Box 3 wordt een fiscale ramp voor beleggers vanaf 2028
- Michiel V
- 3 uur geleden
- 4 minuten om te lezen
In het kort:
Het nieuwe box 3-stelsel wordt in 2028 ingevoerd uit budgettaire noodzaak, ondanks brede kritiek op uitvoerbaarheid en rechtvaardigheid.
Beleggers gaan belasting betalen over ongerealiseerde koerswinsten, terwijl verliezen niet automatisch worden gecompenseerd.
De wet geldt vooral als noodverband om begrotingsgaten te dichten en dreigt het vertrouwen in het belastingstelsel verder te ondermijnen.
Na jaren van juridische chaos en politieke uitstel lijkt het nieuwe box 3-stelsel er in 2028 toch te komen. Niet omdat het goed is doordacht, breed gedragen of uitvoerbaar wordt geacht, maar omdat de overheid geen alternatief meer ziet. De Tweede Kamer stemt morrend in, met zichtbaar tegenzin, vooral omdat verder uitstel de schatkist jaarlijks miljarden kost. Het resultaat is een wet die door vrijwel iedereen wordt bekritiseerd, maar die desondanks wordt doorgedrukt.
Wat ooit begon als een noodzakelijke reparatie na vernietigende rechterlijke uitspraken, eindigt nu in een systeem dat volgens velen opnieuw fundamenteel scheef is. Niet eenvoudiger, niet eerlijker en nauwelijks uitvoerbaar. Toch lijkt 2028 onvermijdelijk.
Belasten van rendement dat niet bestaat
De kern van het nieuwe stelsel is dat beleggers voortaan worden belast op basis van hun werkelijk behaalde rendement. Op papier klinkt dat logisch. In de praktijk pakt het vooral nadelig uit voor mensen die beleggen in aandelen, obligaties of cryptovaluta. Zij krijgen te maken met een vermogensaanwasbelasting, wat betekent dat zij jaarlijks belasting betalen over koerswinsten, ook als die winsten nooit zijn gerealiseerd.

Dit raakt de kern van het probleem. De overheid belast straks geld dat niet is ontvangen, niet is uitgekeerd en in veel gevallen zelfs weer kan verdwijnen. Een belegger kan belasting betalen over een mooi rendement in jaar één, om in jaar twee geconfronteerd te worden met forse verliezen, zonder dat de eerder betaalde belasting automatisch wordt teruggedraaid. Het risico ligt volledig bij de burger, terwijl de fiscus altijd incasseert.
Zelfs de staatssecretaris van Financiën erkent dat dit onwenselijk is. Het uiteindelijke doel is een vermogenswinstbelasting, waarbij pas belasting wordt geheven bij verkoop of uitkering. Maar dat systeem is volgens het kabinet technisch niet op tijd haalbaar.
Technische onmacht als beleidsfundament
Dat brengt de discussie terug tot de harde realiteit. Banken en vermogensbeheerders kunnen de benodigde gegevens niet tijdig aanleveren om een vermogenswinstbelasting per 2028 mogelijk te maken. De Belastingdienst kan het niet aan. De systemen zijn er niet. De uitvoering rammelt.
In plaats van te concluderen dat invoering dan moet worden uitgesteld, kiest de politiek voor een andere route. Elk jaar vertraging kost de Staat namelijk naar schatting 2,3 miljard euro. Dat bedrag hangt als een molensteen om de nek van het debat. Niet de kwaliteit van de wet is doorslaggevend, maar de begrotingsdruk.
Meerdere Kamerleden spreken het openlijk uit. Dit is geen overtuigde keuze, maar tekenen bij het kruisje. De Kamer staat met de rug tegen de muur en weet dat ze een slecht systeem goedkeurt, omdat de rekening anders te hoog wordt.
Budgettaire logica boven rechtvaardigheid
Achter de schermen speelt nog een andere overweging. Bij een vermogenswinstbelasting worden belastinginkomsten uitgesteld, omdat beleggers pas betalen bij realisatie. Dat betekent dat een volgend kabinet in 2028 direct een gat in de begroting zou hebben. Bovendien leeft de angst dat beleggers hun winsten bewust gaan uitstellen om belasting te vermijden.
