top of page

Euclyd-oprichter: ‘AI-soevereiniteit is onzin zolang Nvidia domineert

In het kort:

  • AI-soevereiniteit zit niet in modellen maar in hardware: zonder controle over chips, packaging en datacenters blijven Europese AI-waarden een lege belofte.

  • De GPU-lock-in remt echte vooruitgang: Europa moet niet kopiëren, maar inzetten op efficiënte, AI-specifieke hardware die vanaf de basis is ontworpen.

  • Europa heeft troeven, maar mist focus: door gericht te investeren in strategische sectoren en minder versnipperd te financieren kan hardware-soevereiniteit vóór 2030 realistisch worden.


Bernardo Kastrup, CEO van deeptechbedrijf Euclyd, houdt Europa een ongemakkelijke spiegel voor. Wie AI wil sturen op Europese voorwaarden, moet stoppen met doen alsof software het slagveld is. De beslissende machtsvraag zit volgens hem dieper, namelijk in de hardware waarop alle modellen draaien.


Europa praat graag over betrouwbare en verantwoorde AI. Het debat gaat over normen, regels, toezicht en steeds vaker over Europese taalmodellen die onze waarden beter zouden weerspiegelen dan Amerikaanse of Chinese alternatieven. Tegelijk klinkt in de internationale AI-wedloop een hardnekkig defaitisme. De beste chips komen uit Azië, de grootste AI-platforms uit de Verenigde Staten en voor Europa zou vooral de rol van scheidsrechter resteren.


In een stevig essay zet filosoof van de geest en halfgeleiderondernemer Bernardo Kastrup dat verhaal op zijn kop. Hij ontkent niet dat Europa achterloopt, maar stelt dat de focus op eigen modellen het echte probleem maskeert. Als Europa geen controle heeft over de rekeninfrastructuur, waaronder chips, packaging, geheugen en datacenters, dan blijft AI-soevereiniteit niet meer dan een slogan.


Bernardo Kastrup oprichter Euclyd.

Bron: Euclyd
Bron: Euclyd

Soevereiniteit is geen smaakje dat je in een model roert

Het kernpunt van Kastrup is dat alignment, het afstemmen van AI op waarden, regels en doelen, geen eigenschap is die je simpelweg inbouwt door een model Europees te noemen. Het gedrag van een AI-systeem ontstaat uit training, feedback, data, finetuning, keuzes rond deployment en de omgeving waarin het wordt gebruikt. De herkomst van de code is daarmee minder doorslaggevend dan de manier waarop het systeem wordt gevormd en ingezet.


Daar komt een praktischer aspect bij dat in beleidsstukken vaak onderbelicht blijft. Wie wil trainen, finetunen en opschalen, heeft enorme rekenkracht nodig. Zonder zekere toegang tot geavanceerde AI-hardware kun je wel idealen formuleren, maar geen hefboom creëren om die af te dwingen. Het debat over Europese modellen verschuift de bottleneck dus niet, maar blijft er juist omheen draaien.


De GPU als historisch ongeluk met een gigantische rekening

Kastrup richt zijn pijlen vervolgens op het dominante hardwaremodel van vandaag, de GPU. Dat AI massaal op GPU’s draait, ziet hij niet als een natuurwet, maar als het gevolg van een toevallige match tussen nieuwe algoritmen en bestaande videogamehardware. Dat toeval zorgde voor een explosieve versnelling, maar ook voor een hardnekkige lock-in in de vorm van een ecosysteem, een programmeerstack en datacenterarchitecturen die niet primair voor AI zijn ontworpen.


De prijs van die lock-in loopt volgens hem op meerdere fronten op. AI-workloads blijven groeien en duwen datacenters richting steeds hogere vermogensvragen, waardoor energie een strategische factor wordt. De kosten van het trainen van frontier-modellen lopen snel op omdat duizenden chips tegelijk nodig zijn, samen met netwerk, koeling en voeding, wat de markt consolideert rond partijen met diepe zakken en preferente chiptoegang. Tegelijk is er sprake van structurele inefficiëntie, omdat AI geen grafische wereld is die je beeld voor beeld rendert, maar een keten van berekeningen met veel lokale en gedistribueerde datastromen.


Een grafisch paradigma daarop toepassen werkt, maar is verre van elegant.

Zijn conclusie is eenvoudig en brutaal. Als Europa een sprong wil maken, moet het niet proberen de koplopers te kopiëren, maar een andere route kiezen en inzetten op efficiëntere, AI-specifieke hardware die vanaf de basis is ontworpen.


Euclyd CRAFTWERK: specificaties van ’s werelds eerste agentische AI-chip.

Bron: Euclyd
Bron: Euclyd

Hoe Europa zichzelf inhaalde: auto’s boven smartphones

Waarom heeft Europa dan niet al lang de snelste AI-chips? Kastrup wijst niet naar een gebrek aan talent, maar naar economische zwaartekracht. De Europese halfgeleiderindustrie werd decennialang gevoed door de auto-industrie, met lange productcycli, extreme betrouwbaarheid en minder druk op energie-efficiëntie per berekening. In Azië groeide chipdominantie juist op de motor van smartphones, met korte cycli, harde kostendruk en voortdurende optimalisatie omdat batterijen en massamarkten geen verspilling tolereren.


