top of page

Box 3-experts buigen zich over nieuwe wet: wordt dit de redding voor beleggers?

In het kort:

  • De Eerste Kamer hoort op 19 mei 2026 verschillende deskundigen over de nieuwe box 3-wet en hun rol in het debat over belasting op werkelijk rendement.

  • De fiscale experts kijken vooral naar de vraag of belasting op werkelijk rendement eerlijk, juridisch houdbaar en uitvoerbaar is. Economen en belangenorganisaties kijken juist meer naar de gevolgen voor beleggers, ondernemers, startups en vastgoedbezitters.

  • De verwachting is dat er brede steun is voor een eerlijker box 3-stelsel, maar dat veel experts kritisch zullen zijn op de uitwerking. Vooral ongerealiseerde koerswinsten, verliesverrekening, vastgoed en liquiditeitsproblemen blijven belangrijke discussiepunten.


De Eerste Kamer praat op dinsdag 19 mei 2026 met experts over de nieuwe box 3-wet. Die wet moet de belasting op vermogen flink veranderen. Niet langer een vast aangenomen rendement, maar belasting die beter aansluit bij wat spaarders en beleggers echt verdienen.


Voor beleggers is dit een belangrijk moment. De regels kunnen gevolgen hebben voor spaargeld, aandelen, obligaties, fondsen en vastgoed. Ook ondernemers, startups, banken en vermogensbeheerders kijken mee, omdat de nieuwe box 3 grote invloed kan hebben op investeren en vermogensopbouw.


Bron: Eerste Kamer
Bron: Eerste Kamer

Waarom deze bijeenkomsten belangrijk zijn

De discussie over box 3 speelt al jaren. Een belangrijk kritiekpunt op het huidige stelsel is dat belastingplichtigen belasting kunnen betalen over een rendement dat zij in werkelijkheid niet hebben behaald. Dat heeft geleid tot juridische procedures, politieke druk en de zoektocht naar een nieuw systeem.


De commissie voor Financiën nam het wetsvoorstel op 24 februari 2026 in behandeling. Op 17 maart 2026 voerde de commissie al een mondeling overleg met staatssecretaris Eerenberg van Financiën. De aanleiding daarvoor was zijn brief over het aanpassen en verder ontwikkelen van het box 3-stelsel. Diezelfde dag kreeg de commissie ook een technische briefing van het ministerie van Financiën over het wetsvoorstel.


Met de twee deskundigenbijeenkomsten wil de Eerste Kamer extra inzicht krijgen in de gevolgen van de Wet werkelijk rendement box 3. Daarbij gaat het niet alleen om fiscale techniek, maar ook om rechtvaardigheid, uitvoerbaarheid en de economische impact op bedrijven en particulieren.


Deze experts buigen zich over de nieuwe box 3-wet:

Bron: Eerste Kamer
Bron: Eerste Kamer

Eerste bijeenkomst over fiscaliteit, recht en overheid

De eerste deskundigenbijeenkomst begint op dinsdag 19 mei 2026 om 17.00 uur. Deze sessie gaat over fiscaliteit, recht en overheid. De nadruk ligt op de juridische kwaliteit van het wetsvoorstel, de fiscale systematiek en de gevolgen voor de overheid en belastingplichtigen.


Voor deze bijeenkomst zijn vijf deskundigen uitgenodigd. Het gaat om Edwin Heithuis van de Universiteit van Amsterdam, Ruud van den Dool van Nyenrode University, Bas Jacobs van de Vrije Universiteit Amsterdam, Robert van der Jagt van de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs en Peter Essers van Tilburg Law School van Tilburg University.


Deze experts zullen naar verwachting ingaan op de vraag of een belasting op werkelijk rendement juridisch houdbaar, uitvoerbaar en rechtvaardig is. Ook de vraag hoe het nieuwe stelsel zich verhoudt tot eerdere problemen met box 3 zal waarschijnlijk een belangrijke rol spelen.


Ruud van den Dool en Bas Jacobs lijken positief over vermogensaanwasbelasting

Ruud van den Dool en Bas Jacobs hebben zich eerder uitgesproken voor een systeem waarbij de jaarlijkse vermogensaanwas wordt belast. Dat betekent dat niet alleen ontvangen inkomsten, zoals rente, dividend en huur, meetellen, maar ook waardestijgingen van vermogen.


