top of page

Wat als Amerika zijn tekort tegen dure rente moet lenen

46 minuten geleden
4 minuten om te lezen

In het kort


Het Amerikaanse begrotingstekort over boekjaar 2026 bedraagt volgens een voorlopige CBO-raming $1.993 miljard. Tegelijk ligt het rendement op tienjarige staatsobligaties rond de 5%, waardoor nieuw lenen duurder is dan in de jaren van zeer lage rente. Niet alle bestaande schuld krijgt onmiddellijk die nieuwe rente. Voor beleggers draait het om het tempo van herfinanciering, inflatie en de vergoeding die aandelen boven staatsobligaties moeten bieden.



Een rente van 5% klinkt voor een belegger aantrekkelijker dan een rente van 1%. Voor de partij die moet lenen, geldt het omgekeerde. Juist daarom vind ik de combinatie van de Amerikaanse rentestand en het begrotingstekort belangrijker dan een discussie over één volgende rentestap van de Federal Reserve.


De overheid moet niet alleen bestaande leningen vervangen wanneer die aflopen. Zij moet ook geld aantrekken voor uitgaven die niet door inkomsten worden gedekt. Als beide tegen relatief hoge tarieven gebeuren, wordt de toekomstige renterekening geleidelijk zwaarder.


Volgens de op 8 oktober gepubliceerde CBO-raming bedroegen de inkomsten in boekjaar 2026 ongeveer $5.403 miljard en de uitgaven $7.396 miljard. Het verschil is $1.993 miljard, oftewel bijna $2 biljoen. De raming is voorlopig; het Amerikaanse boekjaar eindigde op 30 september. Bron: CBO.


Het probleem zit in de combinatie


Het CBO schat de netto-rentelasten op $1.143 miljard, $115 miljard meer dan een jaar eerder. Gedeeld door de geraamde inkomsten is dat ongeveer 21%. Die eigen berekening maakt zichtbaar hoeveel begrotingsruimte rente inneemt voordat er nieuwe politieke keuzes worden gemaakt.


De inkomsten stijgen dus wel, maar de uitgaven nemen sneller toe. Dat is een ander verhaal dan een staat die geen belasting meer kan innen. Het probleem is dat de groei van de inkomsten onvoldoende is om de uitgavenontwikkeling bij te houden.


Op 15 oktober noteerde de tienjaarsrente volgens de marktupdate van The Wall Street Journal ongeveer 5,09%, na een daling ten opzichte van de voorafgaande verkoopgolf. Dat is een momentopname, geen gegarandeerd tarief voor iedere Amerikaanse lening. Kortlopende en langlopende schuld hebben verschillende rendementen. Bron: WSJ, marktupdate 15 oktober.


Voor mij is die daling een nuttige waarschuwing tegen een te simpel verhaal. Een groot tekort betekent niet dat obligatierentes iedere dag moeten stijgen. Wanneer beleggers bezorgd worden over economische groei of aandelen, kunnen zij juist staatsobligaties kopen. De structurele begrotingsvraag en de dagelijkse koersbeweging hoeven niet dezelfde richting te hebben.



Waarom de rekening vertraagd oploopt


Een bestaande lening met een vaste coupon verandert niet van rentebetaling omdat de marktrente stijgt. De overheid merkt de hogere rente vooral wanneer zij nieuw geld leent of een aflopende lening vervangt. Daarom is de looptijd van de schuld zo belangrijk.


Neem als eigen rekenvoorbeeld $1 biljoen dat wordt vervangen tegen een rente die twee procentpunt hoger ligt. Dat veroorzaakt jaarlijks $20 miljard extra rente zolang die hoofdsom tegen het hogere tarief uitstaat. Het gaat niet ineens om twee procent van alle Amerikaanse schuld.


Een ander voorbeeld betreft het nieuwe tekort. Als een volledige extra financieringsbehoefte van $2 biljoen gemiddeld een heel jaar tegen 5% zou uitstaan, hoort daarbij $100 miljard rente op jaarbasis. In werkelijkheid wordt gedurende het jaar geleend tegen verschillende tarieven. Dit is dus een gevoeligheidsberekening, geen voorspelling van de eerstvolgende begroting.


