top of page

Er kruipt een addertje door deze breed gespreide quantum-ETF en het heet verliesmakers

42 minuten geleden
6 minuten om te lezen

In het kort

De VanEck Quantum Computing UCITS ETF is in zestien maanden uitgegroeid tot een fonds van ruim $900 miljoen, terwijl een groot deel van de zuivere quantumspelers nog verlies maakt. De ETF spreidt over 31 namen, maar de tien grootste posities vormen ongeveer de helft en de wegingen veranderen snel wanneer speculatieve aandelen uitschieten. Tegen een onderliggende koers-winstverhouding van ongeveer twintig lijkt de mand niet extreem duur, alleen wordt die maatstaf vooral gedragen door winstgevende bedrijven als Microsoft, Amazon en Siemens. Voor wie quantum als thema wil bezitten is dit een bruikbare satellietpositie, niet hetzelfde als een breed technologie-fonds.


Op 22 september 2026 bedroeg de intrinsieke waarde $29,80 per participatie. VanEck rapporteerde daarbij $911,8 miljoen fondsvermogen en een jaarrendement van 19,42%. De in dit artikel gevolgde lijn is QUTM op Xetra, genoteerd in euro, met fondsbasisvaluta dollar. Op Euronext Milan noteerde dezelfde fungibele shareclass op 23 september rond €24,83; de actuele Xetra-pagina bevestigt ticker, ISIN, handelsvaluta en handelsuren, maar leverde tijdens de controle geen betrouwbare laatste transactie terug.


Die precisie is meer dan administratie. Een eurokoers, een dollar-NAV en een fonds met wereldwijde aandelen kunnen tegelijk bewegen. Wie alleen naar het thema kijkt, mist dat valuta, waardering en indexregels minstens zoveel invloed hebben op het uiteindelijke rendement.



Dit fonds koopt een keten, geen laboratorium

VanEck volgt de MarketVector Global Quantum Leaders Index. Het fonds is op 21 mei 2025 gestart, is in Ierland gevestigd, gebruikt fysieke volledige replicatie en herbelegt ontvangen dividend. De jaarlijkse kosten bedragen 0,55%. De officiële fondspagina en het factsheet van 31 augustus 2026 zijn hier de primaire bronnen.


De naam suggereert een mand met quantumcomputers, maar het economische bezit is breder. De portefeuille bevat zuivere ontwikkelaars zoals IonQ en D-Wave, maar ook Microsoft, Amazon, banken, telecombedrijven en industriële concerns. Zulke ondernemingen leveren cloudcapaciteit, financiering, netwerken, sensoren of klassieke rekenkracht die nodig is om quantumtechnologie te ontwikkelen en toe te passen.


De indexmethodiek probeert een bekend probleem van thematische fondsen op te lossen: een bedrijf dat alleen in een persbericht het woord quantum gebruikt, hoort niet automatisch in de portefeuille. De keerzijde is dat classificatie nooit de uiteindelijke omzetbronnen vervangt. Microsoft kan strategisch belangrijk zijn voor quantumsoftware terwijl vrijwel alle huidige winst uit andere activiteiten komt. IonQ kan thematisch zuiver zijn terwijl het nog geen structurele winst levert. Zuiverheid en financiële kwaliteit wijzen daardoor geregeld in tegengestelde richting.


Dat verkleint het risico dat één technische architectuur verliest. Trapped ions, superconducting circuits, photonics en neutral atoms hoeven niet allemaal te winnen. Tegelijk verwatert de thematische zuiverheid. Een sterke kwartaalwinst bij Bank of America kan de ETF helpen zonder dat quantumcommercialisatie een stap dichterbij komt.



Spreiding beschermt minder dan 31 namen beloven

Het factsheet telde eind augustus 31 posities. De tien grootste vertegenwoordigden toen 49,44% van het fonds. IonQ was met 5,78% de grootste positie, gevolgd door Microsoft, NEC en D-Wave. De Verenigde Staten waren goed voor 55,72%, Japan voor 19,52% en Duitsland voor 11,90%. Informatietechnologie woog 55,6%, maar communicatie, industrie, financiële waarden en consumentenaandelen vormden samen bijna de helft.


Die verdeling is geen statisch oordeel van een fondsbeheerder. De index wordt elk kwartaal herschikt. Een verlieslatend aandeel dat verdubbelt kan door koerswinst vanzelf een grotere positie worden tot de volgende herbalancering. Daarna kan de index een deel verkopen. Dat dwingt discipline af, maar garandeert geen lage aankoopprijs.


De concentratie zit bovendien niet alleen in namen. Veel holdings reageren op dezelfde factor: de bereidheid van beleggers om ver in de toekomst liggende kasstromen hoog te waarderen. Wanneer de rente stijgt of de kapitaalmarkt minder geduld heeft, kunnen een quantumstartup en een grote cloudleverancier tegelijk dalen, ondanks verschillende verdienmodellen.


Herbalancering kan dit versterken. Een snel stijgende pure play groeit eerst mee in gewicht en wordt pas op het vaste indexmoment teruggebracht. Bij een scherpe daling gebeurt het omgekeerde: de positie krimpt vóór de index opnieuw verdeelt. Het fonds koopt dus niet voortdurend laag en verkoopt niet voortdurend hoog. De praktische uitkomst hangt af van grenswaarden, liquiditeit en de prijs op de herwegingsdatum.



