top of page

Microsofts nieuwe AI-chip moet vooral een betere rekening opleveren

54 minuten geleden
6 minuten om te lezen

In het kort

Microsoft kondigde op 12 oktober Maia 300 aan, een eigen AI-chip die volgens het bedrijf meer werk per megawatt moet verzetten. Dat kan de kosten van AI-gebruik drukken, maar klanten en nieuwe investeringen kunnen een groot deel van het voordeel opeisen. Bij een koers van $541,15 verlangt een redelijk rendement daarom ook stevige winstgroei buiten deze chip: technisch succes alleen maakt het aandeel niet goedkoop.


40% meer tokens per megawatt is de opvallendste belofte in Microsofts aankondiging. Tokens zijn de stukjes tekst die een AI-model verwerkt. Voor een datacenter met een beperkte stroomaansluiting kan dat extra productie betekenen zonder evenredig meer elektriciteit te vragen. Dat raakt precies de rekening die bij AI vaak buiten beeld blijft: een abonnement verkopen is aantrekkelijk, maar ieder antwoord kost opnieuw rekenkracht.


Voor aandeelhouders volgt daarna een lastigere vraag. Houdt Microsoft de besparing zelf, gebruikt het die om meer capaciteit te bouwen, of moet het goedkopere antwoorden aanbieden omdat concurrenten hetzelfde doen? Met Maia 300 komt er een mogelijke verbetering aan de kostenkant bij. Wie Microsoft koopt, betaalt echter voor de winst die na al die keuzes overblijft. De chip moet dus vooral een betere rekening opleveren.



De aankondiging is concreet, de opbrengst komt later

In de aankondiging van 12 oktober verwacht Microsoft Maia 300 in 2027 in productie te nemen. De genoemde 40% hogere productie per megawatt is een bedrijfsverwachting tegenover toonaangevende GPU’s, geen gerealiseerde verbetering van de totale cloudmarge. Maia 200 wordt al gebruikt voor onder meer Copilot en Microsofts eigen modellen. De volgende generatie moet op grotere schaal worden ingezet.


Een chipontwerp is nog geen winstbijdrage. Productie, voldoende bruikbare chips, levering van geheugen en ingebruikname van complete datacenters moeten op elkaar aansluiten. Daarna moeten ontwikkelaars hun toepassingen efficiënt op de hardware laten draaien. Een theoretisch snelle chip heeft weinig economische waarde als hij vaak op werk wacht of als veel toepassingen naar andere hardware moeten worden teruggestuurd.


Het onderscheid tussen energie en alle kosten is even belangrijk. Bij 40% meer productie per dezelfde hoeveelheid stroom daalt het energiegebruik per token met ongeveer 29%, niet met 40%. Bovendien betaalt Microsoft ook voor gebouwen, chips, netwerken, personeel en financiering. Als energie illustratief 20% van de totale kosten vormt, levert die ene verbetering ongeveer 5,7% lagere totale kosten op.


De eerste module laat zien waarom een grote technische verbetering een kleiner financieel effect kan hebben. De gekozen kostenmix is een rekenvoorbeeld; Microsoft heeft deze verdeling voor Maia niet gepubliceerd.



Microsoft kan op verschillende plaatsen aan dezelfde AI-vraag verdienen

Microsoft verkoopt zakelijke software, clouddiensten en ontwikkelgereedschap. Een klant kan betalen voor een Copilot-abonnement, voor gebruik boven op dat abonnement en voor de onderliggende Azure-capaciteit waarop eigen toepassingen draaien. Dat geeft meerdere mogelijkheden om waarde toe te voegen, maar ook verschillende kostenpatronen.


Bij een vast abonnement helpt een goedkoper antwoord de marge zolang het gebruik niet veel harder stijgt. Bij een prijs per verwerkingseenheid kan Microsoft een deel van het voordeel doorgeven om extra vraag aan te trekken. Die extra vraag is nuttig wanneer de bijdrage na directe kosten positief is. Veel activiteit zonder voldoende vergoeding maakt een product vooral duurder om te bedienen.


Een eenvoudig voorbeeld: een dienst ontvangt $30 per maand en besteedt $10 aan rekenwerk. Daalt die rekening naar $8, dan ontstaat $2 ruimte. Verdubbelt het gebruik vervolgens, dan kan de rekening alsnog naar $16 stijgen. Goedkoper per antwoord en goedkoper per klant zijn verschillende uitkomsten. Dat is waarom betalende activiteit, prijsstelling en gebruik samen moeten worden bekeken.


De eerdere Microsoft-analyse over de verhouding tussen AI-investeringen en kasopbrengst werkt die investeringskant verder uit. Maia 300 kan daar verlichting bieden, maar vervangt geen bewijs dat klanten voor de toepassingen blijven betalen.


Concurrenten bepalen hoeveel van de besparing blijft hangen

Eigen chips geven Microsoft een extra onderhandelingsmogelijkheid tegenover externe leveranciers. Tegelijk kan een gespecialiseerde chip minder breed inzetbaar zijn dan een algemeen ondersteunde accelerator. Software, ontwikkelaarskennis en de beschikbaarheid van gereedschap bepalen mede welke hardware klanten werkelijk willen gebruiken.


Daarom blijft de analyse van NVIDIA’s positie in de AI-keten relevant. Een lagere aanschafprijs is maar één onderdeel van de rekening. Wanneer een ontwikkelteam maanden nodig heeft om een toepassing aan te passen, kan duurdere hardware met vertrouwde software economisch aantrekkelijk blijven.


