top of page

Er kruipt een addertje door de hoge Amerikaanse rente en het heet looptijd

1 uur geleden
6 minuten om te lezen

In het kort

De Amerikaanse dertigjaarsrente stond op 23 september op 5,40 procent volgens het ministerie van Financiën. Dat verhoogt het aanvangsrendement voor nieuwe kopers, maar maakt bestaande obligaties met een lagere rente minder waard. Wie vanuit euro’s belegt, krijgt bovendien met de dollar te maken. De doorslag ligt daarom bij looptijd, aankoopprijs en valutarisico, niet bij het rentepercentage alleen.


Een rente van 5,4 procent klinkt aantrekkelijk voor wie gewend is aan een bescheiden vergoeding op spaargeld. Toch kan een dertigjarige obligatie met zo’n rente bij een verdere rentestijging in korte tijd meer aan koerswaarde verliezen dan zij in een jaar aan rente oplevert. Hetzelfde cijfer dat nieuwe kopers aantrekt, kan bestaande bezitters dus pijn doen.


De officiële Treasury-reeks noteert voor 23 september 2026 een dertigjaarsrente van 5,40 procent, tegenover 5,29 procent een dag eerder. Het betreft een berekende marktrente voor een vaste looptijd, geen spaarproduct en evenmin de coupon van iedere verhandelbare staatslening. Een vergelijking met 2004 vraagt extra voorzichtigheid: de reguliere dertigjaarsreeks was tussen februari 2002 en februari 2006 onderbroken. Zonder expliciete vergelijkbare historische reeks is een recordclaim onvoldoende onderbouwd.


Voor Nederland en België is dit meer dan Amerikaans nieuws. Amerikaanse staatsobligaties zijn een belangrijke internationale vergelijkingsmaatstaf voor rendement en risico. Maar er bestaat geen vaste regel die een Amerikaanse rentestijging rechtstreeks vertaalt naar een even grote beweging van Europese hypotheekrentes, aandelenkoersen of spaarrentes.



Een lange rente bevat meer dan het volgende besluit van de Fed

De centrale bank bepaalt haar beleidsrente voor de korte termijn. Een belegger die voor dertig jaar geld uitleent, kijkt verder. Die wil een vergoeding voor verwachte toekomstige korte rentes en voor het risico dat de werkelijkheid daarvan afwijkt. Dat laatste heet de termijnpremie. Onzekerheid over inflatie, de hoeveelheid aangeboden schuld en de bereidheid van beleggers om langlopende leningen aan te houden kunnen daarin doorwerken.


Een stijgende lange rente kan daarom verschillende economische verhalen vertellen. Als groeivooruitzichten verbeteren, kan de markt langer een hogere korte rente verwachten. Als vooral de onzekerheid over inflatie of begrotingsbeleid toeneemt, kan de gevraagde risicopremie oplopen. Uit één nominale rente is niet af te leiden welk verhaal overheerst. Daarvoor zijn aanvullende gegevens nodig, bijvoorbeeld reële rentes, inflatiecompensatie en een geschatte termijnpremie.


De Federal Reserve publiceert in H.15 eveneens rentereeksen. Een publicatiedatum is daarbij niet hetzelfde als de laatste waarnemingsdatum. De publicatie van 23 september bevatte gegevens tot en met 22 september. De daar vermelde 5,29 procent is dus geen tegenspraak met de Treasury-waarneming van 5,40 procent op de volgende handelsdag.


Voor minister van Financiën Scott Bessent telt vooral hoe marktrentes in de financiering van de overheid doorwerken. Een hogere rente verhoogt de vergoeding op nieuw uitgegeven schuld en op schuld die wordt geherfinancierd. Zij verhoogt niet ineens de coupon op alle bestaande staatsleningen. Het effect op de jaarlijkse rentelasten bouwt zich daarom op met nieuwe financiering en vervallende leningen.


