De huizenmarkt dwingt mij (23) richting huren: nieuwe data maakt kopen steeds lastiger
- Arne Verheedt

- 30 mei
- 7 minuten om te lezen
In het kort:
Als 23-jarige Belg voelt de discussie over huizenmarkt huren steeds rationeler: kopen vraagt meer eigen geld.
In België stegen bestaande woningen in Q4 2025 opnieuw 3,9%, KBC verwacht ook in 2026 en 2027 circa 3% prijsstijging.
Nederland kampt met een tekort van bijna 400.000 woningen, flexibiliteit heeft waarde, maar huren maakt afhankelijk van verhuurder.
Ik ben 23, Belg, woon vandaag nog bij mijn ouders en wil op termijn samen met mijn vriendin iets kopen. Dat klinkt als een heel normaal plan. Werken, sparen, samen iets opbouwen, een eigen plek vinden. Alleen voelt dat plan voor veel jonge Belgen steeds minder normaal en steeds meer als een rekensom die telkens net wegschuift.
De Belgische huizenmarkt is geen abstract thema wanneer je zelf aan de start staat. Het gaat niet alleen over grafieken, rentevoeten of mediaanprijzen. Het gaat over de vraag of je je spaargeld in bakstenen stopt, blijft huren, langer thuis blijft wonen of juist meer kapitaal op de beurs laat werken. En eerlijk: ik vind dat huren vandaag te vaak wordt weggezet als geld weggooien, terwijl kopen voor jongeren lang niet altijd de superieure keuze is.
Huizenmarkt huren: waarom mijn generatie anders rekent
Wie vandaag in België een woning zoekt, botst op een vreemde combinatie. De markt oogt volgens sommige brede waarderingsmodellen niet extreem oververhit, maar voor een starter voelt ze wel degelijk zwaar. Dat verschil is belangrijk. Een markt kan economisch min of meer in evenwicht lijken, terwijl de instapdrempel voor jongeren nog altijd pijnlijk hoog ligt.
Statbel-cijfers tonen dat bestaande woningen in België in het vierde kwartaal van 2025 3,9% duurder waren dan een jaar eerder. In 2025 lag de mediaanprijs voor een huis in gesloten of halfopen bebouwing rond 280.000 euro, voor een open bebouwing rond 390.000 euro en voor een appartement rond 250.000 tot 255.000 euro. In Vlaanderen ligt de lat vaak nog hoger: de mediaanprijs van verkochte woonhuizen kwam in 2025 uit op 349.000 euro.
Belgische vastgoedprijzen blijven stijgen:

Dat zijn bedragen die op papier nog bereikbaar kunnen lijken voor twee inkomens, maar alleen als er genoeg eigen inbreng is, de rente meevalt en er geen zware renovatie volgt. Precies daar wringt het. Een aankoopprijs is niet het hele verhaal. Registratierechten, notariskosten, verzekeringen, meubels, energie-eisen en renovaties drukken allemaal op hetzelfde spaargeld.
De rente maakt dezelfde woning veel duurder
De grootste verandering tegenover enkele jaren geleden zit niet alleen in de woningprijs, maar in de maandlast. Huidige hypotheekrentes liggen gemiddeld ronde de 3,5-4%. Dat is geen detail. Op een lening van enkele honderdduizenden euro's verandert één procentpunt rente meteen de vrijheid in je maandbudget.
KBC maakt die betaalbaarheidsdruk concreet. In een klassieke waarderingsmaatstaf, waarin rekening wordt gehouden met rente en inkomen, liep de overwaardering eind 2023 op tot 26%. Tegen het vierde kwartaal van 2025 was dat teruggevallen naar 16%, maar dat blijft een stevig signaal: kopen is minder onhoudbaar dan op de rentepiek, maar zeker niet plots comfortabel.
Waardering Belgische vastgoedmarkt:

Dat is voor mij de kern. De huizenmarkt hoeft niet in een bubbel te zitten om voor starters lastig te zijn. Als prijzen blijven stijgen, rentes hoger liggen dan in de nulrentejaren en banken terecht eigen inbreng vragen, dan wordt de eerste woning vooral een test van timing, inkomen en familiale steun. Dat laatste zeg ik niet graag, maar het is wel de realiteit: wie hulp krijgt, vertrekt met een andere kaart in handen.
Waarom huren geen nederlaag hoeft te zijn
Huren heeft een imago-probleem. Veel mensen zien het als betalen voor iets dat nooit van jou wordt. Daar zit waarheid in, maar het is maar de helft van het verhaal. Huren koopt ook flexibiliteit. Je zit niet meteen vast aan één gemeente, één jobregio, één renovatiebudget of één woonvorm. Zeker op je 20ste is dat meer waard dan vaak wordt toegegeven.
Voor jonge koppels is dat niet onbelangrijk. Je weet vaak nog niet exact waar je carrière naartoe gaat, hoe je inkomen evolueert of welke woonplek binnen vijf jaar logisch voelt. Een huurwoning verlaten is administratief vervelend, maar een koopwoning verkopen omdat je verkeerd hebt gekozen is financieel veel zwaarder. Notariskosten, verkoopkosten en mogelijke renovaties maken een foute aankoop snel duur.
Daar komt nog iets bij dat beleggers vaak beter begrijpen dan klassieke vastgoeddenkers: kapitaal heeft een alternatief rendement. Wie niet meteen tienduizenden euro's eigen inbreng in een woning stopt, kan dat geld gespreid beleggen. Dat is geen garantie op winst en de beurs kan stevig dalen, maar op lange termijn kan breed gespreid beleggen wel een serieuze vermogensmotor zijn. Zeker voor jongeren is tijd een groot voordeel.
Door €50.000 te beleggen in plaats van als eigen inbreng te gebruiken, groeit dit bedrag bij een gemiddeld jaarlijks rendement van 8% op 10 jaar tijd aan tot ongeveer €157.000:

De nadelen van huren blijven echt
Toch wil ik huren niet romantiseren. Je bent afhankelijk van een huurbaas. De woning is niet van jou. Grote aanpassingen zijn meestal beperkt mogelijk. Huurprijzen kunnen stijgen. En wie lang huurt zonder discipline om het vrijgekomen kapitaal te beleggen of te sparen, bouwt inderdaad minder vermogen op dan iemand die maandelijks aflost op een woning.
Dat laatste is volgens mij het eerlijke onderscheid. Huren is pas financieel interessant als je het verschil ook echt laat renderen. Wie huurt om meer te consumeren, wint vooral vrijheid. Wie huurt en tegelijk consequent belegt, koopt tijd, flexibiliteit en optioneel vermogen. Dat is een ander verhaal.
Ook de huurmarkt zelf is niet goedkoop of gemakkelijk. In steden is de concurrentie groot, betaalbare huurwoningen zijn schaars en energiezuinige panden worden sneller duur. Daardoor is huren geen simpele ontsnappingsroute uit de wooncrisis. Het is eerder een andere manier om met dezelfde crisis om te gaan.
België bouwt niet genoeg waar starters nood aan hebben
De aanbodkant helpt jongeren weinig. ING wijst erop dat hogere hypotheekrentes sinds 2022 samenliepen met een daling van bouwvergunningen. In 2025 stabiliseerde de markt wat, maar een krachtige heropleving verwacht ING niet. Dat is belangrijk, want zonder voldoende nieuw aanbod blijft de druk op bestaande woningen groot.
Bouwvergunningen lijken eindelijk in de juiste richting te bewegen:

Opvallend is vooral de mismatch. In 2025 bestond al 31% van de Belgische residentiële woongelegenheden uit appartementen, tegenover 26% in 2015. Tegelijk daalde het aandeel appartementen in het totaal aantal woningvergunningen in de eerste tien maanden van 2025 naar 54%, tegenover 57% een jaar eerder. Net terwijl kleinere huishoudens en jonge kopers meer betaalbare woonunits nodig hebben, komt dat aanbod niet vanzelf snel genoeg bij.
En dan zijn er nog de belastingen. Recente data meldde dat 88 Belgische gemeenten hun vastgoedtaks verhogen, tegenover 6 een jaar eerder. Dat raakt niet alleen eigenaars. Hogere eigenaarskosten kunnen op termijn ook in huurprijzen of renovatiebeslissingen doorsijpelen. Vastgoed wordt dus niet alleen duurder bij aankoop, maar ook zwaarder in onderhoud en bezit.
Nederland laat zien hoe hard schaarste kan doorwerken
Voor Nederlandse lezers klinkt dit waarschijnlijk herkenbaar, alleen ligt de druk daar nog zichtbaarder aan de oppervlakte. CBS en Kadaster meldden dat bestaande koopwoningen in april 2026 gemiddeld 4,3% duurder waren dan een jaar eerder. Dat is minder fel dan eerder, maar nog altijd stijging bovenop een al dure markt.
Het Nederlandse woningtekort wordt voor 2025 geraamd op bijna 400.000 woningen, goed voor 4,8% van de woningvoorraad. Nog veelzeggender vind ik dat 21,8% van de 25- tot 30-jarigen begin 2025 nog bij de ouders woonde. Dat cijfer zegt meer dan duizend marktanalyses: volwassen worden is voor een groeiende groep niet alleen een levensfase, maar ook een woonprobleem.
De NVM zag eind 2025 zelfs een gemiddelde verkoopprijs boven 500.000 euro bij bestaande woningen via makelaars. In het eerste kwartaal van 2026 zakte dat gemiddelde wat terug, maar de markt bleef krap. Voor starters maakt het weinig uit of de gekte iets afkoelt als de instapprijs nog altijd ver boven hun spaartempo ligt.
Advertorial
Wie vermogen wil opbouwen zonder direct vast te zitten aan een eigen woning, kijkt vaak naar beleggingen die kunnen zorgen voor voorspelbare inkomsten en spreiding. Vastgoed kan daarbij een rationele aanvulling zijn, zeker wanneer de focus ligt op stabiele huurstromen en een brede spreiding van risico’s.
Het SynVest Dutch RealEstate Fund belegt in Nederlands vastgoed met de nadruk op supermarkten en zorgcentra, gespreid over solide huurders, en realiseerde een gemiddeld rendement van 8,2% per jaar, waarvan 6,3% maandelijks wordt uitgekeerd. Deze maand geldt een actie waarbij deelname mogelijk is vanaf een minimale inleg van € 10.000.
Vraag vrijblijvend de gratis brochure aan voor meer informatie over het fonds en de beleggingsstrategie.
Kopen blijft sterk, maar niet tegen elke prijs
Ik ben niet anti-vastgoed. Integendeel. Een eigen woning kan rust geven, inflatiebescherming bieden en op lange termijn een sterke vermogensbasis vormen. Wie de juiste woning koopt, lang genoeg blijft zitten en de maandlast comfortabel kan dragen, heeft vaak een uitstekende financiële keuze gemaakt.
Maar kopen wordt gevaarlijk wanneer het vooral gebeurt uit angst om de boot te missen. Dat zie ik te vaak in gesprekken met leeftijdsgenoten. De redenering is dan: als we nu niet kopen, lukt het nooit meer. Die angst begrijp ik volledig, maar ze mag geen excuus worden om te weinig marge in te bouwen. Een huis mag je leven dragen, niet wurgen.
Voor mijn generatie ligt de beste keuze daarom niet automatisch bij kopen of huren. De beste keuze ligt bij flexibiliteit, discipline en realisme. Koop als de woning past, de cijfers kloppen en je nog kunt leven na de maandelijkse aflossing. Huur als je daardoor vrijheid behoudt, sterker kunt sparen of beleggen en niet gedwongen wordt tot een zwakke aankoop.
Mijn voorlopige oordeel: voor jonge Belgen en Nederlanders is huren geen mislukking meer, maar vaak een slimme tussenfase. Kopen blijft waardevol, maar niet wanneer het je financiële toekomst al opslokt nog voor die goed begonnen is. Daarom kies ik er zelf liever voor om langer te wachten met de stap naar de vastgoedmarkt of tijdelijk te huren en ondertussen verder vermogen op te bouwen via mijn beleggingen.
Juist bij dit soort grote financiële keuzes helpt het om niet alleen naar de woningmarkt te kijken, maar ook naar je volledige vermogensplan. Bij De Belegger volgen we zulke keuzes vanuit dezelfde bril: wat levert vrijheid op, waar zit risico en wanneer wordt een populaire overtuiging te vanzelfsprekend? Met kortingscode WINST krijg je 50% korting en toegang tot diepgaande analyses, portefeuille updates, transacties, veel meer en een hechte community die je vooruit helpt.
Wat beleggers moeten weten:
Is huren financieel altijd slechter dan kopen?
Nee. Huren kan rationeel zijn als je het vrijgekomen kapitaal bewust spaart of belegt, als je nog niet weet waar je wilt wonen of als kopen je maandbudget te strak maakt. Het wordt pas zwak wanneer huren leidt tot minder vermogensopbouw zonder bewuste strategie.
Waarom blijft kopen dan toch aantrekkelijk?
Omdat een eigen woning stabiliteit geeft en maandelijkse aflossingen op lange termijn vermogen kunnen opbouwen. Zeker bij een lange woonhorizon kan kopen sterk zijn. De voorwaarde is wel dat de aankoopprijs, rente, renovatiekosten en maandlast samen draagbaar blijven.
Waar moet mijn generatie vooral op letten?
Laat je niet alleen leiden door de vraag of je een lening krijgt. Kijk vooral of je na de aankoop nog buffer, vrijheid en investeringsruimte overhoudt. In deze markt is de grootste fout niet huren, maar kopen zonder marge omdat iedereen zegt dat je anders te laat bent.






































































































































