Waarom Unilever in 2026 kan teleurstellen
- J. van den Poll
- 2 dagen geleden
- 4 minuten om te lezen
In het kort:
Na de ijs-afsplitsing is Unilever eenvoudiger en “defensiever”, maar 2026 wordt een uitvoeringstest: frictiekosten (IT, logistiek, overhead) kunnen kasstroom en marges drukken.
Margerisico door grondstoffenprijzen (o.a. cacao/zuivel): hogere prijzen kunnen volumes raken, volumes beschermen kan marges kosten.
Tegenwind in de markt: prijsbewuste consument + sterke private labels/promotiedruk, én extra regelgevings- en verstoringsrisico’s (verpakking/keten, klimaat/cyber) maken teleurstelling t.o.v. hoge verwachtingen een reëel scenario.
Unilever gaat 2026 in als een andere onderneming dan een paar jaar geleden. De ijsactiviteiten zijn eind 2025 afgesplitst en daardoor wordt het bedrijf overzichtelijker, met een grotere nadruk op verzorging, schoonmaak en voeding. Voor beleggers is dat aantrekkelijk, omdat Unilever traditioneel als defensief en stabiel wordt gezien. Tegelijk vraagt deze overgang om scherpe uitvoering, en juist daar liggen de grootste risico’s voor het aandeel in 2026.
De nieuwe entiteit, The Magnum Ice Cream Company (TMICC).

De nasleep van de ijs-afsplitsing
Een afsplitsing lijkt op papier simpel, maar in de praktijk kan de afrekening pas later komen. In 2026 moet blijken of Unilever zonder de ijsdivisie echt efficiënter kan werken, of dat er onverwachte frictiekosten blijven hangen. Denk aan IT-systemen, contracten, logistiek en overhead die opnieuw moeten worden ingericht. Als die kosten hoger uitvallen dan gepland, kan dat de vrije kasstroom en de winstgevendheid in 2026 onder druk zetten, ook als de omzet redelijk standhoudt.
Grondstoffen en margedruk
Unilever is gevoelig voor grondstofprijzen, omdat veel merken leunen op ingrediënten die in prijs kunnen schommelen. In 2025 wees het bedrijf al op hogere kosten voor onder meer cacao en zuivel, en dat soort bewegingen kan in 2026 opnieuw een rol spelen. Het risico zit in de keuze die dan ontstaat. Of Unilever verhoogt prijzen en loopt het risico op volumeverlies, of het bedrijf probeert volumes te beschermen en accepteert lagere marges. Als de consument prijsgevoeliger blijft, wordt die afweging in 2026 extra lastig.
Consumentengedrag en concurrentie
Ook zonder extreme kosteninflatie is 2026 een jaar waarin vraag en concurrentie bepalend kunnen zijn. In veel Europese markten is private label sterk en promotiedruk kan snel oplopen. Als consumenten blijven zoeken naar goedkopere alternatieven, wordt het moeilijker om zowel volumes als prijzen te laten groeien. Unilever wil sturen op sterke kernmerken en merkvoorkeur, maar als het verschil in prijs te groot wordt, kan marktaandeel alsnog weglekken. Dat kan vervolgens weer leiden tot extra promoties, waardoor de winst per verkochte eenheid afneemt.
Hoge verwachtingen rond groei en marge
Een belangrijk risico voor het aandeel is teleurstelling ten opzichte van de verwachtingen. Nu de portfolio simpeler is, wordt het verhaal ook harder afrekenbaar. Beleggers willen in 2026 zien dat groei niet alleen uit prijsverhogingen komt, maar ook uit echte volumegroei. Wanneer de organische groei tegenvalt, kan de waardering onder druk komen, zeker als er tegelijk twijfel ontstaat over de snelheid van margeverbetering. Dan ontstaat al snel het beeld dat de strategie wel klopt, maar dat de uitvoering achterblijft.
Omzet feitelijk vs geschat.

Regelgeving raakt de keten en verpakking
In 2026 komt er meer duidelijkheid over de impact van Europese regels, vooral rond verpakking en grondstoffenketens. De nieuwe EU-verpakkingsregels worden breed relevant vanaf augustus 2026, en de EU-ontbossingsverordening gaat voor grote bedrijven gelden vanaf 30 december 2026. Voor een FMCG-bedrijf betekent dit meer eisen aan traceerbaarheid, rapportage en aanpassingen in verpakkingsmaterialen. Het risico is dat dit niet alleen extra kosten met zich meebrengt, maar ook operationele complexiteit en mogelijke verstoringen in aanvoerketens. In zo’n scenario kan Unilever te maken krijgen met hogere kosten per product en minder flexibiliteit om snel te schakelen.

Operationele verstoringen door klimaat en cyber
Naast regelgeving zijn er twee praktische verstoringsrisico’s die in 2026 zwaarder kunnen wegen. Klimaatextremen kunnen grondstoffenaanvoer en logistiek beïnvloeden, wat leidt tot schaarste en hogere kosten. Tegelijk blijft cyberveiligheid een reëel risico voor grote, internationaal opererende bedrijven met complexe systemen en veel digitale kanalen. Een serieuze aanval kan productie, distributie of verkoopprocessen tijdelijk ontregelen. In een jaar waarin Unilever juist stabiliteit en voorspelbaarheid moet laten zien, kan zo’n incident extra hard doorwerken in resultaten en sentiment.
Bestuur en reputatie
Tot slot speelt het risico dat veranderingen in topmanagement en reputatiekwesties extra onzekerheid geven. Unilever wisselde in 2025 van CEO, en dat vergroot de druk om in 2026 snel tastbare resultaten te laten zien. Daarnaast kunnen reputatiegevoelige dossiers, ook als ze niet altijd direct op de kernactiviteiten drukken, het beeld bij beleggers beïnvloeden. In een markt waarin vertrouwen een grote rol speelt, kan reputatieruis de ruimte voor een hogere waardering beperken.
De grootste risico’s voor Unilever in 2026 zitten vooral in uitvoering en omstandigheden die de marges kunnen aantasten. De afsplitsing van ijs maakt het bedrijf eenvoudiger, maar vergroot ook de zichtbaarheid van tegenvallers. Als grondstoffenprijzen hoog blijven, consumenten blijven downtraden en regelgeving de keten complexer maakt, kan dat de groei en winstgevendheid remmen. Voor het aandeel wordt 2026 daarmee een jaar waarin het minder gaat om
Ook particuliere beleggers kunnen hierop inspelen door niet alleen naar de margedynamiek van bedrijven als Unilever te kijken, maar ook naar de kostenstructuur in de eigen portefeuille. Zeker in een markt waarin rendement steeds vaker wordt bepaald door kleine verschillen in marge en kasstroom, wegen transactiekosten en valutakosten relatief zwaarder mee.
MEXEM is door Brokerskiezen.nl uitgeroepen tot beste allround broker van 2025 en biedt beleggers daarbij lage en transparante kosten, met slechts 0,005% aan valutakosten tegenover 0,25% bij DEGIRO en SAXO Bank. Dat verschil kan voor de gemiddelde belegger, afhankelijk van handelsfrequentie en omvang, oplopen tot honderden tot duizenden euro’s per jaar. Zo positioneert MEXEM zich als beste allround broker van 2025, met scherpe tarieven die het rendement van beleggers merkbaar kunnen verbeteren.





















































