top of page

Langste verliesreeks sinds 2025 voor de chip-ETF van VanEck

11 minuten geleden
4 minuten om te lezen

In het kort

De eurobeurslijn van de VanEck Semiconductor UCITS ETF sloot op 15 oktober op Euronext Parijs rond €91,04. Daarmee volgde een zesde dalingsdag op rij, de langste verliesreeks sinds mei 2025. De aanleiding was niet één zwak kwartaal, maar oplopende twijfel over AI-financiering en nieuwe Chinese concurrentie in geheugenchips.


SMH heeft ISIN IE00BMC38736, is een Ierse, fysieke en accumulerende ETF en rekent 0,35% lopende kosten. De basisvaluta is dollar, terwijl deze beurslijn in euro's handelt. Dat betekent dat de europrijs geen valuta-afdekking biedt.


VanEck meldde op 15 oktober een intrinsieke waarde van $103,33 en een rendement sinds jaarbegin van 67,42%. Zelfs na de recente terugval is veel optimisme dus nog zichtbaar. De nieuwe vraag is hoeveel winstgroei nodig blijft wanneer meerdere delen van de chipketen tegelijk onder druk komen.



Een chip-ETF bezit verschillende bedrijven, maar vaak dezelfde cyclus

De portefeuille bevat ontwerpers, foundries, geheugenmakers, apparatuurleveranciers en analoge chipbedrijven. Hun omzet ontstaat op verschillende plekken, maar wordt vaak door dezelfde investeringsgolf gedragen. Een hyperscaler bestelt accelerators, de foundry produceert de chips, geheugenmakers leveren HBM en apparatuurbedrijven verkopen machines om capaciteit uit te breiden.


Dat werkt geweldig zolang vraag, financiering en bouwtempo tegelijk stijgen. Het probleem begint wanneer één schakel afremt. Minder datacenterfinanciering kan eerst de vraag naar complete systemen raken, daarna bestellingen bij chipontwerpers en uiteindelijk de capaciteitsplannen van foundries en machinebouwers.


De recente koersdaling is daarom een nuttige herinnering. Een sterke kwartaalpublicatie van één grote foundry kan samengaan met dalende koersen in de rest van de sector. De beurs kijkt vooruit naar de volgende ordercyclus, niet alleen terug naar de zojuist gerapporteerde omzet.



Chinese geheugencapaciteit raakt meer dan één positie

De directe zorg lag deze week bij de concurrentie in DRAM, het werkgeheugen dat in servers en computers wordt gebruikt. Wanneer nieuwe capaciteit sneller beschikbaar komt, kan de prijs per bit dalen. Dat raakt niet alleen een geheugenfabrikant. Lagere prijzen kunnen investeringen vertragen, de bezettingsgraad van fabrieken veranderen en de vraag naar nieuwe apparatuur verschuiven.


Voor een ETF-belegger is vooral het tweede-orde-effect belangrijk. Stel dat geheugenmakers samen 20% van de portefeuille vertegenwoordigen en hun winstverwachting met 12% daalt. Dat kost in een eenvoudig model 2,4 procentpunt. Wanneer de rest van de chipketen nog 4% stijgt, blijft het totaal positief. Maar als ook de rest door financieringszorgen daalt, werkt de concentratie ineens de andere kant op.


De precieze weging verandert dagelijks door koersbewegingen en herwegingen. Het mechanisme blijft gelijk: 25 of 26 holdings zijn geen 25 onafhankelijke economische weddenschappen.



De eurobeurslijn verandert het valutarisico niet

De ETF noteert in euro's op Euronext Parijs, maar veel ondernemingen rapporteren in dollars, Taiwanese dollars of andere valuta. De handelsvaluta is alleen de rekeneenheid waarin de belegger koopt en verkoopt. Wanneer de dollar daalt tegenover de euro, kan de eurokoers achterblijven bij de onderliggende aandelen.


In dit eerdere artikel over de eurobeurslijn staat waarom noteringsvaluta en economische blootstelling twee verschillende zaken zijn. Deze analyse van de winstlat laat zien waarom de sterke koersstijging alleen houdbaar is wanneer de onderliggende winst breed meegroeit.


