top of page

ING kan zonder hogere rente groeien als de kosten meewerken

2 minuten geleden
4 minuten om te lezen

In het kort

ING hoeft niet te wachten op een nieuwe rentestijging om de winst te laten groeien. Bij de halfjaarcijfers meldde de bank €1,947 miljard nettowinst over het tweede kwartaal, 14% hogere provisie-inkomsten en 377.000 extra primaire mobiele klanten. De volgende stap is operationele hefboom: inkomsten uit klanten en diensten moeten sneller stijgen dan personeel, technologie en toezichtskosten. Bij €29,63 per aandeel vraagt de koers dat het rendement op eigen vermogen hoog blijft zonder een onverwachte sprong in kredietverliezen.


ING rapporteerde eind juli een kwartaalwinst vóór belasting van €2,92 miljard en provisie-inkomsten van €1,278 miljard. De klantenleningen groeiden met €15,2 miljard en deposito’s met €15,9 miljard. De CET1-kapitaalratio bedroeg 13,1%. CET1 is de hardste kapitaalbuffer van een bank; zij vangt verliezen op voordat schuldeisers geraakt worden.


Het rendement op tastbaar eigen vermogen kwam in het kwartaal uit op 17% en over twaalf maanden op 14,5%. Dat zijn sterke cijfers. De koersmomentopname van De Belegger stond op 9 oktober 2026 om 17.40 uur op €29,63. Het aandeel noteert op Euronext Amsterdam in euro met ISIN NL0011821202. ING publiceert de volgende kwartaalcijfers op 29 oktober.



Positieve jaws zijn de nieuwe rentemotor

Banken gebruiken het woord jaws voor het verschil tussen de groei van inkomsten en kosten. Stijgen de inkomsten met 5% en de kosten met 3%, dan zijn de jaws 2 procentpunt positief. Dat betekent dat meer omzet doorstroomt naar de operationele winst. Zijn de jaws negatief, dan eet de kostenbasis de groei op.



Voor ING komt de inkomstenkant uit meerdere bronnen. De rentemarge blijft groot, maar provisies voor beleggen, betalen en dienstverlening maken de winst minder afhankelijk van één rentestand. Meer primaire klanten kunnen bovendien extra producten afnemen. De waarde daarvan ontstaat pas wanneer de opbrengst per klant sneller groeit dan de kosten van systemen, personeel, fraudebestrijding en regelgeving.


Het sterkste positieve argument is schaal. Een investering in een digitaal platform kan miljoenen klanten bedienen. Zodra de vaste bouwkosten zijn gemaakt, kan een extra transactie relatief goedkoop zijn. Het tegenargument is dat banken hun technologie niet alleen voor groei vernieuwen. Cyberveiligheid, antiwitwascontroles en verouderde systemen vragen blijvend hoge uitgaven zonder altijd directe extra omzet op te leveren.


Spaarders bepalen hoeveel rente bij ING blijft

Een bank verdient niet simpelweg meer wanneer de marktrente stijgt. Het verschil tussen de rente op leningen en beleggingen enerzijds en de vergoeding aan spaarders anderzijds bepaalt een groot deel van de marge. De depositobèta meet welk deel van een marktrentebeweging aan klanten wordt doorgegeven.



Bij €650 miljard rentegevoelige deposito’s, een marktrentebeweging van min 0,5 procentpunt en een depositobèta van 55% verandert de vergoeding aan klanten in de eenvoudige som met ongeveer €1,79 miljard op jaarbasis. Dat is maar één kant van de balans. Leningen, obligaties en rentehedges worden op verschillende momenten opnieuw geprijsd. De tool is dus een gevoeligheidsanalyse, geen winstprognose.


In onze eerdere analyse van de depositomarge staat waarom concurrentie om spaargeld soms belangrijker is dan één rentebesluit van de centrale bank. Voor de volgende groeifase wordt de mix breder: rentebaten moeten stabiel blijven terwijl provisies en klantenaantallen groeien.


Kredietkosten kunnen de rustige cijfers verstoren

ING meldde kredietkosten van 15 basispunten. Dat is laag in historisch perspectief. Basispunten worden toegepast op de gemiddelde kredietportefeuille. Bij €762 miljard leningen betekent 20 basispunten in een vereenvoudigde jaarberekening ongeveer €1,52 miljard kredietkosten. Bij 50 basispunten wordt dat circa €3,81 miljard.



Kredietverliezen lopen meestal achter op de economie. Een stijgende werkloosheid, problemen in commercieel vastgoed of stress bij bedrijven kunnen pas later zichtbaar worden. Tegelijk is het onjuist om automatisch een crisisniveau te veronderstellen. ING heeft voorzieningen, onderpand, risicomodellen en spreiding over landen en klanttypen.


De balans moet daarom als geheel worden gelezen. Een CET1-ratio van 13,1% geeft ruimte boven de wettelijke minima, maar die ruimte is niet volledig vrij uitkeerbaar. Groei van leningen gebruikt kapitaal, toezichthouders kunnen eisen aanscherpen en verslechterende risico’s verhogen de risicogewogen activa. Dividend en aandeleninkoop komen uit hetzelfde kapitaaloverschot; ze mogen niet dubbel als extra waarde worden geteld.


Dat sluit aan op onze analyse van ING’s aandeleninkoop en de winstlat. Inkoop is gunstig als ING beneden een redelijke waarde koopt en de kapitaalbuffer sterk blijft. Het is geen vervanging voor structurele winstgroei.


Wat moet €29,63 waarmaken?

Voor een bank is boekwaarde per aandeel een bruikbaar beginpunt, omdat leningen, deposito’s en kapitaal op de balans samen de winstcapaciteit dragen. De koers kan worden benaderd als toekomstige tastbare boekwaarde per aandeel maal een koers-boekwaardemultiple. Het rendement op eigen vermogen bepaalt hoeveel winst ING kan uitkeren en hoeveel boekwaarde na uitkering doorgroeit.


In het bear-scenario lopen de kosten sneller op, normaliseren kredietverliezen hard en daalt de waardering. De mogelijke koersen zijn €25,96 in 2027, €23,76 in 2028 en €22 in 2029. Het middenscenario neemt ongeveer 4% boekwaardegroei, een gezond dividend en een waardering rond 1,65 keer als eindpunt. Dat geeft €29,92, €31,96 en €34.


Het gunstige scenario veronderstelt aanhoudend sterke provisiegroei, positieve jaws en een hoog rendement op tastbaar eigen vermogen. Het pad wordt dan €34,32, €38,72 en €44. Dividend komt boven op alle drie de koerspaden. Aandeleninkoop zit alleen in de ontwikkeling van boekwaarde en winst per resterend aandeel.



Voor Nederlandse particuliere beleggers is de euro-notering eenvoudig, maar het bedrijfsrisico blijft internationaal. ING verdient in meerdere landen en valuta. De persoonlijke fiscale behandeling van dividend en vermogen verschilt; de scenario’s tonen bruto economische uitkomsten vóór die individuele effecten.


De kern voor 29 oktober is daardoor helder. Een hogere kwartaalwinst alleen is onvoldoende. Beleggers moeten zien of provisies, primaire klanten en digitale schaal sneller groeien dan de kosten, terwijl kredietverliezen beheersbaar blijven. Als dat lukt, kan ING zonder hulp van een hogere rente waarde toevoegen. Als kosten en voorzieningen tegelijk stijgen, blijkt de huidige winstgevendheid minder duurzaam dan de koers veronderstelt.


 
 
 

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
00:00 / 01:04

Net binnen..

Bedankt voor het abonneren!

bottom of page