top of page

Er kruipt een addertje door de kasberg van Berkshire en het heet de korte rente

55 minuten geleden
8 minuten om te lezen

In het kort

Berkshire’s omvangrijke liquiditeit geeft Greg Abel ruimte om te wachten, verzekeringsschades te betalen en kansen te benutten. Ze maakt het aandeel niet automatisch goedkoop: kasmiddelen en verzekeringsverplichtingen zitten al in de balans. Bij $507,65 voor de B-klasse vraagt 10 procent jaarlijks koersrendement in ons model ongeveer 10,2 procent jaarlijkse boekwaardegroei per aandeel als de eindwaardering 1,45 keer boekwaarde bedraagt. Een lagere korte rente kan het directe rendement op wachten drukken, ook wanneer de onderliggende ondernemingen goed blijven draaien.


Een procentpunt minder rente op bijna $325 miljard kort staatspapier scheelt ruim $3 miljard jaarlijkse inkomsten vóór belasting, zodra de volledige portefeuille is herprijsd. Dat is de schaal waarop Berkshire inmiddels opereert. Een enorme kaspositie geeft bescherming, maar haar opbrengst is gevoelig voor iets waar zelfs een geduldige kapitaalverdeler weinig controle over heeft: de vergoeding die de markt op kort geld biedt.


De vorige analyse behandelde de bestuurswissel rond Warren Buffett. Sinds die behandeling is hier geen nieuw materieel bedrijfsbericht vastgesteld dat als nieuwe aanleiding moet worden opgevoerd. Dit vervolg gebruikt de opnieuw gecontroleerde koers om een andere vraag te beantwoorden. Hoeveel betaalt de belegger voor de vrijheid om te wachten, en hoeveel groei moeten de verzekeraars, het spoorbedrijf, de energieactiviteiten en de beleggingen ondertussen leveren om die prijs te verdienen?



De kasbuffer is waardevol maar geen gratis extra op de balans

Het halfjaarverslag toont eind juni $324,905 miljard Amerikaans kort staatspapier, $35,096 miljard cash bij verzekeringen en overige activiteiten en $5,513 miljard cash bij spoor en energie. Samen is dat $365,514 miljard. Het eigen vermogen bedraagt $747,910 miljard. Deze bedragen hebben betrekking op 30 juni, niet op de huidige dag. Ze zijn dus een gecontroleerde historische basis voor gevoeligheden, geen realtime overzicht van de beschikbare liquiditeit.


De veelgemaakte denkfout is om de waarde van Berkshire’s bedrijven te bepalen en vervolgens alle kasmiddelen zonder verdere correctie als bonus toe te voegen. Bij een waardering op boekwaarde zit die kas al in het eigen vermogen. Ook verzekeringsverplichtingen, schulden en andere balansposten zijn daarin verwerkt. Dezelfde dollar kan niet zowel de boekwaarde verhogen als daarna nogmaals als los cadeau aan de aandeelhouder worden toegerekend.


Bovendien is geconsolideerde cash niet hetzelfde als volledig vrij uitkeerbare cash op de holding. Verzekeraars moeten claims en buffers financieren. Energie- en spooractiviteiten hebben investeringsbehoeften, eigen schuldeisers en juridische grenzen tussen entiteiten. Een optelsom van liquide middelen vertelt daarom wel iets over financiële draagkracht, maar niet precies hoeveel morgen probleemloos kan worden gebruikt voor aandeleninkoop of een overname.


Het voordeel is flexibiliteit. Berkshire hoeft minder snel waardevolle activa te verkopen wanneer markten onrustig worden. Die mogelijkheid heeft economische waarde die een simpele rentevergelijking onderschat. Maar flexibiliteit is geen onbeperkte rechtvaardiging voor iedere beurskoers. De belegger betaalt vandaag voor kansen die nog moeten verschijnen én goed benut moeten worden. Hoe groter het bedrijf, hoe groter een kans moet zijn om het resultaat merkbaar te veranderen.


