top of page

Gebruik de dure beurs niet als aftelklok voor een crash

51 minuten geleden
6 minuten om te lezen

In het kort

De Amerikaanse beurs heeft een hoge CAPE-waardering, maar de claim dat een niveau boven 32 slechts twee eerdere perioden kende, klopt niet met de historische reeks. Ook in onder meer 2018, 2021 en 2022 stond de indicator boven die grens. Een hoge waardering kan toekomstige rendementen onder druk zetten, zonder te vertellen wanneer koersen dalen. Ik gebruik het signaal daarom om verwachtingen en risico te beoordelen, niet als een aftelklok voor een beurscrash.



Een onheilspellende kop verdient een nauwkeurige controle

Sommige beursberichten beginnen met een statistiek die bijna niet te negeren is: dit gebeurde maar twee keer in anderhalve eeuw en beide keren liep het slecht af. Zo'n boodschap lijkt een historische regel bloot te leggen. Maar voordat je er beleggingsbeslissingen aan verbindt, moet duidelijk zijn wat precies wordt geteld.


Een artikel van The Motley Fool van 16 oktober koppelt die zeldzaamheid aan de CAPE-ratio en noemt een grens van 32. De historische tabel van Multpl laat echter ook 33,31 voor januari 2018, 34,51 voor januari 2021 en 36,94 voor januari 2022 zien. Daarmee is die formulering te stellig.


Dat ontkracht niet de zorg over de huidige waardering. Dezelfde reeks vermeldt voor 15 oktober 2026 een CAPE van 41,01. Dat is hoog. Het betekent alleen dat je een echte waarderingsvraag niet sterker hoeft te maken met een onjuiste telling van historische gebeurtenissen.


Bij zulke vergelijkingen maakt het bovendien uit of je afzonderlijke dagen, aaneengesloten perioden of economische cycli telt. Een indicator die jaren boven een grens blijft, levert duizenden dagelijkse waarnemingen maar niet duizenden onafhankelijke experimenten op. De gekozen indeling kan een spectaculair klinkend aantal opleveren zonder dat de voorspellende waarde toeneemt.

Wat CAPE meet en wat het weglaat

CAPE staat voor cyclically adjusted price-to-earnings. De maatstaf vergelijkt aandelenprijzen met het gemiddelde van tien jaar voor inflatie gecorrigeerde winsten. De gegevens en methodische achtergrond van Robert Shiller zijn bedoeld om de vertekening van één uitzonderlijk winstjaar te verminderen.


Dat is nuttig. Wanneer winsten tijdens een recessie tijdelijk sterk dalen, kan een gewone koers-winstverhouding juist hoog lijken op een moment waarop aandelen al veel goedkoper zijn geworden. Door meerdere jaren mee te nemen, wordt die schommeling afgevlakt.


De keerzijde is dat oude winstjaren blijven meetellen. Als de samenstelling en structurele winstgevendheid van de markt veranderen, verwerkt het gemiddelde die ontwikkeling langzaam. Ook verschillen in boekhoudregels, uitkeringsbeleid en economische omstandigheden maken een vergelijking over anderhalve eeuw minder zuiver dan één grafiek suggereert.


Daarom zou ik een CAPE van 41 niet lezen alsof beleggers precies 41 keer de winst van volgend jaar betalen. De noemer is een historisch, reëel gemiddelde. Wie er een toekomstige koers uit wil afleiden, moet expliciet aannemen hoe dat gemiddelde zich ontwikkelt en welke waardering later passend is.


Duur kan duur blijven, maar dat heeft een prijs

Een hoge waardering hoeft niet onmiddellijk te dalen. Als winsten lang genoeg groeien, kan een onderneming of index een deel van de hoge prijs waarmaken. Beleggers kunnen bovendien jarenlang bereid blijven een premie te betalen voor sterke groei, hoge marges of een schaarse groep aantrekkelijke bedrijven.


Dat is het beste argument tegen het blind verkopen op basis van CAPE. Een belegger die te vroeg uitstapt, moet later ook nog bepalen wanneer terug te keren. De juiste constatering dat iets duur is, levert niet automatisch een succesvolle handelsstrategie op.


Tegelijkertijd maakt een hoge beginwaardering toekomstige groei belangrijker. Wanneer je veel betaalt voor elke dollar winst, kun je minder gemakkelijk een tegenvallende winstontwikkeling opvangen. En als de markt later een lagere multiple accepteert, moet de winst eerst voldoende groeien om dat waarderingsverlies goed te maken.


Neem een eenvoudige illustratie. Bij gelijkblijvende gemiddelde reële winst zou een daling van CAPE 41,01 naar 32 een prijsverlies van ongeveer 22% betekenen. Dat is geen voorspelling dat de markt teruggaat naar 32. Het laat zien hoe gevoelig de prijs is voor een andere waardering van dezelfde winstbasis.


AI kan de winst verbeteren en toch tegenvallen voor beleggers

Het optimistische argument voor de huidige markt is dat AI de productiviteit en winstcapaciteit van bedrijven verhoogt. Als ondernemingen meer werk kunnen doen met dezelfde middelen, kan dat de marges of de omzet ondersteunen. Dat is een serieuze mogelijkheid.


Maar productiviteitswinst wordt verdeeld. Klanten kunnen lagere prijzen krijgen, werknemers kunnen een deel ontvangen en concurrenten kunnen dezelfde technologie gebruiken. De volledige economische opbrengst komt dus niet automatisch terecht bij aandeelhouders van de huidige beursleiders.


