top of page

Na de NAVO-waarschuwing zijn de Europese wapenfabrieken aan zet

1 dag geleden
7 minuten om te lezen

In het kort

NAVO-topgeneraal Alexus Grynkewich heeft in Warschau duidelijk gemaakt dat het bondgenootschap een aanval wil laten vastlopen en de militaire organisatie erachter wil uitschakelen. Die afschrikking vraagt om voldoende materieel, voorraden en productiecapaciteit. Daar liggen kansen voor Europese defensiebedrijven, van radarbouwers tot munitiefabrikanten. Bij Rheinmetall laat een concrete rekensom zien hoeveel winstgroei beleggers al betalen en waarom zelfs een groeiend bedrijf een tegenvallend aandeel kan zijn.


Een geloofwaardige verdediging begint ruim voordat een raket wordt afgevuurd. Er moeten radars draaien, onderdelen beschikbaar zijn en fabrieken kunnen leveren wanneer voorraden worden aangesproken. De toespraak van 12 oktober maakt die industriële kant van veiligheid opnieuw relevant. Europa kan stevige beloften doen, maar de uitvoering komt terecht bij bedrijven, technici en toeleveranciers.


Voor beleggers is dat een interessant vertrekpunt. Meerjarige vraag kan ondernemingen helpen om nieuwe productielijnen terug te verdienen. Tegelijk vraagt snelle uitbreiding veel kapitaal. De aantrekkelijkheid van een defensieaandeel hangt daarom samen met twee vragen: kan het bedrijf daadwerkelijk leveren, en hoeveel toekomstige winst is vandaag al in de koers verwerkt?



De boodschap uit Warschau draait om geloofwaardige afschrikking

Grynkewich, de hoogste geallieerde militaire commandant in Europa, vatte zijn aanpak samen als “block, blunt and break”. Volgens Reuters over de toespraak van 12 oktober gaat het ook om de militaire aanvoer en aansturing achter een aanvallende strijdmacht. Hij benadrukte het defensieve karakter van de NAVO. Een aanval is volgens hem niet onvermijdelijk of ophanden. Zijn boodschap moet een tegenstander overtuigen dat aanvallen geen zin heeft.


Dat laatste verdient aandacht. Afschrikking werkt wanneer een tegenstander verwacht dat de kosten van een aanval hoger zijn dan de mogelijke opbrengst. Een sterke verdediging kan daardoor juist bijdragen aan stabiliteit. Voor bedrijven en huishoudens heeft die stabiliteit waarde: investeringen worden eenvoudiger wanneer havens, energievoorziening en handelsroutes beschermd zijn.


De Deense militaire inlichtingendienst schreef op 24 september dat het risico op een beperkte Russische militaire aanval op een NAVO-land aan de Russische grens laag, maar groeiend is. Zij acht een echte invasie zeer onwaarschijnlijk en zag daarvoor geen aanwijzingen. Beperkte aanvallen en hybride acties, zoals sabotage en cyberaanvallen, vragen wel om voorbereiding. De bereidheid van bondgenoten om gezamenlijk te reageren speelt in die beoordeling een belangrijke rol.


Daarmee wordt ook duidelijk waarom alleen meer zware voertuigen onvoldoende is. Een verdediging moet kunnen waarnemen, communiceren, beschermen en herstellen. Juist die combinatie verbreedt de economische opdracht. De vraag kan terechtkomen bij fabrikanten van sensoren, elektronica en communicatiesystemen, maar ook bij onderhoudsbedrijven en leveranciers van reserveonderdelen.


De Europese kans zit in productie die werkelijk beschikbaar komt

Twee bestaande projecten laten zien hoe die behoefte zich naar bedrijven vertaalt. Saab meldde op 2 september de levering van Giraffe 1X-radars aan de Britse luchtmacht voor bescherming tegen drones. Thales en het Nederlandse ministerie van Defensie kondigden op 22 juni uitbreiding aan van productie-, ontwikkel- en testcapaciteit voor radar in Hengelo. De industriële opbouw is dus al bezig.


Die projecten dateren van vóór de toespraak. Hun betekenis is dat ze laten zien waar geld naartoe kan gaan: naar apparatuur waarmee een krijgsmacht dreigingen eerder ziet en naar capaciteit om zulke apparatuur sneller te leveren. Voor Nederlandse ondernemers liggen kansen bij gespecialiseerde onderdelen, software, testen en technisch onderhoud. Veel van die ondernemingen zijn klein of niet zelfstandig beursgenoteerd.


Een eenvoudig rekenvoorbeeld maakt het belang van leveringstempo zichtbaar. Stel dat een fabrikant €1 miljard aan vaste opdrachten heeft. Als daarvan in een jaar 60 procent wordt uitgevoerd en als omzet verwerkt, ontstaat €600 miljoen omzet. Bij een aangenomen operationele marge van 20 procent levert dat €120 miljoen operationele winst op, vóór rente en belasting. Bij slechts 40 procent uitvoering daalt die modelwinst naar €80 miljoen. De opdrachten zijn even groot gebleven; het tijdstip waarop ze geld opleveren verschuift.



