Tien aandelen wegen zwaar in de S&P 500-ETF van Vanguard
In het kort
VUSA geeft met één aankoop toegang tot 504 grote Amerikaanse ondernemingen. Toch zit bijna 39% van het fonds in de tien grootste posities. De onderliggende portefeuille noteert tegen 24,7 keer winst. Dat is te verdedigen wanneer de winsten stevig blijven groeien, maar laat weinig ruimte voor een brede terugval in technologie. Voor een Nederlandse belegger tellen daarnaast dividendbelasting, de dollar en het verschil tussen koersrendement en totaalrendement mee.
De Vanguard S&P 500 UCITS ETF USD Distributing, met ISIN IE00B3XXRP09, sloot op 15 oktober 2026 op Euronext Amsterdam op €130,60. Het gaat om de uitkerende shareclass met ticker VUSA. De ETF is Iers, fysiek gerepliceerd en keert per kwartaal dividend uit. De lopende kosten bedragen 0,07% per jaar. Dat maakt VUSA goedkoop en praktisch, maar goedkoop beheer betekent niet automatisch een goedkope portefeuille.
Dat is hier de kern. Volgens Vanguard stond de koers-winstverhouding van de onderliggende aandelen eind september op 24,7. Een koers-winstverhouding, vaak P/E genoemd, deelt de beurswaarde door de jaarwinst. Bij 24,7 betaalt de belegger dus bijna 25 dollar voor iedere dollar lopende winst. Die prijs kan prima uitpakken, maar alleen als de winstbasis verder groeit of de markt bereid blijft ongeveer dezelfde multiple te betalen.
Breed fonds, smalle kopgroep
De naam S&P 500 wekt de indruk van een zeer gelijkmatig gespreide portefeuille. In aantallen klopt dat. Economisch is de verdeling veel schever. NVIDIA woog eind september 8,37%, Apple 7,36%, Microsoft 5,77% en Amazon 3,70%. Alphabet zat met zijn twee aandelenklassen samen boven 5,5%. Inclusief Broadcom, Meta, Micron en Tesla kwamen de tien grootste posities uit op bijna 39%.
Dat hoeft geen bezwaar te zijn. De grootste bedrijven zijn juist groot geworden doordat hun winsten, kasstromen en marktposities sterk zijn. De concentratie verandert wel wat VUSA in de praktijk doet. Wanneer een handvol technologiebedrijven sneller groeit dan de rest, profiteert het fonds volop. Wanneer juist hun waardering krimpt, helpt de lange staart van honderden kleinere posities minder dan het aantal holdings doet vermoeden.
De sterke kant is dat de index zichzelf aanpast. Bedrijven die marktaandeel en beurswaarde verliezen, krijgen vanzelf een lager gewicht. Nieuwe winnaars groeien juist het fonds in. Dat mechanisme is een van de redenen waarom passief beleggen zo moeilijk te verslaan is. Het betekent alleen niet dat de aankoopprijs onbelangrijk wordt. Een zelfreinigende index kan vanaf een hoge waardering nog steeds meerdere matige jaren kennen.
In onze uitleg over Nederlands spaargeld en beleggen staat waarom een brede aandelen-ETF voor een lange horizon logischer kan zijn dan structureel veel geld op een rekening laten staan. Het huidige punt is specifieker: wie VUSA koopt, koopt niet de gemiddelde Amerikaanse onderneming tegen een gemiddelde prijs, maar een naar beurswaarde gewogen verzameling waarin de grootste winnaars het zwaarst meetellen.
Wat moet 24,7 keer winst waarmaken?
Een eenvoudige omgekeerde waardering maakt de lat zichtbaar. Stel dat de P/E in 2029 daalt van 24,7 naar 22 en de belegger 9% koersrendement per jaar verlangt. Dan moet de onderliggende winst per aandeel ongeveer 13% per jaar groeien. Dividend komt daar nog bij, maar bij de recente uitkeringen is het lopende dividendrendement rond 1%, dus dat verandert de hoofdzaak niet.
Blijft de P/E in 2029 op 24,7, dan ligt de vereiste winstgroei lager. Daalt de multiple naar 18, dan moet de winst juist veel harder stijgen om hetzelfde rendement te halen. Multiple-krimp betekent simpel gezegd dat beleggers later minder willen betalen voor iedere dollar winst. Dat risico is het grootst wanneer rente, inflatie of concurrentie de waardering van groeiaandelen onder druk zet.
