Wat als sterke cijfers van ASML en TSMC toch tegenvallen?
In het kort
De vraag naar AI-hardware blijft sterk, maar beleggers kijken steeds scherper naar de winst die deze investeringsgolf uiteindelijk oplevert. De forse dalingen van Samsung en SK hynix laten zien hoe gevoelig geheugenaandelen zijn voor Chinese concurrentie en mogelijke prijsdruk. Voor ASML en TSMC draait het deze cijferweek daarom vooral om de houdbaarheid van de groei, de marges en de investeringen van klanten. Mijn uitgangspunt is positief over de industriële vraag, met een duidelijk onderscheid tussen groeiende bedrijven en het rendement dat hun aandelen vanaf de huidige koers kunnen bieden.
Een volger stelde mij een heel logische vraag. ASML en TSMC presenteren op 14 en 15 oktober hun kwartaalcijfers. Kijkt de markt daar optimistisch naar uit, of liggen de verwachtingen inmiddels zo hoog dat zelfs sterke resultaten kunnen tegenvallen?
Dank voor die vraag, want juist deze week komt er veel samen. Terwijl AI-bedrijven nieuwe datacenters bouwen, leveren sommige van hun belangrijkste leveranciers op de beurs flink in. Dat roept begrijpelijkerwijs vragen op. Als iedereen geheugen en rekenkracht nodig heeft, waarom verkopen beleggers dan juist die aandelen?
Mijn antwoord begint bij drie dingen: hoeveel hardware er nodig is, wie die hardware mag leveren en hoeveel winst de leverancier eraan overhoudt. Wie die drie uit elkaar haalt, krijgt veel beter zicht op wat er bij ASML, TSMC, Nvidia en de geheugenmakers gebeurt.
Inhoudsopgave
De verkoopgolf in Korea gaat over de winst van morgen
De hardwarevraag is zichtbaar in echte omzet
Een GPU heeft een hele omgeving nodig
Waarom geheugenaandelen zo gevoelig zijn
CXMT maakt de Chinese concurrentie concreet
Eigen AI-chips veranderen vooral wie de rekening ontvangt
Bij ASML ligt de kwartaalverwachting al dicht bij de bovenkant
Bij TSMC kennen we de omzet al
De verkoopgolf in Korea gaat over de winst van morgen
Vandaag sloot de Zuid-Koreaanse KOSPI 5,46% lager op 6.035,35 punten. Samsung Electronics verloor 7,39% en SK hynix 10,09%. Buitenlandse beleggers verkochten per saldo 4,52 biljoen won aan aandelen op de hoofdmarkt, volgens de Seoul Economic Daily op basis van beursgegevens. Tijdens de handel was de indexdaling nog groter. Het slotcijfer geeft dus een ander beeld dan de alarmerendste intradaykoppen.
Ook elders was de druk zichtbaar. ASML sloot in Amsterdam op €1.509,60, een verlies van 4,20%. De koersfeed van De Belegger noteerde Micron om 22.02 uur Nederlandse tijd op $953,19, 3,62% onder het vorige slot. Dat laatste is een waarneming direct na de reguliere Amerikaanse handel, geen synchroon Koreaans slotcijfer.
De aanleiding was een combinatie van zorgen over de financiering van AI-investeringen en de opmars van de Chinese geheugenproducent CXMT. Zulke berichten raken een beurs waar al veel groei was ingeprijsd. Een daling van de koers vertelt dan vooral dat beleggers hun inschatting van toekomstige winsten en risico's aanpassen.
Dat blijkt mooi bij Samsung. Het bedrijf meldde op 8 oktober in zijn voorlopige kwartaalbericht ongeveer 195 biljoen won omzet en 107,4 biljoen won operationele winst. De uitgebreide resultaten volgen nog. De beursdaling vindt dus plaats terwijl de gerapporteerde winstkracht uitzonderlijk groot is. Beleggers proberen nu te bepalen hoeveel daarvan ook over twee of drie jaar overblijft.
