Waarom Nederlanders massaal blijven sparen ondanks lage spaarrente
- Redactie

- 12 uur geleden
- 5 minuten om te lezen
In het kort:
Huishoudens bezaten eind 2025 voor 204,3 miljard euro aan effecten, een stijging van 7,8 procent ten opzichte van een jaar eerder.
Het totale spaargeld nam met 41,5 miljard euro toe, een groei van 8,5 procent, tot 528,6 miljard euro.
Meer dan 90 procent van de groei van het belegd vermogen kwam door koersstijgingen, terwijl de spaarrente in Nederland ver onder de inflatie van 3,3 procent bleef.
Nederlanders zijn rijker geworden door de beurs, maar gedragen zich nog altijd als klassieke spaarders. Uit cijfers van De Nederlandsche Bank blijkt dat huishoudens eind 2025 voor 204,3 miljard euro aan effecten bezaten, bijna 14,8 miljard euro meer dan een jaar eerder. Tegelijkertijd groeide het spaargeld met 41,5 miljard euro naar een totaal van 528,6 miljard euro. Daarbovenop stond nog eens 109 miljard euro op betaalrekeningen.
Netto aan- en verkopen van investeringen door Nederlanders:

Wie puur naar rendement kijkt, zou verwachten dat Nederlanders massaal kiezen voor beleggen in plaats van sparen. De spaarrente schommelde in 2025 tussen 1,3 en 1,6 procent op vrij opneembare rekeningen en daalde bij deposito’s van 2,5 naar 2,4 procent. De inflatie bedroeg 3,3 procent. In reële termen leverde sparen dus koopkrachtverlies op. Toch blijft sparen veruit de populairste keuze.
De vraag is dan ook niet of Nederlanders vermogen opbouwen, maar waarom zij dat zo nadrukkelijk via de spaarrekening blijven doen.
Sparen versus beleggen, cijfers tonen een opvallende kloof
Het contrast is scherp. Het totale spaargeld van 528,6 miljard euro is ruim tweeënhalf keer zo groot als het direct belegde vermogen van 204,3 miljard euro. Zelfs na een goed beursjaar stroomde het merendeel van het extra vermogen naar spaarrekeningen.
Het totaal belegd vermogen van Nederlanders:

