top of page

Reken mee hoeveel van het quantumnieuws van IonQ werkelijk in de VanEck Quantum Computing ETF terechtkomt

59 minuten geleden
7 minuten om te lezen

In het kort

IonQ presenteert nieuwe onderzoeksresultaten en een toekomstige universiteitsinstallatie, maar de VanEck Quantum Computing ETF is geen rechtstreeks mandje quantumomzet. Gevestigde technologiebedrijven en speculatieve ontwikkelaars reageren op verschillende winstbronnen. Bij een gecontroleerde Xetra-koers van €25,75 hangt het rendement daarom af van bedrijfswinsten, verwatering, waarderingen en valuta tegelijk. Onze scenario’s laten zien dat spreiding de afhankelijkheid van één winnaar vermindert, maar een dure technologiebelofte niet vanzelf goedkoop maakt.


Een gewicht van 5,78 procent klinkt bescheiden, totdat het aandeel in kwestie verdubbelt. Dan draagt het bij gelijkblijvende overige koersen bijna zes procentpunt bij aan een fonds. Maar dezelfde rekensom werkt ook omgekeerd: een spectaculaire ontwikkeling bij IonQ verandert niet ineens het verdienmodel van alle andere bedrijven in een quantum-ETF. Dat onderscheid wordt belangrijker nu technische aankondigingen elkaar snel opvolgen.


De eerdere analyse draaide om de spreiding over gevestigde bedrijven en verliesmakers. Dit vervolg stelt een andere vraag: hoeveel van nieuwe quantumvooruitgang komt daadwerkelijk terecht in de waarde van één ETF-participatie? Het antwoord begint bij de samenstelling, maar eindigt bij de prijs. Een fonds kan toegang geven tot een veelbelovende ontwikkeling en toch een tegenvallend rendement opleveren als die belofte al royaal is betaald.



Het nieuws raakt maar een deel van de portefeuille

Op 24 september publiceerde IonQ onderzoek naar het herkennen van veranderingen in radarbeelden. De onderneming beschrijft een betere score op een specifieke dataset, maar ook dat een andere voorbewerking een belangrijk deel van het verschil met klassieke methoden wegneemt. Dit is een afgebakend onderzoeksresultaat, geen bewijs dat quantumcomputers voortaan alle gewone computers verslaan. De commerciële opbrengst van het experiment is niet openbaar gemaakt. Dat staat los van de wetenschappelijke betekenis die het werk kan hebben, blijkt uit IonQ’s eigen toelichting.


Daarnaast is er een geplande installatie bij Florida International University. De webpagina draagt 24 september als publicatiedatum, terwijl de tekst zelf de aankondiging op 22 september dateert. Levering is voor eind 2027 voorzien en hangt mede samen met de gereedheid van het datacenter. Een order voor een toekomstig systeem is iets anders dan een machine die nu productief draait. De aankondiging van het FIU-project noemt geen contractwaarde waarmee de betekenis voor IonQ’s omzet direct te berekenen valt.


Voor een fondsbelegger komt daar een tweede vertaalslag bij. IonQ woog eind augustus 5,78 procent. Een koersstijging van 30 procent levert bij dat vaste startgewicht ongeveer 1,73 procentpunt fondsbijdrage op. Dat is relevant, maar geen rendement van 30 procent op het hele fonds. Een doorbraak bij één positie is niet dezelfde doorbraak voor de portefeuille. De eerste module maakt die verhouding zichtbaar; de overige aandelen kunnen de bijdrage versterken of volledig tenietdoen.



Quantum in de naam betekent niet quantum in iedere euro omzet

De fondsfactsheet van 31 augustus telt 31 posities. De tien grootste vormen samen 49,44 procent. Naast IonQ staan daar onder meer Microsoft, NEC, D-Wave, NTT en Fujitsu tussen. De index selecteert zowel ondernemingen die aan quantumtechnologie werken als bedrijven met relevante patenten. Dat verklaart waarom een thematische portefeuille voor een aanzienlijk deel uit al langer bestaande concerns kan bestaan.


Die combinatie heeft een verdedigbare economische logica. Een gevestigde onderneming kan onderzoek financieren uit bestaande activiteiten, technologie via bestaande klantrelaties verspreiden en een mislukte ontwikkelingsroute opvangen. De aandeelhouder is dan minder afhankelijk van één laboratoriumresultaat of één kapitaalronde. Een kleine gespecialiseerde onderneming heeft juist meer gevoeligheid voor succes, omdat een nieuwe markt een groter deel van haar toekomstige waarde kan vertegenwoordigen.


Maar die voordelen hebben een spiegelbeeld. Bij een groot concern kan een geslaagde quantumtoepassing nog jarenlang te klein zijn om de groepswinst te veranderen. De belegger koopt ondertussen ook de concurrentiepositie van software, dienstverlening, industriële activiteiten of andere bestaande bedrijfsonderdelen. Het fonds is dus geen zuivere claim op de toekomstige omvang van de quantummarkt. Patenten en onderzoeksbudgetten zijn geen gemeten quantumverkopen.


