Kabinet past renteaftrek aan: huizenprijzen kunnen weer stijgen
- Arne Verheedt

- 2 uur geleden
- 4 minuten om te lezen
In het kort
Door belastingmaatregelen van het kabinet stijgt de hypotheekrenteaftrek volgens het CPB van 37,56 procent naar circa 38,37 procent in 2030.
Vooral huishoudens met hogere inkomens en grote hypotheken profiteren van deze fiscale wijziging, terwijl huurders en mensen zonder hypotheek geen voordeel krijgen.
Voor investeerders en vastgoedbeleggers kan de maatregel de vraag naar koopwoningen verder stimuleren en daarmee bijdragen aan hogere huizenprijzen.
De hypotheekrenteaftrek lijkt onder het kabinet Jetten onverwacht licht te stijgen. Dat blijkt uit de doorrekening van het coalitieakkoord door het Centraal Planbureau. In het regeerakkoord zelf wordt deze verruiming nauwelijks benoemd, maar uit de fiscale analyse blijkt dat huiseigenaren vanaf 2027 iets meer rente kunnen aftrekken van hun belastbare inkomen.
De verklaring ligt in een technische wijziging in de inkomstenbelasting. Het kabinet wil het belastingtarief in de eerste en tweede schijf verhogen om andere beleidsmaatregelen te financieren, waaronder een verlaging van de zorgpremies. Omdat de hypotheekrenteaftrek sinds 2023 direct gekoppeld is aan het tarief van de tweede schijf, stijgt het maximale aftrekpercentage automatisch mee wanneer dat tarief wordt verhoogd.
Momenteel ligt dat percentage op 37,56 procent. Volgens de berekeningen van het CPB kan dit oplopen tot ongeveer 38,37 procent in 2030. Dat betekent een stijging van 0,81 procentpunt gedurende deze kabinetsperiode. Huishoudens met een inkomen boven ongeveer 39 duizend euro vallen in deze belastingschijf en profiteren dus van het hogere aftrektarief.
Hoewel de stijging relatief klein lijkt, kan het effect merkbaar zijn voor huishoudens met een grote hypotheek. Wie jaarlijks bijvoorbeeld 10 duizend euro aan rente betaalt, kan door de hogere aftrek enkele tientallen tot honderden euro’s extra belastingvoordeel ontvangen.
De hypotheekrenteaftrek lijkt onder het kabinet Jetten onverwacht licht te stijgen:

Hogere inkomens profiteren het meest van verruiming
Het fiscale voordeel van hypotheekrenteaftrek is sterk afhankelijk van de hoogte van de hypotheek. Hoe groter de lening en de bijbehorende rentelasten, hoe groter het bedrag dat kan worden afgetrokken van het belastbare inkomen.
Daarom profiteren vooral huishoudens met hogere inkomens van een stijgend aftrekpercentage. Deze groep koopt gemiddeld duurdere woningen en heeft doorgaans ook hogere hypotheken. Een kleine stijging van het aftrektarief kan voor hen dus relatief veel belastingvoordeel opleveren.
Voor andere groepen ligt dat anders. Huiseigenaren die hun hypotheek volledig hebben afgelost ontvangen geen renteaftrek meer. Ook huurders profiteren niet van deze maatregel, terwijl zij wel te maken krijgen met hogere belastingtarieven.
Volgens het CPB leidt de verhoging van de eerste en tweede belastingschijf tot een lastenverzwaring van ongeveer 5 miljard euro voor huishoudens. Het kabinet stelt dat deze belastingstijging wordt gecompenseerd door lagere zorgpremies, maar dat effect verschilt sterk per huishouden.
Voor mensen met hoge zorgkosten kan de verlaging van de premie bijvoorbeeld worden gecompenseerd door een hoger eigen risico dat stijgt van 385 euro naar ongeveer 460 euro per jaar. Daardoor pakt de maatregel financieel niet voor iedereen gelijk uit.
Hoe duurder de woning, hoe hoger de hypotheek en dus de renteaftrek:

Impact op woningmarkt en vastgoedprijzen
De hypotheekrenteaftrek beïnvloedt al jaren de dynamiek van de Nederlandse woningmarkt. Doordat huiseigenaren een deel van hun rentelasten kunnen aftrekken, worden de effectieve kosten van een hypotheek lager. Dat vergroot de leencapaciteit van huishoudens en stimuleert de vraag naar koopwoningen.
In een woningmarkt waar het aanbod al schaars is, vertaalt extra vraag zich vaak direct in hogere prijzen. Instellingen zoals De Nederlandsche Bank en het Centraal Planbureau wijzen er daarom al langer op dat de regeling prijsopdrijvend werkt. Tegelijk kost de hypotheekrenteaftrek de overheid jaarlijks ongeveer 10 tot 11 miljard euro.
Een verdere verruiming kan de druk op de woningmarkt opnieuw vergroten. Vooral starters en middeninkomens, die nu al moeite hebben om een woning te kopen, kunnen daardoor verder op achterstand komen te staan.
Wat dit betekent voor beleggers en vastgoedinvesteerders
Voor vastgoedbeleggers kan een verruiming van de hypotheekrenteaftrek indirect gunstig uitpakken. Wanneer huiseigenaren meer fiscale voordelen krijgen, stijgt vaak hun bereidheid om hogere prijzen te betalen voor woningen. Dat kan leiden tot verdere waardestijging van vastgoed.
Lees ook: Beste vastgoedfondsen in 2026
Beleggers met bestaande portefeuilles profiteren in dat scenario van stijgende woningwaarden. Daarnaast kan een duurdere koopmarkt ervoor zorgen dat meer huishoudens langer in de huurmarkt blijven, wat de vraag naar huurwoningen ondersteunt.
Tegelijk blijft het politieke risico groot. Overheden kunnen ingrijpen wanneer de woningmarkt verder oververhit raakt, bijvoorbeeld via strengere huurregulering of hogere belastingen voor vastgoedbeleggers.
Stijgende prijzen van bestaande koopwoningen in Nederland:

Discussie over hypotheekrenteaftrek onder kabinet
De mogelijke verruiming van de hypotheekrenteaftrek staat haaks op het beleid van de afgelopen tien jaar. Sinds 2014 werd de regeling juist geleidelijk afgebouwd om overmatige schuldfinanciering te beperken en de woningmarkt minder te verstoren.
Het huidige effect ontstaat vooral door een technische koppeling tussen de aftrek en het belastingtarief in de tweede belastingschijf. Wanneer dat tarief stijgt, stijgt de aftrek automatisch mee.
Om dat te voorkomen pleiten economen voor een structurele wijziging. Een vast aftrekpercentage, bijvoorbeeld rond 37 procent, zou volgens berekeningen jaarlijks ongeveer 400 miljoen euro kunnen opleveren en tegelijk meer stabiliteit geven aan het fiscale beleid rond de woningmarkt.
Advertorial
De ontwikkelingen rond hypotheekrenteaftrek onderstrepen hoe sterk fiscale regels de waarde en vraag naar vastgoed kunnen beïnvloeden. Voor beleggers kan stabiel verhuurd vastgoed daarom een rationele aanvulling zijn binnen een portefeuille die gericht is op voorspelbare kasstromen en spreiding.
Het SynVest Dutch RealEstate Fund belegt in Nederlands vastgoed met focus op supermarkten en zorgcentra, met brede spreiding over solide huurders en een gemiddeld rendement van 8,2% per jaar waarvan 6,3% maandelijks wordt uitgekeerd. In maart geldt een maandactie waarbij beleggers bij instap met een minimale deelname van € 10.000 één maand extra uitkering ontvangen bovenop het reguliere rendement.
Vraag vrijblijvend de gratis brochure aan voor meer informatie over het fonds en de beleggingsstrategie.




































































































