Kijken we naar het vrij besteedbare vermogen van huishoudens, dan wordt gemiddeld 23 procent daarvan direct belegd. Worden pensioenvermogens meegerekend, dan loopt dit aandeel op tot 77 procent. Indirect beleggen Nederlanders dus volop, maar dan via collectieve pensioenfondsen, niet via eigen beleggingsrekeningen.
Die paradox is essentieel om te begrijpen waarom sparen zo dominant blijft. Veel huishoudens ervaren hun pensioenopbouw als voldoende blootstelling aan risico. De spaarrekening fungeert vervolgens als veilige buffer.
Lage rente en inflatie, toch voorkeur voor zekerheid
Economisch gezien is sparen bij een rente onder de inflatie onaantrekkelijk. Met een spaarrente van maximaal 1,6 procent en een inflatie van 3,3 procent daalt de reële waarde van spaargeld. Wie 10.000 euro een jaar laat staan tegen 1,5 procent rente, ontvangt 150 euro rente, terwijl de koopkracht door inflatie sterker daalt.
Toch is rendement slechts één factor in financiële keuzes. Risico en liquiditeit wegen zwaar. Spaargeld is direct beschikbaar en kent een zeer laag risico dankzij het
depositogarantiestelsel. Beleggen daarentegen kent koersschommelingen, soms fors.
Advertorial
Juist in die zoektocht naar zekerheid én een zo hoog mogelijke vrij opneembare rente binnen het depositogarantiestelsel, kijken steeds meer Nederlanders over de grens. Platforms die spaarrentes van verschillende Europese banken bundelen, winnen aan populariteit bij spaarders die hun vermogen tijdelijk willen parkeren zonder in te leveren op flexibiliteit. Zo ontstaat een middenweg tussen maximale liquiditeit en een scherpere rentevergoeding.
Raisin RenteBoost is een tijdelijke actie waarbij je op een vrij opneembare spaarrekening de eerste 3 maanden lang een gegarandeerde rente van 2,85% p.j. krijgt. Je spaargeld blijft dagelijks opvraagbaar en je kunt vrij storten en opnemen. Na deze periode kun je via één Raisin-account verder sparen bij meer dan 50 Europese banken, met actuele variabele rentes tot 1,91% p.j. of kiezen voor spaardeposito’s met looptijden van één maand tot tien jaar en rentes tot 3,20% p.j.
Begin 2025 zorgde geopolitieke onrust voor dalende beurzen. Later herstelden markten zoals de AEX en de Nasdaq en sloten zij het jaar in de plus af. Maar die volatiliteit bevestigt voor veel huishoudens dat beleggen onzeker is. De herinnering aan tijdelijke verliezen blijft vaak sterker hangen dan het uiteindelijke jaarresultaat.
Daarnaast speelt gedragspsychologie een grote rol. Verliesaversie, de neiging om verlies zwaarder te wegen dan winst, zorgt ervoor dat veel mensen liever een laag maar zeker rendement accepteren dan een hoger maar onzeker rendement. Zeker in een periode van geopolitieke spanningen en economische onzekerheid kiezen huishoudens instinctief voor stabiliteit.
Populaire aandelen tonen concentratierisico bij particuliere beleggers
Hoewel sparen domineert, is het directe aandelenbezit van 68,5 miljard euro niet gering. Binnen de top 25 van aandelen in particulier bezit springen enkele namen eruit. Shell en ASML voeren de lijst aan met respectievelijk 4.285 en 4.175 miljoen euro aan particulier bezit in 2025. Daarna volgen onder meer Rabobank certificaten met 3.891 miljoen euro en ING met 2.499 miljoen euro.
Opvallend is de sterke vertegenwoordiging van technologiebedrijven. In de top 25 staan elf techbedrijven, waaronder NVIDIA, Microsoft, Alphabet en Apple. Dat wijst op een voorkeur voor groeiaandelen en internationale marktleiders. Tegelijkertijd brengt dit concentratierisico met zich mee. Technologieaandelen zijn gevoelig voor renteontwikkelingen, regelgeving en wereldwijde economische groei.
Een opvallende stijger is Rheinmetall. Het bezit van Nederlandse huishoudens in deze Duitse defensiefabrikant verviervoudigde van 106 miljoen naar 435 miljoen euro. Dit illustreert hoe particuliere beleggers inspelen op geopolitieke ontwikkelingen en hogere defensie-uitgaven. Maar zulke snelle stijgingen kunnen ook volatiliteit met zich meebrengen.
Andere verschuivingen laten zien dat beleggers selectief zijn. Tesla daalde van 1.079 naar 910 miljoen euro in particulier bezit. Apple en Amazon lieten eveneens lagere waarden zien. Daartegenover stegen belangen in ING, Alphabet en Adyen. Dit wijst op actieve herschikking van portefeuilles, maar niet op een massale instroom van nieuw kapitaal.
Gebrek aan kennis of rationele keuze
Sommige marktkenners stellen dat er te veel geld op spaarrekeningen staat en dat een gebrek aan kennis Nederlanders armer maakt. De redenering is eenvoudig, op lange termijn levert beleggen historisch gezien meer op dan sparen. Met een spaarrente van rond 1 procent en inflatie van ruim 3 procent wordt vermogen uitgehold.
Die analyse is op macro niveau verdedigbaar, maar houdt onvoldoende rekening met individuele omstandigheden. Niet ieder huishouden heeft dezelfde risicobereidheid, beleggingshorizon of financiële buffer. Voor wie binnen enkele jaren een huis wil kopen of een grote uitgave verwacht, is liquiditeit cruciaal. Dan is sparen rationeel.
Bovendien beschikken Nederlandse huishoudens al over aanzienlijke blootstelling aan financiële markten via pensioenfondsen. Het Nederlandse pensioenstelsel belegt wereldwijd in aandelen, obligaties en vastgoed. Dat indirecte beleggingsvermogen is vele malen groter dan het direct aangehouden effectenbezit. Voor veel huishoudens voelt extra beleggen dan als dubbele blootstelling aan marktrisico.
Daar komt bij dat financiële educatie in Nederland nog altijd ongelijk verdeeld is. Wie niet vertrouwd is met begrippen als spreiding, risicoprofiel en lange termijn rendement, kiest sneller voor de zekerheid van een spaarrekening. De opkomst van beleggingsapps en online brokers verlaagt de drempel, maar neemt onzekerheid niet volledig weg.
Structurele factoren achter de Nederlandse spaarcultuur
De sterke spaarneiging heeft ook structurele oorzaken. De Nederlandse woningmarkt vraagt hoge eigen inbreng, waardoor huishoudens buffers opbouwen. Daarnaast zijn vaste lasten, energiekosten en zorguitgaven de afgelopen jaren gestegen. Een ruime spaarbuffer biedt psychologische rust.
Ook fiscale regels spelen een rol. Vermogen in box 3 wordt belast op basis van een forfaitair rendement. Nu ook nog eens deze regels lijken te gaan veranderen, ervaren sommige huishoudens beleggen als fiscaal te onvoorspelbaar in vergelijking tot sparen. Onzekerheid over toekomstige belastingheffing kan investeringsbeslissingen beïnvloeden.
Ten slotte is er de demografische factor. Een vergrijzende bevolking kiest vaker voor kapitaalbehoud dan voor vermogensgroei. Oudere huishoudens verschuiven hun focus van rendement naar stabiliteit en inkomen. Dat versterkt de voorkeur voor sparen en defensieve beleggingen.
Ondertussen blijft de vermogensgroei op de beurs zichtbaar. De stijging van 7,8 procent in het effectenbezit in 2025 toont aan dat markten waarde kunnen creëren, zelfs in een jaar met geopolitieke spanningen. Maar zolang het merendeel van het nieuwe vermogen richting spaarrekeningen stroomt, blijft Nederland een land van spaarders met een beleggingsrekening ernaast, niet andersom.
Voor beleggers en beleidsmakers ligt daar een interessante uitdaging. Hoe zorg je voor betere financiële kennis zonder risico’s te bagatelliseren, hoe stimuleer je lange termijn vermogensopbouw zonder huishoudens bloot te stellen aan onverantwoorde schokken, en hoe houd je het evenwicht tussen zekerheid en rendement in een economie waarin koopkracht en vermogensgroei steeds belangrijker worden voor financiële zelfstandigheid.






































































































































