Lagere rente alleen dicht het Amerikaanse begrotingsgat niet
In het kort
Het Amerikaanse ministerie van Financiën rapporteerde op 16 oktober een begrotingstekort van ongeveer 1,99 biljoen dollar over het boekjaar tot 30 september. Dat is circa 217 miljard meer dan een jaar eerder. Hogere rentelasten spelen mee, maar ook zonder rente geeft de overheid meer uit dan zij ontvangt. Een lagere marktrente kan helpen, alleen lost zij die onderliggende onbalans niet op.
De Verenigde Staten hebben opnieuw meer uitgegeven dan er binnenkwam. Het nieuwe jaarcijfer bevestigt grotendeels wat eerder deze maand al zichtbaar was in de voorlopige raming. De nuttige vervolgvraag is daarom niet alleen hoe groot het tekort is. Het is welk deel door rente komt en welk deel ook bij goedkopere financiering blijft bestaan.
Dat onderscheid voorkomt een te gemakkelijke oplossing. Wanneer de Federal Reserve haar rente verlaagt, worden niet onmiddellijk alle bestaande staatsleningen goedkoper. En zelfs wanneer de renterekening uiteindelijk afneemt, verdwijnen uitgaven aan zorg, defensie en andere programma's niet. Er blijft dus een begrotingskeuze over.
De nieuwe publicatie bevestigt vooral de orde van grootte
Volgens Reuters op basis van de Treasury-cijfers van 16 oktober bedroeg het tekort ongeveer 1,99 biljoen dollar. De inkomsten waren circa 5,40 biljoen en de uitgaven circa 7,40 biljoen. Het gaat om het Amerikaanse begrotingsjaar dat op 30 september eindigde, niet om kalenderjaar 2026.
De voorlopige CBO-raming van 8 oktober kwam al uit op 1.993 miljard dollar tekort. Voor de uitsplitsing gebruiken we hieronder consequent die eerdere raming: 5.403 miljard inkomsten, 7.396 miljard uitgaven en 1.143 miljard netto rente. Het nieuwe totaalcijfer en de oudere gedetailleerde raming liggen dicht bij elkaar, maar worden niet als exact dezelfde dataset gepresenteerd.
Uit die CBO-cijfers volgt een primair tekort van 850 miljard dollar. Primair betekent hier het tekort vóór netto rentebetalingen: 1.993 min 1.143. De overige uitgaven bedroegen dus 6.253 miljard, tegenover 5.403 miljard inkomsten. Zelfs bij een denkbeeldige renterekening van nul zou deze begroting nog niet in evenwicht zijn.
De verschillen tussen rentegetallen verdienen aandacht. Reuters noemt in de Treasury-publicatie ook 1,36 biljoen dollar aan schuldendienst. Dat bedrag mag niet zonder meer worden verwisseld met de CBO-post netto rente van 1,143 biljoen. De afbakening is anders. Voor de berekening van het primaire tekort blijven daarom alle onderdelen uit één consistente CBO-begrotingsuitsplitsing komen.
Een tekort is een stroom en schuld is een voorraad
Het tekort gaat over één jaar. De schuld is het opgebouwde bedrag aan verplichtingen op een bepaald moment. Daarnaast moet de overheid bestaande leningen aflossen wanneer ze vervallen. De bruto financieringsbehoefte kan daardoor veel groter zijn dan alleen het jaarlijkse tekort.
Dat verklaart waarom een groot tekort niet één op één vertaald kan worden naar de omvang van een enkele obligatieveiling. De Treasury verspreidt de financiering over verschillende looptijden en moet rekening houden met kasbeheer. Ook de vraag van binnenlandse en buitenlandse beleggers speelt mee. Een hoge uitgifte is een relevante factor voor de rente, maar geen mechanische voorspeller van de rente van morgen.
De eerdere analyse over dure Amerikaanse financiering behandelde vooral hoe hogere rente geleidelijk doorwerkt. Het nieuwe jaarcijfer maakt een andere vraag urgent: hoeveel moet de begroting verbeteren voordat zelfs de uitgaven zonder rente door inkomsten worden gedekt?
