top of page

Ackman gelooft in 2027 maar lagere inflatie is niet genoeg

21 minuten geleden
4 minuten om te lezen
Belegger Bill Ackman, archieffoto van 27 april 2016
Belegger Bill Ackman, archieffoto van 27 april 2016. Foto: Senate Democrats / Perisha Gates; bestaande uitsnede Indopug. CC BY 2.0.

In het kort

CNBC brengt Bill Ackmans optimisme over 2027 onder de aandacht, met afnemende oorlogsspanningen en inflatie als belangrijke achtergrond. Zo'n gunstiger omgeving kan aandelen ondersteunen. Het effect hangt er echter van af waarom de inflatie daalt, hoeveel winst bedrijven verdienen en welk deel van het herstel al in de koers zit. Een eenvoudige waarderingsrekensom laat zien waarom goed economisch nieuws niet automatisch een even goed beleggingsrendement oplevert.


Een optimistische vooruitblik is aantrekkelijk op een dag waarop beleggers juist schrikken van hoge olieprijzen en de rekening voor AI. De door CNBC gepresenteerde gedachte van Bill Ackman is dat 2027 veel beter kan uitpakken wanneer oorlogen en inflatie afnemen. Dat is een scenario dat de moeite waard is om te onderzoeken. Het is ook een scenario met voorwaarden die niet vanzelf tegelijk worden vervuld.


De analyse hieronder werkt die voorwaarden zelfstandig uit. Het gaat om de economische redenering die een gunstig beursjaar zou moeten dragen, niet om een weergave van een volledige portefeuilleaanbeveling van Ackman. Zijn naam verandert niets aan de noodzaak om groei, prijs en risico afzonderlijk te beoordelen.



Waarom de reden voor lagere inflatie telt

Dalende inflatie kan een gezonde ontwikkeling zijn. Goedkopere energie en beter beschikbare grondstoffen kunnen de kosten voor ondernemingen drukken. Als de vraag naar hun producten redelijk blijft, ontstaat ruimte in de marge. Huishoudens kunnen ondertussen meer koopkracht overhouden voor andere uitgaven.


Maar prijzen kunnen ook minder hard stijgen doordat de vraag verzwakt. Een bedrijf dat minder verkoopt en extra korting moet geven, profiteert niet vanzelf van een lagere inflatie. De kosten nemen mogelijk af, terwijl de omzet nog sneller terugloopt. Hetzelfde inflatiecijfer kan daardoor samengaan met heel verschillende winstontwikkelingen.


Op 22 oktober beschreef Reuters de combinatie van oplopende olieprijzen en zorgen over AI-uitgaven. Dat is de actuele spanning waar een gunstig scenario voor volgend jaar verandering in moet brengen. Een verwachting van rust is nog geen gerealiseerde verbetering van de bedrijfsrekening.



Minder geopolitiek risico werkt via kosten en onzekerheid

Een afname van oorlogsdreiging kan bedrijven op meerdere manieren helpen. Transport en verzekering kunnen goedkoper worden, energievoorraden beter bereikbaar en investeringsbeslissingen minder onzeker. Daarvoor hoeft de hele wereldeconomie niet opeens sneller te groeien. Ook een kleinere kans op grote verstoringen heeft economische waarde.


Het effect verschilt wel per bedrijf. Een lagere olieprijs kan gunstig zijn voor een vervoerder en ongunstig voor een producent die een hoge verkoopprijs nodig heeft. Een onderneming met langdurige vaste inkoopcontracten merkt de verandering later. Een bedrijf dat zijn prijzen snel moet verlagen, houdt een deel van de kostenbesparing mogelijk niet zelf.


Het is daarom te grof om een afname van spanningen meteen te vertalen in hetzelfde hogere koersdoel voor alle aandelen. De verbinding moet lopen via de resultatenrekening: welke kosten dalen, welk volume groeit en welke kasstroom blijft uiteindelijk over?


Een lagere waardering kan winstgroei volledig opeten

Neem een fictief aandeel van €100 met €5 winst per aandeel. De belegger betaalt twintig keer de jaarwinst. Als de winst volgend jaar 10% groeit tot €5,50 en de waardering gelijk blijft, hoort daar rekenkundig €110 bij. De koerswinst bedraagt dan eveneens 10%.


Maar bij achttien keer de winst is dezelfde €5,50 nog slechts €99 waard. Het bedrijf heeft een beter jaar, terwijl de aandeelhouder op papier 1% verliest. Dat is geen uitzonderlijke wiskundige mogelijkheid. Het laat zien hoe afhankelijk een beleggingsuitkomst is van de prijs die de volgende koper wil betalen.



Draai de rekensom om. Voor een koers van €110 bij een waardering van achttien keer de winst is €6,11 winst per aandeel nodig. Vergeleken met de oorspronkelijke €5 is dat ruim 22% groei. Wie 10% rendement verwacht terwijl de waardering daalt, vraagt dus veel meer van het bedrijf dan op het eerste gezicht lijkt.



Drie jaar maakt het verschil tussen groei en herwaardering zichtbaar

Voor 2027 tot en met 2029 nemen we drie illustratieve paden, met 22 oktober 2026 als peildatum. In het lage scenario blijft de winst per aandeel €5 en betalen beleggers zestien keer die winst. De berekende prijs blijft dan €80. In het middenscenario groeit de winst jaarlijks 8% en blijft de waardering twintig keer de winst. De prijzen worden ongeveer €108, €117 en €126.


In het hoge scenario groeit de winst jaarlijks 12% en bedraagt de waardering 23 keer de winst. Dan volgen ongeveer €129, €144 en €162. De formule is telkens €5 maal de jaarlijkse groeifactor tot de macht van het aantal jaren, vermenigvuldigd met de gekozen waardering. Dividend, belasting en transactiekosten ontbreken. Dit zijn geen voorspellingen voor een index of voor Ackmans portefeuille.



Het hoge scenario laat ook zien hoeveel optimisme al bij de eerste stap binnenkomt. Een waardering van twintig naar 23 keer de winst levert een koersimpuls op die niet uit de bedrijfswinst zelf komt. Dat voordeel kan snel verdwijnen wanneer de rente stijgt of de risicobereidheid afneemt.


Het bruikbare optimisme zit in controleerbare voorwaarden

Een sterk beursjaar in 2027 is een geloofwaardig scenario. Het zou steun krijgen van lagere kosten zonder sterke vraaguitval, een afname van geopolitieke verstoringen en bedrijven die hun winst omzetten in kasgeld. Vooral ondernemingen die daarvoor weinig nieuw kapitaal nodig hebben, kunnen de verbetering relatief snel aan aandeelhouders laten toevallen.


De doorslaggevende onzekerheid is hoeveel van die gunstige ontwikkeling al is betaald. Een overtuigende vooruitblik maakt een hoge aankoopprijs niet automatisch verstandig. Het bewijs om positiever te worden ligt daarom in lagere kosten naast stabiele verkoopvolumes, betere kasstromen en een waardering die ruimte laat voor tegenvallers. Dan krijgt het optimisme een bedrijfsfundament dat verder reikt dan de voorspelling van één bekende belegger.


 
 
 

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
00:00 / 111:33:32

Net binnen..

Bedankt voor het abonneren!

bottom of page