top of page

Dit zijn de echte gevolgen van de nieuwe box 3 en meerwaardebelasting in België

In het kort

  • Voorstellen voor een meerwaardebelasting van 10% op gerealiseerde winsten of 36% op ongerealiseerde meerwaarden (box 3) moeten snel extra inkomsten genereren.

  • Politieke besluitvorming focust vaak op korte termijn opbrengsten, terwijl de impact op investeringen en groei zich pas later manifesteert.

  • De middenklasse blijft de stabiele belastingbasis, omdat internationale verhuis of fiscale optimalisatie voor de meesten geen haalbare optie is.


De discussie over de meerwaardebelasting in België en Nederland wordt vaak op één hoop gegooid, maar inhoudelijk gaat het om twee fundamenteel verschillende systemen. In België ligt een voorstel op tafel voor een belasting van 10 procent op gerealiseerde meerwaarden. In Nederland evolueert het debat richting een heffing die kan oplopen tot ongeveer 36 procent en dat op ongerealiseerde vermogenswinsten binnen box 3.


Dat verschil is niet louter technisch. Het raakt de kern van hoe beide landen kijken naar vermogen, ondernemerschap en fiscale rechtvaardigheid.


10% in België versus nieuwe box 3 in Nederland

België kende historisch geen algemene meerwaardebelasting op aandelen voor particuliere beleggers. Het voorstel van 10 procent op gerealiseerde meerwaarden betekent dus een duidelijke koerswijziging. Belasting wordt pas geheven op het moment dat een belegger effectief verkoopt en winst realiseert. Zolang de aandelen niet verkocht worden, is er geen fiscale claim.


In Nederland ligt de situatie anders. Het huidige box 3 stelsel belast een fictief rendement op vermogen, maar na uitspraken van de Hoge Raad werkt de overheid aan een systeem dat het werkelijke rendement belast. Daarbij geldt een tarief van ongeveer 36 procent over dat rendement. In de voorgestelde hervorming kan ook ongerealiseerde waardestijging jaarlijks worden belast.


Hoe het nieuwe box 3 stelsel werkt:

Hoe het nieuwe box 3 stelsel werkt
Bron: FLP

Het onderscheid tussen gerealiseerd en ongerealiseerd is cruciaal. Een belasting van 10 procent bij verkoop laat beleggers toe zelf het moment van realisatie te bepalen. Ze kunnen anticiperen, plannen en liquiditeit vrijmaken om de belasting te betalen. Een heffing van 36 procent op ongerealiseerde winsten betekent dat belasting verschuldigd kan zijn zonder dat er cash vrijkomt. Dat treft vooral ondernemers en beleggers met langlopende participaties.


Voor beleggers en particulieren met vermogen in box 3 kan een jaarlijkse belasting op ongerealiseerde waardestijgingen de liquiditeit onder druk zetten. Voor ondernemers met een eigen bv of eenmanszaak geldt dat doorgaans niet, omdat zij in box 1 of box 2 pas worden belast bij gerealiseerde winst of dividend.


Politieke aantrekkingskracht en begrotingsdruk

Dat beide landen naar vermogen kijken, is geen toeval. De vergrijzing jaagt pensioen en zorguitgaven omhoog. Tegelijk zijn begrotingstekorten hardnekkig. Extra inkomsten via kapitaal lijken politiek minder explosief dan besparingen in sociale uitgaven.


Een tarief van 10 procent in België wordt naar voren geschoven als gematigd, maar vormt wel een fundamentele breuk met het historische principe dat particuliere meerwaarden op aandelen vrijgesteld zijn. Het opent bovendien de deur naar toekomstige verhogingen, zodra de belasting er eenmaal is ingevoerd.


België heeft een hoger begrotingstekort als percentage van het bbp dan Eurozone:

België heeft een hoger begrotingstekort als percentage van het bbp dan Eurozone:
Bron: Europese Commissie

Het Nederlandse tarief van ongeveer 36 procent ligt op het niveau van de hogere inkomstenbelasting op arbeid. Internationaal is het echter uitzonderlijk dat ongerealiseerde vermogenswinsten breed en jaarlijks worden belast. In de meeste landen gebeurt belastingheffing pas bij realisatie en vaak tegen lagere tarieven. Daarmee wijkt Nederland af van het gangbare model, wat het risico op kapitaaluitwijking vergroot.