Hoe groot de noodzakelijke aanpassing is
De omgekeerde rekensom begint bij het primaire tekort van 850 miljard dollar. Als alle overige posten gelijk blijven, vraagt volledige dekking uitsluitend via extra inkomsten een stijging van 15,7% ten opzichte van 5.403 miljard. Uitsluitend via lagere niet-rente-uitgaven zou een verlaging van 13,6% ten opzichte van 6.253 miljard nodig zijn.
Dit zijn statische rekenvoorbeelden, geen beleidsadvies. In de economie verandert bijna nooit maar één post. Een belastingverhoging kan gedrag en groei beïnvloeden; lagere overheidsuitgaven kunnen ook de inkomsten raken. Sommige uitgaven zijn wettelijk vastgelegd of politiek moeilijk snel te veranderen. Het rekenvoorbeeld laat vooral zien dat afrondingsverschillen of een bescheiden rentebeweging onvoldoende zijn.
Stel ter vergelijking dat over 10 biljoen dollar schuld uiteindelijk één procentpunt minder rente wordt betaald. Dat scheelt op jaarbasis 100 miljard dollar. Dat is een aanzienlijk bedrag, maar minder dan een achtste van het genoemde primaire gat. Bovendien ontstaat het voordeel pas wanneer de betrokken schuld daadwerkelijk tegen die lagere rente wordt gefinancierd. Het is niet de onmiddellijke opbrengst van een besluit van de Fed.
Drie routes naar een kleiner of groter gat
Voor 2027, 2028 en 2029 rekenen we met dezelfde startwaarden uit de CBO-raming. In de lage begrotingsroute groeien inkomsten jaarlijks 3% en niet-rente-uitgaven 5%. In de middenroute groeien beide 4%. In de hoge route stijgen de inkomsten 6% en de niet-rente-uitgaven 2%. De labels gaan over de begrotingsuitkomst, niet over de kans dat de scenario's uitkomen.
De formule is niet-rente-uitgaven maal hun groeifactor, min inkomsten maal hun groeifactor. Alle bedragen zijn nominale miljarden dollars. Rentelasten, nieuwe beleidsmaatregelen en terugkoppeling via groei zijn niet gemodelleerd. Daardoor kunnen de getoonde primaire tekorten niet worden gelezen als prognoses voor de totale toekomstige tekorten.
Zelfs in de gunstige route verdwijnt het gat niet direct. Dat is de betekenis van de grote uitgangsachterstand. Hogere groei van de belastingbasis helpt jaar na jaar, maar heeft tijd nodig om een verschil van honderden miljarden te sluiten. In de middenroute blijft de verhouding tussen inkomsten en uitgaven gelijk, terwijl het nominale gat verder groeit.
Er is een belangrijk tegenargument tegen al te sombere conclusies. Een overheid hoeft niet ieder jaar een begrotingsevenwicht te bereiken om haar schuld draaglijk te houden. De verhouding tussen schuld, economische omvang, rente en groei is minstens zo belangrijk. Een groeiende economie kan ruimte scheppen, terwijl een tekort tijdens een recessie deels een stabiliserende functie heeft.
Dat argument maakt de huidige rekensom niet irrelevant. Het betekent vooral dat een belegger niet één groot bedrag moet verwarren met een volledige houdbaarheidsanalyse. Omgekeerd is de mogelijkheid om in de eigen valuta te lenen geen garantie dat nieuwe schuld altijd tegen een aantrekkelijke prijs wordt gekocht. Beleggers kunnen een hogere vergoeding verlangen voor inflatie en onzekerheid.
Voor aandelen werkt die afweging door via financieringskosten en waardering. Voor obligaties gaat het om de vergoeding voor looptijd en koopkrachtverlies. Het relevante vervolg is daarom of de groei van inkomsten de uitgaven zonder rente duurzaam begint bij te houden. Een lagere renterekening zou welkom zijn. Voor een wezenlijk andere begroting moet ook de onderliggende kasstroom veranderen.


































































































































Opmerkingen