Wat Thierry Garnier bij Ahold moet bewijzen
In het kort
Ahold Delhaize krijgt op 3 maart 2027 een nieuwe topman. Thierry Garnier neemt dan het stokje over van Frans Muller. Voor aandeelhouders telt vooral wat er daarna gebeurt met de kleine winst op iedere boodschappenmand. Bij €32,91 vraagt het aandeel geen spectaculaire groei, maar wel blijvende discipline. Een nieuw bestuur dat goedkoper inkoopt, winkels beter laat draaien en verstandig investeert kan veel waarde toevoegen. Dezelfde schaal maakt een kleine fout in prijzen of kosten ook meteen duur.
De opvolging bij Ahold Delhaize heeft een vaste datum gekregen. Volgens de aankondiging van 21 oktober begint Thierry Garnier op 11 januari 2027 als executive vice president. Na een inwerkperiode wordt hij aan het einde van 3 maart bestuursvoorzitter. Tot dat moment blijft Frans Muller volledig verantwoordelijk. Aandeelhouders keurden de benoeming op 13 oktober goed; de voordracht zelf dateert van mei.
Dat geeft duidelijkheid, maar nog geen reden om meer voor het aandeel te betalen. De aantrekkelijke kant van Ahold is juist dat het verdienmodel niet ieder jaar opnieuw hoeft te worden uitgevonden. Mensen blijven boodschappen doen. De moeilijke kant is dat klanten hun boodschappen gemakkelijk over meerdere winkels verdelen. Een onderneming kan onmisbaar zijn voor het dagelijks leven en toch weinig ruimte hebben om prijzen te verhogen.
Garnier erft daarmee een bedrijf dat veel kan verdienen aan kleine verbeteringen. Zijn belangrijkste opdracht is niet een groot verhaal over verandering vertellen. Hij moet zorgen dat voldoende van die verbeteringen uiteindelijk bij de aandeelhouder terechtkomen, nadat de klant, medewerkers, leveranciers en noodzakelijke investeringen zijn betaald.
Internationale ervaring helpt, uitvoering beslist
Bij de voordracht van 6 mei beschreef Ahold Garniers ervaring bij Kingfisher en Carrefour. Hij leidde Kingfisher sinds september 2019 en werkte daarvoor ruim twintig jaar bij Carrefour, onder meer in internationale en Aziatische leidinggevende functies. Dat is relevante ervaring voor een groep met sterke lokale merken. Het bewijst nog niet dat een aanpak uit doe-het-zelfwinkels één op één werkt bij verse voeding, korte houdbaarheid en dagelijkse bezorging.
De economische afweging is eenvoudig te begrijpen. Gezamenlijke systemen, inkoopkennis en logistiek kunnen kosten besparen. Tegelijk verschilt wat klanten willen per land, buurt en formule. Te veel centralisatie kan een lokale supermarkt minder aantrekkelijk maken. Te weinig samenwerking laat schaalvoordelen liggen. Een goed bestuur bepaalt dus niet alleen waar meer samen kan, maar ook waar lokale vrijheid geld oplevert.
Neem als rekenvoorbeeld een winkel die minder artikelen op voorraad houdt. Er gaat minder geld in de voorraad zitten en er wordt mogelijk minder voedsel weggegooid. Maar wanneer juist het product ontbreekt waarvoor een klant komt, kan die klant zijn hele mandje elders kopen. Een lager voorraadbedrag is pas vooruitgang wanneer beschikbaarheid, verspilling en verkoop samen verbeteren. Zo concreet moet ook een nieuw strategieverhaal uiteindelijk worden beoordeeld.
Voor de belegger is de overgangsperiode daarom nuttig. Garnier krijgt tijd om de merken te leren kennen, terwijl Muller verantwoordelijk blijft voor de lopende operatie. De aankondiging bevat geen nieuw winstdoel of nieuw besparingsprogramma. Een hogere waardering op basis van toekomstige maatregelen loopt daarmee vooruit op besluiten die nog niet bekend zijn.
Een paar cent per honderd euro telt zwaar
Bij de kwartaalcijfers van 5 augustus meldde Ahold €23,2 miljard omzet en een onderliggende operationele marge van 3,9%. Dat betekent ongeveer €3,90 bedrijfswinst op iedere €100 omzet, vóór financieringskosten en belasting. De reguliere, volgens IFRS gerapporteerde marge was 3,7%. Onderliggende winst laat bepaalde posten buiten beschouwing en verdient daarom geen automatische voorkeur boven de reguliere winst.
De Amerikaanse onderliggende marge daalde naar 4,2%, terwijl de Europese uitkwam op 3,9%. Voor een nieuwe topman zit daar de echte moeilijkheid. Een prijsverlaging is onmiddellijk zichtbaar voor de klant en onmiddellijk voelbaar in de winst. Extra winkelbezoek kan later volgen. Als concurrenten dezelfde prijzen verlagen, kan de sector uiteindelijk meer verkopen zonder dat iemand meer verdient.
