Vergeet lage kosten, de S&P 500-tracker van Vanguard is duur
In het kort
VUSA is een eenvoudige en goedkope manier om de S&P 500 te volgen, maar goedkoop beheer betekent niet dat de onderliggende aandelen goedkoop zijn. Op 30 september noteerde de portefeuille volgens Vanguard op 24,7 keer winst. Wie vanaf de huidige koers van €130,215 ongeveer 10% totaalrendement per jaar verlangt en in 2029 met 22 keer winst rekent, heeft ruwweg 13% jaarlijkse winstgroei nodig. Dat kan, maar het is geen behoudende aanname.
De Vanguard S&P 500 UCITS ETF USD Distributing wordt vaak gekozen omdat er weinig uit te leggen lijkt. De ETF bezit fysiek de grote Amerikaanse ondernemingen, volgt een bekende index en rekent 0,07% lopende kosten per jaar. De Amsterdamse lijn handelt in euro, de basisvaluta is dollar, de ISIN is IE00B3XXRP09 en de inkomsten worden per kwartaal uitgekeerd. Dat maakt VUSA overzichtelijk. Toch zit de belangrijkste keuze niet in de kosten of ticker, maar in de prijs die voor de winst van 503 onderliggende ondernemingen wordt betaald.
De koers was op 20 oktober om 15.37 uur UTC €130,215 op Euronext Amsterdam. De Vanguard-factsheet van 30 september noemt een koers-winstverhouding van 24,7, een koers-boekwaardeverhouding van 5,3 en een dividendrendement van de portefeuille van 1,1%. De gerapporteerde winstgroei van 24,5% is sterk, maar één jaar met uitzonderlijke groei is geen goed vertrekpunt voor drie volgende jaren.
Direct naar een onderdeel van dit artikel
Breed gespreid, maar niet gelijk verdeeld
VUSA bezit 504 aandelenposities tegenover 503 ondernemingen in de index, omdat sommige bedrijven met meer aandelenklassen vertegenwoordigd zijn. Dat klinkt breed. De tien grootste posities vormden eind september echter 40,6% van het fonds. NVIDIA woog 8,4%, Apple 7,4%, Microsoft 5,8% en Alphabet 5,5%. Informatietechnologie alleen was 39,7% van de portefeuille.
Dat betekent niet dat VUSA stiekem een smalle technologie-ETF is. Banken, zorgbedrijven, industrie, consumentengoederen en energie leveren nog altijd een groot deel van omzet en winst. Het betekent wel dat een beperkt aantal zeer grote ondernemingen de eerste richting van het rendement bepaalt. Wanneer de grootste AI- en platformbedrijven hun winstverwachtingen waarmaken, profiteert de hele ETF. Wanneer hun waardering daalt, kan een brede restportefeuille die beweging niet onmiddellijk opvangen.
Die concentratie is het resultaat van marktweging. Een onderneming die in waarde stijgt, krijgt vanzelf een groter gewicht. De ETF hoeft daar geen mening over te hebben. Dat is juist de kracht van passief beleggen, maar het verwijdert het waarderingsrisico niet. In onze uitleg over een nieuwe S&P 500-opname lieten we zien dat indexvraag en bedrijfswaarde twee verschillende zaken zijn. VUSA koopt de marktprijs, ook wanneer die prijs al veel toekomstig succes bevat.
Voor Nederlandse beleggers speelt bovendien de keuze tussen sparen en beleggen. Deze analyse van het groeiende Nederlandse beleggingsvermogen geeft context bij de instroom, zonder dat die instroom iets zegt over het rendement vanaf de huidige waardering.
De kleine kosten zijn niet de grote rekensom
Een jaarlijkse fondsvergoeding van 0,07% is aantrekkelijk. Op €10.000 is dat ongeveer €7 per jaar, los van transactiekosten en eventuele spread. De waardering kan in één maand echter veel meer bewegen dan tientallen jaren aan fondskosten. Dat maakt kosten relevant, maar niet doorslaggevend voor het verwachte rendement vanaf vandaag.
VUSA keert dividend uit. Het onderliggende dividendrendement van 1,1% is niet precies hetzelfde als de uitkering die een belegger ontvangt, omdat timing, bronbelasting, kasbeheer en de feitelijke uitgekeerde bedragen meespelen. Wie uitkeringen niet herbelegt, ziet het koersrendement bovendien achterblijven bij het totaalrendement. De factsheet rapporteert historische prestaties in dollars en met herbelegging van inkomsten. De Amsterdamse koers in euro kan daarvan afwijken door EUR/USD.
