Hoe presteren Nederlandse fondsen? en waarom deze vraag nu speelt
- J. van den Poll
- 5 minuten geleden
- 6 minuten om te lezen
De vraag Hoe presteren Nederlandse fondsen? is eind 2025 belangrijker dan ooit. Nederlandse beleggers, van enorme pensioenfondsen tot particuliere spaarders die net begonnen zijn met een beleggingsapp, hebben samen honderden miljarden in beleggingsfondsen en ETF’s gestopt. Beleggingsfondsen zijn geen nicheproduct, maar het standaard gereedschap waarmee Nederland vermogen opbouwt.
De Nederlandsche Bank (DNB) meldt dat het totale effectenbezit van Nederlandse huishoudens in het derde kwartaal van 2025 is gestegen tot 204,7 miljard euro. Een groot deel daarvan zit in beleggingsfondsen en ETF’s. Tegelijk is het spaargeld nog altijd veel groter. Dat laat zien hoeveel ruimte er nog is om beleggen verder te laten groeien.
Daarmee is de vraag logisch: leveren Nederlandse fondsen eigenlijk wel genoeg op voor het genomen risico? Hoe verhouden ze zich tot fondsen in de rest van de eurozone? En wat betekenen recente turbulente jaren, met inflatieschokken, renteverhogingen, een uitzonderlijk goed beursjaar 2024 en een hobbelig 2025, voor jouw langetermijnstrategie?
In dit artikel bekijken we Hoe presteren Nederlandse fondsen? vanuit drie invalshoeken. Eerst zoomen we uit naar de omvang en structuur van de Nederlandse fondsenmarkt. Daarna bekijken we de prestaties, zowel op lange termijn als in de recente jaren 2024 en 2025. Tot slot vertalen we dit naar concrete lessen voor jou als belegger, zodat je cijfers en statistieken kunt omzetten in praktische keuzes.
Ontwikkeling effectenbezit in Nederland.

Nederland als fondsenland: omvang, structuur en groei
Nederland is een echt fondsenland. De Nederlandse assetmanagementsector beheert rond 1,6 biljoen euro aan vermogen, waarbij aandelen- en obligatiefondsen de grootste blokken vormen. Binnen dat totaal speelt de institutionele wereld een enorme rol, maar ook particulieren zijn steeds actiever. De stijging van het totale effectenbezit tot boven de 200 miljard euro is daar een duidelijk bewijs van.
De rol van institutionele beleggers en pensioenfondsen
Pensioenfondsen en verzekeraars zijn traditioneel de belangrijkste klanten van Nederlandse vermogensbeheerders. Een groot deel van het beheerd vermogen komt uit deze hoek. De premies die werknemers en werkgevers jarenlang inleggen, worden via fondsen belegd in aandelen, obligaties, vastgoed en alternatieve beleggingen.
Omdat pensioenfondsen extreem langetermijndoelen hebben, spelen beleggingsfondsen een cruciale rol in hun strategie. Zij gebruiken fondsen om wereldwijd te spreiden, specifieke expertise in te kopen en tegelijkertijd te voldoen aan strenge toezichtregels. De solide rendementen die DNB voor Nederlandse fondsen over 2015 tot 2021 rapporteert, hebben daarmee direct impact op de pensioenopbouw van miljoenen Nederlanders.
Particuliere beleggers en de opmars van fondsen
Aan de particuliere kant zien we een vergelijkbaar beeld, maar dan in kleinere bedragen. De combinatie van online brokers, laagdrempelige beleggingsapps en automatische beleggingsoplossingen heeft ervoor gezorgd dat steeds meer Nederlanders via fondsen beleggen in plaats van in losse aandelen. DNB laat zien dat participaties in fondsen het grootste deel vormen van het totale effectenbezit van huishoudens.
Voor de doorsnee belegger is dat logisch. Met één fonds koop je in één keer een hele mand aandelen of obligaties. Je hoeft geen individuele bedrijven te analyseren en kunt met relatief lage bedragen goed spreiden over regio’s en sectoren. Daardoor wordt de vraag Hoe presteren Nederlandse fondsen? meteen ook de vraag hoe het overgrote deel van de Nederlandse beleggers het doet.
Duurzame fondsen als nieuwe standaard
Opvallend is de opmars van duurzame fondsen. Een aanzienlijk deel van de Nederlandse fondsenmarkt valt inmiddels in de categorie duurzaam of ESG. Diverse analyses schatten dit aandeel rond de 20 procent van het totale fondskapitaal, en partijen met een expliciet duurzame insteek worden ook door onafhankelijke onderzoekers bekroond.
Dat betekent dat duurzaamheid in Nederland niet langer een niche is, maar meer en meer de standaardbenadering wordt. Waar duurzame fondsen vroeger vaak werden gezien als “leuk maar minder rendabel”, wordt tegenwoordig gekeken naar de combinatie van financieel rendement, risicobeheersing en impact.
Duurzame fondsen als nieuwe standaard.