De hardwarevraag is zichtbaar in echte omzet
Er ligt een stevige basis onder de investeringsgolf. Nvidia rapporteerde over het kwartaal tot 26 juli $96,2 miljard omzet, waarvan $89 miljard uit datacenters. Die datacenteromzet groeide 117% ten opzichte van een jaar eerder. Voor het daaropvolgende kwartaal voorzag Nvidia $108 miljard totale omzet, met een bandbreedte van 2%. Dat zijn respectievelijk gerealiseerde verkopen en een managementverwachting.
Aan de kant van de kopers zien we dezelfde beweging. Microsoft investeerde in het kwartaal tot eind juni $41 miljard, inclusief financiële leases. Ongeveer twee derde ging naar activa met een relatief korte levensduur, vooral CPU's en GPU's. De rest ging naar langlevende infrastructuur. De daadwerkelijk betaalde investeringen in materiële activa bedroegen $35,8 miljard. Dat onderscheid voorkomt dat ieder aangekondigd datacenterbudget wordt behandeld als een bestelling Nvidia chips.
De vraag verbreedt zich bovendien. Bij het trainen leert een AI model zijn patronen. Bij het gebruik, oftewel inference, verwerkt het steeds opnieuw vragen en taken. Een AI agent die documenten doorzoekt, code schrijft en resultaten controleert, kan tijdens één opdracht meerdere modellen en gereedschappen aanspreken. Daarmee groeit de behoefte aan rekenwerk, geheugen, opslag en netwerkverbindingen.
De economische kans zit in nuttig gebruik. Als een bedrijf met dezelfde infrastructuur meer betalende klanten bedient of meer werk verzet, verbetert het rendement op zijn investering. Dat maakt de volgende bestelling waarschijnlijker. Daar kijk ik uiteindelijk met de meeste belangstelling naar: hoeveel van de nieuwe capaciteit wordt goed benut en door klanten betaald?
Een GPU heeft een hele omgeving nodig
Een GPU voert veel berekeningen tegelijk uit. Het snelle HBM geheugen ernaast levert de gegevens waarmee die chip werkt. HBM staat voor High Bandwidth Memory: gestapeld geheugen met veel verbindingen, zodat grote hoeveelheden data snel heen en weer kunnen. Daarnaast hebben servers gewoon werkgeheugen nodig, zoals DDR5, en permanente opslag, vaak SSD's met NAND flash.
Je kunt het vergelijken met een druk kantoor. De GPU is het team dat aan de opdracht werkt. HBM is de informatie die direct op het bureau moet liggen. Het overige werkgeheugen biedt ruimte voor lopende processen. De SSD bewaart bestanden die later weer nodig zijn. Meer medewerkers helpen alleen als die informatievoorziening meegroeit.
Ook binnen AI verschilt de behoefte. Het verwerken van een lange nieuwe invoer vraagt veel rekenwerk; het vervolgens genereren van antwoorden kan sterk afhangen van hoe snel modelgegevens uit geheugen komen. De precieze verhouding verandert met model, batchgrootte, contextlengte en software. In zijn technische toelichting op verschillende inferencefasen beschrijft Huawei precies waarom het daarvoor verschillende chip- en geheugencombinaties ontwikkelt.
Dat maakt de hele keten interessant. TSMC fabriceert geavanceerde rekenchips en verbindt chips en geheugen via gespecialiseerde verpakkingstechnieken, waaronder CoWoS. ASML levert de lithografiemachines voor de productie van zowel logica als geavanceerd DRAM. Geheugenmakers produceren weer de verschillende geheugensoorten. Hun kansen hangen samen, terwijl hun verdienmodellen behoorlijk verschillen.
Waarom geheugenaandelen zo gevoelig zijn
Micron laat zien hoe krachtig de huidige cyclus is. Over zijn vierde boekjaarkwartaal, geëindigd op 3 september, rapporteerde het $54,2 miljard omzet en een brutomarge van 86,8% volgens GAAP. Voor het volgende kwartaal voorzag het management $61,5 miljard omzet, plus of min $1,5 miljard. De hoge prijzen vertalen zich dus in indrukwekkende resultaten.