Een procentpunt extra rente kan jaren coupon wegdrukken

Een obligatie geeft recht op toekomstige betalingen. De prijs vandaag is de waarde van die betalingen nadat zij tegen de vereiste marktrente zijn teruggerekend. Hoe verder een betaling in de toekomst ligt, hoe sterker een veranderende rente die huidige waarde kan beïnvloeden. Daarom reageert een lange obligatie doorgaans veel sterker dan een korte lening.


Neem een zichtbaar vereenvoudigd rekenvoorbeeld: een obligatie met een nominale waarde van 100 dollar, nog dertig jaar looptijd en jaarlijks 5,40 dollar coupon. Bij een vereiste rente van 5,4 procent bedraagt de waarde 100 dollar. Bij 6,4 procent berekenen we de prijs als 5,40 maal de som van dertig jaarlijkse disconteringsfactoren, plus 100 gedeeld door 1,064 tot de dertigste macht. Dat komt uit op ongeveer 86,80 dollar.


De daling bedraagt daarmee circa 13,2 procent, terwijl de jaarlijkse coupon 5,4 procent van de oorspronkelijke nominale waarde is. Dit voorbeeld gebruikt jaarlijkse betalingen; Amerikaanse Treasury bonds betalen normaal halfjaarlijks. Het is een gevoeligheidsberekening, geen prijsopgave voor een specifieke lening. Coupondata, de resterende looptijd en opgelopen rente bepalen de echte handelsprijs.



Het omgekeerde geldt eveneens. Daalt het vereiste rendement, dan worden de vaste betalingen aantrekkelijker en stijgt de koers. Een belegger kan dus profiteren van een dalende rente, maar neemt met die verwachting een koerspositie in. Dat is iets anders dan simpelweg een hoge coupon vastzetten en tussentijdse schommelingen negeren.


Een Nederlands of Belgisch huishouden rekent uiteindelijk in euro’s

Voor een belegger met toekomstige uitgaven in dollars vallen inkomsten en uitgaven in dezelfde munt. Voor een huishouden dat zijn boodschappen, woning en belasting in euro’s betaalt, ontstaat een extra onzekerheid. Een positief dollarresultaat kan na omrekening verdwijnen als de dollar minder euro’s waard wordt.


Veronderstel uitsluitend voor de berekening dat een belegging over een jaar 5,4 procent totaalrendement in dollars behaalt. Een inleg ter waarde van €10.000 groeit dan bij een onveranderde wisselkoers naar €10.540. Daalt de waarde van één dollar uitgedrukt in euro’s met 10 procent, dan resteert €10.540 maal 0,90, ofwel €9.486. Het euroverlies bedraagt €514. Een dollarstijging van 10 procent zou dezelfde dollaropbrengst juist naar €11.594 brengen.



Deze berekening veronderstelt het dollarresultaat; zij voorspelt het niet. Bij een langlopende obligatie kan de koers zelf stijgen of dalen. Transactiekosten, belasting en eventuele valutadekking ontbreken. Het is daarom onjuist om het percentage in de rentetabel als gegarandeerd euroresultaat te presenteren.


De vergelijking verschilt ook per profiel. Een onderneming met toekomstige betalingen aan Amerikaanse leveranciers kan dollarbezit gebruiken om die verplichtingen af te dekken. Een particulier zonder dollaruitgaven voegt juist een valutapositie toe. Een pensioenbelegger kan het valutarisico geheel of gedeeltelijk afdekken, maar de prijs van die afdekking hangt onder meer samen met renteverschillen. Gratis omzetting van een hoge dollarvergoeding naar een even hoge zekere eurovergoeding bestaat niet.


