top of page

Is het herstel van BAM echt begonnen nu de bouwer eindelijk meer per opdracht verdient?

1 uur geleden
7 minuten om te lezen

In het kort

BAM laat zien dat een bouwer niet veel harder hoeft te groeien om aanzienlijk meer te verdienen. De hogere marge maakt het aandeel interessanter, maar een orderboek is nog geen kasstroom en niet ieder saldo op de bank is vrij beschikbaar. Bij een koers van €12 veronderstelt een redelijk rendement dat de verbetering meerdere jaren standhoudt. Het verschil tussen een tijdelijke projectmeevaller en een structureel beter verdienmodel bepaalt daarom de beleggingscase.


Op 23 september noteerde Koninklijke BAM Groep om 14.10 uur Nederlandse zomertijd op €12 op Euronext Amsterdam. Het gaat om het gewone aandeel BAMNB, ISIN NL0000337319, niet om het Canadese Brookfield Asset Management. De koers is een gedateerde momentopname, geen live prijs. Wie alleen naar de vraag naar woningen, elektriciteitsnetten en kazernes kijkt, ziet veel werk. Wie het aandeel koopt, moet vooral weten hoeveel geld daarvan na uitvoering overblijft.


Deze analyse gebruikt de op 30 juli gepubliceerde cijfers over het halfjaar tot en met 30 juni. Op de gecontroleerde perspagina van BAM is geen recentere groepsrapportage aangetroffen. De zomerresultaten zijn dus geen nieuws van vandaag. De actuele vraag is wat die resultaten bij de huidige beursprijs waard zijn.



Een kleine margeverbetering verandert de winst sterk

In het halfjaarbericht rapporteert BAM €3,494 miljard omzet en €240 miljoen aangepaste EBITDA. De omzet groeide ongeveer 3%, het bedrijfsresultaat vóór afschrijvingen 36%. De marge steeg van 5,2% naar 6,9%. Voor heel 2026 verwacht het bestuur minstens 6,5%; dat is een bedrijfsverwachting, geen reeds verdiend rendement.


De economische verbetering zit in de euro per opdracht, niet vooral in meer opdrachten. Bij een onderneming die grote hoeveelheden arbeid, materiaal en onderaanneming door de resultatenrekening laat lopen, geeft één procentpunt extra marge een veel grotere verandering in de winst dan één procent extra omzet. Omgekeerd kan een verkeerde kostenraming een heel jaar vooruitgang in één project terugdraaien.


BAM verdient aan het ontwikkelen, bouwen en onderhouden van gebouwen en infrastructuur. Een ontwikkelaar draagt ook grond-, vergunning- en verkooprisico; een onderhoudscontract draait vaker om voorspelbare planning en productiviteit. Die activiteiten verdienen niet dezelfde waarderingsmultiple. Een belegger wil weten of de extra winst voortkomt uit herhaalbaar onderhoud en betere contractvoorwaarden, of uit een uitzonderlijke projectafrekening die volgend jaar niet terugkomt.


De eerste module is een gevoeligheid, geen nieuwe prognose. Verander de marge op een illustratieve jaaromzet van €7,2 miljard en zie hoeveel resultaat daarvoor op het spel staat.



Een margeverlies van één procentpunt kost in die berekening €72 miljoen EBITDA. Dat is geen verlies aan nettowinst van hetzelfde bedrag: belasting, afschrijvingen en financiering liggen ertussen. Juist daarom is EBITDA niet het bedrag dat de aandeelhouder kan uitgeven. Het cijfer helpt om uitvoering te vergelijken, maar is geen vervanger van nettowinst en vrije kasstroom.


Onderhoud geeft herhaling terwijl woningontwikkeling geld vastzet

De op 16 juli aangekondigde asfaltcontracten voor Den Haag en Moerdijk illustreren de aantrekkelijkere kant van het verdienmodel. De maximale gezamenlijke waarde is €96,2 miljoen. Het betreft meerjarige overeenkomsten met verlengingsmogelijkheden, geen omzet die in één kwartaal binnenkomt en evenmin onvoorwaardelijke winst over de volledige looptijd.


Bestaande kennis van een wegennet kan tenderkosten en uitvoeringsfouten beperken. Herhaalde werkzaamheden maken materieelplanning eenvoudiger. Daar staat tegenover dat gemeenten aanbestedingen blijven uitschrijven en concurrenten hetzelfde werk willen. Het bezit van een asfaltcentrale of een ervaren projectteam vormt een praktisch voordeel, maar geen patent op hoge prijzen. Bij onderhoud ligt de concurrentiekracht vooral in betrouwbaar en efficiënt leveren.


Woningontwikkeling heeft een andere kascyclus. BAM-dochter AM meldde op 10 juli de aankoop van de Holiday Inn-locatie in Eindhoven. Het plan omvat ongeveer duizend woningen. Sloop en bouw worden, afhankelijk van planprocedures, pas vanaf eind 2029 verwacht. Het hotel blijft voorlopig functioneren. Een ontwikkellocatie van vandaag is daarmee geen argument om de winst van morgen simpelweg te verhogen.