Hoe groot de rol van prijzen is, blijkt uit de toelichting op het voorgaande kwartaal, gepubliceerd op 24 juni. Microns DRAM omzet steeg toen 67% ten opzichte van het kwartaal ervoor. De verkochte hoeveelheid bits groeide slechts enkele procenten; de gemiddelde verkoopprijs steeg ruim 60%. Een bit is de kleinste hoeveelheid informatie die geheugen kan bewaren. De enorme omzetgroei kwam in dat kwartaal dus vooral voort uit duurdere geheugencapaciteit. Dat helpt verklaren waarom nieuws over extra aanbod zo zwaar weegt.
Geheugen blijft tegelijk een markt waarin extra aanbod veel kan veranderen. Stel dat een fabrikant 20% meer geheugencapaciteit verkoopt, maar de gemiddelde prijs per eenheid 25% daalt. Dan wordt de omzet 1,20 × 0,75 = 0,90 maal de oorspronkelijke omzet. Het volume groeit, de omzet daalt 10%. Dit is een rekenvoorbeeld, geen voorspelling voor Micron of SK hynix.
De winst reageert daarnaast op kosten per bit, productmix en fabrieksbezetting. Een moderne fabriek kan goedkoper produceren, terwijl de bouw ervan miljarden kost. De beurs probeert al vroeg te bepalen wanneer nieuw aanbod de schaarste vermindert. Daarom kan een geheugenbedrijf op basis van de huidige winst goedkoop lijken, terwijl beleggers voorzichtiger worden over de volgende cyclus.
Er zijn ook veranderingen die de omzet voorspelbaarder kunnen maken. Micron beschreef op 24 juni langlopende klantcontracten met afnameverplichtingen en, voor een deel, minimum- en maximumprijzen. Dat geeft een andere uitgangspositie dan volledig afhankelijk zijn van telkens nieuwe prijsonderhandelingen. De precieze contractdekking, looptijd en bescherming van de marge blijven belangrijk. Ik zou die afspraken samen met nieuwe fabriekscapaciteit en de actuele geheugenprijzen volgen.
CXMT maakt de Chinese concurrentie concreet
CXMT is inmiddels een serieuze speler. Volgens TrendForce bedroeg zijn aandeel in de wereldwijde DRAM-omzet in het tweede kwartaal 9,5%, tegen 7,6% in het eerste kwartaal. Dit is een omzetaandeel, geen aandeel in de HBM-markt of in alle geproduceerde geheugenchips.
Op 20 september kondigde CXMT zelf de massaproductie van zijn G5-geheugenplatform aan. Op 10 oktober volgde een nieuwe stap: topman Cao Kanyu vertelde op een chipconferentie dat het bedrijf voor eind 2026 servergeheugen met een 4F²-architectuur wil introduceren. Dat bericht komt uit de verslaggeving van het Chinese zakenmedium Yicai.
De gedachte achter 4F² is dat geheugencellen compacter worden. Bij dezelfde minimale afmeting gebruikt een cel met oppervlakte 4F² een derde minder ruimte dan een cel van 6F². Op papier passen er dan 50% meer cellen in dezelfde oppervlakte. De uiteindelijke productiekosten hangen ook af van de overige schakelingen, het aantal goed werkende chips per wafer en de extra fabricagestappen.
Voor de beurs is vooral de route naar bruikbare producten belangrijk. Het aangekondigde product is DDR5-servergeheugen. HBM stelt daarnaast eisen aan stapeling, verbindingen, warmte en samenwerking met de accelerator. Een nieuwe DDR5-chip vertelt daarom nog niet hoeveel HBM een fabrikant kan leveren. Om dat te beoordelen wil ik concrete productprestaties, klantkwalificaties en betrouwbare volumes zien.