Dat laatste woord, breed, is belangrijk. De ETF begrenst grote posities via de indexregels, maar de tien grootste namen wegen nog altijd het grootste deel van het fonds. Een limiet per aandeel voorkomt niet dat dezelfde AI-investeringen meerdere holdings tegelijk aansturen.


Wat moet €91,04 waarmaken?

Voor een omgekeerde waardering gebruiken we de onderliggende winstmultiple als vereenvoudigde maatstaf. Bij 38 keer winst, 10% gewenst jaarrendement en een eindwaardering van 28 keer winst in 2029 moet de winst van de portefeuille ongeveer 14,6% per jaar groeien.


Dat is haalbaar in een sterke halfgeleidercyclus. Het is tegelijk een hoge lat voor een volledige portefeuille, omdat niet iedere holding dezelfde groeivoet heeft. Ontwerpers kunnen sneller groeien dan analoge chipproducenten, terwijl apparatuurbedrijven afhankelijk zijn van investeringsbudgetten die per jaar schommelen.


De sterkste positieve tegenwerping is dat AI de vraag naar rekenkracht structureel verandert. Training, inference, netwerkchips en geheugen kunnen jarenlang meer capaciteit vragen. Als de kosten per berekening dalen en het gebruik nog sneller stijgt, kan de totale markt blijven groeien ondanks lagere prijzen per chip.


Daar staat tegenover dat een goede bedrijfstak nog geen goede aankoop tegen iedere prijs is. Wanneer winstgroei tijdelijk 25% bedraagt maar de multiple tegelijk van 38 naar 25 daalt, kan een groot deel van de operationele vooruitgang in de waardering verdwijnen.



Waarom de recente daling niet vanzelf een koopmoment is

Een koers van €91,04 ligt duidelijk onder de niveaus van begin oktober. Dat verlaagt de vereiste toekomstige winst. Toch is de ETF sinds jaarbegin nog meer dan 60% gestegen. De markt heeft dus geen pessimistisch scenario ingeprijsd.


Voor een echte veiligheidsmarge zou niet alleen de koers moeten dalen, maar ook het bewijs voor toekomstige winst moeten verbeteren. Denk aan stabiele orderboeken bij apparatuurmakers, gezonde geheugenspreads en datacenterklanten die hun investeringen uit operationele kasstroom financieren in plaats van steeds meer schuld.


De recente discussie over kapitaal en financiering raakt precies die laatste voorwaarde. Een datacenterproject kan technisch wenselijk zijn en economisch toch worden uitgesteld wanneer rente, stroomaansluiting of eigen vermogen te duur wordt.


Drie koerspaden

In het bearscenario ontstaat overcapaciteit in geheugen, vertragen AI-projecten en krimpt de waardering. Mogelijke koersen zijn €72 in 2027, €65 in 2028 en €70 in 2029.


In het middenscenario groeit de chipwinst verder, maar rustiger dan in 2026. De waardering normaliseert geleidelijk en de koers beweegt naar ongeveer €98, €112 en €128.


In het gunstige scenario blijft de vraag naar AI-systemen breed, worden lagere chipkosten ruimschoots gecompenseerd door meer gebruik en blijft de euro gunstig. Dan zijn €118, €148 en €182 mogelijke uitkomsten.



Mijn afweging

SMH geeft efficiënte toegang tot bedrijven die de digitale infrastructuur bouwen. De kosten zijn laag en de index bevat winnaars uit meerdere delen van de keten. Dat is de sterke kant van het product.


De zwakke kant is dat spreiding over ondernemingen niet hetzelfde is als spreiding over winstcycli. Chinese geheugencapaciteit, AI-financiering en een sterkere euro kunnen meerdere holdings tegelijk raken. Na het uitzonderlijke rendement van 2026 verdient de vereiste winstgroei daarom meer aandacht dan de daling van zes dagen.


Het bewijs voor een positievere afweging is brede winstgroei buiten de grootste AI-ontwerpers, gecombineerd met orderboeken die niet alleen op jarenlange reserveringen maar op betaalde eindvraag rusten. Tot die tijd is SMH een sterk instrument voor een overtuiging over de chipcyclus, geen neutrale technologiepositie.

 
 
 

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
00:00 / 01:04

Net binnen..

Bedankt voor het abonneren!

bottom of page