De historische winstgroei van de portefeuille was recent sterk. Vanguard rapporteerde 24,5% groei voor de holdings. Dat cijfer is echter een terugblik en geen bruikbaar driejaarscontract. Het wordt bovendien beïnvloed door de uitzonderlijke winstgroei bij AI, advertenties en cloud. Een belegger hoeft niet te geloven dat die groei direct stopt. Wel is een normalisatie naar hoge enkelcijferige of lage dubbelcijferige groei aannemelijker dan nog jarenlang 24,5%.
De tweede laag is valuta. VUSA handelt in euro's in Amsterdam, maar de economische activa en winsten zijn grotendeels in dollars. De euro-notering haalt het dollarrisico dus niet weg. Een sterkere dollar verhoogt, alles gelijk, de waarde in euro's. Een sterkere euro doet het omgekeerde. Dat effect kan in één jaar groter zijn dan de jaarlijkse fondskosten.
Ook de uitkering verdient een heldere uitleg. VUSA is distributerend: ontvangen dividenden worden ieder kwartaal uitgekeerd. Het koersrendement alleen onderschat daardoor de totale opbrengst. Wie de uitkeringen niet herbelegt, bouwt minder snel samengesteld rendement op. De accumulerende variant is niet dezelfde beurslijn; die keuze moet daarom vooraf bewust worden gemaakt.
Drie koerspaden
In het bearscenario valt de winstgroei terug, krimpt de waardering richting 18 tot 19 keer winst en werkt de dollar niet mee. Dan komen jaareindekoersen van ongeveer €104 in 2027, €101 in 2028 en €98 in 2029 uit het model. Dividend verzacht het totale verlies enigszins, maar staat los van deze koerswaarden.
In het middenpad groeit de onderliggende winst eerst rond 9% en daarna iets langzamer. De P/E daalt geleidelijk richting 22. Dat leidt tot circa €138, €143 en €146. Het gunstige pad veronderstelt dat de megacaps hun hoge rendement op kapitaal vasthouden, winstgroei ruim dubbelcijferig blijft en de waardering rond 26 tot 27 keer winst blijft. Dan volgen ongeveer €166, €189 en €203.
Deze bedragen zijn scenario's, geen koersdoelen. De formule is telkens onderliggende winst per ETF-eenheid maal een veronderstelde P/E, omgerekend naar euro's. Dividend is niet in de koers verwerkt. Een wisselkoersbeweging kan de uitkomst zichtbaar verbeteren of verslechteren.
De sterkste tegenwerping tegen voorzichtigheid is duidelijk: de grootste Amerikaanse bedrijven combineren schaal, data, distributie en grote kasstromen. Wie te lang op een lagere waardering wacht, kan jaren winstgroei missen. De tegenwerping tegen blind optimisme is even sterk: bij 24,7 keer winst betaalt de markt al voor veel van die kwaliteit.
De afweging valt daarom niet uit op een simpele koop- of verkoopzin. VUSA blijft een bijzonder efficiënte kernbelegging voor wie brede Amerikaanse blootstelling zoekt en schommelingen kan verdragen. Het bewijs dat de huidige prijs goed uitpakt, moet komen uit winstgroei buiten slechts een paar AI-winnaars. Wanneer ook de rest van de index de winst per aandeel duurzaam laat groeien, wordt de concentratie minder kwetsbaar. Wanneer de kopgroep vertraagt terwijl de P/E hoog blijft, is juist die schijnbare breedte het belangrijkste risico.
Lees ook hoe een toetreding tot de S&P 500 koopdruk en waardering kan beïnvloeden. Dat mechanisme helpt begrijpen waarom indexgewicht en economische waarde niet altijd hetzelfde zeggen.






































































































































Opmerkingen