Reken mee wat de Vanguard S&P 500 ETF nog kan opleveren nu de Amerikaanse rente de waardering onder druk zet
In het kort
VUSA sloot op 23 september 2026 op €128,37 in Amsterdam. Diezelfde dag liep de Amerikaanse tienjaarsrente op tot ongeveer 5,1% nadat de voorlopige S&P Global-inkoopmanagersindices wezen op de sterkste groei in jaren én hogere kostendruk. Voor een S&P 500-ETF is dat belangrijker dan een losse beursdag. Bij een portefeuillekoers-winstverhouding van ongeveer 25,2 keer is het winstrendement slechts 4,0%. Een belegger accepteert dus minder lopende winst dan de rente op een Amerikaanse staatslening, in ruil voor toekomstige winstgroei.
Dit artikel behandelt de Vanguard S&P 500 UCITS ETF USD Distributing, ISIN IE00B3XXRP09, de EUR-notering VUSA op Euronext Amsterdam. De fondsvaluta is USD, het dividend wordt per kwartaal uitgekeerd en de lopende kosten bedragen 0,07%. De Amsterdamse eurokoers verwijdert het dollarrisico niet; hij vertaalt het dagelijks in euro’s.
Sterke economie kan slecht nieuws zijn voor multiples
De flash PMI voor Amerikaanse diensten steeg in september naar 58,7 en die voor de industrie naar 56,7. Boven 50 wijst op groei. De samengestelde index kwam rond 58,4 uit. Volgens S&P Global ging dat gepaard met hogere inputkosten en verkoopprijzen. De markt vertaalde die combinatie in een hogere lange rente.
Voor aandelen werkt rente via twee kanalen. Ten eerste wordt toekomstige winst tegen een hogere discontovoet minder waard. Dat raakt vooral bedrijven waarvan een groot deel van de waarde ver in de toekomst ligt. Ten tweede krijgt een belegger een aantrekkelijker alternatief. Als een veilige obligatie rond 5,1% biedt, moet een aandelenportefeuille met een winstrendement van 4,0% overtuigend groeien om het extra risico te rechtvaardigen.
Dat betekent niet dat aandelen automatisch dalen zodra de rente stijgt. Een sterke economie kan bedrijfswinsten verhogen. Het spanningsveld zit in de vraag of de winstgroei sneller gaat dan de multiple krimpt. VUSA bevat grote, winstgevende technologiebedrijven die pricing power en sterke balansen hebben. Tegelijk is de index geconcentreerd: dezelfde ondernemingen die de winstgroei dragen, bepalen een groot deel van de waardering.
Wat koop je precies?
VUSA volgt fysiek de S&P 500. De belegger bezit via het Ierse fonds aandelen van vijfhonderd grote Amerikaanse bedrijven. De shareclass keert dividend per kwartaal uit. Vanguard meldde voor de betaling van 30 september een uitkering van $0,3096 per aandeel, met ex-dividenddatum 17 september. Samen met de drie voorgaande betalingen komt de trailing uitkering op circa $1,2619. Afgezet tegen de NAV van $147,0592 op 22 september is dat ongeveer 0,86%.
Dat lage dividendrendement zegt niet dat ondernemingen weinig kas teruggeven. Een deel gebeurt via aandeleninkoop en een deel blijft in het bedrijf voor groei. Voor de ETF-belegger telt uiteindelijk de combinatie van winstgroei, waarderingsverandering, dividend, kosten en valuta.
De fondsstructuur verdient aandacht. De ETF noteert in euro’s, maar de onderliggende ondernemingen verdienen en rapporteren hoofdzakelijk in dollars. Als de dollar 10% daalt tegenover de euro en de Amerikaanse aandelenkoersen in dollars gelijk blijven, daalt de euro-NAV grofweg mee. Handelsvaluta en economisch valutarisico zijn dus verschillende begrippen.
De aandelenrisicopremie is ongewoon smal
Met 25,2 keer winst bedraagt het omgekeerde, de earnings yield, 3,97%. Tegen een Amerikaanse tienjaarsrente van ongeveer 5,1% is de eenvoudige yield gap negatief. Dat is geen perfecte maatstaf: aandelenwinsten kunnen groeien, obligatiecoupons niet. Ook is de portefeuille-P/E een momentopname per 31 augustus en de rente een actuele marktstand op 23 september. Juist daarom is de vergelijking nuttig als signaal, niet als koop- of verkoopregel.
Om vanuit 3,97% winstrendement een redelijk totaalrendement te behalen, moet winstgroei veel werk doen. Stel dat de multiple gelijk blijft, de winst 7% groeit, het dividend 0,86% bedraagt en de kosten 0,07% zijn. Dan ligt het theoretische jaarresultaat rond 7,8% vóór valuta. Daalt de multiple van 25,2 naar 22 in drie jaar, dan kost die herwaardering ongeveer 4,4 procentpunt per jaar. De winstgroei compenseert dat maar gedeeltelijk.
De omgekeerde redenering is belangrijk. Wie 8% jaarlijks koersrendement wil en in 2029 een multiple van 22 verwacht, heeft vanaf de huidige prijs ongeveer 13% winstgroei per jaar nodig. Bij een eindmultiple van 25 is circa 8% groei voldoende. De rente bepaalt dus niet rechtstreeks de koers, maar beïnvloedt de multiple die beleggers redelijk vinden.
