top of page

Het MSCI World-fonds van iShares mist de opkomende markten

2 uur geleden
4 minuten om te lezen

In het kort

IWDA volgt de MSCI World Index en belegt in ongeveer 1.250 grote en middelgrote bedrijven uit 23 ontwikkelde landen. De naam World klinkt volledig, maar opkomende markten zoals China, India en Brazilië vallen buiten de index.


BlackRock rapporteerde per 30 september een koers-winstverhouding van 26,22 en een koers-boekwaardeverhouding van 4,14. De tien grootste posities vormden 27,78% van het fonds. De jaarlijkse kosten zijn 0,20% en de shareclass herbelegt het dividend.


Bij €130,48 op 20 oktober vraagt het middenpad om stevige winstgroei en een ordelijke daling van de waardering. De kwaliteit van de portefeuille kan een premie dragen, maar bij 26 keer winst wordt een tegenvaller sneller zichtbaar in de koers.


IWDA is populair omdat de ETF veel werk uit handen neemt. Eén aankoop geeft toegang tot ondernemingen als NVIDIA, Apple, Microsoft, Amazon en honderden bedrijven in Europa en Japan. De structuur is Iers, de replicatie is fysiek geoptimaliseerd en de shareclass met ISIN IE00B4L5Y983 herbelegt uitkeringen.


De eenvoud heeft twee grenzen. De eerste is geografisch: alleen ontwikkelde markten doen mee. De tweede is economisch: de grootste Amerikaanse groeibedrijven wegen zo zwaar dat duizenden kleinere posities hun invloed maar gedeeltelijk spreiden. Dat maakt IWDA niet slecht. Het maakt de werkelijke keuze alleen specifieker dan de naam suggereert.




Wat ontbreekt aan de wereldindex?

De officiële iShares-factsheet omschrijft de index als blootstelling aan 23 ontwikkelde landen. Opkomende markten vallen buiten de selectie. Wie alleen IWDA bezit, heeft daarom geen directe indexweging in Chinese internetbedrijven, Indiase banken, Taiwanese middelgrote chipbedrijven of Braziliaanse grondstoffenproducenten die als emerging market zijn ingedeeld.


Dat gemis hoeft het rendement niet te schaden. Veel ondernemingen in IWDA verdienen wel omzet in opkomende landen. Een Europese producent van luxegoederen of een Amerikaanse cloudleverancier kan sterk profiteren van Aziatische vraag. Het verschil is dat de belegger eigenaar is van het ontwikkelde-marktbedrijf, niet van de lokale kampioen.


Opkomende markten toevoegen betekent bovendien niet automatisch meer kwaliteit. Regelgeving, staatsinvloed, minder sterke aandeelhoudersrechten en valuta kunnen het risico verhogen. Een bredere index koopt dus niet alleen extra groei, maar ook andere onzekerheden. De redelijke tegenwerping tegen een all-worldfonds is dat IWDA bewust de landen kiest waar kapitaalmarkten en verslaggeving gemiddeld volwassener zijn.


Toch blijft de uitsluiting een actieve uitkomst. Als India of Taiwan jarenlang sneller groeit dan ontwikkelde markten, profiteert IWDA alleen indirect. Een belegger die echt de hele beurswereld wil volgen, heeft een aanvullende emerging-markets-ETF of een bredere all-world-ETF nodig.


Concentratie en kwaliteit horen bij elkaar

De tien grootste posities waren samen 27,78% van het fonds. Dat is geen toevallige fout in de index. Marktwaardegewogen indices geven succesvolle bedrijven automatisch meer gewicht. Zolang hun winst sneller groeit dan die van de rest, werkt dat in het voordeel van de belegger.


In onze eerdere analyse van NVIDIA bleek hoe snel hoge marges en een sterke productpositie de winst kunnen laten stijgen. IWDA profiteert daarvan zonder dat één aandeel de hele portefeuille bepaalt. De keerzijde is dat dezelfde megacaps vaak reageren op vergelijkbare factoren: AI-investeringen, rente en de bereidheid van beleggers om hoge multiples te betalen.


