Met deze chip-ETF koop je meer concentratie dan je denkt

In het kort
De VanEck Semiconductor UCITS ETF heeft 25 posities, maar de tien grootste vormen samen 82,57% van het fonds volgens de factsheet van 30 september. Het rendement hangt daardoor sterk af van een beperkte groep bedrijven.
Geheugenproducenten, chipontwerpers en machinebouwers verdienen op verschillende momenten in de investeringscyclus. Hun koersen kunnen desondanks tegelijk dalen wanneer beleggers minder voor toekomstige groei willen betalen.
Bij €91,00 is de ETF geen vanzelfsprekend goedkope manier om AI-groei te kopen. Winstgroei, waardering en de dollar moeten samen worden bekeken; een hogere sectoromzet alleen is niet genoeg.
Een chip-ETF lijkt een praktische oplossing voor een lastige keuze. Er zijn veel bedrijven die kunnen profiteren van meer rekenkracht, terwijl vooraf moeilijk vaststaat welke onderneming het grootste deel van de winst krijgt. Door een mandje te kopen hoeft een belegger niet uitsluitend te kiezen tussen bijvoorbeeld NVIDIA, AMD en ASML.
Dat voordeel bestaat, maar de spreiding heeft grenzen. Verschillende namen kunnen afhankelijk zijn van dezelfde investeringsplannen van grote klanten. Bovendien verdeelt dit fonds het geld niet gelijkmatig over zijn 25 posities. Wie een brede aandelenbelegging verwacht, krijgt in werkelijkheid een geconcentreerde positie in één bedrijfsketen. Dat kan aantrekkelijk zijn, zolang de prijs en het risico daarbij passen.
Eerst de exacte ETF
Het gaat hier om de Ierse, accumulerende VanEck Semiconductor UCITS ETF met ISIN IE00BMC38736. Accumulerend betekent dat ontvangen dividenden binnen het fonds worden herbelegd. De gebruikte beurslijn is SMH op Borsa Italiana, marktcode ETFP, verhandeld in euro. De fondsvaluta is de Amerikaanse dollar. Dit is een ander fonds dan de Amerikaanse ETF die eveneens de ticker SMH gebruikt.
De beurspagina in Milaan vermeldt voor 21 oktober 2026 een referentieslot van €91,00 om 17.55 uur lokale tijd. Dat is de koersbasis voor de scenario’s. De factsheet van VanEck bevestigt fysieke volledige replicatie en jaarlijkse fondskosten van 0,35%. Bij volledige replicatie houdt het fonds de aandelen uit de gevolgde index daadwerkelijk aan.
De eurokoers maakt de belegging niet automatisch afgedekt tegen valutabewegingen. Een chipbedrijf kan in dollars worden gewaardeerd, kosten in andere munten hebben en wereldwijd verkopen. Voor een Europese belegger komt daar de omrekening van de fondswaarde naar euro bij. De handelsvaluta van het beursorder is dus iets anders dan het economische valutarisico.
De top tien bepaalt het grootste deel
Volgens de septemberfactsheet wegen AMD, TSMC, Micron, NVIDIA en Broadcom ieder ongeveer 9% tot 11%. Samen met de volgende vijf posities komt de top tien op 82,57%. Dat maakt het fonds minder afhankelijk van één enkele onderneming, maar nog steeds gevoelig voor een gezamenlijke tegenvaller bij de grootste belangen.
Een eenvoudig rekenvoorbeeld laat dat zien. Als de tien grootste posities samen 20% dalen en de rest gelijk blijft, verliest het fonds ongeveer 16,5%, vóór kosten en valuta. De overige beleggingen kunnen zo’n beweging nauwelijks opvangen wanneer ze zelf niet sterk stijgen. Een lijst met 25 namen zegt daarom minder over risicospreiding dan de feitelijke gewichten.
De concentratie hoeft geen ontwerpfout te zijn. Een fonds dat gericht de halfgeleidersector volgt, hoort blootstelling aan die sector te bieden. Een kleine fabrikant toevoegen alleen om het aantal namen te verhogen, maakt de investering niet vanzelf beter. Het relevante onderscheid is tussen spreiding van individuele bedrijfsrisico’s en spreiding van economische oorzaken. Dit fonds helpt vooral bij het eerste.
Daarbij verschuiven de gewichten door koersbewegingen en herwegingen. Een aandeel dat snel stijgt, kan tussen twee herwegingen groter worden dan zijn oorspronkelijke gewicht. De samenstelling van 30 september is een momentopname, geen belofte dat hetzelfde percentage vandaag of volgend kwartaal geldt.
Eén keten, verschillende winstcycli
Een ontwerper van krachtige chips verdient aan het productontwerp en de software of aansluitende systemen. Een producent van geheugenchips moet juist grote fabrieken financieren en heeft veel last van de verhouding tussen vraag en beschikbare productie. Een machinebouwer ontvangt opdrachten wanneer klanten besluiten hun fabrieken uit te breiden of te vernieuwen. Die opdrachten worden later omzet en nog later ontvangen geld.
Daardoor kan een klant meer AI-systemen kopen terwijl de vooruitzichten voor een specifieke toeleverancier verslechteren. Misschien gebruikt een nieuwe architectuur minder van een bepaalde component. Misschien bouwde de klant eerder al voorraad op. Of de chipproducent heeft voldoende machines staan en wil eerst de bestaande capaciteit beter benutten. Groei van de eindmarkt loopt niet op ieder moment gelijk met groei bij alle schakels.