Dat onderscheid helpt ook bij het lezen van mooie historische cijfers. Over de twaalf maanden tot 30 september bedroeg het nettorendement van het fonds in dollars 15,46%. Over drie jaar was het geannualiseerde rendement 22,57%. Dat bewijst dat de portefeuille goed heeft gepresteerd. Het bewijst niet dat hetzelfde rendement vanaf een koers-winstverhouding van 24,7 opnieuw haalbaar is.
Wat moet de huidige prijs waarmaken?
Een koers-winstverhouding van 24,7 is hetzelfde als een winstrendement van ongeveer 4,0%. Dat is de winst van de onderliggende ondernemingen gedeeld door de beurswaarde, niet het dividend dat op de rekening verschijnt. De rest van het vereiste rendement moet komen uit winstgroei, uitkering en een waardering die hoog blijft.
Neem een eenvoudig rekenvoorbeeld. De winst van de portefeuille is vandaag 100. De koers is dan 2.470. Voor 10% totaalrendement per jaar moet de belegger na drie jaar, inclusief dividend, ongeveer 33% meer waarde hebben. Wanneer 1,1% per jaar uit dividend komt en de waardering daalt naar 22 keer winst, moet de winst ruwweg 13% per jaar groeien. Bij een eindwaardering van 18 keer winst ligt de lat veel hoger. Blijft de multiple 24,7, dan is minder winstgroei nodig.
Een jaarlijkse winstgroei van 13% is niet onmogelijk. De grootste bedrijven hebben sterke balansen, hoge marges en investeren fors in AI. De portefeuille rapporteerde zelfs 24,5% winstgroei. Het lastige is dat beleggers tegelijk veronderstellen dat een groot deel van die groei duurzaam is en dat de beurs in 2029 nog bereid is een royale prijs te betalen. Een operationeel goed jaar kan dus samengaan met een matig beursjaar wanneer de multiple daalt.
Daar staat een sterk tegenargument tegenover. De S&P 500 vernieuwt zichzelf. Winnaars groeien in gewicht, verliezers verdwijnen uiteindelijk uit de index en nieuwe winstbronnen komen erbij. Een enkele onderneming hoeft de voorspelling niet waar te maken zolang de totale winst per indexpunt blijft stijgen. Voor een lange horizon is dat een overtuigende eigenschap.
Drie mogelijke koerspaden
De scenario's hieronder gaan over de Amsterdamse koers en sluiten toekomstige uitkeringen uit. Het totaalrendement ligt dus hoger wanneer dividend wordt ontvangen en herbelegd. Valuta blijft een aparte onzekerheid. Een sterkere euro kan de eurokoers drukken, ook als de Amerikaanse aandelen in dollars stijgen.
In het bearscenario vertraagt de winstgroei en daalt de waardering. De indexbedrijven blijven winstgevend, maar een lagere multiple brengt VUSA in 2027 naar €112, in 2028 naar €106 en in 2029 naar €110. Het middenpad veronderstelt dubbelcijferige winstgroei en een geleidelijke normalisatie: €136, €146 en €158. Het gunstige scenario vraagt dat AI-investeringen productiviteit en marges blijven verhogen: €145, €165 en €190.
Mijn afweging is daarom niet dat VUSA onaantrekkelijk is. Het product doet precies wat het belooft, tegen zeer lage kosten en met brede economische blootstelling. De huidige prijs laat alleen weinig ruimte voor een combinatie van tegenvallende winstgroei en een lagere waardering. Wie periodiek voor tientallen jaren belegt, kan die onzekerheid accepteren. Wie juist de komende drie jaar 10% per jaar verlangt, moet beseffen dat de portefeuille daarvoor ongeveer 13% winstgroei nodig kan hebben.
Ik zou positiever worden wanneer winst per indexpunt overtuigend blijft groeien terwijl de waardering daalt. Ik zou voorzichtiger worden wanneer de winstverwachtingen van de grootste posities afzwakken, maar hun gewichten en multiples hoog blijven. De kosten van VUSA zijn zeker. Het toekomstige rendement wordt vooral bepaald door de winst die nog verdiend moet worden.




































































































































Opmerkingen