ING koopt aandelen in maar de koers vraagt blijvend hoge winst
ING koopt eigen aandelen in en groeit in klanten, kredieten en provisies, maar de beurskoers vraagt inmiddels om duurzaam hoge winstgevendheid. Op €31,70 betaalt de belegger ongeveer 1,80 keer de laatst gerapporteerde gewone boekwaarde per aandeel. Een omgekeerde waardering koppelt die premie aan een vereist rendement op eigen vermogen van ongeveer 15,6% onder expliciete aannames. Onze scenario’s voor 2027, 2028 en 2029 laten zien dat dividend belangrijk is, maar een tegenvallende waardering niet altijd opvangt.
Een bank die iedere week eigen aandelen terugkoopt, lijkt een vanzelfsprekende vriend van de aandeelhouder. Er blijven minder stukken over, zodat dezelfde winst over minder eigenaren wordt verdeeld. Maar daarmee is de hele rekensom nog niet gemaakt. De bank betaalt voor die stukken en raakt dus ook een deel van haar eigen vermogen kwijt.
Dat verschil is bij ING extra relevant nu de koers duidelijk boven de boekwaarde staat. De laatste inkoopupdate is goed nieuws voor de kapitaaldiscipline, maar geen zelfstandig bewijs dat het aandeel goedkoop is. We rekenen met het gewone aandeel ING Groep op Euronext Amsterdam, ISIN NL0011821202, in euro’s. De gecontroleerde koerspagina vermeldde op 22 september 2026 om 17.38 uur €31,70, vijftien minuten vertraagd. MarketScreener bevestigde later dezelfde slotnotering. De Amerikaanse ADR is een andere beurslijn en wordt hier niet gebruikt.
Direct naar een onderdeel van dit artikel
De nieuwe inkoopupdate is concreet maar niet onbeperkt
ING meldde op 22 september dat het in de week van 14 tot en met 18 september 1,35 miljoen aandelen had ingekocht, gemiddeld voor €31,92. Daarmee was ongeveer €779 miljoen, of 77,9%, van het programma van €1 miljard uitgevoerd. Die bedragen staan in ING’s persbericht via GlobeNewswire. De publicatiedatum is dus vandaag, de transacties vonden vorige week plaats.
Het programma zelf werd op 30 april aangekondigd. Volgens ING’s eigen programmapagina dient het om de CET1-ratio rond de doelstelling van 13% te houden en loopt het uiterlijk tot 26 oktober. De Europese Centrale Bank heeft de uitkering goedgekeurd. Dat geeft duidelijkheid over dit programma, niet over de omvang van alle toekomstige inkopen.
De betekenis voor een belegger zit in de verhouding tot de onderneming. Een miljard euro klinkt groot, maar bij een bank met miljarden aandelen is het geen jaarlijkse verdubbelaar van de winst per aandeel. Bovendien stijgt het aantal stukken dat met een vast bedrag kan worden ingekocht wanneer de koers daalt. Bij een hogere koers koopt dezelfde euro minder toekomstige winst terug.
Het goede nieuws is dat ING daadwerkelijk kapitaal teruggeeft. De kritische vraag blijft tegen welke prijs dat gebeurt en welke investeringsmogelijkheden de bank daarnaast heeft. Aandeleninkoop is een keuze tussen alternatieven: meer kredietverlening, extra buffer, dividend of minder aandelen. Geen van die alternatieven is in iedere situatie automatisch de beste.
De winst begint bij de klant die zijn bankrekening blijft gebruiken
ING verdient in de kern aan het verschil tussen de opbrengst van leningen en andere rentedragende activa en de kosten van financiering. Betaal- en spaarrekeningen zijn daarbij belangrijk. Een klant die salaris ontvangt, betalingen doet en meerdere producten gebruikt, geeft de bank doorgaans een waardevollere relatie dan een rekening waarop alleen tijdelijk geld staat voor een actierente.
De jongste resultaten, gepubliceerd op 30 juli over het tweede kwartaal, laten €1,947 miljard nettowinst en €0,68 winst per aandeel zien. De provisie-inkomsten bedroegen €1,278 miljard, 14% meer dan een jaar eerder. ING meldde 377.000 extra mobiele primaire klanten, €15,2 miljard netto kredietgroei en €15,9 miljard netto depositogroei. Het zijn gegevens uit de kwartaalpublicatie, geen nieuwe cijfers van september.