Voor een overheid betekent sneller leveren eerder bescherming. Voor een fabrikant betekent het sneller terugverdienen van investeringen. Daarvoor zijn voorspelbare afnamecontracten en vlotte vergunningverlening nuttig. Ook gezamenlijke standaarden helpen: wie voor meerdere landen hetzelfde onderdeel kan produceren, kan machines en ontwikkelkosten over een grotere serie verdelen.


Concurrentie blijft daarbij gezond. Een dreiging mag geen vrijbrief worden voor onbeperkte prijsverhogingen of eindeloze subsidies. Europese samenwerking is vooral waardevol wanneer bedrijven eenvoudiger over grenzen kunnen leveren en nieuwe aanbieders een eerlijke kans krijgen. Nationale voorkeuren die elk land tot een eigen kleine productielijn dwingen, kunnen de rekening juist verhogen.


Veiligheid heeft waarde en vraagt om scherpe begrotingskeuzes

De financiële ambitie ligt al vast in de Haagse NAVO-verklaring van 25 juni 2025. Bondgenoten spraken af richting 2035 jaarlijks 5 procent van het bbp aan defensie en bredere veiligheid te besteden. Daarvan is minimaal 3,5 procent bedoeld voor kerndefensie. Tot 1,5 procent kan naar onder meer weerbaarheid en kritieke infrastructuur. De route wordt in 2029 opnieuw bekeken.


De omvang wordt tastbaar in een fictief land met €1.000 miljard jaarlijkse productie en tien miljoen huishoudens. Een stijging van 2 naar 3,5 procent van het bbp betekent €1.000 miljard × 1,5 procentpunt = €15 miljard extra per jaar. Gelijk verdeeld over tien miljoen huishoudens is dat €1.500 per jaar, of €125 per maand. Voor de volledige stap naar 5 procent verdubbelt dat rekenkundige bedrag naar €250 per maand.



Dit is een bruto verdeling van extra collectieve uitgaven, geen voorspelling van de netto belastingaanslag. Het voorbeeld houdt de economie en het aantal huishoudens constant en waardeert de extra veiligheid niet in euro's. Een kabinet kan uitgaven elders verminderen, belastingen verhogen of lenen. Wie uiteindelijk betaalt, hangt af van die keuze. Een huishouden met weinig inkomen wordt anders geraakt door hogere verbruiksbelastingen dan een vermogend huishouden door een kapitaalheffing.


Ook ondernemers voelen verschillende effecten. Een toeleverancier kan nieuwe orders krijgen, terwijl een civiele machinebouwer meer concurrentie ondervindt om dezelfde technici. Dat pleit voor opleidingen, automatisering en het wegnemen van onnodige regels. Het doel moet zijn dat de economie meer kan produceren. Alleen personeel en geld van de ene bestemming naar de andere verplaatsen vergroot de totale capaciteit veel minder.


Rheinmetall toont de groeikans en de rekening vooraf

Bij de halfjaarcijfers van 6 augustus rapporteerde Rheinmetall €5,227 miljard omzet uit voortgezette activiteiten, 39 procent meer dan een jaar eerder. Het operationele resultaat steeg naar €786 miljoen. De operationele vrije kasstroom was tegelijk €1,616 miljard negatief, onder meer door voorraden, klantvorderingen, verschoven vooruitbetalingen en capaciteitsuitbreiding. De gerapporteerde backlog van €80,5 miljard omvat bovendien verwachte afroepen uit raamcontracten.


Daar zit de aantrekkingskracht van het bedrijf én de belangrijkste uitvoeringstoets. Een fabrikant die jarenlang werk verwacht, kan investeren in grotere series en efficiëntere productie. Er moet eerst wel geld naar machines, materialen en mensen. Goede contractvoorwaarden kunnen klanten een deel daarvan laten voorfinancieren. Blijven betalingen achter, dan draagt de onderneming meer van de rekening.


Voor beleggers zijn daarom de ontwikkelingen over meerdere kwartalen belangrijk. Stijgende marges zijn overtuigender wanneer geleverde systemen ook worden betaald. Nieuwe capaciteit wordt waardevoller wanneer zij op tijd gereed is en voldoende wordt gebruikt. Een enorme voorraad kan de voorbereiding op groei zijn, maar kan bij uitgestelde projecten ook lang geld vasthouden.


De sterkste tegenwerping tegen voorzichtigheid is dat Europa een langdurige behoefte heeft aan inzetbaar materieel en onderhoud. Ook bij minder geopolitieke spanning kunnen leveringen en vervanging doorgaan. Dat kan een hogere waardering ondersteunen dan bij een gewone industriële onderneming met sterk wisselende vraag. Hoe groot die premie mag zijn, blijft een financiële vraag.