De combinatie van ontwikkelen en bouwen kan waarde toevoegen doordat ontwerp, vergunningen en uitvoering beter aansluiten. Zij kan ook de balans zwaarder maken: grond en voorbereiding kosten geld voordat kopers betalen. Hogere hypotheekrentes drukken de betaalbaarheid, terwijl een woningtekort niet automatisch zorgt voor haalbare projecten. Maatschappelijke behoefte en financierbare vraag zijn verschillende grootheden.


Bij concurrentie met bijvoorbeeld Heijmans, VolkerWessels en regionale aannemers is daarom niet het grootste woningplan doorslaggevend. Belangrijker zijn het rendement op vastgelegd kapitaal, de verdeling van kostenrisico en de mogelijkheid om een project te faseren. Zonder actuele, gelijk gedefinieerde waarderingen van die concurrenten zou een ranglijst met koers-winstverhoudingen vooral schijnprecisie toevoegen.


Netverzwaring en defensie zijn kansen zonder automatische prijsmacht

BAM presenteerde op 6 juli een geprefabriceerd compactstation. Volgens het bedrijf kan de aansluiting op locatie met minder technici en aanzienlijk sneller plaatsvinden. De aankondiging noemt nog een laatste testfase en gefaseerde invoering. Deze productiviteitsclaim is dus geen bewijs dat de hele installatieketen al op commerciële schaal goedkoper draait.


Toch is het mechanisme relevant. Wanneer schaarse monteurs per station minder uren nodig hebben, kan dezelfde ploeg meer werk opleveren. De besparing wordt verdeeld tussen producent, aannemer en opdrachtgever. Hoeveel daarvan bij BAM blijft, hangt af van contracten en concurrentie. Bovendien verdwijnen fabriekswerk, transport, engineering en certificering niet doordat de aansluiting op de bouwplaats sneller gaat.


Defensie levert eveneens concrete bouwvraag. De op 22 juni gemelde opdracht in Den Helder betreft een squadrongebouw van €49 miljoen. De bouw begon diezelfde dag. Dit is een echte opdracht, maar BAM verkoopt daarmee nog geen wapensysteem met unieke technologie en langjarige munitie-inkomsten. Het blijft bouwuitvoering op een operationele militaire locatie, met eisen aan planning en veiligheid.


Voor de belegger is dat onderscheid nuttiger dan het etiket defensiewinnaar. Hogere publieke uitgaven kunnen de bezetting ondersteunen, maar tegelijkertijd personeel duurder maken. Een order op vaste prijs met slecht afgedekte loonstijgingen kan bij sterke marktvraag juist minder winstgevend worden. De aantrekkelijke variant is een portefeuille waarin BAM capaciteit selectief inzet en onzekerheden tijdig met de opdrachtgever verdeelt.



Het kassaldo is groter dan de vrij besteedbare buffer

De halfjaarrekening vermeldt €715 miljoen liquide middelen. Daarvan zit €185 miljoen in gezamenlijke projecten en is €34 miljoen bestemd voor specifieke belastingbetalingen. Daarnaast zijn er schulden, leaseverplichtingen en lopende projecten. Het volledige kassaldo bij de beurswaarde optellen zou daarom een te gunstig beeld geven.


Klantvooruitbetalingen zijn werkkapitaal, geen gratis eigen vermogen. Een bouwer kan geld ontvangen voordat materiaal en onderaannemers worden betaald. Dat is gunstig zolang de uitvoering volgt en projecten renderen. Als betalingen vertragen, projecten aflopen of nieuwe opdrachten minder voorschotten kennen, kan dezelfde financieringsbron tijdelijk opdrogen. De rekening bevat ook projectclaims en kostenramingen die later anders kunnen uitvallen.


De operationele kasstroom vóór mutaties in werkkapitaal bedroeg €211 miljoen. Met €7 miljoen uit voorzieningen en pensioenen en €150 miljoen werkkapitaaluitstroom resteerde €68 miljoen operationele kasstroom. Na €35 miljoen investeringen in materiële en immateriële activa en €54 miljoen leaseaflossingen blijft in een eenvoudige kasbrug min €21 miljoen over. Dit is geen officiële vrije-kasstroomdefinitie en sluit onder meer overnames en overige investeringen uit.


Onderstaande module maakt zichtbaar wat een andere werkkapitaalbehoefte doet. Zij extrapoleert het halfjaar niet naar een heel jaar en stelt een vertraagde betaling niet gelijk aan een definitief verlies.



Het sterkste positieve tegenargument is dat seizoenspatronen en woningontwikkeling de eerste jaarhelft belasten, terwijl afrekeningen later cash opleveren. Een negatieve tussentijdse kasbrug bewijst niet dat de winst ondeugdelijk is. De negatieve tegenwerping is dat het woord timing nauwelijks waarde heeft zonder zicht op daadwerkelijke ontvangst. Bij de volgende rapportage telt daarom of winst, vorderingen en kasontvangsten naar elkaar toe bewegen.


