Greg Abel moet Berkshire nu zonder Buffett als voorzitter overeind houden en iedereen kijkt mee
In het kort
Warren Buffett werd op 18 september Chairman Emeritus en Howard Buffett is nu voorzitter van Berkshire Hathaway; Greg Abel blijft de CEO die de onderneming dagelijks leidt. De wissel verandert de kapitaalallocatie niet automatisch, maar haalt wel een deel van de vertrouwde controle uit de prijs die beleggers bereid zijn te betalen. Berkshire B noteerde op 23 september $503,49, ongeveer 1,44 keer de boekwaarde per B-equivalent aandeel. De huidige koers vraagt grofweg $50 miljard genormaliseerde operationele jaarwinst plus een verstandige inzet van de enorme kas- en effectenportefeuille.
Berkshire maakte de wijziging op 18 september 2026 bekend. Howard Buffett bewaakt volgens de toelichting vooral cultuur en integriteit. Greg Abel, sinds begin 2026 CEO, beslist over operaties en kapitaal. Susan Decker blijft lead independent director. De machtsverdeling is daarmee duidelijker dan een krantenkop over een nieuwe voorzitter suggereert.
Om 15.27 uur Nederlandse tijd noteerde klasse B $503,49 aan de New York Stock Exchange. Dit artikel gebruikt bewust BRK.B: één A-aandeel is economisch gelijk aan 1.500 B-aandelen, terwijl de B-klasse voor particuliere beleggers veel toegankelijker is.
Drie functies vervangen één icoon
Bij Buffett vielen reputatie, bestuur en kapitaalallocatie lange tijd samen. De nieuwe structuur verdeelt die rollen. Howard Buffett leidt de raad van bestuur, Susan Decker bewaakt de onafhankelijke tegenmacht en Greg Abel runt het concern. Dat kan governance juist versterken zolang bevoegdheden scherp blijven.
Het risico ontstaat bij een grote overname of een snelle marktval. Buffett kon met een uitzonderlijk lange staat van dienst binnen uren handelen en kreeg vaak bijzondere voorwaarden. Abel moet dezelfde discipline bewijzen zonder dezelfde persoonlijke merkwaarde. Howard Buffett heeft gezag over cultuur, maar hoort niet de operationele besluitvorming te dupliceren.
De nieuwe voorzitter is bovendien niet de opvolger van Buffett als belegger. Howard Buffett heeft jarenlang bestuurlijke ervaring, maar Greg Abel en de beleggingsmanagers dragen de financiële verantwoordelijkheid. Dat onderscheid voorkomt een familiedynastie in de dagelijkse leiding, terwijl de familie via cultuurtoezicht een lange horizon bewaakt. Het werkt alleen als de raad een slechte kapitaalbeslissing ook werkelijk kan tegenhouden.
Voor beleggers is daarom niet de vraag of de opvolgers Warren Buffett kunnen imiteren. Belangrijker is of Berkshire zijn systeem behoudt: veel autonomie bij dochterbedrijven, weinig schuld op holdingniveau, geen dividenddwang en alleen inkopen wanneer de waarde boven de prijs ligt.
De balans is groot maar niet vrij besteedbaar
Het kwartaalrapport over juni 2026 vermeldt $35,1 miljard cash en $324,9 miljard Amerikaanse schatkistpapier bij Insurance and Other. Daar komen $5,5 miljard cash bij spoorwegen en energie bij. Berkshire bezat daarnaast $323,8 miljard beursgenoteerde aandelen en $19,9 miljard equity-method-investeringen.
Daartegenover stonden $43,3 miljard schuld bij Insurance and Other en $85,3 miljard bij spoorwegen en nutsbedrijven. De verzekeringsfloat bedroeg ongeveer $177,5 miljard. Float is economisch aantrekkelijke financiering wanneer premies en claims samen winstgevend zijn, maar het is geen gratis eigen vermogen: een deel van de liquide portefeuille ondersteunt toekomstige claims.
Een optelsom van cash, obligaties en aandelen alsof alles morgen kan worden uitgekeerd overschat dus de vrije middelen. Een waardering moet een liquiditeitsbuffer reserveren, schuld niet dubbel aftrekken en de winst uit rente op schatkistpapier niet tegelijk als bedrijfswinst én losse kaswaarde kapitaliseren.
De rentegevoeligheid werkt in twee richtingen. Hogere korte rente verhoogt de opbrengst op honderden miljarden dollars schatkistpapier, maar kan economische activiteit en waarderingen van beursbelangen drukken. Lagere rente vermindert die vrijwel risicoloze inkomsten, terwijl zij de waarde van langlopende activa en de financiering van dochterbedrijven kan ondersteunen. Een model dat de huidige rente-inkomsten voor altijd kapitaliseert en tegelijk een hoge waarde aan de kas geeft, telt hetzelfde voordeel dubbel.
Operationele winst is bruikbaarder dan nettowinst
De omzet in het tweede kwartaal bedroeg $101,8 miljard, tegenover $92,5 miljard een jaar eerder. Berkshire rapporteerde $25,7 miljard nettowinst voor aandeelhouders, maar daarin zat $16,1 miljard beleggingswinst. Volgens de verslaggevingsregels lopen niet-gerealiseerde koersbewegingen via de winst-en-verliesrekening. Dat maakt één kwartaal nettowinst een slechte maat voor de verdienkracht.
Over het eerste halfjaar kwam de operationele kasstroom uit op $21,7 miljard. Berkshire kocht voor $39,4 miljard aandelen, verkocht voor $27,8 miljard, besteedde $9,7 miljard aan overnames en $10,6 miljard aan materiële investeringen. Daarnaast werd voor $4,4 miljard eigen aandelen ingekocht.