Daarom is een vergelijking met een gewone wereld-ETF zinvol. Overlappende grote ondernemingen kunnen betekenen dat een belegger bestaande technologieposities nogmaals koopt, met een thematische kostenlaag en enkele veel speculatievere aanvullingen. Wie al veel technologie bezit, krijgt met dit fonds niet noodzakelijk een onafhankelijke rendementsbron. De doorslaggevende vraag is wat de nieuwe positie werkelijk toevoegt aan de totale portefeuille, niet hoeveel verschillende bedrijfsnamen op de factsheet staan.


Spreiding beschermt tegen één mislukking maar niet tegen dezelfde verwachting

De risico’s van de gespecialiseerde bedrijven kunnen tegelijk bewegen. Een vertraging in foutcorrectie, een teleurstellende toepassing of een hogere vereiste vergoeding voor risicokapitaal raakt mogelijk meerdere posities. Verschillende technische routes zorgen dan wel voor ondernemingsspreiding, maar niet automatisch voor bescherming tegen een algemene afwaardering van het thema.


Ook financiering verbindt de aandelen. Wanneer ondernemingen langdurig geld uitgeven voordat hun producten schaalbaar worden, moeten bestaande beleggers rekening houden met nieuwe aandelen. Omzetgroei op ondernemingsniveau kan dan veel hoger zijn dan omzetgroei per aandeel. Bij een omzetstijging van 25 procent en 6 procent meer aandelen groeit de omzet per aandeel niet met 25 procent, maar met ongeveer 17,9 procent. Een waarderingsmodel dat dit verschil weglaat, maakt verlieslatende groeibedrijven te gemakkelijk aantrekkelijk.


Het sterkste tegenargument is dat een vroege belegging juist vóór voorspelbare kasstromen moet plaatsvinden. Wachten op bewezen winst kan betekenen dat een groot deel van de waardestijging al achter de rug is. Dat argument is terecht. Het rechtvaardigt echter niet iedere aankoopprijs. Een kans op een zeer groot eindresultaat kan economisch waardevol zijn, terwijl de combinatie van mislukkingen, verwatering en lange wachttijd het verwachte aandeelhoudersrendement beperkt.


De volgende stresstest gebruikt daarom een eigen verdeling van 25 procent speculatief en 75 procent overig. Dit is geen vastgestelde indeling van het fonds. Als het speculatieve deel halveert, moet het overige deel 16,7 procent stijgen om uitsluitend dat verlies te compenseren. Kosten en valuta komen daar nog bij. De module maakt zichtbaar waarom een minder volatiel onderdeel niet hetzelfde is als een gegarandeerde vangnetconstructie.




Een eurokoers maakt dit geen eurobelegging zonder valutarisico

Het onderzochte instrument is de VanEck Quantum Computing UCITS ETF A USD Acc, ISIN IE0007Y8Y157, in Ierland gevestigd en accumulerend. We gebruiken de EUR-beurslijn QUTM op Xetra. De productpagina van VanEck vermeldt 0,55 procent jaarlijkse fondskosten en een intrinsieke waarde van $29,56 op 23 september. Het fonds belegt fysiek en herbelegt inkomsten. De gecontroleerde productinformatie geeft geen aanleiding om in deze berekeningen een nieuwe aandelensplitsing toe te passen.


De koersbasis is €25,75 uit de vertraagde Xetra-notering van 24 september, met het op de pagina getoonde tijdstip 09:49:32. De bron vermeldt daarbij geen tijdzone; daarom presenteren we het tijdstip niet als een exact Nederlands beursmoment. Het is een gedateerde momentopname, geen livekoers. Een latere transactie kan tegen een andere prijs plaatsvinden.


Het verschil tussen €25,75 en een intrinsieke waarde in dollars bewijst geen korting of premie. Daarvoor zijn gelijke tijdstippen, dezelfde valutabasis en vergelijkbare prijzen nodig. De handelsvaluta bepaalt alleen in welke munt de order wordt afgerekend. Ze verandert niet de economische blootstelling van de ondernemingen waarin het fonds belegt.


Die blootstelling is bovendien geen eenvoudige dollarpositie. De portefeuille bevat ook Japanse en Europese ondernemingen, terwijl hun verkopen weer over meer valuta kunnen lopen. Onze module gebruikt daarom een gestileerd gewogen valuta-effect tegenover de euro. Een lokaal totaalrendement van 10 procent en een negatief valuta-effect van 10 procent geven samen al een klein verlies, nog voordat de fondskosten meetellen. Rendementen vermenigvuldigen; ze laten zich hier niet simpelweg optellen.



De omgekeerde waardering vraagt twee verschillende rekensommen

Eén koers-winstverhouding is voor deze portefeuille onvoldoende. De factsheet vermeldt 20,13, maar zonder volledige uitsplitsing van de behandeling van verlieslatende posities is dat geen bruikbare winstbasis voor elk aandeel. Een lage berekende fondsmultiple maakt een positie zonder winst niet opeens winstgevend. We gebruiken die statistiek daarom niet om een fictieve winst voor de hele portefeuille te construeren.