Ook kosten gaan vooraf aan baten. Datacenters, energie, softwareontwikkeling en organisatieverandering moeten worden betaald voordat structureel hogere winst vaststaat. Als veel toekomstige verbetering al in de koers zit, kan een geslaagde technologische ontwikkeling alsnog minder rendement opleveren dan de koper verwachtte.


Voor mij is dat de bruikbare waarschuwing van een hoge waardering. Je hoeft niet te geloven dat AI op lucht draait om voorzichtig te zijn met de prijs. De vraag is hoeveel verbetering al nodig is om een normaal rendement te halen.


De omgekeerde vraag: hoeveel groei is noodzakelijk?

Stel dat een belegger over drie jaar een jaarlijkse reële koersgroei van 6% wil behalen. Ik neem CAPE 41,01 als beginpunt en veronderstel dat de eindwaardering 34 wordt. Dan moet het tienjaarsgemiddelde van de reële winst jaarlijks ongeveer 12,8% groeien om die prijsontwikkeling mogelijk te maken.


Dat is een forse eis. Het gaat bovendien om groei van de afgevlakte winstbasis, niet simpelweg om één goed volgend kwartaal. Omdat oudere jaren uit het gemiddelde verdwijnen en nieuwe jaren worden toegevoegd, kunnen de twee groeipercentages sterk verschillen.


De berekening bevat geen dividend. Ook is de uitkomst reëel, dus gecorrigeerd voor inflatie. Een nominale rekeningwaarde kan anders veranderen. Die onderscheidingen zijn nodig om te voorkomen dat een model meer precisie suggereert dan het biedt.


Het model is vooral bruikbaar om de logica te testen. Als je een lagere toekomstige multiple verwacht én een hoog rendement verlangt, moet je ook een overtuigende winstontwikkeling kunnen uitleggen. Alleen verwijzen naar een sterke economie is dan onvoldoende.


Drie eigen scenario's voor 2027–2029

In een terughoudend scenario groeit de gemiddelde reële winst in 2027, 2028 en 2029 telkens 3%. De CAPE daalt tegen het eind van de periode naar 28. Vanaf 41,01 geeft dat ongeveer 25% reëel koersverlies over drie jaar, vóór dividend. De winstbasis groeit dan wel, maar niet genoeg om de lagere waardering te compenseren.


Het middenscenario veronderstelt jaarlijks 6% groei van de gemiddelde reële winst en een eind-CAPE van 34. Het berekende reële prijsrendement ligt dan rond min 1%. Dividend kan het totale rendement verbeteren, maar de waarderingsdaling absorbeert vrijwel de volledige winstgroei.


Het gunstige scenario neemt jaarlijks 9% groei aan en houdt de CAPE op 41. De reële prijsstijging komt dan uit op ongeveer 29%. Daarvoor moeten zowel de winstontwikkeling als de hoge waardering standhouden. Deze paden zijn eigen aannames voor de periode 2027–2029, geen statistische voorspellingen of uitkomsten met vastgestelde kansen.


Ik zou deze scenario's niet rechtstreeks vertalen naar ieder individueel aandeel. Een index bevat ondernemingen met sterk verschillende waarderingen, schulden en winstvooruitzichten. Een dure index kan afzonderlijke aantrekkelijk geprijsde bedrijven bevatten, terwijl een ogenschijnlijk goedkoop aandeel structurele problemen kan hebben.

Wat een daling doet als je geld nodig hebt

Een verlies en het benodigde herstel zijn niet symmetrisch. Na 25% daling is ongeveer 33% stijging nodig om terug te komen op de beginwaarde. Wie tijdens de daling geld opneemt, houdt bovendien minder kapitaal over om aan het herstel deel te nemen.


Neem een eigen voorbeeld met 100.000 euro, een koersdaling van 25% en vervolgens een opname van 10.000 euro. Er blijft 65.000 euro belegd. Om uitsluitend de oorspronkelijke rekeningwaarde van 100.000 euro terug te bereiken, is daarna ongeveer 54% stijging nodig. Dit is een eenvoudig scenario zonder dividend, belasting of andere kasstromen, geen advies over een geschikte portefeuille.



Daarom kan dezelfde waardering voor twee mensen een andere praktische betekenis hebben. Wie lange tijd niets hoeft op te nemen en regelmatig nieuw geld toevoegt, beleeft een correctie anders dan iemand die binnenkort van zijn beleggingen moet leven. Het relevante risico is niet alleen volatiliteit op het scherm, maar ook gedwongen verkoop op een ongunstig moment.

Mijn oordeel: lagere zekerheid, niet meer voorspellingen

De hoge CAPE maakt mij terughoudender over het rendement dat vanzelfsprekend lijkt. Ze geeft geen betrouwbare datum voor een crash en ook geen reden om iedere onderneming gelijk te behandelen. Ik zou vooral de winstverwachtingen, de spreiding en de hoeveelheid geld die binnenkort nodig is opnieuw beoordelen.


De fout in de spectaculaire historische telling verandert die conclusie niet. Je hebt geen perfect patroon uit 1929 nodig om te begrijpen dat een hoge aankoopprijs toekomstige rendementen moeilijker maakt. Voor mij is de verstandige reactie daarom minder zekerheid claimen over de koers, en meer precisie vragen over de winst die de huidige waardering moet dragen.

 
 
 

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
00:00 / 01:04

Net binnen..

Bedankt voor het abonneren!

bottom of page