Machines die al draaien zijn de stille melkkoe van ASML
In het kort
ASML boekte in het derde kwartaal €11,66 miljard omzet en €4,96 miljard nettowinst. Het opvallendste onderdeel was niet alleen de verkoop van 121 nieuwe en gebruikte lithografiesystemen. Service en opties voor machines die al bij klanten staan leverden €3,29 miljard omzet op. Die geïnstalleerde basis maakt het verdienmodel minder afhankelijk van één nieuwe order, maar zij kan de hoge waardering niet alleen dragen.
Dat maakt dit een nuttige aanvulling op de discussie over capaciteit voor 2029 en 2030. Nieuwe machines bepalen de groei, terwijl onderhoud, onderdelen en productiviteitsupgrades een meer voorspelbare stroom creëren. Voor beleggers is de vraag hoeveel winst ASML uit iedere machine kan blijven halen nadat deze de fabriek heeft verlaten.
Het gewone aandeel ASML Holding sloot volgens De Belegger-data op 16 oktober op €1.477,20 in Amsterdam, met een bronmoment van 15.38 uur UTC. Het gaat om ISIN NL0010273215 en handel in euro. De beurswaarde bedroeg ongeveer €562 miljard.
Een machine blijft jarenlang omzet maken
ASML verkoopt lithografiesystemen waarmee chipfabrikanten patronen op silicium zetten. Bij de meest geavanceerde chips is extreem ultraviolet licht, EUV, onmisbaar. De klant betaalt aanvankelijk voor de machine, installatie en configuratie. Daarna volgen onderhoud, onderdelen, software en opties die de productiviteit verhogen.
Dat vervolgwerk is belangrijk omdat een stilstaande lithografiemachine een kostbare productielijn kan vertragen. Een klant koopt dus niet alleen reparatie, maar vooral beschikbaarheid en meer bruikbare wafers per uur. Wanneer ASML een upgrade levert die de output verhoogt, kan de klant extra chipomzet verdienen zonder meteen een volledig nieuwe machine te kopen.
In het derde kwartaal bedroeg de omzet uit de geïnstalleerde basis €3,29 miljard, tegen €2,76 miljard in het tweede kwartaal. Dat is 19% groei op kwartaalbasis. De stroom is niet volledig terugkerend zoals een softwareabonnement. Grote opties en upgrades kunnen per kwartaal schuiven. Toch is zij minder afhankelijk van de oplevering van een paar zeer dure nieuwe systemen.
In Rabi's analyse van ASML op recordhoogte staat waarom technologische macht niet automatisch een aantrekkelijk aandeel tegen iedere prijs maakt. De servicebasis helpt die waardering, maar alleen wanneer gebruik, upgrades en marge duurzaam meegroeien.
De economische waarde van de geïnstalleerde basis
Een rekenvoorbeeld laat zien waarom het aantal actieve systemen telt. Stel dat wereldwijd 6.500 ASML-systemen actief zijn, ieder gemiddeld €2 miljoen service- en optieomzet per jaar oplevert en daarop een bijdragemarge van 55% wordt verdiend. Dan ontstaat €13 miljard omzet en ongeveer €7,15 miljard bijdrage. Dit zijn modelaannames, geen bekendmaking van ASML.
De werkelijkheid is ingewikkelder. EUV-systemen hebben een andere onderhoudsintensiteit dan oudere DUV-machines. Upgrades zijn ongelijk verdeeld en servicecontracten kunnen verschillen. Toch helpt het voorbeeld om het mechanisme te begrijpen: iedere nieuwe machine vergroot niet alleen de omzet van vandaag, maar ook de mogelijke serviceomzet in latere jaren.
Daar ligt een grote kans. De systemen worden complexer, klanten streven naar hoge bezettingsgraden en nieuwe processen vragen extra opties. Een groeiende geïnstalleerde basis kan de kasstroom stabieler maken wanneer nieuwe orderboekingen tijdelijk dalen.
Er is ook een duidelijke tegenwerping. Exportbeperkingen kunnen de service aan bepaalde klanten beperken. Klanten kunnen onderhoud uitstellen in een zwakke cyclus en oudere machines minder intensief gebruiken. Bovendien vraagt een groter servicenetwerk meer onderdelen, personeel en lokale capaciteit. Serviceomzet is daarom niet hetzelfde als risicoloze annuïteit.
