Staatsbon vs. ETF beleggen: zo bouwt u vermogen op!
- Arne Verheedt

- 4 uur geleden
- 4 minuten om te lezen
In het kort
De Belgische staatsbon biedt 1,40% tot 1,96% netto, rond de inflatie, terwijl een wereldwijde ETF historisch ongeveer 8% per jaar opleverde, met meer risico.
Ook spaarrekeningen, termijnrekeningen en kasbons blijven hangen rond 2% netto, waardoor de reële koopkracht onder druk staat.
Wereldwijde UCITS ETF’s bieden historisch hogere rendementen en profiteren van compound interest, maar gaan gepaard met meer marktschommelingen.
De nieuwste uitgifte van de Belgische staatsbon onderstreept een ongemakkelijke realiteit voor de defensieve belegger. Op één jaar bedraagt de brutocoupon 2%, wat neerkomt op 1,40% netto na roerende voorheffing. De achtjarige Belgische staatsbon biedt 2,80% bruto of 1,96% netto.
Dat zijn percentages die op papier degelijk ogen, zeker in vergelijking met de periode van nulrente die achter ons ligt. Maar in een omgeving waarin de inflatie in België voor 2026 opnieuw rond 2% wordt verwacht en in de eurozone ongeveer 2,2% bedraagt, is het verschil tussen rendement en prijsstijging flinterdun.
De kernvraag luidt dan ook niet hoeveel rente wordt uitgekeerd, maar hoeveel koopkracht daadwerkelijk behouden blijft.
België lanceert nieuwe staatsbons met looptijden van 1 en 8 jaar:

Belgische staatsbon versus inflatie, reëel rendement onder druk
Het onderscheid tussen nominaal en reëel rendement is essentieel. Een belegger die 25.000 euro investeert in de Belgische staatsbon op acht jaar ontvangt netto 1,96% per jaar of ongeveer 490 euro op jaarbasis. Indien de inflatie gemiddeld 2% bedraagt, stijgen de prijzen met ongeveer 500 euro op datzelfde kapitaal. In reële termen wordt het vermogen dus niet groter.
Bij de staatsbon op één jaar is het verschil nog duidelijker. Met 1,40% netto blijft het rendement zelfs onder de verwachte inflatie van ongeveer 2%. Dat betekent dat de koopkracht statistisch gezien daalt: de rente die men ontvangt volstaat niet om de gemiddelde prijsstijgingen te compenseren, waardoor het vermogen in reële termen licht achteruitgaat, ondanks de nominale opbrengst.
Voor wie veiligheid en staatsgarantie vooropstelt, blijft de Belgische staatsbon een transparant product. De uitgifte gebeurt aan 100% van de nominale waarde en de terugbetaling op vervaldag staat vast. Maar zekerheid betekent hier vooral nominale zekerheid, niet noodzakelijk koopkrachtbescherming.
Alternatieven met vergelijkbaar rendement
Wie de Belgische staatsbon vergelijkt met andere veilige alternatieven, merkt dat de verschillen klein zijn. Termijnrekeningen op één jaar bieden netto rond 1,40% tot 1,50%, met sommige buitenlandse banken die iets hoger gaan en een depositogarantie tot 100.000 euro per persoon per bank bieden. Het extra rendement is beperkt, waardoor de keuze vooral afhangt van vertrouwen en gebruiksgemak. Spaarrekeningen zonder voorwaarden komen uit rond 1,60%, dankzij basisrente en getrouwheidspremie. Door de vrijstelling van roerende voorheffing tot 1.020 euro per persoon per jaar kunnen kleinere spaarders netto iets beter uitkomen, maar ook hier blijft het rendement rond 2% of lager.
Evolutie van de koopkracht van 10.000 euro bij verwacht jaarlijks rendement na inflatie:

Op langere looptijden verandert het beeld nauwelijks. Sommige kasbons halen op acht jaar net boven 2% netto, maar het verschil met de inflatie blijft klein. Wie zijn geld zo lang vastzet tegen een rendement rond 2%, kiest in de praktijk vooral voor nominale stabiliteit, terwijl de reële koopkracht amper groeit of zelfs licht kan dalen bij een hogere inflatie.
ETF beleggen als alternatief voor reële groei tegenover staatsbon
Wie het verlies aan koopkracht wil vermijden, moet kijken naar activa met een hoger verwacht rendement dan 2%. Een vaak genoemd alternatief is ETF beleggen in een wereldwijde UCITS ETF. Zo’n ETF volgt een brede index zoals MSCI World of FTSE All World en belegt in honderden tot duizenden bedrijven wereldwijd. Die brede spreiding beperkt het specifieke bedrijfsrisico, terwijl de kosten doorgaans laag blijven. Voor particuliere beleggers is het een toegankelijke manier om wereldwijd gespreid in aandelen te investeren.
iShares Core MSCI World UCITS ETF volgt wereldwijde aandelenindex met brede spreiding:

Historisch leverden wereldwijde aandelenmarkten op lange termijn gemiddeld 6% tot 8% per jaar op, duidelijk meer dan de inflatie. Dat rendement verloopt niet zonder schommelingen, sommige jaren zijn negatief, andere sterk positief. Daarom is een lange beleggingshorizon cruciaal. Wie tussentijdse dalingen kan verdragen, vergroot de kans om te profiteren van de structurele groei van de wereldeconomie.
Belangrijk is ook het effect van compound interest, waarbij rendementen opnieuw worden geïnvesteerd en zelf extra rendement genereren. Een belegging van 30.000 euro aan 7% groeit in tien jaar naar bijna 59.000 euro, tegenover ongeveer 36.600 euro bij 2%. Dat verschil illustreert waarom een nettorendement rond 2%, zoals bij de Belgische staatsbon, op lange termijn zelden volstaat om koopkracht echt te laten toenemen.
Advertorial
Wie zijn rendement wil optimaliseren, doet er daarom goed aan niet alleen naar het verwachte marktrendement te kijken, maar ook naar de kostenstructuur van zijn broker. Zeker bij internationale ETF’s kunnen valutakosten en transactietarieven op lange termijn een merkbaar verschil maken in het uiteindelijke nettoresultaat.
MEXEM werd door Brokerskiezen.nl uitgeroepen tot beste allround broker van 2025. Beleggers handelen er internationaal met valutakosten van 0,005%, tegenover 0,25% bij DEGIRO en SAXO Bank, een verschil dat voor de gemiddelde belegger kan oplopen tot honderden tot duizenden euro’s per jaar. Daarmee geldt MEXEM voor veel beleggers als de meest complete keuze voor wie lage kosten en internationale spreiding belangrijk vindt.






































































































