Een digitale klantrelatie kan economisch aantrekkelijk zijn doordat dezelfde infrastructuur meer klanten bedient. Dat maakt schaal mogelijk. De belofte ontstaat echter pas als nieuwe klanten voldoende inkomsten opleveren na marketing, technologie, personeel en controles. Een stijgende klantenstand op zichzelf zegt te weinig over de waarde van die relaties.
Ook provisies verdienen een nuchtere blik. Beleggen, betalen en zakelijke diensten kunnen de afhankelijkheid van rente verkleinen. Maar provisie-inkomsten zijn niet volledig ongevoelig voor de economie. Minder transacties, lagere beurskoersen of klanten die goedkopere alternatieven kiezen, kunnen de groei remmen. Een diverser inkomstenmodel is sterker dan één winstbron; het maakt de bank niet cyclisch neutraal.
Een renteverlaging heeft twee kanten van dezelfde balans
De eenvoudige gedachte dat hogere rente altijd goed is voor een bank en lagere rente altijd slecht, werkt onvoldoende. Het resultaat hangt af van de snelheid waarmee leningen, beleggingen, deposito’s en afdekkingen opnieuw worden geprijsd. Die onderdelen veranderen niet allemaal op dezelfde dag.
Als de opbrengst op activa snel daalt terwijl de spaarrente nauwelijks verder kan zakken, komt de rentemarge onder druk. Omgekeerd kan het verlagen van een relatief hoge depositorente helpen wanneer de renteopbrengst op oudere leningen nog doorloopt. De samenstelling en looptijd van de balans bepalen dus hoe een beleidsverandering doorwerkt.
Daar komt klantgedrag bij. Een bank kan spaarders minder betalen zolang gemak, vertrouwen en de betaalrelatie voldoende waarde hebben. Maar hogere renteverschillen vergroten de prikkel om geld te verplaatsen. Digitale concurrenten en geldmarktfondsen maken die vergelijking eenvoudiger. Het goedkope karakter van deposito’s is waardevol, maar niet onaantastbaar.
De module combineert twee financiële gevoeligheden. Een rentewijziging wordt toegepast op een zelf gekozen bedrag aan deposito’s; extra kredietverliezen op de gerapporteerde klantleningen. Het zijn gestileerde berekeningen vóór belasting en zonder reactie aan de andere kant van de balans. Zo voorkom je dat een dalende spaarrente automatisch als pure winst wordt geïnterpreteerd.
Kleine percentages kunnen op een grote bankbalans grote bedragen worden. Een kwart procentpunt extra rente op €100 miljard deposito’s kost bijvoorbeeld €250 miljoen per jaar voordat andere effecten meespelen. Tien basispunten extra kredietverliezen op ongeveer €762 miljard klantleningen betekenen circa €762 miljoen vóór belasting. Een mooi dividendpercentage zegt weinig zonder die gevoeligheden.
De kredietcyclus is bovendien vertraagd. Een hogere rente kan aanvankelijk de rentebaten verbeteren, terwijl financiële problemen bij klanten later zichtbaar worden. Een lage verlieslast vandaag bewijst daarom niet dat een sterke rentemarge volledig zonder toekomstige rekening komt. Voor beleggers telt de winst over de hele cyclus.
Kapitaal beschermt de franchise en begrenst de uitkering
Eind juni bedroeg ING’s CET1-ratio 13,1%, bij ongeveer €342 miljard risicogewogen activa. De kwartaalcijfers vermelden kredietkosten van 15 basispunten en een rendement op tastbaar eigen vermogen van 17% op kwartaalbasis, tegenover 14,5% over twaalf maanden. De financiële bijlagen maken duidelijk dat deze begrippen verschillende onderdelen van de bank meten.
CET1 is geen vrij opneembare kasrekening. Het kapitaal draagt kredietrisico’s en ondersteunt vertrouwen, groei en toezichtseisen. Een bank kan liquide zijn en toch terughoudend moeten zijn met uitkeren omdat het kapitaal onvoldoende meegroeit met haar risico’s. Groei in kredieten is daarom niet gratis, ook wanneer er genoeg deposito’s binnenkomen.