Een lagere rente raakt de opbrengst sneller dan het vertrouwen

Kort staatspapier loopt af en wordt opnieuw belegd. Daardoor kan een dalende marktrente relatief snel doorwerken in nieuwe rente-inkomsten. In onze geïsoleerde gevoeligheid kost een daling met honderd basispunten op de volledige eind-junipositie $3,249 miljard per jaar vóór belasting. Bij een zelf gekozen belastingvoet van 21 procent resteert ongeveer $2,567 miljard minder winst, of circa $1,20 per B-equivalent aandeel op de gecontroleerde aandelenbasis van eind juli.


Dat is nadrukkelijk geen voorspelling van de totale winst. Het geld kan later anders worden belegd, de omvang van de portefeuille kan wijzigen en andere bedrijfsonderdelen kunnen profiteren van een gunstiger economie. Ook de herprijzing vindt niet bij ieder effect op exact hetzelfde moment plaats. Daarom bevat de module een schuif voor het deel dat daadwerkelijk aan de nieuwe rente wordt blootgesteld.



Er is al reden om niet simpelweg meer cash gelijk te stellen aan meer verzekeringsbeleggingsinkomen. Berkshire rapporteerde over het tweede kwartaal $3,059 miljard verzekeringsbeleggingsinkomen, tegenover $3,367 miljard een jaar eerder. De operationele groepswinst bedroeg $12,983 miljard. Dat volgt uit de resultatenpublicatie van 8 augustus. Een grotere vermogensbasis garandeert geen evenredig hogere opbrengst wanneer rendementen, timing en samenstelling veranderen.


Het sterkste tegenargument is dat lagere rentes tegelijk aandelenwaarderingen kunnen ondersteunen en financiering voor klanten of deelnemingen goedkoper kunnen maken. Dat kan positief uitpakken voor andere delen van Berkshire. Het omgekeerde geldt ook: een hoge rente helpt het kassaldo renderen, maar kan economische activiteit afremmen. De kasportefeuille is daarom een gedeeltelijke buffer, geen bewijs dat Berkshire onder elk rentepad automatisch wint.


Verzekeringsfloat is goedkope financiering zolang het verzekeren goed gaat

Berkshire ontvangt premies voordat veel schades worden betaald. Het tijdelijk beschikbare geld wordt float genoemd. Eind juni bedroeg deze float $177,5 miljard. Het is geen eigen vermogen en geen omzet die volledig van de aandeelhouders is. De verzekeraar houdt het geld beschikbaar tegenover toekomstige verplichtingen. Het economische voordeel hangt af van zowel de beleggingsopbrengst als de kwaliteit van het verzekeringsbedrijf.


Wanneer premies uiteindelijk hoger zijn dan schades en kosten, wordt de financiering bijzonder aantrekkelijk. Bij structureel te lage premies kan hetzelfde mechanisme juist duur blijken. Daarom is het verkeerd om float uitsluitend te vieren als gratis kapitaal. Een onderneming kan jarenlang inkomsten tonen voordat duidelijk wordt dat bepaalde schadeverplichtingen te laag waren geschat. Claimsinflatie, rechtszaken en grote rampen kunnen die schattingen veranderen.


Voor Berkshire is schaal een voordeel: risico’s kunnen over activiteiten, jaren en contracten worden verdeeld. Maar schaal verwijdert geen concentraties die pas bij extreme gebeurtenissen zichtbaar worden. Het relevante bewijs is niet alleen de groei van premievolume. Belangrijker is of de onderneming risico’s tegen voldoende vergoeding blijft accepteren en bereid is volume op te geven wanneer de prijs niet klopt.


Die discipline wordt in concurrentie bepaald. Als andere verzekeraars meer capaciteit aanbieden en lagere premies accepteren, kan Berkshire minder verdienen of bewust minder zaken doen. Het voordeel van veel liquiditeit is dan de mogelijkheid om weg te lopen van onvoldoende betaalde risico’s. Buiten verzekeringen concurreren de dochterbedrijven bovendien op hun eigen markten. Het rendement op wachten kan zwakke prijzen, tegenvallende volumes of noodzakelijke investeringen in die bedrijven niet onbeperkt compenseren.


