top of page

Vergeet de transactiekosten van Vanguards dividend-ETF niet

1 uur geleden
4 minuten om te lezen

In het kort

VHYL rekent 0,29% lopende kosten. In het nieuwste Vanguard-kostenrapport van 8 oktober kwamen daar geschatte transactiekosten van 0,04% bij. Samen is dat ongeveer 0,33% per jaar. De ETF noteerde op 20 oktober rond €81,99 in Amsterdam, bevatte 2.440 aandelen en had per 30 september een onderliggende koers-winstverhouding van 15,7.


Een verschil van vier honderdste procent lijkt bijna te klein om over te schrijven. Op €10.000 gaat het in het eerste jaar om ongeveer vier euro. Toch is dit precies het soort bedrag dat een belegger gemakkelijk vergeet. De lopende kosten en transactiekosten worden ieder jaar over het volledige fondsvermogen gedragen, terwijl de uitkering schommelt en de koers kan dalen.


VHYL is de uitkerende USD-shareclass van de Vanguard FTSE All-World High Dividend Yield UCITS ETF, met ISIN IE00B8GKDB10. Hier gaat het om de euro-notering op Euronext Amsterdam. De basisvaluta is dollar, de handelsvaluta euro en het fonds keert per kwartaal uit. Die drie eigenschappen moeten uit elkaar blijven. Handelen in euro’s neemt het valutarisico van de onderliggende beleggingen niet weg.



Wat de ETF werkelijk bezit

De ETF volgt een wereldwijde index van bedrijven met een relatief hoog dividendrendement. De Vanguard-fondspagina meldde per 30 september 2.440 aandelen. De Verenigde Staten wogen 38,47%, Japan 9,42% en het Verenigd Koninkrijk 6,85%. Samsung, JPMorgan, ExxonMobil en Johnson & Johnson waren de grootste posities, maar geen enkel bedrijf woog meer dan ongeveer 2,1%.



Die spreiding verlaagt het risico dat één onderneming het rendement bepaalt. Zij neemt sector- en marktrisico niet weg. Financiële instellingen, energiebedrijven en defensieve ondernemingen wegen zwaarder dan in een brede groeigerichte wereldindex. Een hogere uitkering kan daardoor samengaan met meer gevoeligheid voor rente, grondstoffenprijzen en regulering.


Het fonds had een onderliggende P/E van 15,7, een koers-boekwaardeverhouding van 2,2 en een gerapporteerde winstgroei van 8,8%. Dit zijn momentopnames van de portefeuille, geen beloften. Wanneer winst bij banken of energiebedrijven cyclisch hoog is, kan een lage P/E aantrekkelijk lijken vlak voordat de winst daalt.


De kostenrekening is breder dan de OCF

De ongoing charges figure, of lopendekostenfactor, bedraagt 0,29%. Daarin zitten beheer, administratie en andere terugkerende fondskosten. Transactiekosten ontstaan wanneer het fonds effecten koopt en verkoopt om instroom, uitstroom en indexwijzigingen te verwerken. Vanguard schatte die in het rapport van 8 oktober op 0,04%. De schatting kan per periode veranderen.


Samen komt de zichtbare jaarlijkse kostendruk daarmee rond 0,33%. Dat is nog altijd laag tegenover veel actieve fondsen. Het verschil tussen 0,29% en 0,33% verdient toch aandacht, omdat kosten redelijk zeker zijn en rendement niet. Een fonds kan in een slecht jaar dalen en dezelfde procentuele kosten blijven rekenen.



Bij €50.000, 6% bruto rendement en tien jaar looptijd verlaagt 0,04% extra kostendrag de eindwaarde in het rekenvoorbeeld met enkele honderden euro’s. Dat is niet de grootste risicofactor van VHYL. Valuta, winstgroei en waardering bewegen veel harder. De kosten zijn wel een van de weinige onderdelen die vooraf redelijk zichtbaar zijn.


De distributies laten hetzelfde onderscheid zien. Over de vier meest recente uitkeringen tot en met september 2026 betaalde het fonds samen $2,3344 per deelbewijs. Tegen de dollar-NAV van $91,66 is dat ongeveer 2,55%, in lijn met de gerapporteerde historische distributiemaatstaf van 2,58%. De uitkering is geen vaste coupon. Zij kan stijgen of dalen met dividenden, valuta en portefeuillemix.


In de analyse over Nederlands spaargeld en beleggen stond het verschil centraal tussen liquiditeit en productief vermogen. VHYL geeft breed toegang tot ondernemingen, maar vervangt geen kasbuffer. De analyse van Goldman Sachs laat daarnaast zien waarom een lage waardering bij cyclische winst niet automatisch een veiligheidsmarge is.


Welke groei zit in €81,99

De reverse waardering gebruikt de onderliggende P/E van 15,7 als winstproxy. Bij €81,99 hoort dan ongeveer €5,22 onderliggende winst per fondsdeel, omgerekend binnen het model. Wie 8% totaalrendement verlangt en 2,58% als uitkering ontvangt, vraagt ongeveer 5,42% jaarlijks koersrendement voordat kosten en valuta afzonderlijk worden bekeken.


Als de P/E in 2029 naar 15 daalt, moet de onderliggende winst ongeveer 6,9% per jaar groeien om dat koerspad te dragen. Dat ligt iets onder de 8,8% actuele portefeuillegroei, maar de huidige maatstaf kan cyclisch zijn. Een sterkere euro verlaagt bovendien het in euro gemeten rendement op dollaractiva, zonder dat de bedrijven operationeel slechter presteren.



De aantrekkelijke kant is duidelijk. De waardering ligt veel lager dan bij verschillende groeigerichte indices, de portefeuille is breed en de uitkering maakt een deel van het rendement tastbaar. Wie inkomen wil, hoeft niet zelf honderden dividendaandelen te selecteren en herbalanceren.


De sterkste tegenwerping is dat dividend geen aparte bron van waarde is. Op de ex-dividenddatum daalt de intrinsieke waarde in beginsel met het uitgekeerde bedrag. Een hoge uitkering helpt alleen wanneer de onderliggende winst en kasstroom haar dragen. Bedrijven die te veel uitkeren en te weinig investeren kunnen later marktaandeel verliezen.


Drie koerspaden

Het bear-scenario veronderstelt lagere winstgroei, een dalende P/E en een sterkere euro. Het middenpad rekent op bescheiden winstgroei en een ongeveer stabiele waardering. In het gunstige scenario verhogen banken, energiebedrijven en defensieve ondernemingen winst en dividend tegelijk.



De negen bedragen zijn koersscenario’s voor de Amsterdamse euro-notering. Uitkeringen zijn niet in de koersen opgeteld. Voor totaalrendement moeten ontvangen distributies worden toegevoegd, na eventuele belasting en kosten. De scenario’s zijn geen koersdoelen.


De conclusie is dat 0,04% extra transactiekosten geen reden is om VHYL af te schrijven. Het is wel een nuttige correctie op het idee dat 0,29% de hele rekening is. Belangrijker zijn de onderliggende winstgroei, de sectorwegingen en de euro-dollarbeweging. Bij €81,99 is het fonds redelijk gewaardeerd wanneer winsten rond 6% tot 7% per jaar kunnen groeien en de P/E ongeveer vijftien blijft. Zonder die winstgroei kan een prettige uitkering een zwak koersrendement niet volledig repareren.



Lid worden? Met code GRAAG krijg je korting op een De Belegger-lidmaatschap.

 
 
 

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
00:00 / 01:04

Net binnen..

Bedankt voor het abonneren!

bottom of page