top of page

Spaanse vergunning brengt IREN voorlopig nog geen omzet

2 uur geleden
5 minuten om te lezen
55 Market Street in Sydney, het gebouw met het hoofdkantoor van IREN
Sardaka · archief 6 maart 2018 · CC BY-SA 4.0: https://creativecommons.org/licenses/by-sa/4.0/

In het kort

IREN heeft een bouwvergunning voor een geplande AI-campus van 300 megawatt in Spanje. Dat maakt de Europese uitbreiding concreter, maar de eerste ingebruikname wordt pas in 2028 verwacht. Bij een slotkoers van $27,84 vraagt de waardering om veel meer omzet én een financiering die voldoende opbrengst voor het bestaande aandeel overlaat.


Een vergunning kan voor een datacenterbedrijf veel waard zijn. Zonder grond, stroom en toestemming blijven zelfs de beste chips in hun verpakking staan. De Spaanse stap van IREN verdient daarom aandacht. Tegelijk loopt er een groot verschil tussen een terrein waarop gebouwd mag worden en een datacenter dat iedere maand betalende klanten bedient. Precies in die tussenperiode ontstaan de grootste financiële risico’s.


Op 21 oktober kondigde IREN aan dat de vergunning voor civiele werkzaamheden aan zijn campus bij Badajoz is verkregen. Het plan omvat 300 megawatt en het bedrijf mikt op eerste activiteiten in 2028. De aansluiting en toegang tot stroom zijn belangrijke onderdelen van het project. De mededeling noemt echter geen omzetcontract voor de volledige campus en ook geen volledige investeringsbegroting. Die ontbrekende bedragen bepalen uiteindelijk hoeveel van deze kans bij aandeelhouders terechtkomt.



Van stroomlocatie naar betalende klant

IREN komt uit het minen van bitcoin: computers leveren rekenwerk en ontvangen daarvoor een vergoeding in bitcoin. Bij AI verkoopt het bedrijf toegang tot gespecialiseerde rekenkracht. Klanten betalen omdat zij modellen willen trainen of gebruiken zonder zelf het hele datacenter te bouwen en te beheren. De inkomsten hangen vervolgens af van afspraken over beschikbaarheid, prestaties, looptijd en prijs.


Dat klinkt als een logische uitbreiding van dezelfde infrastructuur, maar de klantverwachting is anders. Een AI-klant moet kunnen vertrouwen op een werkend geheel van chips, netwerken, koeling en software. Alleen goedkope elektriciteit is dan onvoldoende. In Rabi’s analyse van IREN, Nebius en CoreWeave komt juist die overgang van fysieke capaciteit naar een bruikbare dienst uitgebreid terug.


Spanje kan daarbij aantrekkelijk zijn voor klanten die hun data en rekenwerk binnen Europa willen houden. Lokale capaciteit kan helpen bij controle over gegevens, contracten en toegang. Dat betekent nog niet dat iedere Europese klant een hogere prijs accepteert. Een bank zal ook vragen naar beveiliging, prestaties en continuïteit. Een onderzoeksinstelling kijkt bovendien naar het beschikbare budget. De behoefte aan Europese infrastructuur en de bereidheid om winstgevende contracten te tekenen zijn twee afzonderlijke zaken.


De tijdlijn hieronder maakt dat verschil zichtbaar. De gekozen fasering is een rekenvoorbeeld: een kwart van de campus actief in 2028 en driekwart in 2029. IREN heeft deze verdeling niet als opleverschema aangekondigd. Het model laat vooral zien waarom 300 megawatt niet direct als een volledig omzetdragende installatie kan worden gewaardeerd.



Ook een geopende hal verdient niet automatisch zijn volledige potentieel. Eerst moeten systemen worden geleverd, getest en geaccepteerd. Daarna kan de bezetting oplopen. Een vertraging van zes maanden kan dus meer betekenen dan zes maanden later omzet boeken: rente, personeel en onderhoud lopen mogelijk al door. Daar staat tegenover dat een goed vooruitbetaald contract het financieringsrisico juist aanzienlijk kan verkleinen.


De kasstroom vertelt een ander verhaal dan de bouwambitie

De jaarresultaten van 27 augustus, over het boekjaar tot 30 juni 2026, laten de overgang zien. Van $707 miljoen omzet kwam $128,8 miljoen uit AI en $578,2 miljoen uit bitcoin. Het gerapporteerde nettoverlies bedroeg $702,6 miljoen. Een gewone koers-winstverhouding biedt daarmee geen bruikbaar vertrekpunt.


De operationele kasinstroom was $2,10 miljard, maar de toename van vooruitontvangen omzet bedroeg $1,84 miljard. Zulke betalingen zijn waardevol: een klant helpt de bouw financieren. Ze zijn alleen geen vrij beschikbare winst. IREN moet de bijbehorende diensten nog leveren. Tegenover de kasinstroom stonden $4,33 miljard aan aanschaf van vaste activa en computerhardware. Op die afgebakende basis resteerde een verschil van ongeveer min $2,23 miljard.



Dat maakt het misleidend om alleen de positieve operationele kasstroom te bekijken. Het geld kan binnenkomen voordat de economische prestatie is geleverd. Andersom hoeft een grote investering nu niet slecht te zijn wanneer die jarenlang aantrekkelijke contractopbrengsten oplevert. De relevante vraag is hoeveel geld overblijft nadat klanten zijn bediend en verouderde apparatuur moet worden vervangen.


