Kabinet betrapt zichzelf: box 3-belasting op papieren winst is gewoon onhoudbaar
- J. van den Poll
- 5 apr
- 4 minuten om te lezen
In het kort:
Het kabinet doet alsof alleen startups volatiel zijn, terwijl ook beursaandelen, vastgoed, crypto en familiebedrijven sterk in waarde kunnen schommelen zonder dat er cash vrijkomt.
De uitzondering voor startups bewijst juist het echte probleem: belasting heffen over papieren winst is onredelijk, omdat die winst nog niet is gerealiseerd en ook weer kan verdampen.
In plaats van een eerlijk en principieel box 3-stelsel kiest het kabinet voor een willekeurige uitzonderingsregeling, met extra uitvoeringsproblemen en grijze gebieden rond de vraag wat wel en geen startup is
Met een nieuwe definitie van wat een startup is, probeert het kabinet de onrust over de box 3-plannen te dempen. Bedrijven die door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland als innovatief en schaalbaar worden bestempeld, zouden straks pas belasting hoeven betalen over hun aandelen op het moment van verkoop. Dat klinkt als een redelijke uitzondering. Maar juist die uitzondering legt het werkelijke probleem bloot: niet startups zijn het probleem, het probleem is belasting heffen over papieren winst.
De redenering van het kabinet is opmerkelijk. Alsof alleen startups volatiel zijn. Alsof alleen jonge, innovatieve bedrijven op papier snel meer waard kunnen worden en daarna net zo hard kunnen terugvallen. Wie iets verder kijkt dan het startup-ecosysteem, ziet direct hoe kunstmatig dat onderscheid is. Beursgenoteerde technologieaandelen kunnen in een jaar tientallen procenten stijgen en dalen. Vastgoedwaarden schommelen. Cryptovaluta bewegen soms extremer dan welk startup-aandeel ook. Zelfs familiebedrijven of belangen in groeibedrijven kunnen op papier fors in waarde toenemen zonder dat er één euro liquiditeit vrijkomt.
Toch kiest het kabinet niet voor een principiële oplossing, maar voor een uitzonderingsregime. Voor startups zou belasting op ongerealiseerde waardestijgingen kennelijk onredelijk zijn, maar voor anderen blijkbaar niet. Dat is niet alleen inconsequent, het is ook slecht fiscaal beleid.
Definitie voor startups wordt aangepast voor box 3:

Belasting over papieren winst vertrekt vanuit een theoretische werkelijkheid. Een aandeel kan op papier meer waard zijn geworden, maar zolang dat aandeel niet is verkocht, is die winst niet gerealiseerd. Er is geen cash, geen opbrengst, geen zekerheid. Wie dan toch belasting heft, belast geen inkomen maar verwachting. En verwachtingen kunnen verdampen. Een waardering in een investeringsronde is nog geen geld op de bank. Een hogere taxatie is nog geen verzilverde winst. Wie belasting moet betalen over een waardestijging die later weer verdwijnt, wordt dus aangeslagen op iets wat uiteindelijk nooit bestaan heeft.
Dat is precies waarom de voorgestelde uitzondering voor startups eigenlijk een schuldbekentenis van het kabinet is. Blijkbaar begrijpt Den Haag heel goed dat het onredelijk is om belasting te heffen over vermogen dat nog niet liquide is gemaakt. Maar in plaats van die conclusie voor het hele stelsel te trekken, wordt er een beleidspleister geplakt op één zichtbare groep met een goede lobby en een herkenbaar verhaal.
Daarmee ontstaat een systeem dat niet eerlijker, maar willekeuriger wordt. Want wat is straks precies een startup? Een bedrijf van vijf jaar oud was te beperkt, dus nu moet de RVO gaan beoordelen of een onderneming innovatief genoeg is en voldoende schaalbaar. Maar innovatie is geen objectief afvinklijstje. Schaalbaarheid evenmin. De overheid schuift daarmee een politiek probleem door naar een uitvoeringsinstantie, die straks moet bepalen welke ondernemingen wel en welke niet onder een gunstiger regime vallen. Dat nodigt uit tot grijze gebieden, lobbywerk, juridische discussies en eindeloze afbakeningsproblemen.
Bovendien is het de vraag waarom de fiscale rechtvaardigheid van een burger zou moeten afhangen van het etiket dat de overheid op een bedrijf plakt. Twee mensen kunnen allebei belasting moeten betalen over een belang dat op papier meer waard is geworden, terwijl geen van beiden die winst heeft gerealiseerd. Maar de een krijgt uitstel omdat zijn bedrijf “innovatief en schaalbaar” heet, en de ander niet. Dat is moeilijk uit te leggen en nog moeilijker te verdedigen.

De kernvraag zou veel eenvoudiger moeten zijn: moet de overheid belasting heffen over vermogensgroei die nog niet is gerealiseerd? Wie die vraag eerlijk beantwoordt, komt al snel tot de conclusie dat dat alleen in theorie aantrekkelijk klinkt, maar in de praktijk wringt. Niet alleen bij startups, maar overal waar waarden onzeker, moeilijk verhandelbaar of tijdelijk opgeblazen zijn.
Belasting hoort aan te sluiten op draagkracht. En draagkracht blijkt niet uit een papieren waardering, maar uit gerealiseerd inkomen of daadwerkelijk beschikbaar vermogen. Wie pas belasting betaalt bij verkoop, betaalt uit echte opbrengst. Dat is controleerbaar, uitlegbaar en in de praktijk beter uitvoerbaar. Het voorkomt ook dat mensen vermogen moeten aanspreken, leningen moeten aangaan of bezittingen moeten verkopen om belasting te betalen over winst die ze nog helemaal niet in handen hebben.
Het kabinet lijkt nu vooral bezig met symptoombestrijding. De startupsector trok aan de bel, dus komt er een uitzondering voor startups. Maar het fundamentele bezwaar blijft staan. Belasting over papieren winst is geen modernisering, maar een bron van willekeur, complexiteit en onrechtvaardigheid.
Als het kabinet echt rust wil brengen in box 3, dan moet het stoppen met doen alsof volatiliteit een exclusief startupprobleem is. De les is juist breder: papieren winst is geen echte winst. En daar moet je dus ook niet op belasten.
Advertorial
Juist in een discussie over papieren winsten en moeilijk verzilverbaar vermogen wordt duidelijk hoe belangrijk liquiditeit en voorspelbaarheid voor spaarders zijn. Voor wie vermogen tijdelijk wil parkeren zonder afhankelijk te zijn van schommelende waarderingen, blijft een direct opvraagbare spaarrekening een overzichtelijke optie. Zeker wanneer daarbij vooraf helder is welk rendement in de eerste periode geldt.
Raisin RenteBoost is een tijdelijke actie waarbij je op een vrij opneembare Duitse spaarrekening de eerste 3 maanden lang een gegarandeerde rente van 2,85% p.j. krijgt, beschermd onder het Europese garantiestelsel. Je spaargeld blijft dagelijks opvraagbaar en je kunt vrij storten en opnemen. Na deze periode kun je via één Raisin-account verder sparen bij meer dan 50 Europese banken, met actuele variabele rentes tot 1,92% p.j., of kiezen voor spaardeposito’s met looptijden van één maand tot tien jaar en rentes tot 3,25% p.j.






































































































