Hoeveel dollardaling wist de opbrengst uit

De omgekeerde vraag is concreter dan de vraag of 5,4 procent veel is. Hoe ver mag de dollar dalen voordat een verondersteld dollarresultaat van 5,4 procent in euro’s op nul uitkomt? Daarvoor moet 1,054 maal de resterende dollarwaarde gelijk zijn aan één. De grens is 1 gedeeld door 1,054, ofwel 0,9488. Een daling van ongeveer 5,12 procent wist de veronderstelde opbrengst uit.


Wie daarnaast 2 procent euroresultaat wil overhouden, heeft minder ruimte. De grens wordt dan 1,02 gedeeld door 1,054. De dollar mag in dat voorbeeld ongeveer 3,23 procent dalen. Deze percentages slaan op de europrijs van de dollar, niet op de gebruikelijke notering van het aantal dollars per euro; die twee bewegen niet procentueel exact tegengesteld.



Hetzelfde onderscheid tussen rendement en zekerheid geldt voor inflatie. Een nominaal bedrag zegt hoeveel geld wordt ontvangen. Koopkracht hangt ook af van de prijsstijgingen van toekomstige uitgaven. Dertig jaar een vaste dollarbetaling is dus geen garantie voor dertig jaar dezelfde koopkracht, zeker niet voor een huishouden dat in een andere munt consumeert.


Drie rentepaden laten zien waarvoor de koper wordt betaald

Voor de jaren 2027, 2028 en 2029 vergelijken we drie eigen scenario’s met een fictieve aankoop begin 2027. De startlening heeft dertig jaar looptijd, een coupon van 5,4 procent en een aankoopprijs van 100 procent. We gebruiken de waargenomen rente van september als modelstart, niet als voorspelling voor januari. De ontvangen coupons blijven daarna renteloos in kas.


In het basisscenario blijft de marktrente aan elk jaareinde 5,4 procent. In het dalende pad wordt dat 4,9, 4,4 en 4,0 procent. In het stijgende pad is het 5,9, 6,4 en 6,4 procent. Elk jaar waarderen we de resterende betalingen opnieuw en tellen de al ontvangen coupons erbij op. De module toont alle drie de jaareindwaarden in dollars voor dezelfde inleg.



De sterkste tegenwerping tegen de nadruk op koersrisico is terecht: wie een individuele lening tot de einddatum kan aanhouden, hoeft een tussentijdse koersdaling niet te realiseren. Bij volledige nakoming ontvangt die belegger de afgesproken dollars. Maar dat lost inflatie, valuta, herbeleggingsrisico van coupons en een onverwachte behoefte aan contant geld niet op. Een obligatiefonds met doorlopende herbeleggingen heeft bovendien niet noodzakelijk dezelfde aflopende looptijd als één individuele obligatie.


De hogere aanvangsrente biedt meer vergoeding en dus meer buffer dan een verder identieke lening met een lage coupon. Zij maakt de belegging niet vanzelf passend voor ieder doel. Het oordeel verandert vooral wanneer het geld aantoonbaar voor een lange periode in dollars kan worden vastgezet, of wanneer een lagere aankoopprijs voldoende compensatie biedt voor de resterende risico’s. De relevante vervolgvraag is welk deel van de rentebeweging uit reële rente, inflatiecompensatie en termijnpremie bestaat. Alleen het nieuwe hoogste percentage bekijken is te weinig.



Omslag: Scott Bessent, officieel portret uit 2025. U.S. Department of the Treasury, publiek domein in de Verenigde Staten, via Wikimedia Commons. Archiefbeeld.

 
 
 

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
00:00 / 01:04

Net binnen..

Bedankt voor het abonneren!

Copyright © 2026 •

Alle rechten voorbehouden - Amsterdam - 0619930051

Disclaimer
Let op: Beleggen brengt risico's met zich mee. Je kan (een deel van) je inleg verliezen. Niets hier mag worden beschouwd als financieel advies.. Voor advies over je persoonlijke situatie kun je het beste een adviseur inschakelen.

  • Instagram
  • Twitter
  • LinkedIn
  • YouTube
bottom of page