Hoeveel winst vraagt de huidige aandelenkoers?

Rheinmetall sloot op 9 oktober op €939,10 op Xetra. Tegenover de gerapporteerde winst van €22,73 per aandeel uit voortgezette activiteiten over 2025 is dat ongeveer 41,3 keer de winst. Deze vergelijking gebruikt een afgesloten boekjaar; het is geen verhouding op basis van de verwachte winst over 2026.


Draai de vraag eens om. Welke winst is nodig als een belegger vanaf €939,10 ongeveer 10 procent koersrendement per jaar wil behalen over drie jaar? De gewenste koers wordt dan €939,10 × 1,10 × 1,10 × 1,10 = €1.249,94. Waardeert de beurs het aandeel op dat moment tegen 30 keer de jaarwinst, dan moet de winst per aandeel ongeveer €1.249,94 ÷ 30 = €41,66 bedragen.



Dat is ruim 83 procent boven de winst over 2025. Het gaat om nettowinst per aandeel bij de onderneming, terwijl het berekende koersrendement voor de belegger vóór persoonlijke belasting en transactiekosten is. Dividend is buiten beschouwing gelaten. De gekozen winstverhouding van 30 is een aanname: bij een lagere waardering moet de winst harder stijgen om dezelfde koers te bereiken.


Deze omgekeerde berekening geeft een bruikbare maatstaf voor nieuwe berichten. Een nieuw contract telt vooral mee voor zover het de winst per aandeel en de toekomstige kasstroom dichter bij zo'n niveau brengt. Omvangrijke orders met lage marges, hoge aanloopkosten of veel nieuwe aandelen kunnen minder opleveren dan de kop boven het persbericht doet vermoeden.


Drie routes naar 2029 laten zien wat uitvoering waard is

Met 12 oktober 2026 als peildatum kunnen drie eigen scenario's de gevoeligheid illustreren. Ze beginnen bij de bekende winst van €22,73 over 2025. Voor ieder volgend boekjaar, inclusief 2026, wordt dezelfde aangenomen groei toegepast. De formule is €22,73 × (1 + groei) tot de macht van het aantal jaren sinds 2025. De bedragen zijn nominaal, in euro per aandeel; het zijn geen bedrijfsprognoses.


In het basisscenario groeit de winst jaarlijks 20 procent. Dat geeft ongeveer €32,73 in 2027, €39,28 in 2028 en €47,13 in 2029. Bij 30 keer die laatste jaarwinst past een modelkoers van ongeveer €1.414, zo'n 51 procent boven €939,10. Dit pad vraagt groeiende productie en winst zonder dat verwatering de vooruitgang per aandeel sterk afremt.


Bij vertraagde uitvoering groeit de winst jaarlijks 10 procent: ongeveer €27,50, €30,25 en €33,28 in de drie genoemde jaren. Met een lagere waardering van 25 keer de winst resteert in 2029 ongeveer €832, circa 11 procent onder de uitgangskoers. In het gunstige alternatief levert snelle opschaling jaarlijks 25 procent winstgroei op. De reeks wordt dan €35,52, €44,39 en €55,49. Tegen 35 keer de laatste jaarwinst komt de modelkoers rond €1.942 uit.



De brede bandbreedte is precies de boodschap. De uitkomsten combineren winstgroei met een veranderende waardering, zonder kansen aan de scenario's toe te kennen. Dividend, persoonlijke belasting en transactiekosten ontbreken; de koersen zeggen niets over de route onderweg. Zelfs in het voorzichtige scenario groeit de onderneming, terwijl de aandeelhouder op koersbasis achteruitgaat.


Ons oordeel is dat Europa zijn verdediging geloofwaardiger kan maken door ondernemingen ruimte te geven om sneller en op grotere schaal te produceren. Voor de beurs levert dat een meerjarige kans op, met radar, luchtverdediging, munitie en ondersteuning als herkenbare onderdelen. Bij Rheinmetall moet die kans zich vertalen in voldoende winst per aandeel en betalende klanten. Snellere leveringen met duurzaam betere kasstromen zouden een hogere waardering beter onderbouwen; herhaalde vertragingen en oplopende financieringsbehoeften zouden het optimisme aantasten. De volgende overtuigende stap komt uit de fabriek en de cijfers.



Omslag: Alexus Grynkewich bij LANDEURO in Wiesbaden, 17 juli 2025. Archieffoto. Foto: Sgt. 1st Class Christopher Osburn / U.S. Army. Publiek domein, gebruiksvoorwaarden. Het gebruik van deze Amerikaanse militaire foto houdt geen steunbetuiging van het Amerikaanse ministerie aan De Belegger in.

 
 
 

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
00:00 / 01:04

Net binnen..

Bedankt voor het abonneren!

bottom of page