De officiële inkoopaankondiging noemde een geldende CET1-eis van 11,06%. Die afstand tot de ratio en de interne doelstelling mag niet volledig als uitkeerbaar overschot worden behandeld. Andere beperkingen, toekomstige risicogewichten en de gewenste veiligheidsbuffer tellen mee. We gebruiken de aprilvermelding hier als context van het goedgekeurde programma, niet als garantie dat elke eis ongewijzigd blijft.
Bij een inkoop boven boekwaarde gebeurt iets dat vaak wordt vergeten: de winst per resterend aandeel kan stijgen, terwijl de boekwaarde per resterend aandeel daalt. De module rekent met €17,57 boekwaarde en een afgeronde 2,86 miljard aandelen als illustratieve uitgangspunten. Koop tegen een hogere of lagere prijs en het verschil wordt zichtbaar. Het voorbeeld houdt de totale winst constant; misgelopen rente op uitgekeerd kapitaal is niet meegenomen.
Een hogere winst per aandeel is dus niet automatisch een even grote waardeschepping. Wie een euro eigen vermogen voor €1,80 inkoopt, moet verwachten dat het resterende bedrijf duurzaam bovengemiddeld op dat eigen vermogen rendeert. Anders is het mooie cijfer per aandeel vooral een kleinere noemer.
Lees ook: Koop je na de koersval van Goldman Sachs kwaliteit of betaal je voor een uitzonderlijk beursjaar?. De inkomstenbronnen verschillen, maar ook daar hangt de premie boven boekwaarde af van duurzame winstgevendheid.
Wat de premie boven boekwaarde van ING verlangt
De laatst gerapporteerde gewone boekwaarde bedraagt €17,57 per aandeel, per 30 juni. Tegen €31,70 is dat ongeveer 1,80 keer. We combineren gewone boekwaarde met een rendement op gewoon eigen vermogen, ROE. Het door ING gerapporteerde rendement op tastbaar eigen vermogen, ROTE, heeft een andere noemer en wordt niet zonder correctie in dezelfde formule gestopt.
Een vereenvoudigd model voor een stabiele bank luidt: koers gedeeld door boekwaarde is gelijk aan ROE minus groei, gedeeld door rendementseis minus groei. Bij een rendementseis van 10% en structurele groei van 3% vraagt 1,80 keer boekwaarde om ongeveer 15,6% duurzaam ROE. Stijgt de rendementseis naar 11%, dan wordt dat ongeveer 17,4%.
Dit is een reverse waardering, geen voorspelling van de volgende kwartaalwinst. Het model veronderstelt dat ingehouden winst de groei financiert en dat de rest wordt uitgekeerd. Bij 15,6% ROE en 3% groei hoort bijvoorbeeld grofweg 81% uitkering van de winst. Dividend en aandeleninkoop zijn in dit evenwichtsmodel bestedingen van dezelfde uitkeringsruimte, geen twee losse bonussen.
Het model helpt ook het positieve verhaal te beoordelen. Wanneer ING zijn digitale schaal, klantrelaties en provisies zo benut dat hoge winstgevendheid duurzaam wordt, hoeft een premie boven boekwaarde niet overdreven te zijn. De beurs betaalt dan voor toekomstige winst die hoger ligt dan wat een gemiddelde bank op hetzelfde kapitaal verdient.
De prijs is minder vergevingsgezind wanneer de sterke resultaten vooral voortkomen uit een gunstige rentefase en lage kredietverliezen. Een terugkeer naar een lager ROE kan dan zowel de winst als de gerechtvaardigde premie raken. De aandeelhouder loopt dubbel risico wanneer winstgevendheid en waardering tegelijk normaliseren.
Even tussendoor: als je dit interessant vindt, dit is precies wat we dagelijks doen om jou en andere beleggers te helpen. Word nu lid en krijg 50 procent korting met de code INSIDER.
Mogelijke koersen en dividenden voor de komende drie jaar
Voor de concrete scenario’s gebruiken we een afzonderlijk driejaarsmodel. De startboekwaarde is de laatst bekende €17,57; we doen geen alsof inmiddels een septemberbalans is gepubliceerd. Dat is een vereenvoudigde startproxy. Vanaf de peildatum 22 september 2026 berekenen we drie modeljaren, met koersmomenten in september 2027, 2028 en 2029.