Langetermijnrendement: Nederlandse fondsen boven het eurozonegemiddelde
Een kernstuk in het antwoord op Hoe presteren Nederlandse fondsen? is het onderzoek van DNB naar de periode 2015 tot medio 2021. Daaruit blijkt dat Nederlandse fondsen gemiddeld een rendement van 7,3 procent per jaar behaalden, tegenover 4,6 procent voor fondsen in het eurogebied als geheel. Dat is een aanzienlijk verschil.
Waarom Nederlandse fondsen tussen 2015 en 2021 uitblonken
DNB noemt twee hoofdoorzaken voor deze betere prestaties:
Nederlandse fondsen hebben gemiddeld een hogere aandelenblootstelling dan fondsen in de rest van de eurozone. In Nederland zit ongeveer 40 procent van het fondskapitaal in aandelenfondsen, in het eurogebied ligt dat lager.
Nederlandse aandelenfondsen zijn sterk internationaal georiënteerd. Een groot deel van hun beleggingen ligt buiten het eurogebied, met een forse weging in de Verenigde Staten. Dat bleek in deze jaren gunstig.
Met andere woorden: Hoe presteren Nederlandse fondsen? In de periode tot 2021 vooral beter dan het eurogemiddelde doordat ze risicovoller maar ook kansrijker zijn gepositioneerd.
Een hoge aandelenblootstelling biedt op lange termijn kans op een hoger rendement, maar gaat onvermijdelijk gepaard met grotere koersschommelingen. De jaren 2022 en 2023, gekenmerkt door sterke inflatie, stijgende rentes en forse correcties op zowel aandelen- als obligatiemarkten, lieten zien dat ook Nederlandse fondsen niet immuun zijn voor zulke turbulentie. Voor jou als belegger betekent dit dat mooie langetermijncijfers altijd moeten worden afgewogen tegen je eigen risicobereidheid. Kun je omgaan met tussentijdse dalingen zonder in paniek te verkopen? En past een beleggingshorizon van tien jaar of langer bij jouw situatie? Alleen dan komt het voordeel van een hogere aandelenweging echt tot zijn recht.
AEX Koers steeg afgelopen 10 jaar van ongeveer 400 punten tot circa 950 punten.

Na deze schokjaren volgde in 2024 een uitzonderlijke rally. De Consumentenbond meldt dat de MSCI World-index, gemeten in euro’s, met zo’n 26 procent steeg, een van de beste resultaten in een kwart eeuw. Wereldwijde aandelenfondsen profiteerden daar volop van. Beleggers die in 2022 en 2023 waren blijven zitten, zagen eerdere verliezen ruimschoots goedgemaakt worden. Dit onderstreept opnieuw dat beleggingsfondsen vooral op de lange termijn werken. Nederlandse beleggers, die via indexfondsen vaak sterk leunen op de MSCI World, zagen in 2024 hun wereldwijde spreiding royaal beloond worden.
Binnen Europa liepen de resultaten intussen sterk uiteen. De AEX presteerde degelijk, de Duitse DAX deed het beter en de Franse CAC 40 verloor terrein. Ook dit benadrukt het belang van brede spreiding. In 2025 is het beeld minder eenduidig. De Nederlandse aandelenmarkt staat onder druk. De Morningstar Netherlands Index noteert een duidelijk verlies, terwijl de bredere Morningstar Europe Index ongeveer rond de nul beweegt.
Daarnaast valt op dat inkomensgerichte fondsen, zoals obligatie- en dividendfondsen, het relatief goed doen in een omgeving van onzekerheid over economische groei en rente. Groeigerichte strategieën hebben het in deze omstandigheden juist lastiger. Wereldwijde fondsen met een zware weging in grote Amerikaanse techbedrijven merken dat de hogere volatiliteit in de technologiesector sterker doorwerkt. Correcties op techzware indices drukken daardoor de rendementen.
Voor beleggers die zoeken naar zekerheid blijven goud en andere defensieve posities aantrekkelijk. Populaire goud-ETF’s, die veel worden gebruikt door Nederlandse beleggers, laten rendementen zien van ruim boven de twintig procent. De goudprijs loopt op bij geopolitieke of economische onzekerheid, waardoor deze fondsen een stabiele rol spelen binnen de portefeuille.
Hoe presteren Nederlandse fondsen?
Nederlandse fondsen presteren historisch gemiddeld beter dan fondsen in de rest van de eurozone, vooral dankzij meer aandelen en internationale spreiding. 2024 was uitzonderlijk sterk, terwijl 2025 laat zien dat fondstype belangrijker is dan nationaliteit. Strenge regels over kosten en een volwassen fondsenindustrie maken dat Nederlandse beleggers goede voorwaarden hebben om verstandig vermogen op te bouwen.
De essentie is dat je de sterke punten van de markt benut, maar niet blind vaart op labels als “Nederlands”. Spreiding, kostenbewustzijn en een lange horizon zijn belangrijker.
Voor particuliere beleggers volgt hieruit vooral dat sterke fondsprestaties pas volledig tot hun recht komen wanneer ook de handels- en valutakosten onder controle blijven. Wie regelmatig belegt in internationale fondsen of ETF’s merkt dat kleine kostenverschillen op lange termijn een groot effect hebben op het netto rendement. Een efficiënte brokerkeuze wordt daarmee een praktisch verlengstuk van de beleggingsstrategie die in het artikel centraal staat.
MEXEM is door Brokerskiezen.nl uitgeroepen tot beste allround broker van 2025 en rekent slechts 0,005 procent aan valutakosten, tegenover 0,25 procent bij DEGIRO en SAXO Bank. Dat verschil kan voor de gemiddelde belegger oplopen tot honderden tot duizenden euro’s per jaar, zeker bij periodieke aankopen in wereldwijde fondsen. Daarmee geldt MEXEM voor veel beleggers als de meest complete keuze voor wie lage kosten en internationale spreiding belangrijk vindt.





















