Twintig keer winst vertelt maar de helft

VanEck rapporteerde eind augustus een gewogen koers-winstverhouding van 20,13 en een koers-boekwaardeverhouding van 2,98. Dat klinkt gematigd naast de waarderingen van afzonderlijke quantumspelers. De rekensom heeft echter een structurele beperking: ondernemingen zonder positieve winst leveren geen gewone positieve K/W-bijdrage. De goedkope winst van Microsoft, Amazon of banken kan daardoor optisch de hoge omzetwaardering van IonQ en D-Wave maskeren.


Een betere look-through analyse splitst de portefeuille in drie economische groepen. De eerste groep bestaat uit winstgevende platformbedrijven die quantum als extra optie hebben. De tweede groep bestaat uit leveranciers van hardware, telecom en industriële infrastructuur. De derde groep zijn de zuivere spelers, waar omzetgroei, kasverbruik en toekomstige verwatering belangrijker zijn dan huidige winst.


Dat onderscheid verandert ook welke cijfers gevolgd moeten worden. Bij Microsoft en Amazon tellen rendement op cloudinvesteringen en vrije kasstroom. Bij Siemens, Fujitsu en NEC gaat het om orderkwaliteit, cyclische marges en kapitaalintensiteit. Bij IonQ en D-Wave zijn contractconversie, kasverbruik en omzet per aandeel belangrijker. Eén gemiddelde K/W kan deze drie vragen niet beantwoorden.


De belegger betaalt dus voor een combinatie van bestaande winst en een langlopende optie. Een onderliggende winstgroei van 8% kan voldoende zijn als de huidige waardering gelijk blijft. Wanneer de multiple daalt van 20,13 naar 17, moet de winst ongeveer 18% stijgen om alleen dat waarderingsverlies te compenseren.




De kosten zijn zichtbaar, de valutalaag minder

Een TER van 0,55% is klein tegenover dagelijkse koersbewegingen van quantum-aandelen. Over twintig jaar wordt het verschil wel materieel. Bij 7% bruto jaarrendement groeit €10.000 zonder kosten naar ongeveer €38.697. Na een jaarlijkse aftrek van 0,55 procentpunt resteert circa €34.802, nog vóór transactiekosten en belasting.


Daar komt valuta bij. De shareclass heeft dollar als basisvaluta en is niet afgedekt. De Xetra-notering in euro neemt valutarisico niet weg; de prijs vertaalt de waarde van de onderliggende aandelen en de dollar naar euro. Een 10% stijging van de portefeuille in dollars kan bij een 8% zwakkere dollar voor een eurobelegger terugvallen tot ongeveer 1,2% rendement.


Omdat het fonds accumulerend is, wordt dividend herbelegd in de NAV. Dat dividend mag in een scenario niet nog eens boven op de koers worden gezet. Het koersrendement van deze shareclass benadert daarom het totaalrendement na fondsinterne kosten en inhoudingen, maar vóór de persoonlijke belasting van de belegger.


Tracking difference kan afwijken van de TER. Transactiekosten bij herbalancering, dividendbelasting, tijdelijke kas en opbrengsten uit portefeuillehandelingen bepalen samen of het fonds iets meer of minder achterblijft dan de index. Met een historie sinds mei 2025 is er nog weinig bewijs over gedrag in een volledige rente- en beurscyclus. Een kleine afwijking in een stijgende markt is daarom geen garantie voor een stressperiode.



Drie koerspaden voor 2027 tot en met 2029

De scenario’s starten bij €24,83, de geverifieerde prijs van dezelfde shareclass op Euronext Milan op 23 september 2026. Voor QUTM op Xetra kan de uitvoeringsprijs door spread en timing beperkt afwijken. De formule is: koers = startkoers × onderliggende winstgroei × verandering van de waarderingsmultiple × valuta-effect, na de TER. Het model gebruikt geen extra dividend, omdat dat al wordt herbelegd.


In het ongunstige pad groeit de onderliggende winst niet, daalt de K/W naar 16 en verzwakt de dollar cumulatief. Dat levert mogelijke koersen van €21,64 in september 2027, €19,91 in 2028 en €18,25 in 2029. In het middenscenario groeit de winst 8% per jaar, blijft de K/W rond 20 en is het valuta-effect neutraal: €26,51, €28,48 en €30,60. In het gunstige scenario groeit de winst 14%, loopt de multiple op naar 23 en helpt een sterkere dollar: €31,71, €37,86 en €45,15.



De brede namen maken QUTM minder binair dan één quantumstartup, maar de ETF blijft een geconcentreerde thematische belegging. De aantrekkelijkste instap ontstaat niet wanneer het woord quantum het vaakst in het nieuws staat, maar wanneer de zuivere spelers aantoonbaar meer omzet per uitgegeven aandeel boeken en de brede holdings niet langer het volledige winstanker hoeven te leveren.


Foto: Jan van Eck, archiefportret via Cointelegraph/X. Afbeelding gecontroleerd en in Wix gearchiveerd op 23 september 2026.

 
 
 

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
00:00 / 184:25:04

Net binnen..

Bedankt voor het abonneren!

Copyright © 2026 •

Alle rechten voorbehouden - Amsterdam - 0619930051

Disclaimer
Let op: Beleggen brengt risico's met zich mee. Je kan (een deel van) je inleg verliezen. Niets hier mag worden beschouwd als financieel advies.. Voor advies over je persoonlijke situatie kun je het beste een adviseur inschakelen.

  • Instagram
  • Twitter
  • LinkedIn
  • YouTube
bottom of page