Ieder jaar is de winst per aandeel gelijk aan de openingsboekwaarde maal het aangenomen ROE. Een deel wordt als dividend uitgekeerd; de rest verhoogt de boekwaarde. De koers is vervolgens de eindboekwaarde maal de gekozen prijs-boekwaardeverhouding. Nieuwe aandeleninkopen, netto-uitgifte en overige vermogensmutaties zijn uitgeschakeld. Zo zit dezelfde uitkering niet tegelijk in dividend én een kleinere noemer.
In het bearscenario bedraagt ROE achtereenvolgens 9%, 10% en 11%, met een uitkering van 50% van de winst. Bij waarderingen van 1,00, 1,10 en 1,15 keer boekwaarde ontstaan ongeveer €18,36, €21,21 en €23,39. De jaarlijkse modeldividenden zijn €0,79, €0,92 en €1,06. Inclusief deze contante uitkeringen is het driejaarsresultaat ongeveer min 17,5%, vóór belasting en zonder herbelegging.
In het middenscenario blijft ROE 14% en bedraagt de uitkering 65%. De markt betaalt elk jaar 1,60 keer boekwaarde. Dat geeft ongeveer €29,49, €30,93 en €32,45, met dividenden van €1,60, €1,68 en €1,76. De verkoopprijs plus ontvangen dividend ligt na drie jaar ongeveer 18,3% boven de aankoopprijs. Dat totaalpercentage is geen jaarlijks rendement en geen IRR; de dividenden worden onderweg ontvangen.
In het gunstige scenario stijgt ROE van 17% naar 18% en blijft daarna op dat niveau, met 75% uitkering. Bij 1,90, 2,00 en 2,00 keer boekwaarde volgen ongeveer €34,80, €38,28 en €40,00. De dividenden zijn €2,24, €2,47 en €2,58. Het totale driejaarsresultaat komt dan rond 49,2% uit, onder dezelfde veronderstelling van contant aangehouden dividend en vóór belasting.
Deze dividenden zijn modeluitkomsten, geen toezegging van ING. Het daadwerkelijk aangekondigde interimdividend voor 2026 bedroeg €0,40; voor Amsterdam vermeldde de financiële kalender 10 augustus als betaaldatum. Een interimuitkering mag niet zonder meer worden verdubbeld of verdrievoudigd tot een gegarandeerd jaarbedrag. De uitkering hangt samen met winst, kapitaal, beleid en goedkeuringen.
De beste bankbelegging is niet altijd de royaalste uitkeerder
ING heeft herkenbare voordelen: klantrelaties, een omvangrijke financieringsbasis en mogelijkheden om digitale dienstverlening over meer gebruikers te verdelen. De groei in provisies en primaire klanten geeft een inhoudelijke basis aan het optimistische verhaal. Het is niet uitsluitend een weddenschap op de volgende rentebeslissing.
Maar op €31,70 koop je evenmin een bank tegen een grote korting op haar laatst bekende boekwaarde. De markt rekent erop dat ING structureel bovengemiddeld blijft verdienen. Daarom wegen kredietkwaliteit, de prijs van deposito’s en kapitaaldiscipline zwaarder dan een losse aankondiging van aandeleninkoop.
Ons middenscenario biedt een positief totaalresultaat, maar weinig koersruimte wanneer de premie afneemt. Een aantrekkelijker verhouding ontstaat bij een lagere instapprijs of bij overtuigend bewijs dat een hoger ROE ook in een minder gunstige krediet- en rentefase houdbaar is. De volgende kwartaalcijfers staan voor 29 oktober op de officiële kalender. Tot die tijd is de wekelijkse inkoop tastbaar, maar de duurzame winstgevendheid blijft de belangrijkste rekening voor de aandeelhouder.






































































































































Opmerkingen