De middenklasse en de grenzen van mobiliteit

Voor de meeste burgers is emigreren geen realistische optie. Gezin, werk en sociale verankering houden hen in eigen land. De middenklasse blijft daardoor de stabiele belastingbasis, ongeacht of het tarief 10 procent of 36 procent bedraagt.

Zelfstandigen die hun zaak verkopen, gezinnen die beleggen voor hun pensioen en particulieren met vastgoed worden rechtstreeks geraakt door een belasting op gerealiseerde meerwaarden. In Nederland kan zelfs wie niet verkoopt jaarlijks belasting betalen op papieren waardestijging, zonder dat er cash vrijkomt.


Een hogere fiscale druk op vermogen verlaagt het netto rendement op sparen en investeren. Als risico minder wordt beloond, daalt de bereidheid om kapitaal in ondernemingen en innovatie te steken. Minder investeringen vandaag betekenen minder productiviteitsgroei en uiteindelijk minder loonstijging voor de brede middenklasse.


Kapitaalvlucht als reëel risico

Waar de middenklasse relatief immobiel is, geldt dat minder voor zeer vermogende particulieren. Zij beschikken vaker over internationale structuren, meerdere verblijven en professioneel fiscaal advies. Wanneer het verschil in belastingdruk tussen landen aanzienlijk wordt, ontstaat een prikkel om vermogen of zelfs fiscale woonplaats te verplaatsen.


Kapitaalvlucht hoeft niet massaal te zijn om impact te hebben. Een beperkte uitstroom van grote vermogens kan al voelbaar zijn in belastinginkomsten, investeringen in start ups en filantropische bijdragen. Landen concurreren impliciet met elkaar op fiscaal vlak, zeker binnen Europa waar mobiliteit relatief eenvoudig is.


Noorwegen als case van kapitaalvlucht:

Noorwegen als case van kapitaalvlucht:
Bron: Visual Capitalist

Dat betekent niet dat elke meerwaardebelasting automatisch tot een leegloop leidt. Factoren zoals levenskwaliteit, rechtszekerheid en infrastructuur spelen eveneens een rol. Maar het risico neemt toe naarmate tarieven hoger zijn en regelgeving minder voorspelbaar wordt.


De vraag is hoeveel economische schade België en Nederland willen aanvaarden voor extra inkomsten op korte termijn. Een belasting van 10 procent op gerealiseerde winsten verschilt fundamenteel van 36 procent op ongerealiseerde meerwaarden. In een open economie is fiscale druk een concurrentiefactor, en wie het rendement op risico te sterk uitholt, riskeert dat kapitaal en ondernemerschap uitwijken.


Advertorial


Ook particuliere beleggers kunnen op deze fiscale verschuivingen inspelen door scherp te letten op hun netto rendement na kosten. In een omgeving waarin belastingdruk toeneemt, wordt de keuze voor een efficiënte en internationaal georiënteerde broker steeds bepalender voor het uiteindelijke resultaat.


MEXEM werd door Brokerskiezen.nl uitgeroepen tot beste allround broker van 2025. Beleggers handelen er tegen 0,005 procent valutakosten, tegenover 0,25 procent bij DEGIRO en SAXO Bank, een verschil dat voor de gemiddelde belegger kan oplopen tot honderden tot duizenden euro’s per jaar. Daarmee geldt MEXEM voor veel beleggers als de meest complete keuze voor wie lage kosten en internationale spreiding belangrijk vindt.



 
 

Net binnen..

Meld je aan voor onze dagelijkse nieuwsbrief!

Bedankt voor het abonneren!

Copyright © 2026 •

Alle rechten voorbehouden - Amsterdam - 0619930051

Disclaimer
Let op: Beleggen brengt risico's met zich mee. Je kan (een deel van) je inleg verliezen. Niets hier mag worden beschouwd als financieel advies.. Voor advies over je persoonlijke situatie kun je het beste een adviseur inschakelen.

  • Instagram
  • Twitter
  • LinkedIn
  • YouTube
bottom of page