De concurrentiedruk kan ondertussen al toenemen. Zodra grote afnemers een geloofwaardig alternatief krijgen, verbetert hun onderhandelingspositie. China hoeft daarvoor niet meteen iedere premiumchip te evenaren. Extra aanbod in grote geheugensegmenten kan al doorwerken in de prijsverwachtingen van beleggers. Tegelijk kan de groeiende Chinese vraag een deel van die nieuwe productie opnemen. De verhouding tussen extra vraag en extra aanbod bepaalt de uitkomst.
Eigen AI chips veranderen vooral wie de rekening ontvangt
Een tweede verschuiving komt van de grote AI-bedrijven zelf. OpenAI presenteerde op 24 juni Jalapeño, zijn samen met Broadcom ontwikkelde inferencechip. De aankondiging beschreef werkende testsamples en een eerste uitrol voorzien voor eind 2026. Anthropic meldde in april dat het meer dan een miljoen Trainium2-chips van Amazon gebruikte. Dat is een mooi voorbeeld van hoe eigen chipontwerp door cloudbedrijven al onderdeel is van de AI-infrastructuur.
Voor Nvidia gaat het om de verdeling van de bestedingen. Klanten met enorme, voorspelbare workloads kunnen een gespecialiseerde chip ontwerpen die precies bij hun software past. Nvidia biedt een breed platform waarmee veel verschillende modellen, ontwikkelaars en toepassingen uit de voeten kunnen. Het investeert bovendien in software en lokale AI, zodat ook bedrijven buiten de grootste AI-labs zijn hardware gebruiken.
Voor TSMC kan de groei van verschillende chipontwerpers juist aantrekkelijk zijn wanneer hun producten bij TSMC worden gemaakt. ASML kan profiteren als de benodigde fabriekscapaciteit groeit. Ook gespecialiseerde accelerators hebben geheugen en verbindingen nodig, al verschilt de hoeveelheid en het type per ontwerp.
China ontwikkelt ondertussen zijn eigen rekenplatformen. Huawei publiceerde in september 2025 een meerjarige Ascend-routekaart met eigen geheugentechnologie en grote gekoppelde systemen. Dat is een bredere concurrentiestrijd dan één snelle chip: software, energieverbruik en schaalbaarheid bepalen samen de kosten van bruikbaar rekenwerk. Exportbeperkingen beïnvloeden daarbij zowel de toegang tot machines als de afzetmarkt. Chinese groei bereikt daardoor niet vanzelf dezelfde internationale leveranciers.
Lees ook mijn uitgebreide analyse van Nvidia en de hardware achter AI, waarin ik het samenspel tussen chips, software en financiering verder uitwerk.
Bij ASML ligt de kwartaalverwachting al dicht bij de bovenkant
ASML verwachtte zelf voor het derde kwartaal €11 miljard tot €12 miljard omzet en 55% tot 57% brutomarge. Voor heel 2026 stond de omzetverwachting op €43 miljard tot €45 miljard. De op 13 oktober geraadpleegde analistenramingen bij finanzen.net lagen voor Q3 op €11,63 miljard omzet en €10,78 winst per aandeel. Een andere verzameling, LSEG via MarketWatch, kwam op circa €11,85 miljard omzet. De markt rekent dus duidelijk op een sterk kwartaal.
Dat helpt bij het interpreteren van de uitslag. Een omzet van €11,8 miljard zou binnen ASML's eigen bandbreedte aan de bovenkant liggen. Tegenover een consensus van €11,85 miljard zou het toch een kleine tegenvaller zijn. Voor een positieve koersreactie wordt de toelichting op het vierde kwartaal en 2027 dan extra belangrijk.
Ik kijk vooral naar de uitvoerbaarheid van de capaciteitsexpansie, de investeringsplannen van geheugenklanten en de bijdrage van service en upgrades. ASML had in juli een uitbreiding van de Low-NA EUV-productiecapaciteit met ongeveer 30% in 2027 voorzien. Sinds 2026 rapporteert het geen afzonderlijk kwartaalbedrag voor nieuwe orders meer. De toelichting op leveringen en orderdekking krijgt daardoor meer gewicht.