Het sterkste positieve argument is dat Microsoft eigen, voorspelbare toepassingen heeft. Het hoeft niet voor iedere mogelijke klant de beste chip te bouwen. Bij grote hoeveelheden vergelijkbaar werk kan een goed afgestemd ontwerp jarenlang besparen. Die schaal kan de ontwikkelkosten over veel meer gebruik verdelen.


Daar staat tegenover dat concurrenten hun eigen besparingen ook kunnen inzetten voor lagere prijzen. Technische voorsprong is pas aandeelhouderswaarde als Microsoft voldoende voordeel behoudt. De onderstaande verdeling van $10 miljard besparing maakt dat zichtbaar. Het bedrag is uitsluitend een illustratie, geen raming van Maia’s opbrengst.



De bestaande winst moet de waardering blijven dragen

Microsoft rapporteerde op 29 juli over boekjaar 2026 $331,8 miljard omzet en $155,2 miljard bedrijfswinst. De verwaterde aandelenbasis bedroeg gemiddeld 7,453 miljard aandelen. De gerapporteerde jaarwinst per aandeel was $17,95; beleggingsresultaten maken zo’n winstcijfer minder geschikt als eenvoudige maat voor de terugkerende verdienkracht.


Voor een grove operationele vergelijking rekenen we daarom met bedrijfswinst na een veronderstelde belastingdruk van 20%, gedeeld door die aandelenbasis. Dat geeft ongeveer $16,66 per aandeel. Dit is geen vervanging van de officiële winst, maar een eigen normalisatie zonder netto rente en beleggingsresultaten. De werkelijke belastingdruk en financieringsopbrengsten kunnen anders uitvallen.


De slotkoers van 12 oktober 2026 was $541,15 op Nasdaq, om 16.00 uur New Yorkse tijd. Het gaat om het gewone aandeel MSFT in Amerikaanse dollars, op dezelfde huidige aandelenbasis als de recente rapportage. Tegen de genormaliseerde vergelijkingswinst is dat ongeveer 32,5 keer de winst.


Wat moet Microsoft dan waarmaken? Voor 10% koersrendement per jaar moet het aandeel over drie jaar ongeveer $720 waard zijn. Bij 30 keer de winst hoort daar ongeveer $24 winst per aandeel bij. Vanuit $16,66 vraagt dat circa 13% jaarlijkse groei. Bij een lagere eindwaardering van 25 keer wordt de vereiste winst ongeveer $28,81. De toekomstige multiple is dus bijna even belangrijk als de nieuwe chip. Dividend staat los van deze koersrekensom.




Drie winstpaden laten de echte inzet zien

Voor de komende drie jaren rekenen we met mogelijke koersen rond 13 oktober 2027, 2028 en 2029. Het zijn eigen scenario’s in dollars, opgebouwd uit genormaliseerde jaarlijkse winst per verwaterd aandeel maal een koers-winstverhouding. De winstbedragen zijn na aandelenbeloning en veronderstelde nettoverwatering. Kasgeld en aandeleninkoop worden niet nog eens als aparte koersbonus toegevoegd.


In het bear-scenario groeit de winst per aandeel naar $18, $19 en $20, maar zakt de waardering naar 24, 23 en 22 keer. De bijbehorende koersen zijn $432, $437 en $440. Microsoft wordt dan winstgevender terwijl de aandeelhouder vanaf de huidige prijs toch verlies lijdt. Dat past bij aanhoudend hoge investeringen, prijsdruk en een markt die minder voor toekomstige groei wil betalen.


Het middenscenario gebruikt $20, $23 en $26 winst, met multiples van 30, 29 en 28. Daaruit volgen $600, $667 en $728. Copilot en Azure moeten daarvoor blijven groeien, terwijl efficiëntiewinst een deel van de investeringslast opvangt. Maia helpt in dit pad, maar is niet de enige motor.


In het gunstige scenario bedraagt de winst $22, $27 en $33 bij multiples van 34, 33 en 32. Dat geeft $748, $891 en $1.056. Hiervoor moet Microsoft zowel meer winst maken als een hoge waardering behouden. Dat is een veeleisende combinatie: lagere eenheidskosten moeten samengaan met sterke betaalde vraag en voldoende prijszettingsmacht.


De scenariomodule maakt zichtbaar wat een andere winst of multiple doet. De koersen zijn exclusief dividend; voor een eurobelegger komt daar bovendien dollarbeweging bij.



Bij $541,15 is Microsoft onder het middenscenario verdedigbaar, maar de veiligheidsmarge is beperkt als de markt straks minder voor iedere winstdollar betaalt. De overtuigende bevestiging zou niet een nieuwe chipbenchmark zijn, maar een combinatie van groeiend betaald AI-gebruik, betere marges en meer vrije kasstroom na investeringen. Maia 300 vergroot de kans daarop. De huidige prijs vraagt dat Microsoft die kans ook in winst per aandeel omzet.


Even tussendoor: als je dit interessant vindt, dit is precies wat we dagelijks doen om jou en andere beleggers te helpen. Word nu lid en krijg 50 procent korting met de code GRAAG.

 
 
 

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
00:00 / 01:04

Net binnen..

Bedankt voor het abonneren!

bottom of page