Concentratie maakt de macrogevoeligheid groter
De S&P 500 is marktgewogen. Stijgt een groot technologiebedrijf harder dan de rest, dan krijgt het automatisch meer gewicht. Dat werkt uitstekend zolang winst en koers elkaar volgen. Het maakt VUSA echter gevoeliger voor een gezamenlijke multiplecompressie bij de grootste posities.
De topbedrijven investeren samen honderden miljarden dollars in AI-infrastructuur. Dat kan toekomstige productiviteit creëren, maar de afschrijvingen en energiekosten komen eerder dan veel omzet. Een hogere kapitaalintensiteit is geen probleem zolang het rendement op die investeringen boven de kapitaalkosten blijft. Bij 5% staatsrente ligt die lat hoger dan in het nulrentetijdperk.
Daar staat tegenover dat de index zichzelf vernieuwt. Verliezers zakken in gewicht of verdwijnen; winnaars groeien. VUSA vraagt geen keuze welk AI-platform wint. De prijs voor die eenvoud is dat een belegger ook het waarderingsniveau van de hele index accepteert. Spreiding over vijfhonderd namen is geen bescherming tegen een gezamenlijke hogere discontovoet.
Valuta en dividend niet dubbel tellen
Voor een eurobelegger kan de dollar een jaarresultaat versterken of verzwakken. Het scenario rekent daarom afzonderlijk met winstgroei, multiple, EUR/USD-effect, kosten en dividend. De koersscenario’s bevatten geen dividend; het totaalrendement voegt de uitkering apart toe. Zo wordt dezelfde kasstroom niet dubbel geteld.
De TER van 0,07% is klein, maar over lange perioden zeker. Trackingverschillen kunnen bovendien worden beïnvloed door bronbelasting, transactiekosten en het moment van herbalanceren. Het fonds is fiscaal en operationeel niet identiek aan de index. Toch is het kostenverschil doorgaans veel kleiner dan het effect van een verandering van drie multiplepunten of een valutabeweging van 10%.
Wat kan deze analyse missen?
Het sterkste tegenargument is dat 5,1% rente tijdelijk kan zijn. Als inflatie snel afkoelt en de Federal Reserve later verlaagt, kan de durationwind juist weer meezitten. De grootste indexbedrijven hebben bovendien netto kas, hoge marges en wereldwijde omzet. Hun winstgroei kan een hoge multiple langer dragen dan historische gemiddelden suggereren.
Het negatieve tegenargument is dat de PMI niet alleen groei maar ook prijsdruk toont. Als nominale omzet stijgt terwijl lonen, chips, energie en financiering sneller duurder worden, komt de marge onder druk. Dan krijgt de index tegelijk een lagere winstverwachting en een lagere multiple.
Een derde onzekerheid is de dollar. Hogere Amerikaanse rente kan de dollar steunen, wat Europese beleggers beschermt. Maar bij fiscale zorgen of veranderende kapitaalstromen kan de dollar juist verzwakken. VUSA is daarmee een combinatie van Amerikaanse ondernemingswaarde en een valutapositie.
Lees ook: Vanguard S&P 500 ETF VUSA.
Waardering en drie koerspaden
De scenarioformule is: koers = €128,37 × cumulatieve winstgroei × verandering van de P/E ten opzichte van 25,2 × cumulatief valuta-effect × kostenfactor. Dividend wordt niet in de koers verwerkt. Bear gebruikt -2%, 1% en 3% winstgroei, een multiple die naar 20 daalt en 2% jaarlijkse tegenwind van de dollar. Midden gebruikt 7% winstgroei, een eindmultiple van 24 en neutrale valuta. Gunstig gebruikt 11% winstgroei, een eindmultiple van 27 en 2% jaarlijkse dollarsteun.
In het bear-scenario zijn mogelijke koersen €111 in 2027, €101 in 2028 en €97 in 2029. Midden komt uit op €134, €141 en €149. Gunstig komt uit op €153, €177 en €205. Tel voor een indicatie van totaalrendement een dividendrendement van circa 0,86% per jaar toe, verminderd met belastingen die per belegger verschillen. Dit zijn scenario’s, geen koersdoelen.
Peildatum: slot 23 september 2026, €128,37, Euronext Amsterdam, EUR. Instrument: Vanguard S&P 500 UCITS ETF USD Distributing, ISIN IE00B3XXRP09, fondsvaluta USD, kwartaaluitkering. Gebruikte bronnen zijn Vanguard, S&P Global PMI en actuele rentegegevens. Foto: officieel Vanguard-portret van CEO Salim Ramji; opnamedatum niet vermeld.






































































































































Opmerkingen