Die verschillende markten brachten ook verschillende culturen voort. Europa werd sterk in robuustheid en industriële kwaliteit, maar verloor tempo in de meest agressieve fabricagenodes. Precies die nodes bleken later cruciaal toen AI de vraag naar rekenkracht liet exploderen.


EU ai act.

Bron: Trail ai governance platform
Bron: Trail ai governance platform

Europa’s troefkaart: ontwerp, packaging en precisie-engineering

Toch ziet Kastrup een duidelijke opening. Een concurrerende AI-chip draait niet alleen om de kleinste node. Architectuur, datastromen, geheugenhiërarchie, interconnects en packaging bepalen minstens zo sterk de prestaties per watt en per euro.


Juist in ontwerp en systeemdenken ziet hij Europees potentieel. Dat potentieel zit in sterke onderzoeks- en prototypingcapaciteiten bij instituten die leidend zijn in chipontwikkeling en packaging, in Europese spelers in vermogenselektronica die cruciaal is voor energie-efficiënte datacenters, in systeem- en embedded-expertise bij grote industriële chipbedrijven en in opkomende Europese server- en compute-initiatieven. Europa staat volgens hem niet met lege handen, maar mist een samenbindende strategie die verder gaat dan losse subsidies en nationale trots.


Een plan tot 2030: focus op plekken waar soevereiniteit echt telt

Het meest prikkelende aan Kastrups betoog is zijn tijdshorizon. Hardwaresoevereiniteit hoeft volgens hem geen project van twintig jaar en tientallen miljarden te zijn, mits Europa scherp afbakent waar het wil winnen.


In plaats van meteen de hyperscale markt te willen veroveren, waar volumes en marges genadeloos zijn, pleit hij voor een gerichte aanpak in domeinen waar gevoelige data centraal staat, zoals overheid, defensie, financiële infrastructuur en kritieke industrie. In die sectoren wegen betrouwbaarheid en controle zwaarder dan de laagste prijs en blijven de volumes beheersbaar, waardoor de Europese productie-achterstand minder hard doorwerkt. Daar kan een Europese keten ontstaan met reële vraag, lange contracten en duidelijke veiligheidsvereisten, die later kan opschalen.


Geld is er vaak wel, maar te dun uitgesmeerd

Kastrup is ook kritisch op de manier waarop Europa innovatie financiert. Er is veel geld, maar het wordt verdeeld over een groot aantal kleine projecten met veel verantwoording en weinig slagkracht. Deeptech-hardware vraagt niet om nog een pilot, maar om serieuze bedragen per speler, in de orde van honderden miljoenen. Wie echt een alternatief ecosysteem wil bouwen, moet durven kiezen, risico nemen en bedrijven de ruimte geven om te bouwen in plaats van formulieren te vullen.


Dat is politiek ongemakkelijk, omdat kiezen ook betekent dat anderen niet gekozen worden. In Kastrups lezing is precies dat ongemak de prijs van strategische autonomie.


De echte vraag: wil Europa de machine zelf ontwerpen?

Onder de technische argumenten ligt een bredere uitdaging. Europa wil AI naar zijn hand zetten met regels en waarden, maar vergeet soms dat macht in technologie vaak bij infrastructuur begint. Wie de rekenkracht bezit, bepaalt de toegang, de kosten, de snelheid van innovatie en uiteindelijk de spelregels.


Het essay van Kastrup is daarmee minder een promotieverhaal voor Euclyd dan een test voor het Europese zelfbeeld. Blijft Europa inzetten op beleidsmatige beheersing van andermans technologie, of durft het te investeren in de fysieke ruggengraat van AI, in chips, systemen en energie-efficiënte datacenterarchitecturen, zodat Europese voorwaarden meer zijn dan een beleidsparagraaf?


Als zijn analyse klopt, ligt Europa’s laatste kans in de AI-race niet in nog een model. De echte vraag is of we de hardware durven claimen waarop elk model, waar ook ter wereld geschreven, uiteindelijk moet draaien.

Ook voor particuliere beleggers speelt efficiëntie uiteindelijk een doorslaggevende rol. Wie het rendement wil beschermen tegen structurele fricties, moet niet alleen kijken naar thema’s en technologie, maar ook naar de kosten en infrastructuur van zijn eigen handelsomgeving. Lage, transparante kosten vormen daarbij net zo goed een randvoorwaarde als schaal en betrouwbaarheid.


In dat licht werd MEXEM door Brokerskiezen.nl uitgeroepen tot beste allround broker van 2025. Beleggers handelen er met valutakosten van slechts 0,005%, tegenover circa 0,25% bij DEGIRO en SAXO Bank, een verschil dat voor de gemiddelde belegger kan oplopen tot honderden tot duizenden euro’s per jaar. Daarmee geldt MEXEM voor veel beleggers als de meest complete keuze voor wie lage kosten en internationale spreiding belangrijk vindt.


 
 
 

Net binnen..

Meld je aan voor onze dagelijkse nieuwsbrief!

Bedankt voor het abonneren!

Copyright © 2026 •

Alle rechten voorbehouden - Amsterdam - 0619930051

Disclaimer
Let op: Beleggen brengt risico's met zich mee. Je kan (een deel van) je inleg verliezen. Niets hier mag worden beschouwd als financieel advies.. Voor advies over je persoonlijke situatie kun je het beste een adviseur inschakelen.

  • Instagram
  • Twitter
  • LinkedIn
  • YouTube
bottom of page