Een index met 1.250 posities kan daardoor toch geconcentreerd aanvoelen. Het aantal regels in de portefeuille meet hoeveel ondernemingen aanwezig zijn. Het gewicht meet hoeveel iedere onderneming bijdraagt aan het rendement. Voor de belegger is dat tweede getal belangrijker.



26 keer winst vraagt om een reden

Een P/E van 26,22 komt overeen met een winstrendement van ongeveer 3,8%. Dat is de lopende jaarwinst van de portefeuille als percentage van de beurswaarde. Het is geen dividendrendement en ook geen gegarandeerd rendement. Het helpt wel om de prijs tastbaar te maken.


Ter vergelijking: de brede Vanguard All-World-portefeuille rapporteerde eind september 20,7 keer winst. De samenstelling en meetmethode zijn niet volledig identiek, dus het verschil is geen zuivere koopaanbeveling. Het laat wel zien dat IWDA een flinke premie draagt. Een deel daarvan komt door de hogere weging van winstgevende Amerikaanse groeibedrijven en het ontbreken van lager gewaardeerde opkomende markten.


Een premie kan terecht zijn als de winst sneller groeit en betrouwbaarder is. Stel dat IWDA-bedrijven drie jaar lang 2 procentpunt sneller groeien dan de bredere wereldmarkt. Dan levert dat ongeveer 6% extra cumulatieve winst op. Dat compenseert slechts een deel van een waarderingspremie van ruim 25%. De rest moet komen uit langer aanhoudende groei of een blijvend hogere eindmultiple.


De kosten van 0,20% zijn laag in absolute zin, maar iets hoger dan bij sommige brede alternatieven. Een verschil van enkele basispunten is niet doorslaggevend naast een beweging van meerdere punten in de P/E. De keuze tussen fondsen moet daarom eerst over portefeuille, index en waardering gaan en pas daarna over de laatste honderdste procent kosten.



Valuta en beurslijn

IWDA noteert op Euronext Amsterdam in euro, maar de shareclass heeft Amerikaanse dollar als basisvaluta. De portefeuille is niet naar euro afgedekt. De eurokoers kan daarom afwijken van de winstontwikkeling van de bedrijven wanneer de dollar en andere valuta bewegen.


Dit is geen extra rekening die BlackRock achteraf stuurt. Het valuta-effect zit dagelijks in de intrinsieke waarde. Een sterkere euro kan buitenlands rendement dempen; een zwakkere euro kan het ondersteunen. Over lange periodes kan dit deels uitmiddelen, maar over één of drie jaar kan het verschil groot zijn.


Drie mogelijke koerspaden

Het startpunt is €130,48 op 20 oktober. In het bear-scenario vertraagt de winstgroei van de grootste technologiebedrijven en daalt de waardering. Dan horen €112 in 2027, €104 in 2028 en €110 in 2029 bij het model.


In het middenpad groeit de portefeuillewinst degelijk en zakt de P/E geleidelijk richting 22. Dat geeft €137, €148 en €160. In het gunstige scenario blijft productiviteitsgroei sterk, houden marges stand en accepteert de markt langer een hoge multiple. Dan volgen €148, €170 en €195.



Mijn conclusie

IWDA is een degelijk fonds voor beleggers die bewust ontwikkelde markten willen en een accumulating-shareclass zoeken. De portefeuille bevat veel sterke ondernemingen en de structuur is eenvoudig. Het fonds is alleen geen volledige wereldportefeuille en de huidige waardering is veeleisend.


Rond €130,48 vind ik IWDA verdedigbaar voor een lange horizon, maar niet goedkoop. Het sterkste tegenargument is dat kwalitatief sterke bedrijven hun premie jarenlang kunnen waarmaken. Dat is mogelijk. Ik zou positiever worden wanneer de winstgroei buiten de grootste tien posities duidelijk verbreedt of wanneer de P/E daalt zonder een verslechtering van de fundamentele winst. Als juist de megacaps vertragen en de multiple hoog blijft, wordt de blinde vlek van de wereldnaam snel zichtbaar.

 
 
 

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
00:00 / 01:04

Net binnen..

Bedankt voor het abonneren!

bottom of page