Rabi beschreef in de voorbeschouwing op ASML en TSMC hoe hoge verwachtingen de reactie op sterke cijfers kunnen bepalen. De geïnstalleerde basis verlaagt de operationele grilligheid, maar niet de gevoeligheid van de koers voor een lagere multiple.
Sterke marges en een uitzonderlijk kwartaal
De totale brutomarge kwam in Q3 uit op 57,5%, tegenover 54,0% in Q2. De brutomarge is wat na de directe productiekosten van iedere omzet-euro overblijft. Productmix, prijs, upgrades en eenmalige posten kunnen haar sterk bewegen. Daarom mag de Q3-marge niet zonder meer als jaarlijks niveau worden doorgetrokken.
ASML verkocht 113 nieuwe lithografiesystemen en acht gebruikte. De totale systeemomzet bedroeg daarmee ongeveer €8,37 miljard. Samen met de omzet uit de geïnstalleerde basis kwam de kwartaalomzet op €11,66 miljard. Voor het vierde kwartaal verwacht het bedrijf €14,2 miljard tot €15,2 miljard omzet en opnieuw ongeveer 57% brutomarge.
Voor heel 2026 mikt ASML op €44 miljard tot €45 miljard omzet en circa 56% brutomarge. Klanten tonen volgens het management al interesse in capaciteit voor 2029 en 2030. Dat is een aanwijzing voor vraag, geen geboekte omzet. Eerst moeten orders worden bevestigd, machines worden geproduceerd, verscheept en geaccepteerd.
Wat €1.477,20 veronderstelt
Bij €1.477,20, 9% gewenst jaarlijks rendement en een winstmultiple van 32 in 2029 moet ASML ongeveer €59,79 winst per aandeel verdienen. Vier keer de Q3-winst per aandeel van €12,95 geeft €51,80. Dat is een eenvoudige annualisatie van een sterk kwartaal, geen prognose. Vanaf die basis is ongeveer 4,9% jaarlijkse groei nodig.
De uitkomst lijkt niet extreem, maar rust op twee stevige aannames. Ten eerste moet een groot deel van de Q3-winstgevendheid houdbaar zijn. Ten tweede moet de markt in 2029 nog 32 keer de winst betalen. Bij een eindmultiple van 24 stijgt de vereiste winst aanzienlijk. Servicegroei kan die winst ondersteunen, maar nieuwe systemen blijven de grootste omzetmotor.
Het bear-scenario loopt van €1.120 in 2027 naar €900 in 2029 wanneer orders afzwakken en de multiple daalt. Het middenpad stijgt van €1.560 naar €1.940 met geleidelijke groei van systemen, upgrades en winst per aandeel. In het gunstige scenario loopt de koers op van €1.800 naar €2.650 doordat AI-capaciteit, High-NA EUV en service elkaar versterken.
Een stabielere motor, geen volledige bescherming
ASML beschikt over een uitzonderlijke marktpositie en een geïnstalleerde basis die na iedere levering groter wordt. Dat maakt het verdienmodel sterker dan een pure machineverkoper die na de verkoop opnieuw vanaf nul begint. De €3,29 miljard kwartaalomzet uit service en opties is daarom economisch belangrijk.
De conclusie blijft afgewogen. De bestaande basis kan een zwakker orderkwartaal verzachten, maar niet jaren van lagere fabrieksinvesteringen neutraliseren. Het doorslaggevende bewijs is dat serviceomzet, marge en nieuwe systeemvraag tegelijk groeien zonder dat exportbeperkingen de basis aantasten. Wanneer ASML dat meerdere kwartalen laat zien, wordt de hoge waardering beter gedragen. Als vooral de multiple hoog blijft terwijl orders en gebruik vertragen, biedt de servicebasis minder bescherming dan de koers suggereert.


































































































































Opmerkingen