De kasstroom hoort daar nadrukkelijk bij. In de Q2-presentatie staat €1,32 miljard vrije kasstroom in Q2, na €2,61 miljard uitstroom in Q1. Samen is dat ongeveer €1,29 miljard negatief. Aanbetalingen en leveringstiming zorgen voor beweging, maar voor aandeelhouders telt uiteindelijk hoe de winst in geld verandert. China-beperkingen, enkele grote klanten en de afhankelijkheid van gespecialiseerde toeleveranciers maken de planning extra belangrijk.
Bij TSMC kennen we de omzet al
Bij TSMC staat een groot deel van het kwartaalbeeld al vast. De maandcijfers tellen voor juli, augustus en september op tot NT$1.494,24 miljard omzet. De voorafgaande LSEG-verwachting bedroeg NT$1.460 miljard. Mijn berekening komt daarmee op een meevaller van ongeveer 2,3%. Het sterke omzetbericht kwam op 8 oktober, een week vóór de volledige resultaten.
De aandacht verschuift dus naar de winst en de toekomst. De Reuters-voorbeschouwing van 12 oktober noemt ongeveer NT$746,3 miljard verwachte nettowinst, 65% boven een jaar eerder. De eigen Q3-guidance voor de brutomarge was 65% tot 67%. Bank of America rekende in zijn voorbeschouwing van 12 oktober op nog eens 10% tot 15% omzetgroei ten opzichte van Q3 in het vierde kwartaal. Dat laatste is de verwachting van één analistenteam.
De nieuwe 2-nanometerproductie en geavanceerde verpakking zijn belangrijke groeimotoren. Ze vragen ook investeringen en opstartkosten. In juli voorzag TSMC $60 miljard tot $64 miljard investeringen voor 2026. De toelichting op rendement, bezetting en marges helpt om te beoordelen hoe productief dat kapitaal wordt ingezet.
Het bedrijf heeft daarvoor een sterke balans. Eind juni bedroeg de netto kaspositie volgens het managementrapport NT$2.486 miljard. De vrije kasstroom in Q2 was NT$287,4 miljard, berekend als NT$783,4 miljard operationele kasstroom minus NT$496 miljard investeringen. De winst bevatte bovendien een bijzondere bate op Vanguard-aandelen. Voor de onderliggende ontwikkeling kijk ik daarom ook naar de operationele marge. Geografische concentratie in Taiwan en de hogere kosten van buitenlandse fabrieken blijven wezenlijke risico's.
Wat de huidige koersen van de komende jaren vragen
Hier wordt de oorspronkelijke vraag van de volger heel concreet. Bij ASML bedraagt de koers-winstverhouding op €1.509,60 ongeveer 39 keer de genoemde analistenraming van €38,41 voor 2026 en 28 keer de €53,37 voor 2027. Die lagere toekomstige verhouding veronderstelt dus dat de winst per aandeel eerst flink stijgt. Dat is de groei waar de aandeelhouder vandaag al voor betaalt.
Een eenvoudig voorbeeld laat zien waarom sterke winstgroei soms toch een lagere koers oplevert. Stel dat de winst per aandeel van €40 naar €52 stijgt, terwijl beleggers voortaan 28 in plaats van 40 keer die winst betalen. De berekende koers gaat dan van €1.600 naar €1.456. De winst groeit 30%, de waardering per euro winst daalt en het aandeel eindigt 9% lager. Het is precies de gevoeligheid die een beweeglijke cijferweek zo lastig maakt.
Voor de berekeningen hieronder gebruik ik bij TSMC $445,16 per Amerikaanse ADR, de koerswaarneming van De Belegger op 13 oktober om 22.31 uur Nederlandse tijd. Een ADR vertegenwoordigt vijf Taiwanese aandelen. De eigen scenario's rekenen volledig in dollars en met 5,2 miljard equivalente ADR's, afgerond vanuit het aantal uitstaande aandelen. Bij ASML houd ik 384 miljoen aandelen constant. Zo ontstaat geen kunstmatige winstgroei door veronderstelde aandeleninkoop.
