top of page

Vanguards S&P 500 ETF is spotgoedkoop en toch duur

16 minuten geleden
4 minuten om te lezen

In het kort

VUSA is nog altijd een eenvoudige en goedkope manier om de S&P 500 te volgen. Het fonds kost 0,07% per jaar, bezit 504 aandelen en keert per kwartaal uit. De lastige kant zit niet in het product, maar in de prijs van de onderliggende bedrijven. Vanguard rapporteerde per 30 september een koers-winstverhouding van 24,7. Dat komt overeen met een winstrendement van ongeveer 4,0%. Wie vanaf hier een aantrekkelijk totaalrendement verwacht, rekent dus vooral op verdere winstgroei.


VUSA sloot op 16 oktober op €130,944 op Euronext Amsterdam. Het gaat hier expliciet om de uitkerende USD-shareclass met ISIN IE00B3XXRP09, verhandeld in euro. De basisvaluta is dollar. Dat onderscheid is belangrijk: de beursnotering in euro haalt het dollarrisico van de Amerikaanse aandelen niet weg.


Dat maakt deze ETF tegelijk eenvoudig en minder vanzelfsprekend dan hij lijkt. De belegger koopt geen fondsbeheer dat een dure onderneming kan overslaan. VUSA volgt fysiek de index en blijft vrijwel volledig belegd. Wanneer de S&P 500 duurder wordt, koopt het fonds die hogere waardering gewoon mee.




Waarom het startpunt zoveel uitmaakt

Een koers-winstverhouding van 24,7 betekent grofweg dat de bedrijven in de index voor iedere dollar jaarwinst bijna $25 beurswaarde vertegenwoordigen. De omgekeerde verhouding is het winstrendement: ongeveer 4,05%. Dat is geen kasuitkering aan de ETF-belegger. Bedrijven gebruiken een deel van hun winst voor investeringen, overnames en aandeleninkoop. Het is wel een nuttig vertrekpunt om te zien hoeveel rendement al uit de huidige winst kan komen.


Vanguard meldde tegelijk een rendement op eigen vermogen van 29% en een historische winstgroei van 24,5%. Dat zijn uitzonderlijk sterke cijfers. Ze bewijzen niet dat dezelfde groei herhaalbaar is. Een index met winstgevende technologiebedrijven kan jaren bovengemiddeld presteren, maar hoge marges lokken ook concurrentie, regelgeving en extra investeringen uit.


In een eerdere uitleg over de opname van Bloom Energy in de S&P 500 was al zichtbaar hoe indexvraag een aandeel kan ondersteunen. Voor VUSA werkt dat mechanisme op fondsniveau. Het fonds koopt volgens indexgewicht, niet volgens een zelfstandig oordeel over waarde.


De uitkering helpt, maar draagt maar een klein deel. Vanguard rapporteert over de historische periode tot eind september een uitkeringsrendement van 0,87%. In 2026 betaalde het fonds tot nu toe $0,3096, $0,3236 en $0,3296 per participatie. Omdat VUSA uitkeert, moet de belegger die bedragen zelf herbeleggen om het volledige rente-op-rente-effect te behouden.



De reverse valuation maakt de lat zichtbaar

De huidige waardering kan worden teruggerekend. Stel dat een belegger 9% totaalrendement per jaar verlangt, ongeveer 0,9% uit uitkeringen ontvangt en de koers-winstverhouding in 2029 daalt van 24,7 naar 22. Dan moet de onderliggende winst per aandeel ongeveer 10% per jaar groeien. Dat is haalbaar in een sterk economisch scenario, maar duidelijk hoger dan de nominale groei van een volwassen economie.


Dit is een rekenvoorbeeld, geen voorspelling. Als de multiple op 24,7 blijft, is minder winstgroei nodig. Zakt de multiple naar 18 doordat rente of risicopremies oplopen, dan moet de winst veel harder groeien om hetzelfde rendement te leveren. De goedkope fondskosten veranderen die rekensom nauwelijks. Een besparing van enkele basispunten compenseert geen daling van twintig procent in de waarderingsmultiple.


Daar ligt ook de sterkste tegenwerping. De S&P 500 bevat bedrijven met wereldwijde omzet, schaalvoordelen en sterke kasstromen. Een traditionele vergelijking met een gemiddeld beursjaar kan hun kwaliteit onderschatten. Bovendien worden zwakkere ondernemingen uiteindelijk vervangen door sterkere. De index vernieuwt zichzelf.


Toch is indexvernieuwing geen bescherming tegen een duur startpunt. Nieuwe winnaars komen pas na verloop van tijd met een groter gewicht binnen. Bestaande zwaargewichten kunnen intussen dalen. De analyse van Nvidia en de prijs die de beurs voor groei betaalt laat zien waarom een uitstekend bedrijf en een aantrekkelijk instapmoment twee verschillende vragen zijn.



Drie mogelijke koerspaden

Het bearmodel veronderstelt dat winstgroei afzwakt, de waardering daalt en de euro sterker wordt. Dan zijn koersen van €112 in 2027, €104 in 2028 en €100 in 2029 denkbaar. De uitkeringen verzachten het totale verlies, maar maken een slechte instapprijs niet ongedaan.


Het middenpad gebruikt gematigde winstgroei, een beperkte waarderingsdaling en per saldo neutrale valuta. Dat levert €139, €148 en €158 op. Inclusief uitkeringen ligt het totaalrendement iets hoger dan het koersrendement.


In het gunstige pad blijven marges en winstgroei hoog en blijft de waardering ruim. Dan volgen €151, €174 en €199. Voor een eurobelegger kan een sterkere dollar dit pad verder helpen, maar een zwakkere dollar doet het omgekeerde.



Mijn afweging

VUSA doet als product wat het moet doen. De tracking error was volgens Vanguard over één jaar slechts 0,01% en over drie en vijf jaar 0,02%. De ETF is fysiek, groot en goedkoop. De onzekerheid zit daarom niet bij de fondsstructuur, maar bij de winstgroei die een onderliggende waardering van 24,7 keer moet dragen.


De conclusie is niet dat brede indexbelegging ineens onlogisch is. Wel is het rendement vanaf deze prijs gevoeliger voor winstnormalisatie dan de eenvoud van het product suggereert. Een lagere waardering gecombineerd met stabiele winstgroei zou de verhouding aantrekkelijker maken. Het bewijs om positiever te worden is brede winstgroei buiten de grootste technologiebedrijven, zonder dat marges of balanskwaliteit verslechteren.


Tot die tijd blijft VUSA vooral een degelijk, goedkoop fonds met een minder goedkope onderliggende markt.


 
 
 

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
00:00 / 01:04

Net binnen..

Bedankt voor het abonneren!

bottom of page