top of page

Tien bedrijven bepalen ruim een kwart van het iShares-wereldfonds

2 uur geleden
6 minuten om te lezen
Larry Fink, medeoprichter en CEO van BlackRock
Kena Betancur/EU · archief 29 april 2025, uitsnede Ptrnext · CC BY 4.0: https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/

In het kort

IWDA belegt breed in ontwikkelde aandelenmarkten, maar de tien grootste posities vertegenwoordigden eind september samen 27,78% van het fonds. Dat maakt de ETF nog steeds breed gespreid, alleen minder gelijkmatig dan het aantal aandelen doet vermoeden. Bij een koers van €131,20 hangt het toekomstige rendement sterk af van winstgroei, de waardering van grote bedrijven en valuta.


Met één aankoop deelnemen in een groot aantal ondernemingen is een overtuigend voordeel van een wereld-ETF. Het voorkomt dat het hele resultaat afhangt van één mislukte overname of een tegenvallend product. Toch is spreiding niet hetzelfde als ieder bedrijf een gelijk gewicht geven. Bij IWDA krijgen de grootste beursbedrijven ook de grootste invloed op het rendement. Hun succes maakt het fonds groter, maar zorgt tegelijk voor meer afhankelijkheid van diezelfde ondernemingen.


Dat hoeft geen reden te zijn om de ETF af te wijzen. Grote bedrijven kunnen hun gewicht verdienen met winst, sterke klantrelaties en een goede concurrentiepositie. De relevante vraag is of een belegger begrijpt welk risico hij koopt en welke toekomstige groei de prijs veronderstelt. Een mandje met veel namen kan duur zijn, net zoals één aandeel duur kan zijn.



Wat zit er precies in deze beurslijn?

Het gaat hier om de iShares Core MSCI World UCITS ETF, de USD Accumulating-shareclass met ISIN IE00B4L5Y983, verhandeld als IWDA in euro’s op Euronext Amsterdam. Accumulerend betekent dat ontvangen dividenden binnen het fonds worden herbelegd. De factsheet van iShares vermeldt voor eind september ongeveer 1.250 posities, een jaarlijkse kostenratio van 0,20% en een fysieke, geoptimaliseerde aanpak om de index te volgen.


Het fonds geeft toegang tot grote en middelgrote ondernemingen in ontwikkelde markten. Opkomende markten en kleine ondernemingen vallen niet vanzelf onder die dekking. De naam World is daarom geen belofte dat ieder deel van de wereldeconomie wordt meegenomen. In Rabi’s vergelijking van IWDA met VWRL en VWCE wordt dat verschil in marktdekking uitgelegd. De cijfers in dat oudere artikel horen bij de publicatiedatum; voor de huidige waardering gebruiken we de recente fondsgegevens.


De EUR-notering verdient extra uitleg. Zij bepaalt in welke munt een belegger op deze beurslijn handelt. Zij maakt de buitenlandse inkomsten en aandelenwaarden niet automatisch ongevoelig voor wisselkoersen. Een Amerikaanse onderneming blijft in het mandje aanwezig met haar economische blootstelling, ook wanneer de ETF in euro’s wordt gekocht. De USD-shareclass is evenmin een belofte dat het hele fonds uitsluitend dollarrisico heeft.


Hoe breed is breed wanneer grote bedrijven winnen?

De tien grootste posities wogen eind september 27,78%. NVIDIA en Apple waren afzonderlijk de zwaarste, terwijl Alphabet met twee aandelenklassen in de top tien stond. Twee regels in een portefeuilleoverzicht kunnen dus economisch op hetzelfde bedrijf wijzen. De rest van het fonds vertegenwoordigde samen ruim 72%.



Dat gewicht ontstaat grotendeels doordat de index ondernemingen op beurswaarde weegt. Wanneer een aandeel harder stijgt dan de rest, groeit zijn belang. Een indexbelegger hoeft de winnaar niet vooraf te herkennen om van die stijging te profiteren. Dat is een sterk argument voor deze aanpak: de portefeuille past zich aan veranderingen in economische waarde aan zonder dat een beheerder telkens de juiste winnaar hoeft te kiezen.


Het nadeel verschijnt wanneer vergelijkbare verwachtingen in veel grote posities tegelijk zitten. Technologiebedrijven hebben verschillende producten, maar kunnen allemaal gevoelig zijn voor dezelfde discussie over AI-investeringen, rente of toekomstige winstmarges. Verschillende bedrijfsnamen betekenen dan niet dat de koersen onafhankelijk bewegen. Een tegenvaller bij een belangrijke klant kan bovendien doorwerken naar leveranciers elders in het fonds.


Een eenvoudig rekenvoorbeeld laat zien hoe dat uitpakt. Als de grootste tien posities 25% dalen en de overige posities 5% stijgen, daalt het hele mandje op de septembergewichten ongeveer 3,33%. De brede rest dempt de schade aanzienlijk. Zij kan die in dit voorbeeld alleen niet helemaal opvangen. Dit is een gevoeligheidstest zonder valuta, dividend of veranderingen in de samenstelling, geen voorspelling van een beursjaar.