Ik draai de vraag ook om. Wie vanaf deze koersen jaarlijks 10% koersrendement tot eind 2029 verlangt, heeft bij een toekomstige waardering van 30 keer winst voor ASML ongeveer €68,4 winst per aandeel nodig. Bij 36% nettomarge hoort daar ongeveer €73 miljard jaaromzet bij. Voor TSMC vraagt dezelfde rendementsdoelstelling, bij 23 keer winst en 49% nettomarge, circa $26,3 winst per ADR en $279 miljard omzet. Dit zijn eigen rekenvereisten, zonder dividend, belasting of valuta-effect voor een eurobelegger.
De formule is steeds dezelfde: benodigde eindkoers = huidige koers × 1,10 tot de macht van het aantal jaren; benodigde winst per aandeel = eindkoers gedeeld door de gekozen koers-winstverhouding. De scenario's laten zien wat andere omzetgroei, marges en waarderingen betekenen. Het zijn denkrichtingen voor 2027, 2028 en 2029, geen voorspellingen van de koersreactie deze week.
In mijn middenscenario groeit ASML naar €55 miljard omzet in 2027 en €72 miljard in 2029, met een nettomarge van respectievelijk 35% en 36%. Voor TSMC is dat $230 miljard en $310 miljard, met 49% en 48% nettomarge. Vooral de ASML-winst ligt daarmee onder de verder oplopende analistenramingen. Ik kies bewust ruimte voor aanloopkosten en een minder uitbundige waardering. Het lage scenario laat zien wat minder schaarste en meer prijsdruk kunnen doen; het hoge scenario veronderstelt dat de vraag en prijszettingsmacht langer sterk blijven.
Zo kijk ik naar de twee cijferdagen
Mijn basisscenario blijft dat de vraag naar geavanceerde chips en geheugen de komende jaren groeit. Er zijn inmiddels voldoende omzetcijfers, concrete investeringen en nieuwe toepassingen om daar inhoudelijk vertrouwen in te hebben. De spannendste vraag wordt hoe die groei zich over de leveranciers verdeelt en hoeveel rendement op het geïnvesteerde geld overblijft.
Voor ASML vind ik vooral overtuigende onderbouwing van de capaciteit en klantinvesteringen richting 2027 belangrijk. Voor TSMC zoek ik een sterke vooruitblik die samengaat met gezonde marges, voortgang bij 2 nanometer en een geloofwaardige kasstroom. Voor de geheugenmakers volg ik daarnaast de prijzen per bit, nieuwe capaciteit en de bescherming die klantcontracten werkelijk bieden.
Chinese concurrentie past in datzelfde verhaal. Ze kan geheugen goedkoper maken en AI-toepassingen betaalbaarder, terwijl de winstverwachtingen voor bestaande leveranciers veranderen. Daar kunnen verschillende beursreacties uit voortkomen, ook wanneer de totale markt groeit.
Dus ja, de markt verwacht veel van ASML en TSMC. Mijn houding is positief over hun industriële positie, terwijl ik de verwachtingen in de koers serieus neem. Een sterk kwartaal met een sterke vooruitblik kan beleggers opnieuw vertrouwen geven. De belangrijkste vraag die ik woensdag en donderdag wil beantwoorden is daarom: laten deze bedrijven zien dat de groei die we vandaag betalen ook over een paar jaar nog voldoende winst en vrije kasstroom oplevert?





























































































































Opmerkingen