Hun lijn lijkt te zijn dat een vermogensaanwasbelasting economisch beter is dan een systeem waarbij pas belasting wordt geheven bij verkoop. Een belangrijk argument daarvoor is dat belastingheffing dan gelijkmatiger over de jaren wordt verdeeld. Ook kan zo worden voorkomen dat beleggers belastingheffing uitstellen door bezittingen niet te verkopen.


Tegelijkertijd zal hun steun waarschijnlijk niet betekenen dat zij het wetsvoorstel zonder kritiek zullen verdedigen. Juist bij een vermogensaanwasbelasting zijn goede regels nodig voor verliezen, waardering en vermogen dat niet makkelijk te verkopen is. Denk daarbij aan vastgoed, familiebedrijven en belangen in startups.


Peter Essers zal waarschijnlijk letten op juridische kwaliteit

Peter Essers is hoogleraar aan Tilburg Law School en heeft ook ervaring in de Eerste Kamer. Zijn bijdrage zal waarschijnlijk sterk gericht zijn op de juridische en wetstechnische kant van het wetsvoorstel.


Bij box 3 is dat extra belangrijk. Eerdere onderdelen van het box 3-stelsel zijn juridisch onder druk komen te staan, omdat belastingplichtigen werden belast op basis van fictieve rendementen die niet goed aansloten bij de werkelijkheid. De Eerste Kamer zal daarom willen weten of het nieuwe stelsel beter bestand is tegen juridische kritiek.


Essers zal naar verwachting vooral kijken naar rechtszekerheid, gelijke behandeling en de vraag of het wetsvoorstel zorgvuldig genoeg is uitgewerkt. Ook de positie van belastingplichtigen die te maken krijgen met ingewikkelde waarderingsvraagstukken kan daarbij aan bod komen.


De NOB zal aandacht vragen voor de fiscale praktijk

Robert van der Jagt spreekt namens de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs. Vanuit die rol ligt de nadruk waarschijnlijk op de praktische uitvoerbaarheid van het nieuwe stelsel.


Belastingadviseurs kijken vooral naar de vraag hoe de wet in de dagelijkse praktijk moet worden toegepast. Voor beleggers en andere belastingplichtigen is dat belangrijk, omdat een ingewikkeld systeem kan leiden tot hogere advieskosten, meer administratie en meer discussie met de Belastingdienst.


De NOB zal vermoedelijk aandacht vragen voor duidelijke regels rond waardering, verliesverrekening, bewijsstukken en de behandeling van verschillende soorten vermogen. Als de regels te complex worden, kan dat de uitvoerbaarheid van het stelsel onder druk zetten.


Tweede bijeenkomst over economie, impact en uitvoerbaarheid

De tweede deskundigenbijeenkomst begint op dinsdag 19 mei 2026 om 19.30 uur. Deze sessie gaat dieper in op de economische gevolgen van de Wet werkelijk rendement box 3, de impact op bedrijven en individuen en de uitvoerbaarheid van de nieuwe regels.


Voor deze bijeenkomst zijn Sweder van Wijnbergen van de Universiteit van Amsterdam, Gijs Strijker van VNO-NCW, Hanneke Kroonenberg van Van Lanschot Kempen, Lucien Burm van de Dutch Startup Association en Cor Overduin van Vastgoed Belang uitgenodigd.


Deze tweede bijeenkomst is vooral interessant voor beleggers en ondernemers. Hier gaat het namelijk niet alleen om de fiscale theorie, maar vooral om de vraag wat de wet betekent voor investeringen, vermogensbeheer, vastgoedbezit en ondernemerschap.


Sweder van Wijnbergen kijkt waarschijnlijk naar de economische effecten

Sweder van Wijnbergen zal naar verwachting vooral kijken naar de bredere economische gevolgen van het nieuwe box 3-stelsel. Daarbij kan het gaan om de invloed op sparen, beleggen, ondernemen en investeren.


Een belangrijke vraag is of het nieuwe stelsel neutraal genoeg is. Als bepaalde vermogensbestanddelen gunstiger of ongunstiger worden behandeld dan andere, kunnen beleggers hun keuzes gaan aanpassen om belasting te besparen. Dat kan leiden tot verstoringen in de economie.


Ook de combinatie van een vermogensaanwasbelasting en uitzonderingen voor bepaalde soorten vermogen kan onderwerp van discussie worden. Hoe meer uitzonderingen er zijn, hoe groter de kans dat het stelsel ingewikkelder wordt en nieuwe vormen van belastingplanning ontstaan.