De eerste module gebruikt bewust een afgeronde voorbeeldomzet van €90 miljard per jaar. Een verbetering van 0,1 procentpunt marge levert daarop €90 miljoen extra bedrijfswinst op. Omgekeerd kost een prijsverlaging van 0,3% op een gelijkblijvend mandje €270 miljoen omzet en ongeveer evenveel brutowinst, zolang aantallen en inkoopkosten niet veranderen. Dat verschil maakt duidelijk waarom omzetgroei alleen weinig vertelt over de kwaliteit van een supermarktbestuur.
Bij zo'n prijsverlaging kan extra volume een deel terugverdienen. Dat vraagt wel capaciteit: vakken vullen, orders verzamelen, bezorgen en voorraad financieren. De module houdt die terugverdienste apart van besparingen. Anders wordt dezelfde gunstige ontwikkeling gemakkelijk twee keer meegerekend.
Online maakt deze afweging scherper. De klant krijgt gemak, maar de supermarkt neemt werk over dat de winkelklant zelf doet. Een vollere bezorgroute kan de kosten per bestelling verlagen; meer losse ritten doen het omgekeerde. In Online groei redt de Amerikaanse marge van Ahold niet leggen we uit waarom meer digitale bestellingen pas waarde toevoegen wanneer hun bijdrage na verzamelen en bezorgen verbetert. Voor Garnier is dit een kwestie van uitvoering, niet alleen van technologie.
Het geld moet op de juiste plek blijven
Een tweede toets is de verdeling van de beschikbare kas. Ahold verwachtte bij de halfjaarcijfers minstens €2,3 miljard vrije kasstroom in 2026 en circa €2,7 miljard bruto kasinvesteringen. De vrije kasstroom is al berekend ná investeringen en omvat volgens de bedrijfsdefinitie onder meer betaalde rente en aflossingen van leaseverplichtingen. Die posten mogen dus niet nogmaals van hetzelfde bedrag worden afgetrokken.
Het halfjaarverslag laat tegelijk zien waarom een jaarambitie geen gelijkmatige geldstroom is. Over de eerste zes maanden was de vrije kas €302 miljoen. Timing van werkkapitaal speelde daarbij een grote rol. Werkkapitaal is onder meer het geld dat tijdelijk in voorraad en betalingen vastzit. Een later betaalde leverancier kan de kas vandaag verbeteren zonder dat een winkel structureel meer verdient.
In de tweede module verdelen we de vrije kas over een verondersteld dividendbudget, aandeleninkoop en een resterende buffer. Het gaat om een rekenvoorbeeld, niet om aangekondigde uitkeringen voor 2027. De buffer kan dienen voor schuldvermindering of extra investeringen boven op het bestaande budget. Wordt hij negatief, dan is er aanvullende financiering nodig of moeten uitgaven omlaag.
Een nieuwe bestuurder kan op korte termijn populair worden door meer uit te keren. Toch kan een euro voor een betrouwbaarder distributiecentrum meer opleveren dan een euro aandeleninkoop. Het omgekeerde geldt ook: een duur groeiproject zonder overtuigende opbrengst is niet beter omdat het onder het kopje innovatie staat. Een project moet zijn verwachte kasopbrengst, risico en benodigde looptijd kunnen verantwoorden.
De uitleg over Aholds aandeleninkoop laat zien hoe dezelfde winst over minder aandelen kan worden verdeeld. Dat mechanisme blijft nuttig, maar is geen bewijs dat de winkels sterker worden. In de scenario's hieronder krijgt een lagere aandelenbasis daarom één keer effect, via de winst per aandeel. Er komt geen extra inkooprendement bovenop.
Wat moet de huidige prijs opleveren?
Het gewone aandeel Koninklijke Ahold Delhaize, ticker AD op Euronext Amsterdam en ISIN NL0011794037, noteerde €32,91 op 22 oktober om 17.35 uur Nederlandse tijd. Dit is de slotmomentopname van de vertraagde koersfeed, in euro. De berekening betreft het gewone Amsterdamse aandeel, geen Amerikaans certificaat.
Begin bij die prijs. Wie in drie jaar 7% koersrendement per jaar verlangt, heeft op 22 oktober 2029 een koers van €40,32 nodig. Als de markt dan dertien keer de jaarwinst betaalt, vraagt dat €3,10 winst per aandeel. Dividend komt daar afzonderlijk bij; de 7% is dus geen totaalrendement inclusief uitkeringen.
Als vertrekpunt nemen we €2,52 genormaliseerde jaarwinst per aandeel. Dat is tweemaal de gerapporteerde onderliggende verwaterde halfjaarwinst van €1,26, uitsluitend als eenvoudige rekenbasis. Het is geen voorspelling voor boekjaar 2026: seizoenen, valuta en de extra handelsweek maken twee gelijke jaarhelften onwaarschijnlijk. De reguliere verwaterde halfjaarwinst was €1,22. Het onderscheid blijft relevant wanneer eenmalig genoemde kosten geregeld terugkomen.
