top of page

De beurs verkoopt AI maar daarmee verdwijnt het risico niet

5 minuten geleden
5 minuten om te lezen

In het kort

De Nasdaq stond vrijdag 16 oktober tijdens de Amerikaanse handel ruim 2% lager, terwijl de Dow veel minder verloor. Dat past bij een verschuiving weg van zwaarwegende technologieaandelen, maar bewijst nog geen duurzaam herstel van de rest van de markt. Bank of America blijft voor de komende drie tot vier weken voorzichtig vanwege reële rente, geopolitiek, verkiezingsonzekerheid en zwakke AI-aandelen. Voor beleggers is vooral van belang welke winstgroei overblijft wanneer waarderingen dalen.



Een beurs kan er zwak uitzien terwijl een deel van de aandelen juist opknapt. Dat maakt de beweging van deze week lastig te beoordelen. Een paar zeer grote ondernemingen hebben veel invloed op de index, terwijl kleinere posities in minder populaire sectoren herstellen. Wie alleen de Nasdaq volgt, mist een deel van het verhaal. Wie vervolgens alle aandelen buiten AI veilig noemt, gaat te snel de andere kant op.


Reuters meldde op 16 oktober tijdens de handel een verlies van ruim 2% voor de Nasdaq, terwijl de Dow veel minder daalde. Het zijn intradaysignalen, geen slotstanden. De afstand tussen de indices maakt hun verschillende samenstelling wel relevant.

Een index kan een smal deel van de markt uitvergroten

In een naar beurswaarde gewogen index telt een groot bedrijf zwaarder dan een klein bedrijf. Dat is logisch: de index weerspiegelt de waarde van de beursgenoteerde ondernemingen. Het betekent ook dat een koersdaling bij een beperkt aantal zwaargewichten het beeld sterk kan beïnvloeden.


Een eenvoudig rekenvoorbeeld laat dat zien. Veronderstel dat een groep grote technologiebedrijven 40% van een portefeuille vormt en 4% daalt. De overige 60% stijgt 1%. Dan bedraagt het totale dagresultaat min 1%: 40% maal min 4%, plus 60% maal 1%. De meerderheid van het belegde deel kan dus stijgen terwijl het totaal daalt. De gewichten zijn hier gekozen aannames, geen gemeten samenstelling van de Nasdaq.



Schwab beschreef vrijdagochtend een verbetering van de marktbreedte: ongeveer 43% van de aandelen in de S&P 500 noteerde boven het gemiddelde van vijftig handelsdagen. De broker wees ook op de recente kracht van gezondheidszorg en dagelijkse consumptiegoederen. Dat is informatie uit de ochtendupdate. Het mag niet worden behandeld alsof zij de volledige handel van vrijdag al samenvat.


Zo'n verbreding is op zichzelf bemoedigend. Een markt die van meer ondernemingen afhankelijk is, hoeft minder te leunen op één thema. Maar een koers boven een voortschrijdend gemiddelde zegt weinig over de kwaliteit van de kasstroom of de prijs die wordt betaald. Marktbreedte is een beschrijving van koersgedrag, geen vervanging van bedrijfsanalyse.

De vier redenen voor terughoudendheid raken elkaar

Volgens Investing.com over de strategienotitie van Bank of America van 16 oktober blijft het team van Michael Hartnett drie tot vier weken voorzichtig. Het noemt hoge reële rente, geopolitieke risico's, onzekerheid rond de tussentijdse verkiezingen en zwakke koersen van AI-gerelateerde ondernemingen. De bank voegt overigens wel blootstelling toe aan bepaalde sectoren die kunnen profiteren van een rentepiek. Voorzichtigheid is hier dus geen uitspraak dat alle aandelen moeten worden verkocht.


De samenhang is economisch belangrijker dan het aantal argumenten. Duurdere olie kan de inflatie aanjagen. Daardoor wordt snelle renteverlaging minder vanzelfsprekend. Een hogere vergoeding op relatief veilige obligaties maakt het moeilijker om zeer hoge aandelenwaarderingen te dragen. Tegelijk moeten ondernemingen met grote investeringsplannen genoeg financiers blijven vinden.


Die laatste stap kan vooral kapitaalintensieve groeibedrijven raken. Een onderneming kan een uitstekende technologie hebben en toch in de problemen komen wanneer de bouw eerder moet worden betaald dan klanten voldoende geld opleveren. Bij de beoordeling van CoreWeave is juist dat verschil tussen groei en financierbaarheid van belang.