Van Lanschot Kempen zal kijken naar particuliere beleggers

Hanneke Kroonenberg van Van Lanschot Kempen zal waarschijnlijk vooral aandacht vragen voor de gevolgen voor particuliere beleggers en vermogende huishoudens. Voor deze groep is de behandeling van beleggingsportefeuilles van groot belang.


Bij een vermogensaanwasbelasting kan belasting verschuldigd zijn over waardestijgingen die nog niet zijn gerealiseerd. Een belegger kan dus belasting moeten betalen over een aandelenportefeuille die op papier in waarde is gestegen, ook als er nog niets is verkocht.


Voor liquide beleggingen, zoals beursgenoteerde aandelen en beleggingsfondsen, is waardering relatief eenvoudig. Toch kan het voor beleggers gevolgen hebben voor hun cashflow. In sommige gevallen kan belastingheffing over papieren winst ertoe leiden dat beleggers een deel van hun portefeuille moeten verkopen om de belasting te betalen.


Van Lanschot Kempen richt zich op de gevolgen voor particuliere beleggers:

Bron: Nu
Bron: Nu

Vastgoed Belang zal kritisch zijn op de gevolgen voor vastgoedbezitters

Cor Overduin van Vastgoed Belang zal naar verwachting vooral kijken naar de positie van particuliere vastgoedbeleggers. Vastgoed is een ingewikkeld onderdeel van box 3, omdat het rendement bestaat uit huurinkomsten, kosten, financiering en waardeveranderingen.


Het wetsvoorstel maakt voor onroerende zaken een uitzondering op de vermogensaanwasbelasting. Voor vastgoed wordt in beginsel uitgegaan van een vermogenswinstbelasting. Dat betekent dat waardestijgingen pas worden belast wanneer het vastgoed wordt verkocht.


Toch blijven er veel vragen over. Hoe worden huurinkomsten belast? Welke kosten mogen worden afgetrokken? Hoe wordt omgegaan met onderhoud, leegstand, financieringslasten en waardedalingen? En wat gebeurt er bij situaties zoals overlijden, echtscheiding of overdracht binnen de familie? Voor vastgoedbezitters zijn dit geen details, maar bepalende vragen voor het uiteindelijke rendement.


Dutch Startup Association zal wijzen op liquiditeit en waardering

Lucien Burm van de Dutch Startup Association zal waarschijnlijk aandacht vragen voor startups en jonge groeibedrijven. Ook voor aandelen in startende ondernemingen is in het wetsvoorstel een uitzondering opgenomen. Deze aandelen vallen niet onder jaarlijkse belasting over vermogensaanwas, maar onder een vermogenswinstbelasting.


Dat is begrijpelijk, omdat aandelen in startups vaak moeilijk te waarderen zijn. Bovendien zijn ze meestal niet makkelijk verkoopbaar. Een oprichter of vroege investeerder kan op papier veel vermogen hebben, zonder dat daar direct liquide middelen tegenover staan.


Toch kunnen ook hier lastige vragen ontstaan. Denk aan waarderingen bij investeringsrondes, de behandeling van opties en aandelenpakketten, en het moment waarop belasting verschuldigd wordt. Voor startups is het belangrijk dat het belastingstelsel investeringen niet onnodig afremt.


VNO-NCW zal letten op ondernemers en investeringsklimaat

Gijs Strijker van VNO-NCW zal naar verwachting vooral kijken naar de gevolgen voor ondernemers en het ondernemingsklimaat. Ondernemersorganisaties zijn doorgaans kritisch als fiscale regels leiden tot meer complexiteit, hogere lasten of onzekerheid voor investeerders.


Voor ondernemers is voorspelbaarheid belangrijk. Zij willen weten wanneer belasting verschuldigd is, hoe vermogen wordt gewaardeerd en welke gevolgen het stelsel heeft voor bedrijfsopvolging, investeringen en risicodragend kapitaal.


De kans is groot dat VNO-NCW zal pleiten voor een systeem dat werkbaar blijft voor ondernemers en familiebedrijven. Daarbij zal vooral worden gekeken naar de vraag of het nieuwe box 3-stelsel investeringen in de reële economie niet ontmoedigt.



Welke kant gaat het waarschijnlijk op?