Onze eigen gevoeligheidsanalyse verdeelt de startwaarde in een winstgevende modelmand van 75 procent en een speculatieve mand van 25 procent. De eerste krijgt als waarderingsnormalisatie 25 keer de winst; de tweede 20 keer omzet. Deze startmultiples zijn aannames, geen gemeten deelportefeuillewaarderingen. Het model laat zien welke combinatie van groei en waarderingsverandering nodig is. Het pretendeert geen exacte intrinsieke waarde van alle 31 ondernemingen te berekenen.


Bij 10 procent gewenst jaarlijks rendement moet €25,75 in drie jaar ongeveer €34,27 worden. Veronderstellen we voor het speculatieve deel 25 procent omzetgroei, 6 procent jaarlijkse verwatering en een dalende omzetmultiple van 20 naar 18, dan moet de winstgevende mand circa 7,9 procent winstgroei per aandeel per jaar halen. Daarbij blijft haar multiple 25, wordt jaarlijks 1,5 procent netto dividend herbelegd en blijft de gewogen valuta-impact nul. De kosten worden één keer afgetrokken.


Dat is geen onmogelijke combinatie. Ze bevat wel meer voorwaarden dan het simpele verhaal dat quantumcomputing een grote markt wordt. Een lagere eindmultiple bij de winstgevende bedrijven verhoogt de vereiste winstgroei. Minder verwatering of betere commerciële schaal bij de specialisten verlaagt haar. De reverse module maakt die afhankelijkheid expliciet, zodat een aantrekkelijk verhaal niet ongemerkt een gratis waarderingspremie krijgt.



De drie jaarpaden laten zien hoeveel goed nieuws de prijs nodig heeft

Alle onderstaande koersen gelden voor september 2027, 2028 en 2029, in euro, vanaf de peildatum 24 september 2026. De formule telt de waardeontwikkeling van beide startmanden op en verwerkt vervolgens kosten en valuta. De winstgroei is per aandeel; alleen in de speculatieve mand wordt omzetgroei apart voor nieuwe aandelen gecorrigeerd. Het is een vereenvoudigd model met vaste startmanden, zonder voorspelde indexwisselingen. Het fonds kan in werkelijkheid anders herbalanceren.


In het bearscenario groeit de winstgevende mand jaarlijks 2 procent, maar daalt haar multiple naar 22, 20 en 18. De speculatieve omzet groeit 5 procent bij 10 procent verwatering, terwijl de omzetmultiple daalt naar 15, 12 en 10. Daar komt jaarlijks 5 procent negatieve valuta-impact bij. De mogelijke ETF-koersen zijn dan €20,98, €17,92 en €15,37. Technologische vooruitgang kan in dit pad doorgaan terwijl de belegger toch geld verliest.


In het middenscenario zijn de winstgroei en speculatieve omzetgroei 8 en 25 procent, met 6 procent verwatering in de tweede mand. De winstmultiple blijft 25; de omzetmultiple wordt 20, 19 en 18. Bij neutrale valuta ontstaan €28,60, €31,36 en €34,37. Het gunstige scenario veronderstelt 12 procent winstgroei, 40 procent omzetgroei, 4 procent verwatering en hogere waarderingsmultiples. Met jaarlijks 2 procent positieve valuta-impact worden de koersen €33,72, €43,17 en €55,66. De volledige jaarlijkse aannames staan in de module.



Omdat dit de accumulerende shareclass is, zit herbelegd dividend al in de modelkoers. Er mag geen extra dividendrendement bovenop worden gezet. De getoonde koersverandering benadert het totaalrendement binnen deze aannames, vóór persoonlijke belasting en handelskosten. Veranderingen in aandeleninkoop zitten al in de winst per aandeel van de eerste mand en worden niet nogmaals toegevoegd.


De ETF is verdedigbaar voor wie bewust een gemengde blootstelling aan quantumontwikkeling zoekt en een forse terugval kan dragen. Rond €25,75 is het geen goedkope vervanging voor één speculatief aandeel: een redelijk middenscenario vraagt al gezamenlijke winstgroei, commerciële vooruitgang en beheersbare verwatering. De sterkste bevestiging wordt niet een nieuw recordaantal qubits, maar meer betaalde toepassingen zonder dat het belang per aandeel voortdurend verwatert.


Pak je kans! Word lid met de code INSIDER en krijg 50 procent korting.


Foto: Jan van Eck, officieel archiefportret van VanEck. Opnamedatum niet vermeld. Portret en credit.

 
 
 

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
00:00 / 01:04

Net binnen..

Bedankt voor het abonneren!

Copyright © 2026 •

Alle rechten voorbehouden - Amsterdam - 0619930051

Disclaimer
Let op: Beleggen brengt risico's met zich mee. Je kan (een deel van) je inleg verliezen. Niets hier mag worden beschouwd als financieel advies.. Voor advies over je persoonlijke situatie kun je het beste een adviseur inschakelen.

  • Instagram
  • Twitter
  • LinkedIn
  • YouTube
bottom of page