De sterkste tegenwerping is dat een deel van die onrust al in de koers kan zitten. Dalende aandelen kunnen de toekomstige opbrengst verbeteren als de onderliggende winst intact blijft. Ook kan een geloofwaardige inflatiebestrijding uiteindelijk de lange rente laten dalen. Bank of America's terughoudendheid voor enkele weken is daarom geen bewijs voor een jarenlange neergaande markt.


Het probleem voor beleggers is dat koers en winst tegelijk kunnen bewegen. Een aandeel dat 20% goedkoper wordt, is economisch niet goedkoper geworden wanneer de houdbare winstverwachting nog harder daalt. Omgekeerd kan een bescheiden koersdaling aantrekkelijk zijn als de toekomstige kasstroom nauwelijks verandert. Het percentage rood op het scherm vertelt dat onderscheid niet.


Welke groei vangt een lagere waardering op

Neem een voorbeeldportefeuille met een koers van 100 en een winst per aandeel van 4. De koers-winstverhouding is dan 25. Daalt die verhouding over drie jaar naar 20, dan moet de winst per aandeel naar 5 groeien om de koers alleen gelijk te houden. Dat vraagt ongeveer 7,7% jaarlijkse winstgroei.


Voor 8% koersrendement per jaar ligt de lat hoger. Een koers van 100 moet na drie volle jaren 125,97 worden. Bij een multiple van 20 hoort daar 6,30 winst bij, tegenover 4 bij aanvang. De benodigde winstgroei bedraagt ongeveer 16,4% per jaar. Dividend zou het totaalrendement verbeteren, maar is in deze berekening bewust niet opgenomen.



Dit verklaart waarom een goed bedrijf tijdens een renteregime met lagere waarderingen toch een matig aandeel kan zijn. De operationele vooruitgang wordt dan gebruikt om een lagere prijs per euro winst op te vangen. Het omgekeerde werkt eveneens: wanneer waarderingen stijgen, kan een beperkte winstgroei een indrukwekkend koersrendement opleveren. Dat laatste is prettig, maar minder herhaalbaar dan een structureel sterkere onderneming.

Drie verschillende uitkomsten voor dezelfde uitgangspositie

Onze scenario's beginnen eind 2026 bij koers 100 en winst 4. In het lage scenario groeit de winst jaarlijks 3% en daalt de multiple naar 22, 20 en 18 in respectievelijk 2027, 2028 en 2029. Het middenscenario gebruikt 10% winstgroei en multiples van 24, 22 en 20. In het hoge scenario groeit de winst jaarlijks 18% en blijft de multiple 25. De visuele vergelijking laat alle negen uitkomsten zien.


Het zijn geen voorspellingen voor de Nasdaq of voor een bestaande ETF. Dezelfde start maakt zichtbaar hoeveel het verschil tussen winstgroei en waardering uitmaakt. Ook de hoge route veronderstelt geen spectaculaire verdere stijging van de multiple. De winst moet daar zelf het werk doen.



Een verschuiving naar andere sectoren kan het risico spreiden, maar de nieuwe posities vragen dezelfde beoordeling. Een nutsbedrijf kan voorspelbare inkomsten hebben en veel schuld moeten herfinancieren. Een vastgoedfonds kan profiteren van lagere rente, terwijl leegstand of dure financiering nog steeds de uitkering bedreigt. Een producent van dagelijkse goederen kan stabiele volumes hebben, maar te duur zijn voor de bescheiden groei die resteert.


De bruikbare conclusie van deze beursweek is daarom dat de markt kritischer onderscheid maakt tussen een aantrekkelijk product en een financierbaar verdienmodel. Dat is gezond zolang de onderliggende winsten overeind blijven. Het wordt zorgelijker wanneer de druk op kredietverlening en investeringen ook de winst van leveranciers en klanten aantast.


Voor een overtuigender herstel moeten meer aandelen deelnemen én moeten winstverwachtingen en financieringsvoorwaarden stabiliseren. Alleen een paar sterke dagen buiten technologie zijn daarvoor te weinig. De koersdaling kan kansen scheppen, maar de kans zit in een passende prijs voor houdbare kasstroom, niet in het etiket AI of juist niet-AI.

 
 
 

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
00:00 / 01:04

Net binnen..

Bedankt voor het abonneren!

bottom of page