Het lijkt op dit moment niet waarschijnlijk dat de Wet werkelijk rendement box 3 volledig van tafel gaat. De politieke en juridische druk om het box 3-stelsel aan te passen is daarvoor te groot. Wel is de kans aanzienlijk dat de Eerste Kamer aandringt op verbeteringen en verduidelijkingen.


De richting lijkt te zijn dat een heffing op werkelijk rendement de basis blijft. Binnen dat systeem zal waarschijnlijk vooral worden gediscussieerd over de vraag hoe streng en hoe praktisch de vermogensaanwasbelasting wordt vormgegeven.


Drie onderwerpen lijken daarbij centraal te staan. Het eerste onderwerp is de behandeling van illiquide vermogen, zoals vastgoed, startups en niet-beursgenoteerde ondernemingen.

Het tweede onderwerp is verliesverrekening, zodat belastingplichtigen verliezen op een redelijke manier kunnen meenemen. Het derde onderwerp is de uitvoerbaarheid voor belastingplichtigen, adviseurs en de Belastingdienst.


Belangrijkste discussiepunt voor beleggers

Voor beleggers wordt vooral de behandeling van ongerealiseerde koerswinsten belangrijk. Als waardestijgingen jaarlijks worden belast, kan dat grote gevolgen hebben voor de manier waarop beleggers hun portefeuille beheren.


In goede beursjaren kan de belastingdruk stijgen, ook als beleggers hun aandelen niet verkopen. In slechte jaren is het vervolgens belangrijk dat verliezen goed kunnen worden verrekend. Zonder ruime verliesverrekening kan het systeem als oneerlijk worden ervaren.


Daarom zullen veel experts waarschijnlijk niet alleen kijken naar het principe van werkelijk rendement, maar vooral naar de technische uitwerking. Een systeem kan in theorie eerlijker zijn, maar in de praktijk alsnog problemen veroorzaken als waardering, verliesverrekening en betaling niet goed zijn geregeld.

Conclusie

De deskundigenbijeenkomsten van 19 mei 2026 worden belangrijk voor de verdere behandeling van de Wet werkelijk rendement box 3. De Eerste Kamer krijgt dan input van fiscale experts, juristen, economen, ondernemersorganisaties, vastgoedvertegenwoordigers, vermogensbeheerders en de startupsector.


De verwachting is dat wetenschappers als Ruud van den Dool en Bas Jacobs de vermogensaanwasbelasting in grote lijnen zullen verdedigen. Tegelijkertijd zullen vertegenwoordigers van ondernemers, vastgoedbezitters, startups en vermogensbeheerders waarschijnlijk vooral wijzen op praktische problemen, liquiditeitsrisico’s en administratieve lasten.


Voor beleggers betekent dit dat de hervorming van box 3 waarschijnlijk doorgaat, maar dat de uiteindelijke vorm nog kan veranderen. Vooral de regels voor ongerealiseerde koerswinsten, vastgoed, startups en verliesverrekening worden bepalend voor de impact van het nieuwe stelsel.


Advertorial

De discussie over box 3 raakt direct aan de manier waarop huishoudens omgaan met sparen, beleggen en tijdelijk beschikbaar vermogen. Zolang de definitieve regels nog onderwerp van debat zijn, blijft flexibiliteit voor veel spaarders en beleggers een belangrijk aandachtspunt.


Raisin RenteBoost is een tijdelijke actie waarbij je op een vrij opneembare Duitse spaarrekening de eerste 3 maanden lang een gegarandeerde rente van 2,85% p.j. krijgt, beschermd onder het Europese garantiestelsel. Je spaargeld blijft dagelijks opvraagbaar en je kunt vrij storten en opnemen. Na deze periode kun je via één Raisin-account verder sparen bij meer dan 50 Europese banken, met actuele variabele rentes tot 1,92% p.j., of kiezen voor spaardeposito’s met looptijden van één maand tot tien jaar en rentes tot 3,25% p.j.


 
 

Net binnen..

Meld je aan voor onze dagelijkse nieuwsbrief!

Bedankt voor het abonneren!

Copyright © 2026 •

Alle rechten voorbehouden - Amsterdam - 0619930051

Disclaimer
Let op: Beleggen brengt risico's met zich mee. Je kan (een deel van) je inleg verliezen. Niets hier mag worden beschouwd als financieel advies.. Voor advies over je persoonlijke situatie kun je het beste een adviseur inschakelen.

  • Instagram
  • Twitter
  • LinkedIn
  • YouTube
bottom of page