Die zorgen zijn begrijpelijk, maar ze vormen een zwakke rechtvaardiging voor het belasten van papieren winsten. Het systeem wordt niet gekozen omdat het eerlijk is, maar omdat het direct geld oplevert. Daarmee verschuift box 3 definitief van een vermogensbelasting naar een instrument om begrotingsproblemen te maskeren.
Opvallend is dat vrijwel alle grote partijen, van VVD en van CDA tot BBB, uiteindelijk wél een vermogenswinstbelasting willen. Alleen D66 en GroenLinks PvdA zijn expliciet voorstander van het belasten van papieren winsten, mede omdat dit volgens hen eenvoudiger uitvoerbaar is en minder geld kost, maar wat in de praktijk tot een onrechtvaardig en slecht systeem leidt.

Vastgoed krijgt een andere behandeling
Voor vastgoedbeleggers ziet het plaatje er anders uit. Zij mogen straks kosten aftrekken en betalen pas belasting bij verkoop. Dat is een duidelijke verbetering ten opzichte van het huidige stelsel. Tegelijkertijd introduceert de wet een bijtelling voor eigen gebruik van een tweede woning. Over dat fictieve gebruik moet belasting worden betaald.
Ook hier rijzen vragen. Kamerleden twijfelen aan de hoogte van die bijtelling en aan de juridische houdbaarheid ervan. Het risico is reëel dat ook dit onderdeel van box 3 uiteindelijk strandt bij de rechter, waardoor de soap zich simpelweg herhaalt.
Meer complexiteit, minder vertrouwen
Wat resteert, is een stelsel dat complexer wordt in plaats van eenvoudiger. Elk jaar wordt beloofd dat box 3 overzichtelijker en rechtvaardiger zal worden. Elk jaar gebeurt het tegenovergestelde. Nieuwe regels, uitzonderingen, bijtellingen en tijdelijke oplossingen stapelen zich op.
Het meest vernietigende oordeel komt misschien wel uit de Kamer zelf. De vraag of we dit ons land echt willen aandoen, zegt alles. De wet wordt ingevoerd zonder overtuiging, zonder draagvlak en met volle kennis van de tekortkomingen.
Objectief bezien is dit geen hervorming, maar een noodverband. Een systeem dat niemand echt wil, maar dat toch wordt ingevoerd omdat falen goedkoper lijkt dan eerlijk pauzeren. Dat is misschien begrijpelijk vanuit begrotingsperspectief, maar funest voor het vertrouwen in belastingbeleid en rechtszekerheid. En precies dat vertrouwen was de oorspronkelijke reden om box 3 te hervormen.
De discussie rond box 3 laat zien hoe onzeker en veranderlijk het speelveld voor beleggers is geworden. Regels schuiven, systemen blijken onuitvoerbaar en uiteindelijk wordt gekozen voor oplossingen die vooral budgettair logisch zijn, maar voor particuliere beleggers juist extra risico en onvoorspelbaarheid introduceren. Belastingen op papieren winsten en complexe uitzonderingen maken beleggen minder transparant en moeilijker te plannen op de lange termijn.
Juist in zo’n omgeving groeit bij veel mensen de behoefte aan eenvoud en stabiliteit. SynVest richt zich daarom op Nederlands supermarktvastgoed en zorgvastgoed, sectoren met een blijvende vraag, langlopende huurcontracten en inkomsten die niet afhankelijk zijn van koersschommelingen of fiscale herinterpretaties van rendement. Dat maakt het voor beleggers overzichtelijker om vermogen op te bouwen zonder elk jaar te worden verrast door nieuwe spelregels.
Vraag nu de gratis brochure aan en ontdek vrijblijvend of dit vastgoedfonds past bij jouw beleggingsdoelen.





















