Vanaf die €2,52 vraagt de gewenste €3,10 ongeveer 7,2% jaarlijkse groei per aandeel. Dat kan bestaan uit meer totale winst en minder aandelen. Bij een lagere waardering van elf keer winst is voor dezelfde toekomstige koers ongeveer €3,67 nodig. Een bescheiden huidige koers-winstverhouding biedt dus geen garantie; de toekomstige verhouding bepaalt mede hoeveel operationele vooruitgang nodig is.
De financiële ruimte oogt redelijk, zolang de marge stabiel blijft en inkoop uit echte vrije kas wordt betaald. De verleiding is om Ahold als voorspelbare obligatie met groei te zien. Een aandeel kent echter geen vaste terugbetaling. De winst kan dalen terwijl de markt tegelijk minder voor iedere winsteuro wil betalen. Juist bij een bestuurswissel moeten hogere verwachtingen daarom aansluiten bij aantoonbare verbeteringen.
Drie paden onder het nieuwe bestuur
De scenario's gebruiken de formule koers = genormaliseerde nettowinst ÷ verwaterde aandelenbasis × koers-winstverhouding. De nettowinst is in euro, na rente, belasting en personeelskosten inclusief aandelenbeloning. Zij is een eigen aanname voor de jaarlijkse winstcapaciteit op ieder peilmoment. Er wordt geen losse kas- of schuldwaarde toegevoegd. Wisselkoersen zijn verwerkt in de gekozen eurowinst; er komt geen tweede valutacorrectie overheen.
In het ongunstige pad blijft de nettowinst rond €2 miljard steken en lukt het niet de aandelenbasis verder te verkleinen. Prijsdruk en terugkerende operationele kosten beperken het herstel. Met 870 miljoen verwaterde aandelen en waarderingen van 11, 10,5 en 11 keer winst volgen koersen van €25,29 in 2027, €23,53 in 2028 en €25,29 in 2029.
Het middenpad veronderstelt nettowinsten van €2,30, €2,42 en €2,55 miljard. De aandelenbasis daalt van 860 naar 840 en vervolgens 820 miljoen, terwijl de waardering op dertien keer winst blijft. Dat geeft €34,77, €37,45 en €40,43. Hier komt vooruitgang uit zowel winstgroei als netto aandeleninkoop, zonder dat beleggers een hogere multiple hoeven te betalen.
In het gunstige pad verbeteren productiviteit en commerciële uitvoering tegelijk. Nettowinst loopt op van €2,50 naar €2,80 en €3,10 miljard, bij 850, 825 en 800 miljoen aandelen. De markt betaalt dan 14, 14,5 en 15 keer winst: €41,18, €49,21 en €58,13. Dat vraagt duidelijk meer dan een soepele overdracht. Het combineert sterkere winst, een kleinere aandelenbasis én een hogere waardering.
Alle bedragen zijn mogelijke koersen in euro op 22 oktober van het betreffende jaar, geen koersdoelen. Dividend is niet opgenomen. De aandelenbases zijn aannames: het halfjaarverslag gebruikte gemiddeld 884 miljoen verwaterde aandelen voor de halfjaarwinst, geen actuele telling op 22 oktober. Voor een daadwerkelijk kleiner aantal moeten inkopen de uitgifte van nieuwe beloningsaandelen overtreffen.
De sterkste tegenwerping tegen terughoudendheid is dat Ahold geen spectaculaire ommekeer nodig heeft. Lokale merken, herhaalaankopen en schaal kunnen ook zonder grote strategische ingreep redelijke winstgroei dragen. Garnier hoeft daarvoor niet alles anders te doen. Een ervaren bestuurder die goed werk voortzet en zwakke plekken aanpakt, kan juist voorkomen dat onnodige verandering waarde kost.
Er blijft wel werk liggen. Het cyberincident waarover Ahold op 19 oktober berichtte maakt betrouwbaarheid van systemen en herstelkosten onderdeel van die uitvoering. De benoeming verandert daar vandaag niets aan. De omvang van eventuele blijvende kosten is nog onzeker en rechtvaardigt geen automatisch hogere genormaliseerde winst.
Bij €32,91 is Ahold aantrekkelijk genoeg om de overdracht aandachtig te volgen, maar de benoeming alleen rechtvaardigt geen hogere waardering. Het middenpad is geloofwaardig wanneer marge, kasstroom en netto aandeleninkoop elkaar blijven ondersteunen. Het doorslaggevende bewijs is verbetering van winst en kas per aandeel zonder dat klanttevredenheid of investeringen worden uitgehold. Stijgende herstelkosten, zwakkere winkelvolumes of uitkeringen die de balans steeds verder belasten zouden die afweging veranderen.
Lees ook: Instacart stijgt flink en dit is wat de cijfers ons vertellen, over het verschil tussen meer online bestellingen en betere winstgevendheid.
Pak je kans! Word lid met de code GRAAG en krijg 50 procent korting.

































































Opmerkingen