Softwareaandelen kelderen, slimme beleggers letten op deze 3 signalen
- Redactie

- 14 uur geleden
- 8 minuten om te lezen
In het kort:
Beleggers herprijzen softwarebedrijven fors nu gebruikersgebonden modellen onder druk staan door AI die taken overneemt.
Bedrijven die geen controlepunten of onmisbare functies in de agentic stack bezitten, zien hun waardering instorten.
Volgens analisten geeft slechts software met duidelijke waarde op basis van gebruik, data of outcome behoudt kans op structurele groei.
Wat ooit de economische motor van enterprise software was, staat nu centraal in een structurele herwaardering van de sector. Het traditionele gebruikersgebonden prijsmodel waarbij bedrijven betalen per medewerker die toegang heeft tot de software, verliest razendsnel terrein. Ooit bood dit model voorspelbare omzet, hoge marges en torenhoge waarderingen.
Nu blijkt het eerder een kwetsbaarheid dan een kracht, dankzij de opkomst van agentic AI die werk uitvoert in plaats van ondersteunt. Simpel gezegd gaan we van betalen voor de software om taken zelf uit te kunnen voeren naar het betalen voor Agentic AI dit het werk voor jou doet.
De huidige trend in Agentic AI:

Deze trend raakt vrijwel de hele softwaresector, van klassieke SaaS-leiders tot AI-native uitdagers. Beleggers die posities hebben in bedrijven als Adobe, Salesforce, ServiceNow, HubSpot, Atlassian, Workday, Zoom of monday.com en nog vele anderen, krijgen te maken met dezelfde onderliggende dynamiek: verdienmodellen gebaseerd op het aantal gebruikers staan onder druk, terwijl de markt waarde opnieuw toewijst aan platforms die controlepunten bezitten of efficiëntie leveren via autonome technologie.
Zelfs bedrijven met sterke merkbekendheid en brede productportfolio’s worden niet gespaard zolang hun groeistrategie leunt op uitbreiding van gebruikerslicenties. In dit artikel gaan we hier verder op inzoomen, om de twijfel die beleggers nu hebben rondom software aandelen te duidden en verklaren! Deze week nog zagen we precies dit gebeuren, waarbij software aandelen een flinke klap kregen, daarover lees je meer hieronder:
De koers van de grootste softwareaandelen het afgelopen jaar:

Het oude prijsmodel kraakt in zijn voegen volgens de markt
Meer dan tien jaar lang bouwde de softwaresector op een model dat eenvoud bood: elke extra medewerker betekende een extra licentie, en dus extra omzet. Het gebruikersgebonden prijsmodel was overzichtelijk, schaalbaar en geliefd bij investeerders. Maar het ging uit van één aanname: dat digitale productiviteit groeit door het toevoegen van mensen. En precies daar breekt de huidige AI-golf doorheen.
In de klassieke cloudstack staat SaaS bovenaan, boven PaaS (platforms) en IaaS (infrastructuur). Precies daar zien we nu de grootste waardedruk.
SaaS-bedrijven zoals Adobe en Salesforce richten zich op eindgebruikers en verdienen hun geld via gebruikersgebonden licenties. Maar in het AI-tijdperk verschuift waarde richting de lagen eronder: naar platforms die AI-agents aansturen (PaaS) en naar de infrastructuur waar deze agents op draaien (IaaS).
Zodra AI het werk doet in plaats van mensen, verliezen schermen en dashboards hun strategische waarde. En daarmee raakt het traditionele verdienmodel van veel SaaS-aanbieders zijn kracht kwijt. Toch is het te vroeg om SaaS af te schrijven. Deze bedrijven beschikken vaak over enorme datasets, sterke klantrelaties en distributiekracht. Als zij erin slagen om AI niet alleen toe te voegen als functie, maar hun platform zélf agentic te maken of als orkestratielaag te positioneren, dan schuilt juist daar een nieuwe strategische kans. Uiteraard laten we dit allemaal aan bod komen in dit artikel, aangezien dit belangrijk is goed uiteen te zetten.
De klassieke SaaS-PaaS-IaaS piramide ziet er zo uit:

Agentic AI, die zelfstandig taken uitvoert, maakt menselijke interactie in veel workflows overbodig. Klanten stellen zich logischerwijs de vraag: waarom betalen we nog per gebruiker als de uitkomst centraal staat? Het gevolg is dat het fundament onder het gebruikersgebonden licentie model verdwijnt. Bedrijven met een omzetstructuur die sterk afhankelijk is van het aantal gebruikerslicenties, zien hun waardering ineenstorten, vaak nog voordat hun omzet zelf daalt.
Waardering onder druk, niet door falende software, maar door achterhaalde logica
De scherpe koersdalingen in de sector voelen als een schok. SaaS-koplopers als Salesforce, HubSpot en ServiceNow zijn in korte tijd teruggevallen van waarderingen rond de 30-40 keer de vrije kasstroom naar een meer bescheiden 15-20 keer. De producten werken nog steeds, klanten blijven betalen, maar de logica achter de waardering is niet langer houdbaar voor veel beleggers.
Het probleem zit in de economische structuur. Als de marginale kosten van digitale arbeid dalen tot (bijna) nul dankzij AI, dan stort de rechtvaardiging voor prijsmodellen per gebruiker in. Het gebruikersgebonden model blijkt niet ontworpen voor een tijd waarin uitkomsten schaalbaar zijn zonder menselijke tussenkomst.
Adobe is een schoolvoorbeeld van de spanning tussen bedrijfsprestaties en waarderingslogica in het huidige softwareklimaat. Kijkend naar de omzetgrafiek lijkt er weinig aan de hand: de totale inkomsten zijn sinds 2015 verviervoudigd tot 24 miljard dollar, goed voor een indrukwekkende samengestelde jaarlijkse groei (CAGR) van 17,3 procent. Het bedrijf laat kwartaal op kwartaal groei zien, zonder noemenswaardige terugval:

Toch vertelt de waarderingsgrafiek een ander verhaal. De EV/EBIT-multiple, een gangbare maatstaf voor waardering, is sinds het hoogtepunt in 2021 met ruim 69 procent gedaald tot een dieptepunt van 14,96. Dat is niet het gevolg van winstdaling, maar van een enorme en fundamentele herwaardering door beleggers. De markt is duidelijk: solide omzetgroei op basis van het traditionele gebruikersgebonden prijsmodel is niet langer genoeg om een premium multiple te rechtvaardigen:

Adobe is namelijk sterk afhankelijk van abonnementen voor creatieve professionals, waarbij pricing nog altijd per gebruiker wordt bepaald. Hoewel het bedrijf inmiddels AI-functionaliteit toevoegt (zoals generatieve beeldbewerking in Photoshop en Firefly), gebeurt de commercialisering hiervan grotendeels binnen bestaande bundels of via beperkt schaalbare add-ons.
Wat Adobe illustreert, is dat structurele groei op basis van gebruikersuitbreiding en functieverbetering niet meer de waardering oplevert die het voorheen deed. Beleggers zoeken naar bewijs dat AI een nieuw verdienmodel mogelijk maakt, gebaseerd op verbruik, uitkomsten of control points, in plaats van nóg een gebruiker, nóg een scherm of nóg een plug-in.
De echte groeimarkt volgens Goldman Sachs is Agentic TAM, niet meer SaaS TAM de komende jaren:

Zolang die strategische omslag uitblijft richting dit agentic AI tijdperk, blijven bedrijven als Adobe gevangen tussen robuuste prestaties en een steeds lagere waarderingsmultiple. In die zin is Adobe niet een uitzondering, maar juist exemplarisch voor een hele generatie softwarebedrijven die zich opnieuw moet uitvinden in het agentic AI-tijdperk.
Waarde verschuift naar controlepunten, niet naar schermen
De oude SaaS-logica draaide om groei via gebruikersuitbreiding en moduleverkoop. Maar in het AI-tijdperk verschuift waarde naar andere assen, laat mij dat wat verder uitleggen. Het betekent dus dat niet het aantal gebruikers telt, maar wie controle heeft over de kernprocessen, de datastromen en de beveiliging. De nieuwe categorieën in SaaS tekenen zich af in grofweg drie onderdelen:
Beveiliging, identiteit en netwerkbeheer: Deze lagen worden onmisbaar in een wereld waarin AI-agents zelfstandig opereren. Hier ligt blijvende, strategische waarde.
Orkestratieplatforms voor AI-agents: Systemen die werkstromen coördineren, taken toewijzen, rechten beheren en resultaten auditen, worden steeds belangrijker als de complexiteit toeneemt. Het laatste wat je wilt als bedrijf is medewerkers die allemaal afzonderlijk verschillende AI-modellen en softwares door elkaar gebruiken, structuur hierin is essentieel. Een bedrijf als Salesforce probeert dit nu bijvoorbeeld te doen met Agentforce, door vol in te zetten op Agentic AI op alle vlakken:

Bron: Salesforce Applicaties zonder diepe integratie of unieke data: Deze categorie, waar veel traditionele SaaS-oplossingen onder vallen, staat onder grote druk. Als het product vooral bestaat uit een reeks schermen op andermans data, is het makkelijk te vervangen door een agent zonder licentiekosten.
De derde categorie is waar de markt momenteel het hardst snijdt. Software die vroeger “nice to have” was, wordt nu gezien als overbodig of overgeprijsd, zeker als er geen duidelijk schaalbaar voordeel of datavoorsprong aanwezig is.
Consumptiemodellen als logisch alternatief
Als AI het werk doet, ligt een prijsmodel op basis van daadwerkelijk gebruik voor de hand. In plaats van betalen per gebruiker, betalen klanten per actie, per taak of per gerealiseerde uitkomst. Dit consumptiegebaseerde model wint terrein, zeker bij AI-native softwarebedrijven.
Maar ook hier zijn de uitdagingen aanzienlijk:
Prijsvoorspelbaarheid ontbreekt vaak. Klanten hebben moeite om in te schatten hoeveel ze gaan gebruiken, wat CFO’s nerveus maakt. Het gebrek aan transparantie frustreert inkopers.
Waarde aantonen blijft lastig. Slechts een kleine groep softwareleveranciers publiceert harde ROI-cijfers van hun AI-functionaliteiten. Zolang klanten kosten zien stijgen zonder duidelijke verlaging in personeelsinzet, blijft de businesscase wankel.
Schaalbaarheid na pilots hapert. Veel AI-projecten stranden na de proefperiode, doordat implementatie en change management onderschat worden.
Hybride modellen als tussenstap
Om de overgang te verzachten, experimenteren veel leveranciers met hybride prijsmodellen. Denk aan een vaste platformprijs in combinatie met ‘credits’ voor AI-functies of consumptie per taak. ServiceNow verkoopt zijn AI-oplossing Now Assist los, gebaseerd op volume. Salesforce gebruikt ‘Flex Credits’ die worden afgeschreven op basis van uitgevoerde acties. Deze benaderingen geven ruimte om waarde beter te koppelen aan gebruik, zonder het hele businessmodel om te gooien.
Dergelijke modellen profiteren van twee trends:
De kosten van AI-inferencing dalen snel: met meer dan 80 procent per jaar, wat ruimte geeft voor aantrekkelijke prijsstelling.
Tegelijk stijgt de complexiteit van workflows: wat hogere prijzen voor geavanceerde taken mogelijk maakt.
Toch blijft het evenwicht zoeken: lage instapdrempels zijn nodig om adoptie te versnellen, maar er moet voldoende marge overblijven bij opschaling.
De koper is weer aan zet
In het gebruikersgebonden tijdperk lag de macht vaak bij de leverancier. Hoge switching costs, lange implementatietijden en integraties zorgden voor lock-in. Maar AI ondermijnt deze moats. Agents kunnen scripts genereren, API’s koppelen en instellingen overzetten. Het gevolg: de waargenomen overstapdrempel daalt, ook al is overstappen nog steeds complex.
Enterprise-inkopers weten dit en gebruiken het om tarieven te heronderhandelen, uitbreiding te beperken en druk te zetten op modulaire verkoop. Het SaaS-vliegwiel wankelt: geen groei in gebruikersaantallen betekent geen groei in omzet, tenzij het prijsmodel verandert.
CIO’s hebben bovendien meer alternatieven dan ooit: interne tooling, open-source stacks en hyperscalerbundels versterken hun onderhandelingspositie. Wie geen duidelijke, onderscheidende waarde biedt, verliest terrein.
Software is niet dood, maar de lat ligt hoger
De markt trekt zich terug in een handvol namen die strategisch onmisbaar zijn. Denk aan bedrijven die controlepunten beheren in de AI-stack of unieke toegang hebben tot bedrijfsdata. De rest moet zich opnieuw bewijzen.
SaaS-aandelen krijgen harde klappen, maar de markt is niet irrationeel, ze maakt onderscheid. Slimme beleggers kijken nu niet meer alleen naar oude groeipercentages of gebruikersaantallen, maar naar structurele positie in de AI-stack. Ze zoeken naar softwarebedrijven die méér zijn dan een mooie interface, bedrijven die daadwerkelijk verankerd zijn in de kernprocessen van de onderneming. In een tijdperk waarin AI werk overneemt, is niet elke applicatie nog relevant. De markt beloont alleen nog die spelers die onmisbaar worden in een autonome, agentic workflow.
De herwaardering van software is geen hypecyclus maar een structurele herpositionering. De 3 basis criteria om het te kunnen herwaarderen zijn helder:
Levert de software direct meetbare resultaten op voor de klant?
Stuurt het autonome processen of AI-workflows zelfstandig aan?
Is het diep geïntegreerd en lastig te vervangen of omzeilen?
Bedrijven die hierin slagen, zullen weer kunnen rekenen op investeerdersvertrouwen, al zal dat pas na meerdere kwartalen bewezen groei gebeuren. Eén goed kwartaal is niet genoeg. Beleggers willen bewijs dat groei voortkomt uit gebruik en waarde, niet uit het oude gebruikersgebonden model.
Volgens Gartner zal tegen eind 2026 al 40 procent van alle enterprise-applicaties een AI-agent bevatten, tegenover minder dan 5 procent vandaag. Dit markeert het begin van een fundamentele herinrichting van de softwaresector. Het gebruikersgebonden prijsmodel (dat tien jaar lang de gouden standaard was) lijkt zijn beste tijd gehad te hebben.
Wat daarvoor in de plaats komt, is nog volop in ontwikkeling. Consumptie, outcome-based pricing, hybride modellen: de komende jaren worden bepalend voor welke structuren beklijven. Softwarebedrijven die nu snel schakelen, hun waarde helder communiceren en pricing structureren rond uitkomsten in plaats van gebruikersaantallen, kunnen opnieuw de leiders worden van een nieuwe cyclus.
Niet omdat ze het meeste verkopen, maar omdat ze precies leveren wat telt: resultaat.







































































































































Opmerkingen