€350 miljard voor Europa, maar box 3 remt de Nederlandse belegger af
- J. van den Poll
- 30 mei
- 4 minuten om te lezen
In het kort:
Heinen heeft gelijk dat Europa meer particulier kapitaal nodig heeft: als Europeanen meer zouden beleggen zoals Amerikanen, kan er jaarlijks zo’n 350 miljard euro extra beschikbaar komen voor innovatie en groei.
Tegelijk maakt zijn eigen box 3-beleid beleggen juist minder aantrekkelijk, vooral door onzekerheid en plannen om ook ongerealiseerde koerswinsten te belasten.
Wie een echte beleggingscultuur wil bouwen, moet beleggen eenvoudiger, stabieler en aantrekkelijker maken. Anders blijft de oproep om meer te beleggen vooral een mooie boodschap zonder goed beleid erachter.
Europa heeft geen gebrek aan geld. Het probleem is dat te veel geld op spaarrekeningen blijft staan. Dat was de kern van de boodschap van minister van Financiën Eelco Heinen bij Café Kockelmann. Als Europeanen meer zouden beleggen zoals Amerikanen, zou er volgens hem jaarlijks zo’n 350 miljard euro extra beschikbaar kunnen komen voor de Europese economie.
Dat is een sterk punt. Europa heeft genoeg goede startups, sterke kennisinstellingen en ondernemers met grote plannen. Maar zodra bedrijven echt willen doorgroeien, ontbreekt vaak het kapitaal. Dan kijken ze naar de Verenigde Staten. Niet zelden verhuizen Europese groeibedrijven hun financiering, hun focus en soms uiteindelijk ook hun toekomst naar de overkant van de oceaan.

Europa moet spaargeld aan het werk zetten
Een Europese kapitaalmarktunie kan helpen om dat probleem kleiner te maken. Meer particuliere beleggingen, meer pensioen- en durfkapitaal richting Europese bedrijven en minder afhankelijkheid van banken zijn op zichzelf verstandige doelen.
De gedachte achter Heinens uitspraak is dus goed. Europa moet spaargeld minder laten slapen en productiever inzetten. Meer Europeanen die beleggen, kunnen bijdragen aan hun eigen vermogensopbouw én aan de financiering van innovatie.
Maar precies daar begint het te wringen. Want dezelfde minister die zegt dat Europeanen meer moeten beleggen, voert in Nederland een box 3-beleid dat beleggen niet bepaald aantrekkelijker maakt.

Box 3 jaagt beleggers eerder weg
Nederlanders hebben al jaren te maken met onzekerheid over de belasting op vermogen. Het huidige box 3-stelsel is na uitspraken van de Hoge Raad aangepast met rechtsherstel en een tegenbewijsregeling. Belastingplichtigen kunnen aantonen dat hun werkelijke rendement lager was dan het forfaitaire rendement. Die regeling blijft gelden tot het nieuwe stelsel er is.
Dat nieuwe stelsel moet uiteindelijk belasting gaan heffen over werkelijk rendement. Dat klinkt eerlijker dan een fictief rendement, maar de uitwerking is gevoelig. In de plannen tellen niet alleen rente, dividend en huur mee, maar ook gerealiseerde én ongerealiseerde waardestijgingen.
Dat betekent dat beleggers belasting kunnen gaan betalen over papieren winst. Dus ook over koerswinsten op aandelen of fondsen die zij nog helemaal niet hebben verkocht.
Papieren winst is geen inkomen
Daar zit het grote probleem. Wie Nederlanders wil stimuleren om langjarig te beleggen, moet vertrouwen en voorspelbaarheid bieden. Beleggen is al onzeker genoeg. Koersen bewegen, rendement komt niet netjes elk jaar binnen en slechte beursjaren horen erbij.
Als daarbovenop een belastingstelsel komt dat jaarlijks kan afrekenen over winst die alleen op papier bestaat, wordt beleggen psychologisch en praktisch minder aantrekkelijk. Een belegger kan dan belasting verschuldigd zijn zonder dat er daadwerkelijk geld op de rekening is bijgeschreven.
Dat schrikt vooral de groep af die de overheid juist wil bereiken: de gewone spaarder. Die hoort van de minister dat beleggen goed is voor Europa. Maar wie vervolgens naar het Nederlandse fiscale beleid kijkt, ziet vooral onzekerheid, tegenbewijsregelingen, forfaits, papieren rendementen en telkens veranderende plannen.
Een beleggingscultuur bouw je niet met onzekerheid
Heinen heeft gelijk dat Europa meer kapitaal nodig heeft. De Verenigde Staten profiteren al decennialang van diepe kapitaalmarkten, brede aandelenparticipatie en een cultuur waarin burgers via pensioenfondsen, beleggingsrekeningen en indexfondsen mede-eigenaar zijn van bedrijven.
Europa loopt daarin achter. Maar als Nederland wil dat meer mensen gaan beleggen, moet het fiscale beleid daarbij passen. Box 3 moet eenvoudiger, stabieler en begrijpelijker worden. De overheid moet langetermijnbeleggen niet veranderen in een administratief mijnenveld.
Een land kan niet aan de ene kant zeggen dat burgers meer moeten beleggen voor innovatie, en aan de andere kant een stelsel bouwen waarin beleggers elk jaar moeten vrezen voor nieuwe regels, hogere lasten of belasting op rendement dat nog niet is verzilverd.
Maak beleggen aantrekkelijker, niet ingewikkelder
De ambitie van Heinen verdient steun. Europa heeft meer beleggers nodig. Nederlandse spaarders mogen best vaker aandeelhouder worden in plaats van alleen rekeninghouder.
Maar wie een echte beleggingscultuur wil bouwen, moet beleggers niet alleen aanmoedigen op televisie. Je moet ze ook fiscaal serieus nemen. Anders blijft de boodschap hangen in goede bedoelingen: Europa wil meer kapitaal voor innovatie, maar Nederland maakt beleggen zelf onnodig onaantrekkelijk.
Advertorial
Wie twijfelt tussen sparen en beleggen, kijkt niet alleen naar rendement, maar ook naar zekerheid, beschikbaarheid en fiscale voorspelbaarheid. Juist in een periode waarin regels rond vermogen en beleggen volop ter discussie staan, kan tijdelijk parkeren van spaargeld tegen een vaste actierente een begrijpelijke tussenstap zijn.
Raisin RenteBoost is een tijdelijke actie waarbij je op een vrij opneembare Duitse spaarrekening de eerste 3 maanden lang een gegarandeerde rente van 2,85% p.j. krijgt, beschermd onder het Europese garantiestelsel. Je spaargeld blijft dagelijks opvraagbaar en je kunt vrij storten en opnemen. Na deze periode kun je via één Raisin-account verder sparen bij meer dan 50 Europese banken, met actuele variabele rentes tot 1,96% p.j., of kiezen voor spaardeposito’s met looptijden van één maand tot tien jaar en rentes tot 3,42% p.j.







































































































