Het spiegelbeeld is even belangrijk. Wanneer juist de grootste ondernemingen hun winst veel sterker laten groeien, helpt hun gewicht de ETF. Een portefeuille die hen uit angst voor concentratie structureel onderweegt, kan jarenlang achterblijven. Het doel hoeft daarom niet te zijn om grote bedrijven zoveel mogelijk te vermijden. Het doel is om hun bijdrage te begrijpen en te voorkomen dat elders in de portefeuille ongemerkt dezelfde blootstelling nog eens wordt toegevoegd.


Wie bijvoorbeeld naast IWDA veel losse Amerikaanse technologieaandelen bezit, heeft mogelijk minder extra spreiding dan de tweede rekening doet vermoeden. De ETF bevat die ondernemingen immers al. Een zinvolle beoordeling kijkt daarom door de verpakking heen naar bedrijven, inkomstenbronnen en gezamenlijke gevoeligheden. Het aantal fondsen zegt op zichzelf weinig over de uiteindelijke verdeling van risico.


De prijs vraagt nog steeds iets van de winst

De Amsterdamse beurslijn sloot op 21 oktober om 17.35 uur op €131,20. De fondswaardering uit de septemberfactsheet bedraagt 26,22 keer de verwachte winst voor het lopende prognosejaar. Die multiple is een gedateerd portefeuilleanker, geen exact opnieuw berekende winstverhouding op de slotkoers van 21 oktober. De waardering kan veranderen door koersen, winstverwachtingen en samenstelling.


Een winstmultiple geeft aan hoeveel beleggers voor een euro winst betalen. Een hogere multiple kan passend zijn bij sterke groei en lage risico’s. Zij kan alleen niet eindeloos stijgen om het rendement te dragen. Wanneer beleggers later minder willen betalen voor dezelfde euro winst, moet de winst eerst groeien voordat de koers daar volledig bovenuit komt.


We kunnen daarom terugrekenen wat een redelijk rendementsdoel vraagt. Neem 8% per jaar in euro’s gedurende drie jaar, een eindwaardering van 23 keer winst en neutrale valuta. Veronderstel daarnaast 1,5% netto herbelegd dividend en 0,20% jaarlijkse fondskosten. Dan is ongeveer 11,4% jaarlijkse groei van de onderliggende winst nodig. Dat is meer dan 8%, omdat de dalende waardering een deel van de groei opvangt.



De uitkomst is niet bedoeld als exacte voorspelling. Vooral de beginwaardering en dividendaanname zijn vereenvoudigingen. Zij laat zien welke combinatie nodig is: groei, uitkeringen, kosten en waardering moeten samen het gewenste resultaat opleveren. Een lager eindniveau van de multiple of een sterkere euro verhoogt de vereiste winstgroei. Bij een hogere eindwaardering of gunstige valuta wordt de opgave kleiner.


De herbelegging verdient daarbij een eigen plaats. Het dividend verdwijnt niet doordat er niets op de betaalrekening verschijnt. Het blijft binnen het fonds werken. Rabi legt dit mechanisme uit in het verschil tussen accumulerende en uitkerende ETF’s. In de onderstaande berekening zit het netto dividend al in de toekomstige fondswaarde. Het nog een keer bovenop het koersrendement tellen zou het resultaat te hoog maken.


Wat kunnen drie verschillende jaren opleveren?

De scenario’s combineren jaarlijkse winstgroei, een veranderende winstmultiple en een valutafactor voor het hele buitenlandse mandje. De formule begint met €131,20 en vermenigvuldigt die koers met de winstgroei, de netto herbeleggingsfactor na kosten, de verhouding tussen eind- en beginwaardering en de gekozen valutaontwikkeling. Persoonlijke belastingen en transactiekosten zijn niet meegenomen.


In het bear-scenario groeit de winst niet en zakt de waardering geleidelijk naar twintig keer. De euro werkt bovendien tegen. In het middenscenario groeit de winst 7% per jaar, daalt de waardering naar 23 keer en blijft valuta neutraal. In het gunstige scenario groeit de winst 11%, blijft een multiple van 27 overeind en helpt valuta. De negen concrete koersuitkomsten voor oktober 2027, 2028 en 2029 staan hieronder; iedere invoer en formule is zichtbaar.



Deze scenario’s laten ook zien waarom drie jaar kort kan zijn voor een aandelenbelegging. Een onderneming kan in die periode operationeel beter worden, terwijl de beurs minder voor haar winst wil betalen. Een ETF neemt dat marktrisico niet weg. Zij verdeelt het over ondernemingen en markten. Geld dat op een vaste datum nodig is, heeft daardoor een andere functie dan geld dat langdurig belegd kan blijven.


IWDA blijft een begrijpelijke manier om breed aan ontwikkelde aandelenmarkten deel te nemen. De concentratie maakt het fonds niet onbruikbaar, maar wel gevoelig voor de resultaten en waardering van grote ondernemingen. Bij de huidige prijs is een aantrekkelijk rendement geloofwaardig als de winstgroei breed genoeg doorzet. Meer overtuiging zou komen van groei die ook buiten de grootste posities zichtbaar wordt. Als de winst juist steeds smaller wordt gedragen terwijl de waardering hoog blijft, verdient de totale portefeuille meer aandacht dan alleen het aantal aandelen in deze ETF.



Pak je kans! Word lid met de code GRAAG en krijg 50 procent korting.

 
 
 

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
00:00 / 170:30:42

Net binnen..

Bedankt voor het abonneren!

bottom of page