Twaalf euro vereist meer dan één goed halfjaar

De waardering begint bij de prijs, niet bij een gekozen koersdoel. Voor het model gebruiken we €0,90 genormaliseerde jaarlijkse winst per aandeel als redactionele aanname, geen consensus en geen bedrijfsprognose. De gerapporteerde verwaterde winst was €0,80 over 2025 en €0,49 over het eerste halfjaar van 2026. Die halfjaarwinst simpelweg verdubbelen zou seizoenen, belastingeffecten en projectafrekeningen negeren.


De winstbasis is per verwaterd aandeel. Het scenariomodel houdt het toekomstige nettoaantal aandelen constant en schrijft dus geen automatische extra winstgroei toe aan nieuwe inkopen. Dat voorkomt dat kapitaaluitkeringen twee keer worden beloond. De op 10 juli gemelde afronding van de aandeleninkoop betreft 3.613.070 aandelen voor €40 miljoen, gekocht tot en met 9 juli. Een afgerond programma is geen belofte van jaarlijkse herhaling.


Wie vanaf €12 gedurende drie jaar 10% jaarlijks koersrendement verlangt, heeft in september 2029 een koers van €15,97 nodig. Bij een eindwaardering van dertien keer de winst vereist dat ongeveer €1,23 winst per aandeel. Vanaf de modelbasis van €0,90 betekent dit bijna 11% jaarlijkse winstgroei. Een hogere eindmultiple verlaagt die groeieis, maar maakt het rendement afhankelijker van het sentiment van de volgende koper.


Verander in de module het vereiste koersrendement en de eindmultiple. Dividend blijft hier buiten de berekening; dit is bewust een zuivere toets van de koers, geen totaalrendementsmodel.



De multiple van dertien is een veronderstelling over een redelijk gewaardeerde bouwer met verbeterde uitvoering, geen historisch gemiddelde dat hier is geverifieerd. Bij verslechterende projectkwaliteit kan tien keer passender blijken; bij duurzaam voorspelbare marges kan vijftien keer verdedigbaar worden. Geen van deze rekenkeuzes verandert op zichzelf de kasstroom van BAM.


Drie koerspaden laten zien waar de bewijslast ligt

De scenario’s lopen vanaf 23 september 2026 naar september 2027, 2028 en 2029, steeds één jaar uit elkaar. De formule is koers in jaar t = €0,90 × (1 + groei van winst per aandeel)^t × koers-winstverhouding. De groei is netto per verwaterd aandeel, inclusief de kosten van aandelenbeloning. Er komt geen aparte kasbonus bij en schuld wordt niet nogmaals afgetrokken: de winstmaatstaf is al na financieringskosten.


In het ongunstige pad krimpt de winst jaarlijks 10% en betaalt de markt tien keer de winst. Dat levert achtereenvolgens €8,10, €7,29 en €6,56 op. Het middenscenario combineert 8% jaarlijkse winstgroei met dertien keer de winst: €12,64, €13,65 en €14,74. Bij 18% groei en vijftien keer de winst ontstaan €15,93, €18,80 en €22,18. Dit zijn modeluitkomsten, geen voorspellingen met een bekende kans.


De vierde module toont alle negen prijzen, hun jaarlijkse koersverandering en het cumulatieve koersrendement. Een afzonderlijke dividendaanname laat zien hoe cashuitkeringen het totaalresultaat veranderen, zonder herbelegging of belasting te veronderstellen.



De bearcase vraagt geen verdwijning van de Nederlandse bouwvraag. Enkele projecttegenvallers, duurdere uitvoering en minder gunstige belastingeffecten kunnen voldoende zijn om de winst te drukken. Het middenscenario verlangt dat prijsdiscipline en productiviteit verder verbeteren zonder dat iedere nieuwe opdracht bovengemiddeld winstgevend is. De gunstige variant vereist meerdere jaren sterke uitvoering, voldoende financierbare projecten en een markt die het hogere kwaliteitsniveau blijft belonen.


BAM is bij €12 geen belegging die alleen op meer bouwvolume mag rusten. De redactionele middenaannames leveren circa 7,1% jaarlijks koersrendement op; de werkelijke dividendstroom kan dat aanvullen, maar is niet gegarandeerd. Voor 10% koersrendement ligt de vereiste winstgroei hoger. De eerstvolgende toets is de voor 5 november aangekondigde handelsupdate: blijft de marge op peil en volgt de cash de winst? Als dat lukt, wordt een hogere waardering beter onderbouwd. Als vorderingen en kapitaalbeslag harder groeien dan verdiensten, verliest de positieve beleggingscase kracht, ook bij een goed gevuld orderboek.


Foto: Royal BAM Group, officieel portret van CEO Ruud Joosten, archiefbeeld uit 2025; via de perspagina.

 
 
 

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
00:00 / 01:04

Net binnen..

Bedankt voor het abonneren!

Copyright © 2026 •

Alle rechten voorbehouden - Amsterdam - 0619930051

Disclaimer
Let op: Beleggen brengt risico's met zich mee. Je kan (een deel van) je inleg verliezen. Niets hier mag worden beschouwd als financieel advies.. Voor advies over je persoonlijke situatie kun je het beste een adviseur inschakelen.

  • Instagram
  • Twitter
  • LinkedIn
  • YouTube
bottom of page