterke tegenwerping is dat sectorwegingen juist de economie volgen. Wanneer technologie jarenlang sneller groeit, hoort haar gewicht toe te nemen. Een gelijkgewogen fonds zou voortdurend winnaars verkopen en verliezers bijkopen. CSPX is daarom geen fout geconstrueerde ETF. De belegger moet alleen begrijpen dat marktweging een keuze is, geen neutraal natuurverschijnsel.
De eurokoers kan het beleggingsresultaat omdraaien
De Amsterdamse participatie wordt in euro’s afgerekend, maar de onderliggende ondernemingen en de fondsboekhouding zijn voornamelijk dollarblootstelling. De shareclass is niet valuta-afgedekt. Een euroticker verwijdert het dollarrisico dus niet.
Wanneer de S&P 500 in dollars 10% stijgt en de dollar 8% verzwakt tegenover de euro, blijft voor de eurobelegger mechanisch ongeveer 1,2% over: 1,10 × 0,92 − 1. Andersom kan een sterkere dollar een matig beursjaar verzachten. Op korte termijn kan valuta het aandelenrendement domineren. Op lange termijn werken omzetvaluta, kostenvaluta en waarderingen door elkaar, zodat de simpele vermenigvuldiging een nuttig rekenmodel is maar geen perfecte economische ontleding.
Wie bij een Nederlandse broker de Amsterdamse lijn koopt, heeft geen aparte dollartransactie nodig. Dat kan wisselkosten bij aankoop beperken. De ondernemingen binnen het fonds blijven echter wereldwijd in dollars gewaardeerd. Ook de NAV van $837,47 op 22 september kan niet één op één met de beurskoers van €733,50 worden vergeleken zonder de euro-dollarverhouding en timing mee te nemen.
Wat moet de S&P 500 waarmaken
Bij een koers-winstverhouding van 30,33 betaalt de belegger voor ongeveer €24,18 aan onderliggende jaarwinst per participatie, wanneer de gerapporteerde look-throughmultiple op de eurolijn wordt toegepast. Dit is een modelvertaling, geen officiële ETF-winst per aandeel en geen uitkeerbaar bedrag. Bedrijven houden een deel van de winst vast, kopen aandelen in of keren dividend uit.
De reverse valuation begint bij het verlangde rendement. Voor 8% jaarlijks koersrendement tot september 2029 moet €733,50 groeien naar ongeveer €924. Wanneer de multiple dan normaliseert naar 25, moet de onderliggende winst per participatie ongeveer €36,96 bedragen. Dat vraagt circa 15,2% winstgroei per jaar vanaf de modelbasis. Bij een eindmultiple van 28 daalt die eis naar ongeveer 11,9%. Een zwakkere dollar zou extra winstgroei vereisen.
Dat is niet onmogelijk. De winstgroei van Amerikaanse megacaps kan hoog blijven door AI, productiviteit en aandeleninkoop. Maar de vereiste groei zit niet gelijk over 500 bedrijven verdeeld. Een groot deel moet komen van de zwaarste ondernemingen. Wanneer juist hun investeringen sneller groeien dan hun vrije kasstroom, kan de indexwinst achterblijven terwijl de economie als geheel nog prima draait.
Een tweede tegenargument is dat koers-winstverhoudingen vaak op achterlopende winst zijn gebaseerd. Wanneer winsten hard stijgen, daalt de multiple vanzelf zonder koersdaling. Dat klopt. Het is precies waarom een reverse analyse beter werkt dan “30 keer is te duur”. De vraag is niet of 30,33 historisch hoog oogt, maar welke winstgroei nodig is om een redelijk rendement over te houden bij een normalere eindwaardering.
Drie scenario’s voor de komende drie jaar
De scenario’s zijn rekenpaden met uiteenlopende aannames voor winstgroei, multiple en valuta. De formule is: koers in jaar t = €733,50 × (1 + winstgroei)^t × eindmultiple / 30,33 × cumulatieve valutafactor. Omdat dividend in deze shareclass wordt herbelegd, is de gemodelleerde koers ook de praktische vermogenswaarde vóór belasting en transactiekosten. Er is geen apart cashdividend bij opgeteld.
In het ongunstige scenario groeit de onderliggende winst niet, daalt de multiple stapsgewijs richting 22 en versterkt de euro. In het middenscenario groeit de winst 7% per jaar, normaliseert de multiple richting 28 en blijft valuta per saldo vlak. In het gunstige scenario groeit de winst 12%, blijft de multiple rond 32 en verzwakt de euro jaarlijks 3%.
De uitkomsten laten zien dat een goede index niet automatisch een goede instapprijs biedt. In het middenpad groeit de onderliggende winst degelijk, maar levert multiplecompressie aanvankelijk weinig koerswinst. Het gunstige pad vereist zowel winstgroei als een blijvend royale waardering. Het ongunstige pad heeft geen recessie nodig; vlakke winst, een sterkere euro en een lagere multiple zijn genoeg.
Voor een maandelijkse langetermijnbelegger is dat geen argument om de ETF te vermijden. Periodieke aankopen spreiden het waarderingsmoment. Voor iemand die vandaag een groot bedrag in één keer belegt, is de huidige multiple wel degelijk relevant. Cash aanhouden verlaagt het marktrisico maar introduceert het risico dat de markt verder stijgt. Een gefaseerde aankoop is geen gratis rendement, wel een manier om het instapmoment minder dominant te maken.
Voor wie CSPX wel en niet logisch is
CSPX past bij een belegger die Amerikaanse largecaps als kern wil, dividend automatisch wil herbeleggen en lage kosten belangrijk vindt. De Amsterdamse eurolijn is praktisch bij een eurorekening. De ETF is minder logisch als volledige wereldportefeuille: hij bezit geen ontwikkelde markten buiten de VS en geen opkomende markten. Ook smallcaps ontbreken.
Wie al veel losse Amerikaanse technologieaandelen bezit, krijgt via CSPX extra blootstelling aan dezelfde winnaars. De naam “S&P 500” maakt die overlap niet kleiner. Wie juist een brede wereld-ETF bezit, heeft de S&P 500 meestal al voor een groot gewicht in de portefeuille. Een tweede positie in CSPX is dan een bewuste overweging van de Verenigde Staten, geen extra spreiding.
De kwaliteit van het product staat niet ter discussie; de prijs van de onderliggende markt wel. Een TER van 0,07% kan een waarderingsdaling van 20% niet verzachten. CSPX is een uitstekende machine om het rendement van de S&P 500 te ontvangen. Hij kan niet bepalen of de S&P 500 vanaf €733,50 een aantrekkelijk rendement oplevert.
Peildatum koers: 23 september 2026 om 15.08 uur CEST, Euronext Amsterdam. Fondsdata: iShares, 21 en 22 september 2026. Foto: Larry Fink tijdens een ontmoeting met Europees commissaris Valdis Dombrovskis op 29 april 2025, Kena Betancur/Europese Commissie, CC BY 4.0, via Wikimedia Commons; uitsnede. Dit artikel is geen persoonlijk beleggingsadvies.








































































































































Opmerkingen