Studentenkamers schaarser dan ooit: wat dit doet met rendement
- Arne Verheedt
- 3 uur geleden
- 4 minuten om te lezen
In het kort
Er is vandaag een tekort van ongeveer 63.000 studentenkamers. Dit tekort is vooral voelbaar in de grote studentensteden.
De gemiddelde totale kost voor een studentenkamer bedraagt in academiejaar 2025-2026 ongeveer 590 euro per maand, inclusief kosten.
Beleggers blijven interesse tonen in studentenvastgoed, maar worden geconfronteerd met hogere renovatiekosten en strengere regels vanuit lokale overheden.
De Belgische markt voor studentenhuisvesting blijft gespannen. Het aanbod groeit onvoldoende mee met het aantal studenten, waardoor het tekort aan kamers structureel hoog blijft. Vooral in grote studentensteden zoals Brussel, Gent, Leuven en Antwerpen is de druk sterk voelbaar. Het Kotkompas Pricing Update 2025 bevestigt dat deze disbalans tussen vraag en aanbod ook in het academiejaar 2025-2026 aanhoudt.
Het stijgende aantal studenten, gecombineerd met trage vergunningsprocedures en beperkte nieuwbouwmogelijkheden, zorgt voor een blijvende spanning op de markt. Voor beleggers betekent dit dat de vraag quasi gegarandeerd blijft, maar dat investeren steeds meer voorbereiding en kennis van lokale omstandigheden vraagt.
Huurprijzen stijgen verder en verschillen sterk per regio
Uit de meest recente cijfers blijkt dat de gemiddelde kale huurprijs voor een studentenkamer in België nu rond 485 euro per maand ligt. Dat is een stijging van ongeveer 2 procent tegenover het vorige academiejaar. Wanneer ook de bijkomende kosten worden meegerekend, komt de gemiddelde totale kost, de zogenaamde COT-prijs, uit op ongeveer 590 euro per maand.
Gemiddelde huurprijs, bijkomende kosten en totale maandkost (COT-prijs):

De verschillen tussen regio’s zijn groot. In Brussel liggen zowel de huurprijzen als de kosten het hoogst. Daar bedraagt de gemiddelde totale maandprijs ongeveer 695 euro. Vlaanderen volgt met een gemiddelde COT-prijs van ongeveer 610 euro, terwijl Wallonië met gemiddeld 535 euro per maand duidelijk lager blijft.
Ook het type kamer speelt een belangrijke rol. Een klassieke kamer zonder eigen sanitair blijft het goedkoopst, terwijl kamers met eigen badkamer en studio’s aanzienlijk duurder zijn. Studio’s halen in Brussel zelfs gemiddelde totale prijzen tot bijna 800 euro per maand. Studenten betalen dus steeds meer voor comfort, privacy en energiezuinigheid.
Overzicht van huurprijzen per gewest en type studentenkamer:

Kosten worden belangrijker in de totale prijs
Naast de kale huurprijs wegen ook de bijkomende kosten steeds zwaarder door. Gemiddeld bedragen deze kosten in België ongeveer 105 euro per maand. In Brussel loopt dit zelfs op tot ongeveer 125 euro. Deze kosten zijn de voorbije jaren minder sterk gestegen dan de huurprijzen, maar blijven een belangrijke factor in de betaalbaarheid van studentenkamers.
Het Kotkompas benadrukt daarom dat het essentieel is om niet alleen naar de huurprijs te kijken, maar naar de totale maandelijkse kost. Studenten en ouders baseren hun keuze steeds vaker op het volledige prijskaartje, inclusief energie, water, internet en andere voorzieningen.
Investeringspotentieel blijft aanwezig, maar het speelveld verandert
Studentenvastgoed blijft aantrekkelijk voor investeerders omdat de vraag structureel stabiel is en leegstand beperkt blijft. Elk jaar is er opnieuw instroom van studenten, ongeacht de economische situatie. Daardoor zijn de huurinkomsten voorspelbaar en liggen de opbrengsten per vierkante meter vaak hoger dan bij klassieke huurwoningen.
Om die opbrengsten correct te beoordelen, wordt vaak gekeken naar de COT-prijs. COT staat voor cost of tenancy en omvat de totale maandelijkse kost voor de student, dus de huurprijs samen met alle bijkomende kosten zoals energie, water en internet. Deze maatstaf geeft een realistischer beeld van wat studenten effectief betalen. In België steeg de gemiddelde COT-prijs van ongeveer 475 euro per maand in 2020 naar 590 euro in 2025. Dat wijst op een duidelijke en aanhoudende prijsstijging in de markt.
Evolutie van de totale maandelijkse COT-prijs sinds 2020:

Voor investeerders vertaalt dit zich in hogere rendementen dan bij klassiek nieuwbouwvastgoed. Nieuwbouwappartementen halen vandaag vaak een bruto aanvangsrendement van rond de 4 procent. Studentenkamers brengen gemiddeld meer op, omdat het risicoprofiel hoger ligt door intensiever gebruik en meer beheer. In de praktijk liggen de bruto rendementen bij studentenhuisvesting vaak boven de 5 procent en kunnen ze, afhankelijk van locatie en type kamer, nog duidelijk hoger uitvallen.
Tegelijk neemt de concurrentie toe. Grotere, professionele spelers investeren steeds vaker in grootschalige studentenresidenties met moderne faciliteiten. Dat verhoogt de kwaliteitslat en zet extra druk op particuliere investeerders, vooral op toplocaties in grote studentensteden.
Regelgeving, comfort en duurzaamheid als doorslaggevende factoren
Lokale overheden sturen steeds strenger op kwaliteit en ruimtelijke ordening binnen studentenhuisvesting. In verschillende steden gelden quota, kotstops of bijkomende eisen rond brandveiligheid, minimale oppervlaktes en energieprestaties. Vooral in steden zoals Brussel en Leuven zijn functiewijzigingen complex en tijdrovend, wat investeringsprojecten kan vertragen of zelfs blokkeren. Voor investeerders betekent dit dat een grondige analyse vooraf onmisbaar is, omdat regelgeving kan wijzigen en panden die vandaag vergund zijn, op termijn hun verhuurbaarheid kunnen verliezen.
Tegelijk bepalen comfort en duurzaamheid steeds meer de toekomstige waarde van studentenvastgoed. Studenten hechten veel belang aan veiligheid, energiezuinigheid en moderne voorzieningen. Kamers met een goede EPC-score en voldoende privacy zijn duidelijk in het voordeel, terwijl verouderde koten aan aantrekkingskracht inboeten. Voor investeerders is investeren in renovatie, isolatie en duurzame technieken daarom geen bijkomende optie meer, maar een noodzakelijke voorwaarde om hun vastgoed waardevol en competitief te houden.
Studentenkamers: een volwassen markt met duidelijke spelregels
De Belgische markt voor studentenhuisvesting staat op een kantelpunt. Het structurele tekort aan kamers, de blijvend hoge vraag en de stijgende COT-prijzen maken studentenvastgoed fundamenteel aantrekkelijk. Tegelijk is het speelveld duidelijk complexer geworden. Hogere investeringskosten, strengere regelgeving en stijgende kwaliteitsverwachtingen zorgen ervoor dat vrijblijvend instappen niet langer volstaat.
Studentenvastgoed is vandaag geen snelle opportuniteit meer, maar een volwaardige en professionele activaklasse. Wie inzet op de juiste locaties, voldoet aan regelgeving, investeert in comfort en duurzaamheid en de totale kost voor de student correct inschat, kan blijven rekenen op stabiele inkomsten en aantrekkelijke rendementen. Voor wie die spelregels begrijpt en toepast, blijft studentenhuisvesting ook in de komende jaren een sterke pijler binnen een gespreide vastgoedportefeuille.
Ook particuliere beleggers kunnen inspelen op structurele tekorten en voorspelbare huurinkomsten zonder zelf met vergunningen, renovaties of lokaal beleid geconfronteerd te worden. Wie zoekt naar stabiel rendement buiten de beurs, kijkt daarbij steeds vaker naar professioneel beheerd vastgoed met een defensief karakter. Vastgoedsegmenten met dagelijkse gebruiksfunctie bieden in dat opzicht extra zekerheid.
Het SynVest Dutch RealEstate Fund belegt in Nederlands vastgoed met focus op supermarkten en zorgcentra, sectoren die ook in economisch wisselvallige tijden veerkrachtig blijven. Het fonds realiseerde de afgelopen jaren een gemiddeld rendement van 8,6% per jaar, waarvan 6% maandelijks wordt uitgekeerd, wat zorgt voor voorspelbare cashflow en brede spreiding over solide huurders.
Vraag nu de gratis brochure aan en ontdek vrijblijvend of dit vastgoedfonds past bij jouw beleggingsdoelen.





















