De volgende module versnelt hypothetisch de betaling van een deel van de float. Bij 10 procent is dat $17,75 miljard. De rekensom trekt ook een zelf gekozen overige reserve af van de geconsolideerde liquiditeit. De uitkomst is geen uitkeerbare kasruimte en geen nieuwe intrinsieke waarde. Een reeds gereserveerde claim verlaagt bij betaling zowel cash als een verplichting. Alleen een onverwachte extra schade boven de reservering kan daarnaast het eigen vermogen raken. Die twee effecten mogen niet dubbel worden geteld.



Aandeleninkoop kan goed zijn terwijl de boekwaarde per aandeel daalt

Berkshire kocht volgens de resultatenpublicatie in het tweede kwartaal circa $4,5 miljard eigen aandelen terug en over de eerste helft ongeveer $4,8 miljard. Dat is geen belofte dat hetzelfde tempo doorgaat. De aantrekkelijkheid van inkoop hangt af van de betaalde prijs en de waarde die daarvoor wordt verkregen, niet alleen van het aantal verdwenen aandelen.


Inkoop onder intrinsieke waarde kan het belang van achterblijvende aandeelhouders verbeteren. Toch kan een aankoop boven de boekwaarde tegelijkertijd de boekwaarde per resterend aandeel verlagen. Het bedrijf geeft dan per ingekocht aandeel meer cash uit dan de boekwaarde die uit de noemer verdwijnt. Dat is niet automatisch waardevernietiging: boekwaarde en economische waarde zijn verschillende begrippen.


Onze module gebruikt $747,910 miljard eigen vermogen en 2,1475395 miljard B-equivalenten op dezelfde balansdatum. Bij $10 miljard inkoop tegen $510 daalt de rekenkundige boekwaarde per aandeel. Daaruit volgt niet dat $510 te duur is; wel dat een model geen positieve bijdrage aan boekwaardegroei mag boeken alleen omdat het aantal aandelen afneemt. Minder aandelen is pas gunstig na beoordeling van wat ervoor wordt opgeofferd.



Dit is ook waarom we rentegevoeligheid, float en inkoop niet als drie zelfstandige cadeaus bij elkaar optellen. Het gaat steeds om dezelfde balans vanuit een andere invalshoek. Cash die voor inkoop wordt gebruikt, kan daarna geen rente meer opleveren. Een bedrag dat nodig is voor claims is niet gelijktijdig beschikbaar voor een overname. Een waardering wordt overtuigender wanneer die onderlinge beperkingen zichtbaar blijven.



De B-klasse vraagt een groei die hoger ligt dan alleen kasrente

We analyseren expliciet Berkshire Hathaway Class B op de NYSE, ticker BRK.B, in Amerikaanse dollars. Dat is een redactionele aanname omdat geen klasse is opgegeven. De gecontroleerde koers is $507,65 op 24 september om 13:46:35 UTC. Een A-aandeel vertegenwoordigt economisch 1.500 B-aandelen; stemrechten zijn niet identiek. De bestaande verhouding is in de aandelenbasis verwerkt, zonder een nieuwe splitsing te veronderstellen.


Het verslag noemt per 29 juli 488.450 A-aandelen en 1.408.035.161 B-aandelen. Omgerekend zijn dat 2.140.710.161 B-equivalenten. Daarmee correspondeert de koers grofweg met $1,087 biljoen groepswaarde. Voor de boekwaarde per aandeel gebruiken we echter de aandelenbasis van 30 juni, dezelfde datum als het eigen vermogen. Die levert $348,26 boekwaarde per B-equivalent op. Door deze datums apart te houden voorkomen we dat een latere inkoop de historische boekwaarde kunstmatig verbetert.