Een eenvoudig voorbeeld helpt. Stel dat een aanbieder $4 miljard aan apparatuur koopt die economisch vier jaar meegaat. Dan hoort daar gemiddeld ongeveer $1 miljard vervangingsbehoefte per jaar bij, nog zonder groei. Dit is geen begroting van IREN. Het maakt wel duidelijk waarom EBITDA, winst vóór rente, belasting en afschrijving, bij dit soort bedrijven ver van uitkeerbare kasstroom kan liggen. Een hoge EBITDA-marge is pas aantrekkelijk als de apparatuur lang genoeg bruikbaar blijft en de contractprijzen voldoende ruimte bieden.


De balans verdient dezelfde aandacht. In het jaarverslag staat per 30 juni circa $5,90 miljard vrij beschikbare cash. Tegenover die cash stonden ongeveer $7,59 miljard leningen en $244 miljoen financiële leaseverplichtingen. Afzonderlijk gerapporteerde geblokkeerde middelen zijn niet zomaar inzetbaar voor een nieuwe campus. Deze juni-balans is bovendien een momentopname, geen garantie voor de financiering in 2028.


Wat moet IREN bij de huidige koers waarmaken?

Het gewone aandeel IREN sloot op 21 oktober op Nasdaq op $27,84, om 16.00 uur New York. Dit betreft het Australische gewone aandeel met ISIN AU0000185993, geen certificaat met een afwijkende aandelenratio. Het jaarverslag vermeldt 394,06 miljoen gewone aandelen uitstaand op 14 augustus. Toekomstige uitgiftes kunnen de winst en waarde over meer aandelen verdelen.


We kunnen de waardering daarom beter omdraaien. Voor 10% jaarlijks koersrendement zou het aandeel in oktober 2029 ongeveer $37,06 moeten kosten. Neem als eigen aannames 450 miljoen aandelen, $5 miljard nettoschuld, een ondernemingswaarde van tienmaal EBITDA en een EBITDA-marge van 40% na aandelenbeloning. Dan is circa $5,42 miljard jaarlijkse omzet nodig. De Spaanse locatie krijgt in deze berekening geen aparte bonuswaarde bovenop de onderneming.



Die omzet ligt ver boven de gerapporteerde jaaromzet, maar dat maakt haar niet automatisch onhaalbaar. De vloot en het klantenbestand veranderen snel. Het probleem is vooral dat groei tegelijk geld kost. Wanneer dezelfde toekomstige omzet alleen haalbaar blijkt met meer schuld of extra aandelen, wordt de waarde per bestaand aandeel lager. Het omgekeerde geldt bij gunstige vooruitbetalingen, sterke bezetting en discipline bij nieuwe investeringen.


Daarom moet ook een gecontracteerd jaarlijks omzettempo zorgvuldig worden gelezen. Een contract kan een toekomstige inkomstenstroom beschrijven die nog moet starten. Het is niet hetzelfde als omzet die gedurende een volledig boekjaar is ontvangen. Rabi bespreekt dat onderscheid ook in zijn stuk over IREN en de infrastructuur achter open AI. Voor de waardering telt wanneer capaciteit werkelijk gaat bijdragen en welke kosten daartegenover staan.


Drie mogelijke uitkomsten

De scenario’s hieronder gebruiken jaarlijkse verdiencapaciteit rond oktober 2027, 2028 en 2029. Het zijn eigen aannames, geen bedrijfsverwachtingen. De formule is omzet maal EBITDA-marge maal waarderingsmultiple, minus nettoschuld, gedeeld door het aantal aandelen. Toekomstige investeringen werken via de veronderstelde schuld en aandelen door; ze worden niet nogmaals afgetrokken.


In het ongunstige scenario stijgt de omzet wel, maar drukken minder gunstige contracten, financiering en verwatering de waarde. De mogelijke koersen zijn dan $4,65, $7,23 en $5,68. Het middenscenario komt uit op $26,19, $40,91 en $54,35. Bij sterke uitvoering en betere marges worden dat $65,24, $97,93 en $128,44. De grote spreiding is inhoudelijk belangrijk: een beperkt verschil in financiering of bezetting kan veel verschil maken voor de aandelenwaarde.



De sterkste tegenwerping tegen een voorzichtige waardering is dat goede stroomlocaties schaars zijn. Een onderneming die ze tijdig heeft vastgelegd, kan een onderhandelingspositie krijgen die uit de huidige omzet nauwelijks blijkt. Een Spaanse campus kan bovendien een nieuwe groep klanten bereiken. Het zou te beperkt zijn om IREN uitsluitend op zijn oude bitcoinactiviteiten te beoordelen.


Toch is de vergunning op zichzelf onvoldoende reden om al de volledige toekomstige capaciteit te betalen. Bij $27,84 blijft IREN een belegging waarbij uitvoering en financiering zwaarder wegen dan een bestaande winstbasis. De Spaanse uitbreiding versterkt de kans, maar maakt de investeringsopgave ook groter. Meer overtuiging zou komen van concrete klantafspraken, een sluitende bouwbegroting en aantoonbaar rendement na vervangingsinvesteringen. Daar moet de volgende stap in het verhaal vandaan komen.



Pak je kans! Word lid met de code GRAAG en krijg 50 procent korting.

 
 
 

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
00:00 / 168:40:48

Net binnen..

Bedankt voor het abonneren!

bottom of page