De wisselwerking kan ongunstig worden. Meer rente betekent bij gelijkblijvend beleid meer tekort. Meer tekort vraagt extra financiering. Maar zo'n kringloop is niet onvermijdelijk: economische groei, beleidsaanpassingen en lagere financieringskosten kunnen haar afzwakken.



Wat een obligatiebelegger werkelijk koopt


Een obligatie met 5% rendement is niet hetzelfde als een spaarrekening met een onbeweeglijke waarde. Als de marktrente verder stijgt, daalt doorgaans de prijs van een bestaande obligatie. Wie vóór de einddatum verkoopt, kan daardoor verlies lijden.


Stel dat een tienjarige obligatie jaarlijks 5 betaalt op een nominale waarde van 100 en bij afloop 100 terugbetaalt. Bij een marktrendement van 5% is de prijs 100. Stijgt de vereiste opbrengst naar 6%, dan komt de berekende prijs uit op ongeveer 92,64. Daalt die naar 4%, dan stijgt zij naar ongeveer 108,11. Dit model veronderstelt jaarlijkse coupons, geen wanbetaling en geen transactiekosten.


Daar komt inflatie bij. Bij 5% nominaal rendement en 3% toekomstige inflatie resteert rekenkundig ongeveer 1,94% reëel rendement: 1,05 gedeeld door 1,03, min één. De toekomstige inflatie is hierbij een aanname. Het laatste inflatiecijfer mag niet ongemerkt worden behandeld als de inflatie over de gehele looptijd.


Een Nederlandse belegger loopt daarnaast dollarrisico. Een hogere dollar kan het rendement in euro's vergroten; een lagere dollar kan de couponopbrengst ruimschoots wegvagen. Valuta afdekken kan dat risico verminderen, maar heeft een eigen prijs.



De lat voor aandelen ligt anders


Voor aandelen betekent een hogere staatsrente dat toekomstige kasstromen tegen een ander alternatief worden afgewogen. Waarom zou ik dezelfde prijs betalen voor een onzekere winststroom wanneer een liquide staatsobligatie een hogere nominale opbrengst biedt?


Dat is geen vaste rekensom waarbij iedere procentpunt rente automatisch een bepaald beursverlies veroorzaakt. Bedrijven kunnen ook hun winst vergroten, prijzen aanpassen of beschikken over kasmiddelen die meer rente opleveren. De gevoeligheid hangt af van het verdienmodel en de waardering.


Ik draai de vraag daarom om. Stel dat een aandeel vandaag 100 kost en ik over drie jaar 8% jaarlijks koersrendement verlang. Dan moet de koers naar ongeveer 126. Als ik in 2029 twintig keer de jaarwinst wil betalen, vraagt dat ongeveer 6,30 winst per aandeel. Dividend is buiten beschouwing gelaten. Vervolgens beoordeel ik of die winst aannemelijk is, in plaats van alleen te vragen of de koers al genoeg is gedaald.


Voor 2027–2029 zijn drie eigen scenario's nuttig. In een gunstige ontwikkeling neemt het tekort af en dalen inflatie en financieringskosten geleidelijk. In een middenscenario blijft de economie groeien, maar blijven tekorten en rentelasten hoog. In een ongunstige ontwikkeling verzwakt de groei terwijl beleggers een hogere vergoeding vragen voor inflatie en begrotingsrisico. Dat laatste is lastig omdat zowel de inkomstenkant als de financieringskant onder druk komt.


Mijn conclusie is niet dat Amerikaanse staatsobligaties onbruikbaar zijn of dat aandelen moeten worden verkocht. Ik wil wel minder gemakkelijk aannemen dat goedkope financiering terugkeert. De aantrekkelijkste belegging is voor mij de positie die ook bij aanhoudend hogere rente voldoende inkomen of kasstroom biedt. Een lager koerskaartje alleen is daarvoor niet genoeg.


 
 
 
Wie bepaalt of Oekraïne Starshield mag gebruiken?

De discussie over Starshield raakt meer dan Oekraïne. Voor beleggers draait het om de zeggenschap over satellietnetwerken, Europese alternatieven en de vraag wie aan extra defensie-uitgaven verdient.

 
 
 

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
00:00 / 01:04

Net binnen..

Bedankt voor het abonneren!

bottom of page