De koers is ongeveer 1,46 keer die oude boekwaarde. Dat is een nuttige referentie, geen volledige taxatie. Niet-beursgenoteerde dochterbedrijven kunnen economische waarde bezitten die de historische balans niet volledig toont. Beursgenoteerde beleggingen bewegen juist mee met marktprijzen. Goodwill, belastingverplichtingen en de kwaliteit van bedrijfswinsten maken een simpele vergelijking met één andere verzekeraar onvoldoende.


Voor 10 procent jaarlijks koersrendement moet $507,65 in drie jaar ongeveer $675,68 worden. Bij een eindwaardering van 1,45 keer boekwaarde vraagt dat $465,99 boekwaarde per aandeel. Vanaf de juni-basis is dat circa 10,2 procent jaarlijkse groei in ons driejaarsmodel. We behandelen de juni-waarde transparant als ongewijzigde september-startproxy: de nog niet gerapporteerde verandering tussen juni en vandaag is niet bekend.



De groei omvat ingehouden winst, veranderingen in de beleggingsportefeuille en eventuele inkoopeffecten per aandeel. Die worden niet nogmaals toegevoegd. Ook de kas wordt niet boven op de uitkomst gezet. Het resultaat is een duidelijke verwachtingstoets: een belegger die 10 procent rendement verlangt, heeft bij een gelijkblijvende multiple meer nodig dan het rentetarief op kort staatspapier. De operationele bedrijven en de kapitaalverdeling moeten het verschil verdienen.


Negen koersen maken de ruimte voor tegenvallers zichtbaar

Voor september 2027, 2028 en 2029 gebruiken we boekwaarde per aandeel maal een koers-boekwaardemultiple. Alle koersen zijn in dollars, op basis van de informatiepeildatum 24 september 2026. Er is geen dividend verondersteld. De gekozen boekwaardegroei is al per aandeel en omvat de invloed van ingehouden winst, waarderingsmutaties en eventueel inkoop. Het zijn eigen scenario’s, niet de vooruitzichten van het bestuur.


Het bearpad gebruikt 3 procent jaarlijkse boekwaardegroei en dalende multiples van 1,25, 1,20 en 1,15. De mogelijke koersen zijn $448,39, $443,37 en $437,64. Zelfs een groeiend vermogen kan dus samengaan met een dalende beurskoers. Dit scenario hoeft geen verzekeringscrisis te veronderstellen: minder enthousiasme over de kwaliteitspremie is al voldoende om een deel van de vermogensgroei weg te drukken.


Het middenpad gebruikt 8 procent groei en ieder jaar 1,45 keer boekwaarde. Dat resulteert in $545,38, $589,01 en $636,13. Het gunstige pad combineert 12 procent groei met multiples van 1,55, 1,60 en 1,65. Dan ontstaan $604,59, $698,98 en $807,32. Dat laatste pad vraagt niet alleen goede prestaties. De markt moet ook bereid blijven een oplopende premie voor Berkshire’s kapitaalverdeling te betalen.



De omvangrijke liquiditeit verkleint de kans dat Berkshire op een ongunstig moment gedwongen moet handelen. Dat is een wezenlijke kwaliteit. Rond $507,65 betaalt de belegger echter al voor veel van die bescherming, terwijl ons middenscenario geen 10 procent jaarlijks koersrendement haalt. Voor een ruimere waarderingsmarge is een lagere prijs of aantoonbaar sterkere groei per aandeel nodig; nog meer cash alleen is daarvoor geen voldoende bewijs.


Pak je kans! Word lid met de code INSIDER en krijg 50 procent korting.


Foto: Greg Abel, 27 oktober 2025, archiefbeeld van Tankforwin via Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0.

 
 
 

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
00:00 / 01:04

Net binnen..

Bedankt voor het abonneren!

Copyright © 2026 •

Alle rechten voorbehouden - Amsterdam - 0619930051

Disclaimer
Let op: Beleggen brengt risico's met zich mee. Je kan (een deel van) je inleg verliezen. Niets hier mag worden beschouwd als financieel advies.. Voor advies over je persoonlijke situatie kun je het beste een adviseur inschakelen.

  • Instagram
  • Twitter
  • LinkedIn
  • YouTube
bottom of page