In Rabi’s uitleg over ASML en TSMC komt dit verschil tussen sectorvraag en afzonderlijke verwachtingen duidelijk naar voren. Voor een ETF-belegger is die redenering minstens zo relevant: het fonds bevat meerdere schakels, maar neutraliseert hun gezamenlijke gevoeligheid voor investeringsbereidheid niet.
Micron en SK Hynix vormen samen 18,71% van de septemberportefeuille. Bij geheugen kan een krap aanbod prijzen ondersteunen, waarna extra fabriekscapaciteit later juist druk veroorzaakt. Dat maakt een gunstige winstperiode soms tijdelijk. Een lage koers-winstverhouding op piekwinst kan dan minder goedkoop zijn dan zij lijkt. Omgekeerd kan een hoge multiple op tijdelijk lage winst juist herstel onderschatten.
De module toont koersbijdragen, geen precieze voorspelling van de winst van de hele portefeuille. Daarvoor zouden per onderneming dezelfde winstdefinities, periodes en aandelenklassen moeten worden samengevoegd. Een portefeuillegewicht is bovendien niet hetzelfde als het aandeel in de gezamenlijke winst. Een duur groeiaandeel kan veel koersgewicht hebben en relatief weinig huidige winst bijdragen.
Waarom de waardering niet los kan van de cyclus
VanEck rapporteert per 30 september een koers-winstverhouding van 30,62 op basis van de afgelopen twaalf maanden. Dat is een historische winstmaatstaf, geen actuele analistenverwachting. Bij een cyclische portefeuille is juist die beperking belangrijk: winst kan herstellen, maar zij kan ook hoog zijn omdat een deel van de keten tijdelijk gunstige prijzen ontvangt.
Voor de waarderingsgevoeligheid gebruiken de modules een benaderde beginmultiple van 27,44. Die ontstaat door de septembermultiple aan te passen voor de daling van de dollar-NAV van ongeveer $114,37 naar $102,51 op 21 oktober, terwijl de onderliggende winst gelijk wordt gehouden. De september-NAV volgt uit fondsvermogen gedeeld door uitstaande stukken; de latere NAV staat op de productpagina van VanEck. Dit is een rekenproxy, geen opnieuw gemeten portefeuille-P/E. Nieuwe winstcijfers en gewijzigde gewichten kunnen de werkelijke multiple veranderen. Daarom is de beginmultiple zelf instelbaar.
Bij een eindwaardering van 25 keer de winst en 8% jaarlijks koersrendement is vanaf deze benadering ongeveer 11% jaarlijkse winstgroei nodig. Daarbij blijven valuta gelijk en nemen we illustratief 0,50% herbelegd dividend per jaar aan, verminderd met de fondskosten. Als beleggers in 2029 slechts 20 keer de winst willen betalen, is aanzienlijk meer groei nodig voor hetzelfde rendement.
Die uitkomst plaatst de populaire AI-redenering in perspectief. De vraag is niet alleen of de sector groter wordt. De bedrijven moeten voldoende van die groei in winst omzetten, en de beurs moet bereid blijven daarvoor een ruime prijs te betalen. Rabi’s NVIDIA-analyse helpt om dat verband tussen een sterke onderneming en een veeleisende waardering verder te begrijpen.
Drie mogelijke paden naar 2029
Het bear-scenario veronderstelt 5% jaarlijkse winstgroei, een dalende multiple en jaarlijks 3% negatieve valuta-impact. Dat is geen scenario waarin de halfgeleidersector verdwijnt. De ondernemingen kunnen doorgroeien terwijl de eurobelegger toch verlies maakt, doordat de prijs per euro winst afneemt.
In het middenscenario groeit de winst jaarlijks 14%, blijft de multiple op 28 en is de valuta-impact neutraal. Het gunstige scenario vraagt 23% jaarlijkse winstgroei, multiples die oplopen naar 34 en een jaarlijkse positieve valuta-impact van 2%. Daarmee zijn de voorwaarden voor een zeer sterk rendement zichtbaar: niet alleen meer verkochte chips, maar een combinatie van winstgroei en een gunstige waarderingsomgeving.
Alle negen bedragen zijn mogelijke ETF-koersen in euro voor oktober 2027, 2028 en 2029. De formule vermenigvuldigt de beginprijs met winstgroei, de verandering van de multiple, herbelegging na kosten en de valuta-aanname. Omdat dividend binnen deze shareclass blijft, wordt geen apart cashdividend aan het rendement toegevoegd. Koersrendement benadert hier het totaalrendement van de belegger vóór persoonlijke belasting en transactiekosten; afwijkingen van de intrinsieke waarde en handelskosten blijven mogelijk.
Het fonds past daarmee beter als bewuste sectorpositie dan als vervanging van een breed aandelenfonds. De belangrijkste kans is dat extra rekenkracht jarenlang voldoende winstgroei oplevert bij meerdere schakels. De belangrijkste onzekerheid is hoeveel daarvan al in hoge winstniveaus en waarderingen zit. Een aantrekkelijker oordeel vraagt lagere prijzen bij gelijkblijvende winstvooruitzichten, of overtuigend bewijs dat de winstgroei breed genoeg is om een minder royale eindmultiple op te vangen.
Pak je kans! Word lid met de code GRAAG en krijg 50 procent korting.



















































































Opmerkingen