De dochterbedrijven vormen geen homogeen geheel. Verzekeringen verdienen aan underwriting en beleggingen, BNSF aan vervoerde volumes en tarieven, en nutsbedrijven aan een gereguleerde kapitaalbasis. Productie- en dienstverleningsbedrijven hebben weer andere cycli. Dat spreidt het winstrisico, maar verbergt ook zwakke onderdelen in een zeer groot totaal. Abel moet daarom niet alleen de totale winst laten groeien; het rendement op nieuw kapitaal per dochterbedrijf moet hoog genoeg blijven.
Die inkoop verlaagt de aandelenbasis alleen als hij onder intrinsieke waarde gebeurt. In mei betaalde Berkshire gemiddeld $476,01 voor B-aandelen en in juni $487,98. De huidige $503,49 ligt daarboven. Dat maakt nieuwe inkoop niet verkeerd, maar verhoogt de vereiste overtuiging dat de waarde per aandeel sneller groeit dan de prijs.
Boekwaarde geeft een ondergrens, geen antwoord
Op 30 juni bedroeg het aan Berkshire toerekenbare eigen vermogen $747,9 miljard. Met 488.450 A-aandelen en 1,408 miljard B-aandelen eind juli zijn er ongeveer 2,141 miljard B-equivalente aandelen. De boekwaarde komt daarmee rond $349 per B-aandeel. De beurskoers is ongeveer 1,44 keer die boekwaarde.
Die multiple is bruikbaar als anker, maar niet als eindwaardering. Spoorwegen, energie, verzekeringen en industriële dochterbedrijven kunnen structureel meer verdienen dan hun boekwaarde suggereert. Andersom kan een grote effectenportefeuille boven boekwaarde staan zonder dat Berkshire die latente winst belastingvrij kan uitkeren.
De beursportefeuille is eveneens geconcentreerd. Apple, American Express, Bank of America, Coca-Cola en Alphabet vormen een groot deel van de aandelenbeleggingen. Een koersdaling verlaagt de gerapporteerde nettowinst en boekwaarde, ook wanneer de operationele bedrijven stabiel blijven. Dat is geen reden om marktbewegingen te negeren: effecten zijn werkelijk vermogen. Het is wel reden om ze los te waarderen van spoorweg- en verzekeringswinst.
Een praktische reverse valuation splitst $220 miljard als veronderstelde overtollige financiële activa af en vraagt welke operationele winst de resterende marktwaarde draagt. De totale equitywaarde bij $503,49 is ongeveer $1.078 miljard. Na aftrek van $220 miljard resteert $858 miljard. Bij een multiple van zeventien keer moet Berkshire circa $50,5 miljard genormaliseerde jaarwinst leveren. Dat ligt in de orde van grootte van de huidige operationele verdienkracht, maar laat weinig ruimte voor slechte acquisities.
Drie koerspaden voor 2027 tot en met 2029
De formule is: koers = (genormaliseerde operationele winst × multiple + overtollige financiële activa) / B-equivalente aandelen. De winstbasis is $50,5 miljard, geen gerapporteerde nettowinst inclusief marktbewegingen. Inkoop verlaagt alleen de noemer; dezelfde kas wordt niet nogmaals volledig bij de activa opgeteld.
De scenario’s zijn daarom gevoelig voor twee keuzes die geen spreadsheet oplost. Hoeveel van de liquiditeit is werkelijk overtollig, en welke multiple verdient een conglomeraat zonder Buffett aan het roer? Een lagere multiple kan volledig worden gecompenseerd door betere winstgroei of slimme inkoop. Een hoge multiple kan juist gevaarlijk zijn wanneer de kas in een middelmatige overname verdwijnt.
In het ongunstige pad groeit winst 1% per jaar, daalt de multiple naar 15 en blijft overtollig kapitaal rond $190 tot $200 miljard. Met vrijwel constante aandelenbasis ontstaan mogelijke koersen van $450,76 in september 2027, $452,00 in 2028 en $453,27 in 2029. In het middenscenario groeit winst 6%, blijft de multiple 17,5 en loopt overtollig kapitaal op van $220 miljard naar $260 miljard, terwijl de aandelenbasis jaarlijks 0,5% krimpt: $543,01, $581,69 en $622,35. In het gunstige pad groeit winst 10%, geldt twintig keer winst, stijgt overtollig kapitaal van $250 miljard naar $310 miljard en krimpt de noemer 1% per jaar: $642,11, $715,83 en $796,33.
De bestuurswissel verdient geen automatische korting en ook geen automatische geruststelling. Het bewijs komt uit beslissingen: de prijs van de volgende grote overname, de discipline bij eigen aandelen en het rendement op de kasberg. Zolang Abel kapitaal per aandeel laat groeien en Howard Buffett de raad scherp houdt, blijft Berkshire een rekensom met een cultuurpremie. Zodra reputatie dure transacties moet verbergen, hoort die premie te verdwijnen.
Foto: Greg Abel tijdens de aandeelhoudersvergadering van Berkshire Hathaway in 2024, Reuters via CNBC; archiefvermelding gecontroleerd op 23 september 2026.








































































































































Opmerkingen