top of page

Dertien patiënten maken voor Pharming nog geen markt

1 uur geleden
4 minuten om te lezen

In het kort

Pharming presenteerde op 14 oktober positieve toplinedata uit een fase-II-studie met leniolisib bij dertien patiënten met genetische afweerstoornissen en immuundysregulatie buiten de bestaande APDS-indicatie. Elf patiënten waren voor de miltmeting beschikbaar; hun miltvolume daalde gemiddeld 26,4%. Twaalf deelnemers voltooiden de studie en kozen allemaal voor de verlengingsfase. Dat is bemoedigend biologisch bewijs, maar nog geen controlegroep, registratie of omzet. Het aandeel sloot dezelfde dag op €0,86.


Leniolisib is de werkzame stof achter Joenja. Het remt PI3K-delta, een signaalroute die bij bepaalde genetische afweerstoornissen te actief kan zijn. Het commerciële idee is aantrekkelijk: als hetzelfde mechanisme meerdere aandoeningen aandrijft, kan één bestaand geneesmiddel mogelijk een bredere groep patiënten helpen.


Toch is fase II vooral bedoeld om werking, dosering en veiligheid verder te verkennen. Een open-labelstudie betekent dat artsen en patiënten weten welk middel wordt gegeven. Zonder controlegroep is niet goed te bepalen hoeveel verandering door behandeling komt en hoeveel door natuurlijk verloop, meetvariatie of selectie.




De signalen zijn inhoudelijk relevant

De miltreductie was niet het enige signaal. Bij vier patiënten met meetbare lymfeklierziekte daalde het volume gemiddeld 33,7%. Bij zeven patiënten met verminderde longfunctie steeg de DLCO gemiddeld 8%. DLCO meet hoe goed zuurstof vanuit de longblaasjes naar het bloed overgaat. Bij vijf patiënten met interstitiële longziekte verbeterde de score bij vier.


Deze uitkomsten passen bij het werkingsmechanisme en wijzen in dezelfde richting. De verlengingskeuze van alle twaalf completers suggereert bovendien dat patiënten en onderzoekers voldoende reden zagen om door te gaan. Maar elk getal heeft een kleine noemer. Bij n=4 kan één patiënt het gemiddelde sterk beïnvloeden.


Veiligheid vraagt dezelfde nuance. Twee ernstige bijwerkingen werden volgens de onderzoekers niet aan leniolisib toegeschreven. Eén deelnemer stopte wegens acute hepatitis. Dat betekent niet automatisch dat het middel de oorzaak was, maar een vervolgprogramma moet zulke gebeurtenissen nauwkeurig blijven volgen.

Prevalentie is niet hetzelfde als een markt

Pharming noemt voor genetische primaire immuundeficiënties een geschatte prevalentie van 7,5 per miljoen en voor CVID 39 per miljoen, tegenover ongeveer 1,5 per miljoen voor APDS. Die cijfers suggereren een veel groter theoretisch bereik. Ze mogen niet simpel bij elkaar worden opgeteld, omdat ziektegroepen overlappen en niet iedere patiënt dezelfde moleculaire afwijking heeft.


Van epidemiologie naar omzet lopen minstens vier filters: diagnose, genetische bevestiging, geschiktheid voor het middel en vergoeding. Zeldzame ziekten worden vaak laat of verkeerd herkend. Een grotere prevalentie helpt daarom pas financieel wanneer Pharming artsen kan bereiken, patiënten kan vinden en toezichthouders de indicatie goedkeuren.



De eerdere Pharming-analyse over de bestuurswissel blijft relevant voor de uitvoering. De nieuwe data vergroten de mogelijke klinische route, maar het management moet tegelijk de bestaande Joenja-uitrol, RUCONEST en kostenbasis bewaken.


Van fase II naar commerciële waarde

De volgende waardestap is niet automatisch fase III. Pharming moet met toezichthouders bespreken welke populatie, uitkomstmaat en studieduur voldoende zijn. Een brede groep genetische afweerstoornissen kan medisch logisch zijn, maar statistisch lastig omdat patiënten verschillen in symptomen en ziekteverloop.


Een grotere studie kost tijd en geld. De onderneming moet mogelijk centra openen, genetische testen ondersteunen en patiënten internationaal werven. Pas na positief vervolgonderzoek, een ingediende aanvraag, goedkeuring en vergoeding kan omzet ontstaan. Een persbericht over positieve topline is dus geen contract en zeker geen erkende omzet.


De sterkste optimistische tegenwerping is dat leniolisib al commercieel wordt geproduceerd en het veiligheidsprofiel bij APDS bekend is. Dat kan ontwikkeling goedkoper en sneller maken dan bij een volledig nieuw molecuul. Ook kan Pharming bestaande relaties met immunologen gebruiken.


De kritische reactie is dat mechanistische overeenkomst geen gelijke werkzaamheid garandeert. De huidige studie is te klein om zeldzame veiligheidsproblemen of verschillen tussen subgroepen goed te beoordelen. Beide punten horen tegelijk in de waardering.

Wat vraagt €0,86?

De marktwaarde bedroeg bij de slotkoers ongeveer €598 miljoen. Omdat Pharming in dollars rapporteert, blijft valuta een onzekerheid. Het model gebruikt de marktwaarde als eenvoudige start en telt kas of schuld niet opnieuw op.


Bij 12% gewenst jaarlijks rendement, een eindmultiple van 20 keer vrije kas en een vrije-kasmarge van 18% vraagt de huidige waarde ongeveer $260 miljoen omzet in 2029. Dat ligt onder een gekozen 2026-basis van $385 miljoen, wat laat zien dat deze combinatie van multiple en marge ruim is. Bij een lagere marge of multiple loopt de vereiste omzet snel op.



De uitkomst betekent niet dat het aandeel vanzelf goedkoop is. De waarde zit in duurzame kas, niet in omzet alleen. De onderneming moet bestaande producten laten groeien, klinische investeringen betalen en verwatering voorkomen. Voor een kleine biotech kan één mislukte studie de multiple veel harder raken dan bij een breed farmaconcern.

Drie koerspaden

In het bear-scenario bevestigt vervolgonderzoek het signaal onvoldoende en blijven kosten hoog. Het middenpad rekent met groei van Joenja en gecontroleerde voortgang van het nieuwe programma. In het gunstige pad leiden sterker bewijs, een heldere registratieroute en vergoeding tot een bredere markt.



De mogelijke jaareindekoersen zijn voor 2027 €0,62, €0,94 en €1,12. Voor 2028 zijn dat €0,48, €1,08 en €1,45. Voor 2029 volgen €0,40, €1,24 en €1,82. Er is geen dividend verondersteld.


De fase-II-data geven Pharming een echte reden om verder te onderzoeken. Ze geven nog geen recht om de theoretische patiëntenpopulatie als toekomstige klanten te tellen. Voor aandeelhouders ligt de waarde tussen die twee uitersten: een biologisch signaal dat pas na groter, gecontroleerd bewijs en een werkbare vergoedingsroute commerciële betekenis krijgt.

 
 
 

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
00:00 / 01:04

Net binnen..

Bedankt voor het abonneren!

bottom of page